Zoekresultaat: 270 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

De informatieplicht over het gevoerde bestuur

Slechts bij een concrete vraag zult gij antwoord krijgen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 21 2011
Trefwoorden huwelijkse voorwaarden
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Internationale estate planning: ook regels van internationaal huwelijksvermogensrecht binnen EU geharmoniseerd

Hoofdlijnen van het voorstel voor een Europese Huwelijksvermogensrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees internationaal privaatrecht (IPR), internationaal huwelijksvermogensrecht, Europese Huwelijksvermogensrechtverordening, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, estate planning
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    In navolging van het internationaal erfrecht wordt nu voorgesteld ook het internationaal huwelijksvermogensrecht op Europees niveau te harmoniseren. Vragen van bevoegdheid, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging in kwesties van huwelijksvermogensrecht met internationale elementen worden in de toekomst aan de hand van regels uit een Europese verordening beantwoord.Voor de advisering op het terrein van de internationale civielrechtelijke estate planning is dit een belangrijke ontwikkeling. Daarom worden de hoofdlijnen van het Europese voorstel uitvoerig geanalyseerd. Daarnaast wordt onderzocht of, en zo ja, in hoeverre dit voorstel is afgestemd op en in lijn is met het eerdere erfrechtelijke voorstel.De conclusie luidt dat de voorgestelde regeling vooralsnog de nodige onduidelijkheden in zich bergt, die in het kader van de, mede voor de estate planning gewenste, rechtszekerheid en voorspelbaarheid nadere opheldering en toelichting behoeven.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen; gerechtvaardigd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2011
Trefwoorden loyaliteitsdividend, Corporate Governance, loyaliteitsregeling, DSM-beschikking, loyaliteitsdividendregeling
Auteurs Mr. S.F. de Beurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Al enige tijd gaan stemmen op in het Corporate Governance-debat om aandeelhouders, met name institutionele beleggers, meer te betrekken bij het reilen en zeilen van de vennootschap. De gedachte is dat loyaliteitsregelingen zoals loyaliteitsdividend – het toekennen van extra dividend aan trouwe aandeelhouders– hieraan kunnen bijdragen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de door DSM in 2006 bedachte loyaliteitsregeling ingegaan op de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden voor het introduceren van loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen. Hiertoe wordt er allereerst ingegaan op de regeling die door DSM was opgesteld en de statutaire vereisten voor loyaliteitsdividend. Vervolgens bespreekt de auteur het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders en wordt het model dat het HvJ EG hanteert voor toetsing aan publiekrechtelijke varianten van het gelijkheidsbeginsel behandeld. Daarna wordt er bezien hoe loyaliteitsdividend kan worden ingevoerd binnen een bestaande vennootschap. De bijdrage wordt afgesloten met een analyse omtrent het nut van wettelijke facilitering van loyaliteitsdividend.


Mr. S.F. de Beurs
Mr. S.F. de Beurs is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Beleidsevaluatie ex ante en rechtsvergelijking

Perspectief voor een integrale en internationaal vergelijkende beoordeling van nieuw beleid en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsevaluatie, beleidsanalyse, rechtsvergelijking, impact assessment
Auteurs Dr. P. van der Knaap, Dr. R.W. Turksema en Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
SamenvattingAuteursinformatie

    Een systematische analyse en beoordeling van de te verwachten maatschappelijke baten en andere effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. Dat is kort gezegd de formele omschrijving van beleidsevaluatie ex ante. Beleidsevaluatie ex ante is evenals rechtsvergelijking van belang om goed onderbouwde beslissingen te kunnen nemen over het te voeren beleid en daar achteraf op een goede wijze verantwoording over te kunnen afleggen. Recentelijk heeft de rijksoverheid in dat kader met het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) een nieuw initiatief genomen.Deze bijdrage gaat in op het belang van ex-antebeleidsevaluatie en rechtsvergelijking voor goed en verantwoord ‘evidence-based’ beleid. We beschrijven de stappen die hierbij van belang zijn en gaan daarbij in op de rol die rechtsvergelijking kan spelen. Vervolgens gaan we in op de ervaringen die binnen de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren zijn opgedaan met zogeheten ‘impact assessments’: integrale ex-antebeoordelingen van de effecten van beleidsmaatregelen. We eindigen met enkele conclusies over de wenselijkheid om beleids- en wetsvoorstellen integraal op hun merites te beoordelen en over de meerwaarde van rechtsvergelijking in een wetgevingsarena die steeds internationaler wordt.


Dr. P. van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. peter.vanderknaap@rekenkamer.nl

Dr. R.W. Turksema
Dr. R.W. Turksema is specialist doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. r.turksema@rekenkamer.nl

Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec is senioronderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. simone.melis@rekenkamer.nl
Artikel

Productieve misverstanden: rechtsvergelijking in toelichtingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtsvergelijkend onderzoek, memorie van toelichting, voorbereiding van wetgeving, motivering, argumentatie
Auteurs Dr. N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet rechtsvergelijkend onderzoek dat uitgevoerd en gebruikt is bij het voorbereiden van een wetsvoorstel, worden verantwoord in de memorie van toelichting? Het antwoord op deze vraag is dat zo’n verantwoording wel nuttig kan zijn als daarmee de voorgestelde regeling toegelicht kan worden. Bijvoorbeeld door met buitenlandse voorbeelden te laten zien welke problemen er spelen en wat voor oplossingen daarvoor mogelijk zijn. Of door argumenten aan te dragen ter motivering van het voorstel. Zelfs kunnen die rechtsvergelijkende argumenten worden benut bij de afweging van de argumenten en het formuleren van de conclusie dat het voorstel passend en juist is. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt getoond hoe die verantwoording kan geschieden.


Dr. N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving. n.florijn@acwet.nl
Artikel

Inspiratie uit het buitenland?

Enkele praktische ervaringen over de betekenis van rechtsvergelijking voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden rechtsvergelijking, wetgeving, methoden van onderzoek, interpretatie EU-recht
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    De betekenis van rechtsvergelijkend onderzoek voor de wetgevingspraktijk lijkt toe te nemen. Dat ligt aan het besef dat ook in andere lidstaten dezelfde vragen met betrekking tot de interpretatie en omzetting van het Europees recht spelen. Het heeft ook te maken met de noodzaak precies te weten waartoe het EU-recht verplicht indien men, zoals thans doel van het beleid, zeker wil voorkomen dat Nederland meer doet dan Europeesrechtelijk strikt vereist. Rechtsvergelijkend onderzoek mag niet beperkt blijven tot law in books, maar moet ook aantonen hoe het recht in de praktijk in het buitenland werkt.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

De ministeriële zorg voor het telen van hennep: toetsing van een zorgplichtbepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden farmaceutische hennep, medisch onderzoek, Opiumwet, zorgplicht
Auteurs Drs. L.H. Erkelens en prof. dr. S.F. Blockmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland dient de Minister van VWS ervoor te zorgen dat er voldoende hennep wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de medische toepassing ervan of voor de productie van geneesmiddelen. Op basis van de wetsgeschiedenis, de correspondentie van de minister met de Kamer en toepasselijk internationaal recht wordt geconcludeerd dat deze zorgplicht niet alleen op de teelt ziet, maar ook een actieve ministeriële inbreng impliceert op het punt van bedoeld onderzoek en ten aanzien van de vraag wat ‘voldoende’ in de praktijk betekent. De uitvoeringspraktijk lijkt vooral gericht op teelt als uitsluitend voorwaardenscheppend instrument voor derden.


Drs. L.H. Erkelens
Leendert Erkelens is geassocieerd onderzoeker verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.

prof. dr. S.F. Blockmans
Steven Blockmans is Hoofd van de Onderzoeksafdeling verbonden aan het T.M.C. Asser Instituut te Den Haag.
Artikel

Het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wet Bopz, Wetsvoorstel verplichte GGZ, psychiatrie, rechten van patiënten, dwangtoepassing
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 juni 2010 is het Wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om verplichte zorg te verlenen aan personen die als gevolg van een psychische stoornis een aanzienlijk risico op ernstige schade voor zichzelf of anderen veroorzaken. Veldpartijen en belangenorganisaties zijn overwegend positief over de uitgangspunten van het wetsvoorstel. Het grootste kritiekpunt is het proces van besluitvorming, waarin een multidisciplinaire commissie adviseert en de rechter beslist. Uit een nadere analyse van het wetsvoorstel blijkt echter dat ook de rechtspositie van wilsonbekwame personen en minderjarigen nog sterk onderbelicht is gebleven.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het EMGO-instituut.
Artikel

Is mededingingsbeperking nodig voor duurzaamheid?

Drie case studies uitgelicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden kartelverbod, mededingingsrecht, duurzaamheid, samenwerking, uitzonderingsgronden
Auteurs Drs. J. Parlevliet en Dr. M. Drahos
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de literatuur als in de beleidswereld bestaat toenemende aandacht voor de mogelijke spanning tussen duurzame ontwikkeling en het mededingingsrecht. Hierbij stellen veel auteurs te vraag of de (toepassing van) het mededingingsrecht mogelijk aanpassing behoeft. Een vraag die hieraan vooraf gaat is of in de praktijk voorbeelden bestaan van mededingingsbeperkende afspraken die antwoorden bieden op duurzaamheidsproblemen. Dit artikel verkent of hiervan sprake is voor drie voorbeelden genoemd door Ottervanger in zijn oratie van vorig jaar: duurzame visserij, kinderarbeid en duurzame cacao.


Drs. J. Parlevliet
Drs. J. Parlevliet is werkzaam bij de Directie Economische Zaken van de Sociaal-Economische Raad.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is werkzaam bij de Directie Economische Zaken van de Sociaal-Economische Raad.
Artikel

Het arrest TeliaSonera: geen economische invulling van het begrip prijssqueeze

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden prijssqueeze, afwezigheid leveringsverplichting, even efficiënte concurrent, verticale integratie
Auteurs Mr. B.J.H. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een met name voor verticaal geïntegreerde ondernemingen belangwekkend arrest heeft het Hof van Justitie de voorwaarden waaronder een prijssqueeze (in goed Nederlands: de prijsklem) kan optreden gepreciseerd.1x HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera. Het arrest bouwt verder op het arrest van het Hof van Justitie inzake Deutsche Telekom,2x HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom. maar bevat op een tweetal punten belangrijke nieuwe inzichten. In de eerste plaats nuanceert het Hof van Justitie het uitgangspunt dat bij het bepalen van de tarieven en kosten moet worden uitgegaan van de tarieven en kosten van de dominante aanbieder. Volgens het Hof van Justitie kan onder omstandigheden van dit beginsel worden afgeweken. Deze door het Hof van Justitie geïntroduceerde uitzondering is evenwel opmerkelijk ruimhartig geformuleerd. In de tweede plaats bepaalt het Hof van Justitie dat een dominante onderneming zich schuldig kan maken aan een prijssqueeze, ook indien op deze onderneming geen leveringsplicht rust. Dat laatste lijkt op gespannen voet te staan met een economische toepassing van artikel 102 VWEU.
    HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera

Noten

  • 1 HvJ EU 17 februari 2011, zaak C-52/09, TeliaSonera.

  • 2 HvJ EU 14 oktober 2010, zaak C-280/08, Deutsche Telekom.


Mr. B.J.H. Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat te Amsterdam (Stibbe).
Artikel

Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrechten, consumentenbescherming, harmonisatie, op afstand gesloten overeenkomst, herroepingsrecht ontbindingsbevoegdheid
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het eind 2008 ingediende voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten is veel kritiek gekomen omdat het ertoe zou leiden dat het niveau van consumentenbescherming in veel landen, waaronder Nederland, zou worden verlaagd. Zowel binnen de Raad van Ministers als in het Europees Parlement is de kritiek serieus genomen. De Raad en het Parlement hebben eerst echter andere keuzes gemaakt om het niveau van consumentenbescherming te verhogen. In deze bijdrage bespreken we de verschillende benaderingen en de daaruit voortvloeiende voorstellen.
    Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    Op 16 februari 2011 is de nieuwe Richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties vastgesteld (Richtlijn 2011/7/EU). Uit diverse onderzoeken was gebleken dat betalingsachterstanden nog steeds aan de orde van de dag zijn en dat Richtlijn 2000/35/EG daarin geen verandering heeft gebracht. Met de nieuwe richtlijn wordt getracht (1) schuldeisers middelen te geven waarmee ze hun rechten bij wanbetaling volledig en succesvol kunnen uitoefenen en (2) door middel van hoge rente debiteuren te prikkelen tijdig te betalen. Het is echter de vraag of deze wijzigingen ertoe zullen leiden dat betalingsachterstanden tot de verleden tijd gaan behoren.
    Richtlijn 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (Pb. EU 2011, L 48/1)


Mr. A.C. Rozeman
Mr. A.C. Rozeman is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

De strafrechtelijke bescherming van jongeren tegen seksuele contactlegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden teenagers, sexual activities, legal protection, criminal law, discourse analysis
Auteurs Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    Teenagers between twelve and eighteen years of age are protected by Dutch criminal law against sexual encounters that can be described as ‘voluntarily’. If teenagers are approached without force or approach a person themselves autonomously they are thus protected against such contact, but they could have played a sexual active role nevertheless. How do the alleged offenders in these criminal cases make contact and how are the punishable interactions possible considering the facilitative role of the victim? This paper will deal with the way the officials of the police and justice departments value sexual contacts with youngsters in a diverse range of settings. The crucial question is how the professionals dealing with the protection of youngsters and at the same time safeguarding the legal rights of offenders come to their juridical deliberation.


Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent/onderzoeker aan de Haagse Hogeschool, Academie voor Bestuur, Recht en Veiligheid, opleiding Integrale Veiligheid. E-mail: j.c.w.gooren@hhs.nl.
Artikel

Terugkomen van een eindbeslissing na gewijzigd rechterlijk inzicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden bindend, eindbeslissing, heroverweging, terugkomen, tussenvonnis(uitspraak)
Auteurs Mr. C.S. Avendaño Canto
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bevat een bespreking van het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2010 (Kojen/ABB), waarin de rechterlijke bevoegdheid om terug te komen van een bindende eindbeslissing in een tussenuitspraak is verruimd. Aan de orde komen de dogmatische implicaties voor de leer van de bindende eindbeslissing en de praktische gevolgen voor de procespartijen die met een heroverweging (dreigen te) worden geconfronteerd. Daarbij doe ik enkele suggesties die zien op de aanvaardbaarheid voor partijen van de heroverweging van een eindbeslissing.


Mr. C.S. Avendaño Canto
Mr. C.S. Avendaño Canto is werkzaam bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Nieuwe timeshareregeling biedt nog geen rechtszekerheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden timeshare, gebruik in deeltijd, huur, appartementsrecht, consumentenbescherming
Auteurs Mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 februari 2011 is een nieuwe timesharerichtlijn in Boek 7 (titel 1A) BW geïmplementeerd. De ruimere definitie van het begrip timeshare doet vragen rijzen over welke huurovereenkomsten al dan niet onder de regeling vallen. De nieuwe regeling wordt tevens bezien vanuit het perspectief van het arrest Schena c.s./Akgi Royal Palm over de lotgevallen van een timeshare op Sint Maarten.


Mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Mr. C.G. Breedveld-de Voogd is universitair docent notariële vakken, Universiteit Leiden.
Artikel

Art. 3:310 BW, subjectieve bekendheidseis en niet-stuiting verjaring zijdens minderjarige

HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden verjaring, subjectieve bekendheid, minderjarige, vertegenwoordiging
Auteurs Mr. J.H.M. van Swaaij en Mr. I.M. Walrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 3 december 2010, LJN BN6241, RvdW 2010, 1449 (X/Bemoti c.s.). Korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Subjectieve bekendheidseis ook als eenvoudig identiteitsonderzoek waarmee aansprakelijke persoon bekend was geworden, nagelaten is? Toerekening aan destijds 9-jarig letselschadeslachtoffer van ontoereikende wettelijke vertegenwoordiging door moeder in meelijwekkende omstandigheden? Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?


Mr. J.H.M. van Swaaij
Mr. J.H.M. van Swaaij is Lawyer’s lawyer en advocaat bij Van Swaaij Cassatie & Consultancy te Nijmegen.

Mr. I.M. Walrecht
Mr. I.M. Walrecht is advocaat bij De Kempenaer Advocaten te Arnhem.
Artikel

Het afschaffen of beperken van het structuurregime vanwege een (gedeeltelijke) vrijstelling: adviesrecht ondernemingsraad?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden structuurregime, vrijstelling, beperking, ondernemingsraad, adviesrecht
Auteurs Mr. G.W. Wesselingh
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de procedure die een structuurvennootschap dient te volgen indien een vrijstelling op het structuurregime van toepassing wordt of de vennootschap gaat voldoen aan criteria voor beperkte toepassing van het structuurregime. De nadruk wordt gelegd op (de wenselijkheid van) het adviesrecht dat de OR mogelijk toekomt bij de procedure.


Mr. G.W. Wesselingh
Mr. G.W. Wesselingh is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De onderzoeker in de enquêteprocedure

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden aanbevelingen, richtlijnen, enquêteonderzoek, onderzoeker
Auteurs Mr. J. Beurskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de door de Ondernemingskamer gepubliceerde aandachtspunten, aanbevelingen en suggesties voor onderzoekers wordt in deze bijdrage ingegaan op enkele praktische beschouwingen ten aanzien van de persoon, de taak en de werkwijze van de onderzoeker in de enquêteprocedure.


Mr. J. Beurskens
Mr. J. Beurskens is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De Interventiewet: een uitgebreider toezichtinstrumentarium

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2011
Trefwoorden Interventiewet, toezichtmaatregelen, onteigening, gedwongen overdacht
Auteurs Mr. R.P. Vrolijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het (concept)wetsvoorstel voor de Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen (Interventiewet).


Mr. R.P. Vrolijk
Mr. R.P. Vrolijk is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden shortlist, Beke, teenagers causing trouble, youth groups, youth group inventory, youth group causing trouble, criminal youth group
Auteurs Paul Harland
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘Shortlist troublesome youth groups’ is a compact survey that enables police-officers to categorize problematic youth groups on a general level. The ‘shortlist’ results in three categories. The least troublesome groups are labelled ‘annoying’, the more serious groups are referred to as ‘disturbing’ and the most serious ones are called ‘criminal’ youth groups. As a quick scan, the shortlist tool has originally been developed in order to prevent criminalization of youth. It has now become a compulsorily used instrument for all 25 police services in the Netherlands. The shortlist is seen as the central starting point that should ultimately lead to the implementation of multidisciplinary interventions to tackle the specific problems that the youth groups cause.This article briefly discusses the highly subjective judgements of perceptions of disorder in society. Against this background this article describes the aim, the benefits and limits to the use of the shortlist. This analysis is based on fifteen years of experience with the annual listing of troublesome youth groups by means of the shortlist at the Haaglanden police service.This contribution concludes that the shortlist is a useful instrument that enables police officers to efficiently categorize problematic youth groups. Several changes by the Haaglanden police service with regard to the content as well as to the procedure further optimized the use of the shortlist. However, its global characteristic hampers evaluation of local safety interventions on the group. Also, comparisons of results between police services are not possible just like that. For those purposes (evaluations and comparisons) additional, i.e. more detailed information on the groups are to be gathered. The shortlist-methodology consists of further steps that include more in-depth analyses.Having said this, the shortlist is a valuable quick scan tool that enables professionals to swiftly categorize problematic youth groups.


Paul Harland
Dr. Paul Harland is senior onderzoeker bij de Politie Haaglanden, afdeling Analyse & Research (Staf Korpsdirectie). E-mail: Paul.harland@haaglanden.politie.nl.
Toont 141 - 160 van 270 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.