Zoekresultaat: 385 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

Conflictbeleving en herstelrecht in Brussel

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden conflict and crime, metropolitan challenges, neighbourhoods
Auteurs Minne Huysmans en Erik Claes
SamenvattingAuteursinformatie

    This article stems from a practice-oriented research on restorative justice and perceptions of conflict in a poor neighbourhood in Brussels: the Anneessens district. The first part of the article focuses on the conceptual shift from a crime-oriented towards a conflict-oriented restorative justice, including the search for a user-friendly working definition of ‘conflict’. The classical restorative justice story receives a facelift in order to address metropolitan challenges. The second part analyses 41 walking interviews of residents, focusing on conflict themes and zones. The third part cautiously checks the working definition in the frame of the analysed data. A provisional conclusion entails that the notion of crime and its related meanings should not be discarded too quickly.


Minne Huysmans
Minne Huysmans is docent in de opleiding orthopedagogie van Odisee en praktijkonderzoeker in het PWO-onderzoek Herstelrecht in Brussel. Tot 2012 was hij bemiddelaar in Brussel binnen de HCA-dienst van Alba vzw.

Erik Claes
Erik Claes is onderzoeker en docent filosofie in de opleiding sociaal werk van Odisee. Hij is projectleider van het PWO-onderzoek Herstelrecht in Brussel.
Artikel

Diversiteitsbewuste communicatie. Niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden intercultural communication, diversity, TOPOI
Auteurs Edwin Hoffman
SamenvattingAuteursinformatie

    Intercultural communication is often portrayed as communication between people with a different ethnic or national background. People may interpret differences and misunderstandings arising in communication as especially grand and problematic. Sometimes, people see the reason for a difference in opinion or the conflict to be situated within the other (often national or ethnic) culture. They see themselves and others as a member of a different group, with a different culture and thus claim the differences to be related to the culture and not the individual person (culturalising or culturistic approach). This approach entails certain risks when it is seen as a condition to be able to speak to others and when handled as the sole frame of reference to interpret people’s meaning-making. An alternative approach can be found in a systemic and communication-theory approach, linking it to intersectionality, pluralism, diversity competence and the TOPOI model, as this article explains.


Edwin Hoffman
Edwin Hoffman is werkzaam als zelfstandig adviseur Diversiteit (ook in België) en als externe lesgever aan de Alpen Adria Universiteit te Klagenfurt met de leeropdracht Interkulturelle Kompetenz und Bildung im internationalen Vergleich.
Artikel

Kan bemiddeling bijdragen aan de verdieping van de democratie?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Democratie, Wisdom council, Verbinding, Co-intelligentie
Auteurs Eric Lancksweerdt
SamenvattingAuteursinformatie

    Deepening democracy could be a way to meet contemporary and future challenges of society. In such a way there is place for engagement and wisdom of civilians, accomplished by mediated discussion.


Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is hoofddocent aan de universiteit Hasselt, praktijkassistent aan de universiteit Antwerpen en lid van de redactie van TMD.
Artikel

Ook een nieuwe zaaksbehandeling door de bezwaarschriftencommissie?

Over een informelere en maatschappelijk effectievere aanpak tijdens de hoorzitting in bezwaar

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Objection proceedings, Review committee, New case procedure, Mediation
Auteurs Jim Waasdorp
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch administrative procedure needs to become more informal and socially effective. This has to be accomplished by implementing the projects ‘In pleasant contact with the authorities’ (Prettig contact met de overheid) aimed at government institutions and a ‘New case procedure’ (Nieuwe zaaksbehandeling) aimed at the administrative courts. Both projects expressly provide more space to deal with a case from more than just a legal perspective. As of yet, the review committee does not make use of a standard procedure. It has been criticised in literature for limiting its assessment of a case to aspects of lawfulness, rather than embracing notions of justice and fairness in its procedure. In this article the author discusses the application by the review committee of guidelines derived from the aforementioned projects in order to make the hearing during the objections proceedings more informal and socially effective.


Jim Waasdorp
Jim Waasdorp is ambtenaar van staat bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

John Blad

Bas van Stokkom

Jelle van de Poel
Jelle van de Poel is senior juridisch medewerker bij de Rb. Midden-Nederland en lid van de werkgroep jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht (VMR). Hij bedankt mr. Taco Leemans en mr. Frederik Mantel, beiden lid van de werkgroep jurisprudentie van de VMR, voor hun commentaar.
Artikel

Het einde van de PIJ

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden PIJ-maatregel, beëindiging van maatregel, Jeugddelinquenten, Jeugdwet 2015
Auteurs Mr. Ad de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, juvenile prosecutor Ad de Beer takes a critical look at the regulatory schemes surrounding the penal measure of placement in an institution for juvenile offenders (the ‘PIJ’ measure). Since the entry into force of the new Juvenile Law 2015 on January 1st 2015, three ways currently exist to discontinue the PIJ measure for an individual offender. While arguing that this legal reality is very confusing for practitioners, De Beer tries to untangle this complicated set of schemes.


Mr. Ad de Beer
Mr. Ad de Beer is jeugdofficier van justitie in Rotterdam en tevens redacteur van PROCES.
Artikel

Het doel heiligt het middel? Over de noodzaak van uniforme criteria voor evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de opsporing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectiviteit, Efficiëntie, Opsporingsmethoden, Wet bewaarplicht
Auteurs Dave van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the Court of Justice and the regional Court of The Hague ruled the retention of telecommunications data directive and the Dutch Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in violation of the right to respect for privacy. The police and the Dutch Prosecutors Office have attempted to clarify the importance of the retention for criminal investigation. However, without an efficiency and effectiveness assessment of the method to request and analyse telecommunication data, it is not possible to substantiate the significance of data retention. To ‘save’ the retention of telecommunication data in its current form, but also to assess the importance of the existing and new investigative methods, a thorough analysis is necessary.


Dave van Toor LLM BSc
Dave van Toor LLM Bsc is onderzoeksmedewerker aan de Universität Bielefeld en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Gewone verblijfplaats in de Erfrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden internationaal erfrecht, gewone verblijfplaats, woonplaats, Erfrechtverordening
Auteurs Mr. dr. I. Curry-Sumner
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 augustus 2015 wordt de Erfrechtverordening van toepassing. De verordening bevat zowel regels op het gebied van de bevoegdheid van de notaris om een Europese verklaring van erfrecht op te stellen, als regels van toepasselijk recht. In beide gevallen wordt gebruikt gemaakt van de aanknopingsfactor van de gewone verblijfplaats van de erflater. De vraag rijst echter hoe deze dient te worden vastgesteld. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij het verschil tussen de begrippen woonplaats en gewone verblijfplaats, en wordt nader gekeken naar de factoren die een rol spelen bij de vaststelling van de gewone verblijfplaats van de erflater.


Mr. dr. I. Curry-Sumner
Mr. dr. I. Curry-Sumner is freelance docent/onderzoeker, eigenaar en oprichter van Voorts Juridische Diensten te Dordrecht en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Overijssel.
Artikel

De Erfrechtverordening in een notendop: toepassingsgebied, toepasselijk recht en de Europese verklaring van erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, toepasselijk recht, Europese erfrechtverklaring, erfrecht, IPR
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    IPR-vragen in nalatenschappen die op of na 17 augustus 2015 openvallen, worden in Nederland en de meeste andere EU-lidstaten beantwoord aan de hand van de regels uit de Erfrechtverordening. Dit artikel beoogt – in het kader van het onderhavige themanummer over de Erfrechtverordening – een overzicht te geven van de hoofdlijnen van deze verordening. Daarbij wordt onder meer ingegaan op het toepassingsgebied (welke onderwerpen regelt de verordening zoal en welke niet?) en het door de verordening als toepasselijk aangewezen erfrecht, zowel met als zonder rechtskeuze van de erflater. Ook wordt het in de verordening nieuw geïntroduceerde instrument van de Europese verklaring van erfrecht nader beschouwd.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

De Europese erfrechtverklaring, een vogel met een vreemd pluimage

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, IPR, erfrecht, Europese Erfrechtverklaring, vormvoorschriften, sui generis akte
Auteurs Mr. S.H. Heijning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Erfrechtverordening schept een nieuw instrument voor de afwikkeling van internationale nalatenschappen voor de Europese burgers: de Europese Erfrechtverklaring. In Nederland heeft de wetgever de notaris aangewezen die de verklaring gaat opstellen. In dit artikel wordt op de inhoud van de verklaring nader ingegaan aan de hand van een aantal vragen.


Mr. S.H. Heijning
Mr. S.H. Heijning heeft een adviesbureau Sabine Heijning ipr advies, verbonden aan het Notarieel Bureau, www.hetnb.nl, ipr@hetnb.nl.
Artikel

Oude rechtskeuzes: de Erfrechtverordening en het overgangsrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden IPR, Europese Erfrechtverordening, rechtskeuze, overgangsrecht, international erfrecht, erfrecht
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Erfrechtverordening is van toepassing op grensoverschrijdende nalatenschappen die op of na 17 augustus 2015 openvallen. De verordening staat het toe ten aanzien van het toepasselijke erfrecht een rechtskeuze uit te brengen. De vraag rijst echter hoe volgens de verordening moet worden omgegaan met een reeds vóór 17 augustus 2015 uitgebrachte rechtskeuze. Deze overgangsrechtelijke vraag is met name in Nederland van belang, omdat de rechtskeuzemogelijkheden hier te lande voorheen ruimer waren dan onder de verordening. Daar staat dan weer tegenover dat de oude Nederlandse rechtskeuze alleen ten aanzien van de vererving van de nalatenschap gold en niet ten aanzien van de afwikkeling. In deze bijdrage wordt bezien welke oude Nederlandse rechtskeuzes onder de verordening geldig (kunnen) zijn en wat precies de werkingsomvang van deze oude rechtskeuzes is.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

De Europese erfrechtverklaring en het huwelijksvermogensrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Europese erfrechtverklaring, Huwelijksvermogensrecht, Internationaal privaatrecht, Bewijskracht
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Erfrechtverordening is niet van toepassing op kwesties die verband houden met huwelijksvermogensrecht. De omvang en samenstelling van de nalatenschap van een gehuwde erflater wordt mede bepaald door het huwelijksvermogensregime. Tegen deze achtergrond dient in Bijlage III van de Europese erfrechtverklaring informatie over het huwelijksvermogensstelsel van de erflater te worden ingevuld. In deze bijdrage behandelt de auteur de vraag op basis van welk recht Bijlage III dient te worden ingevuld. Ook gaat hij in op de bewijskracht van Bijlage III van de erfrechtverklaring.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Bluelyn B.V. te Rotterdam en universitair gastdocent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Hof van Justitie ontwikkelt nieuwe visie op begrip handicap – en daarmee op non-discriminatierecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden non-discriminatie, handicap, definitie, zwaarlijvigheid, ontslag
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1997 heeft de Raad van Ministers van de EU de bevoegdheid maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie op grond van handicap. Maar wat wordt eigenlijk onder het begrip handicap verstaan? Het Hof van Justitie heeft deze term, zoals onder andere neergelegd in Richtlijn 2000/78/EG (hierna: Kaderrichtlijn) en het Handvest van grondrechten van de EU, via antwoorden op prejudiciële beslissingen nader geduid. Bestudering van deze jurisprudentie leert dat het Hof van Justitie het begrip handicap inmiddels anders interpreteert dat aanvankelijk het geval was. De omslag van een medische naar een meer sociale visie op het begrip handicap spreekt evident uit het recente arrest Kaltoft, het vervolg op de eerdere zaak HK Danmark. Deze nieuwe visie werkt door in de uitleg en toepassing van het Unierechtelijke verbod van discriminatie vanwege handicap en laat de gelijkebehandelingswetgeving in Nederland niet onberoerd.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-354/13, Karsten Kaltoft/Billund Kommune, ECLI:EU:C:2014:2463, n.n.g.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. (Aart) Hendriks is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is daarnaast coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG te Utrecht.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

Buiten de (mensenrechten)orde?

Over het niet ratificeren van het Biogeneeskundeverdrag door Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, Biogeneeskundeverdrag, bio-ethiek, mensenrechten, Raad van Europa
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1997 is in het kader van de Raad van Europa het ‘Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde’ tot stand gekomen en door Nederland onmiddellijk ondertekend. Oogmerk van het verdrag is de bescherming van de mensenrechten in relatie tot de geneeskunde en de medische wetenschap. Inmiddels heeft de regering aan het parlement laten weten dat Nederland niet zal overgaan tot ratificatie van het verdrag. De argumenten die de regering daarvoor aanvoert (een negatief advies van de Raad van State uit 2000, de noodzaak van het maken van voorbehouden en een nationaal debat moet mogelijk blijven) zijn niet overtuigend. Met het afzien van ratificatie plaatst Nederland zich op medisch-ethisch terrein buiten de internationale mensenrechtenorde.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens te Utrecht en hoogleraar Gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit. Hij schrijft op persoonlijke titel.
Artikel

An all-European holiday?

De vakantieregeling in de Arbeidstijdenrichtlijn en het Burgerlijk Wetboek

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Vakantieregeling, Arbeidstijdenrichtlijn, Europees recht, Implementatie
Auteurs Mr. dr. H.J. van Drongelen, Mr. J. TenHoor en Mr. dr. S.J. Rombouts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht op vakantie is inmiddels niet meer weg te denken uit het arbeidsrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de samenhang tussen het Europese recht op vakantie dat is neergelegd in de Arbeidstijdenrichtlijn en de regeling van het recht op vakantie in onze nationale wetgeving. Daarbij komt een aantal vragen aan de orde. Wat betekent de Europese regelgeving en rechtspraak voor het recht op jaarlijkse vakantie van de Nederlandse werknemer? Op welke punten is het Nederlandse recht geharmoniseerd en op welke punten, wellicht ten onrechte, (nog) niet? Ook komt aan de orde of daar waar de Nederlandse wetgever heeft geprobeerd om het nationale recht te harmoniseren, dit wel succesvol is geweest. De beantwoording van deze vragen leert dat er een aantal onduidelijkheden bestaat rondom het Europese recht op vakantie en de vertaling daarvan door de Nederlandse wetgever.


Mr. dr. H.J. van Drongelen
Mr. dr. H.J. van Drongelen is universitair hoofddocent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg en tevens adviseur bij De Voort Advocaten en Mediators.

Mr. J. TenHoor
Mr. J. TenHoor is wetgevingsjurist bij de Raad van State.

Mr. dr. S.J. Rombouts
Mr. dr. S.J. Rombouts is universitair docent Sociaal recht en sociale politiek aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Zekere zekerheid

Het belang van zekere zekerheid voor de financiering van het bedrijfsleven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden goederenrechtelijke zekerheidsrechten, kapitaal, banken, leningen, proefprocedures
Auteurs Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem en Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Goederenrechtelijke zekerheidsrechten bepalen (mede) het kapitaal dat banken moeten aanhouden ten opzichte van de leningen die zij verstrekken. Onzekerheid over de hardheid, houdbaarheid, en uitwinbaarheid van die rechten is kostbaar. Een bank is er dus veel aan gelegen daarover duidelijkheid te krijgen, via proefprocedures die in deze bijdrage worden beschreven.


Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem is juridisch adviseur ING, hoogleraar onderneming en financiering aan de Radboud Universiteit Nijmegen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland.

Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is bedrijfsjurist bij ING.
Toont 141 - 160 van 385 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 19 20
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.