Zoekresultaat: 278 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

V.L. Derckx

Mw. Mr. Drs. S. Slabbers

Mr. R.B.M. Keurentjes

M.A.J.M. Buijsen

Prof. mr. M.R. Mok

Mr drs. A.F. Rommelse

Mr dr J.C.J. Dute
Artikel

Dwang op zwangere vrouw ten behoeve van de ongeboren vrucht toelaatbaar?

De vrouw als container van de vrucht? (Annes, N. Engl. J. Med, 1987, 316, p. 1214) De vrucht als baarmoederlijke vracht? (Melker, N. Engl. J. Med., 1987, 316, p. 1224)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 1990
Auteurs Mr L.E. Kalkman-Bogerd

Mr L.E. Kalkman-Bogerd

Prof. mr. B. Wessels
Artikel

Kritische kanttekeningen bij de rechtspraak van de Hoge Raad inzake de aansprakelijkheid van een pseudogevolmachtigde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden gevolmachtigde, onbevoegdheid, causaliteit, schadevergoeding, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.M. Stolp
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen waarin de partij die wordt geconfronteerd met onbevoegdheid van een gevolmachtigde, vergaand tegemoet wordt gekomen in haar schadevergoedingsvordering ex art. 3:70 BW door het vereiste van het causaal verband (conditio sine qua non) tussen de onbevoegdheid van de gevolmachtigde en de gevorderde schade zeer ingrijpend te relativeren. Afgelopen februari heeft de Hoge Raad deze lijn (nog verder) doorgetrokken in een arrest waarin hij het middel (nota bene) met een beroep op art. 81 Wet RO heeft verworpen. Bij deze ontwikkeling past een aantal kritische kanttekeningen.


Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Een verklaring voor recht als vorm van genoegdoening

Heeft de Hoge Raad de deur opengezet?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden verklaring voor recht, genoegdoening, immateriële belangen, aansprakelijkheid, schadevergoeding
Auteurs Mr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het veelbesproken Jeffrey-arrest bepaald dat een partij die een verklaring voor recht vordert om de aansprakelijkheid van de wederpartij vast te stellen haar vordering afgewezen zal zien als zij bij die verklaring geen materieel (financieel) belang heeft. In de recente Chipshol/Staat-beschikking wekt de Hoge Raad de indruk dat hij zich deze kritiek naar aanleiding van het Jeffrey-arrest aantrekt en dat hij thans een ruimer ontvankelijkheidsbeleid van de verklaring voor recht voorstaat. Een analyse van de Chipshol/Staat-uitspraak en beantwoording van de vraag of de Hoge Raad ‘om’ is.


Mr. D. Haas
Mr. D. Haas is universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en jurist bij de Autoriteit Financiële Markten. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: een nieuwe loot aan de processuele stam

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden letselschade, overlijdensschade, Wet deelgeschilprocedure, deelgeschilprocedure
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een nieuw instrument in het kader van de afwikkeling van letsel- en overlijdensschade. Hoewel in de consultatieronde naar aanleiding van het voorontwerp door met name de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak (NVvR) de nodige kritische kanttekeningen zijn geplaatst, is dit wetsvoorstel zonder noemenswaardige tegenwind het parlement gepasseerd. Het wetsvoorstel Deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is vlak voor het zomerreces 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en een jaar later met algemene stemmen door deze Kamer aangenomen; het heeft vervolgens eind 2009 de instemming van Eerste Kamer verkregen en zal per 1 juli 2010 als wet in werking treden


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Kort geding in cassatie versus bodemprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden bodemprocedure, kortgedingprocedure, kort geding, cassatie(beroep), belang bij cassatie
Auteurs Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen de kortgedingprocedure en de bodemprocedure roept vragen op. Specifiek is de vraag hoe een kort geding in cassatie zich verhoudt tot een aanhangige bodemprocedure. Bij beantwoording van de vraag stuit men op het probleem dat de Hoge Raad deze ‘verhoudingsvraag’ niet ambtshalve kan beoordelen. Het is daarom wenselijk dat bij de verhouding kort geding in cassatie versus bodemprocedure cassatieberoep niet openstaat en eiser zodoende niet-ontvankelijk wordt verklaard. Daartoe zou het primaat van de bodemprocedure ook hangende cassatie moeten worden aanvaard. De verhouding kort geding versus bodemprocedure wordt hierdoor helder, in het bijzonder in cassatie.


Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. L.A.R. Siemerink is gerechtsauditeur bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

De rechter als conflictmanager; een experiment uit de praktijk

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2010
Trefwoorden conflictoplossing op maat, conflictdiagnose door de rechter, conflictdiagnose door de rechter, partijperspectief
Auteurs Machteld de Hoon
SamenvattingAuteursinformatie

    Nowadays, court hearings play a central part in Dutch civil procedures. Until recently, little was known about how these hearings took place and how the parties involved experienced them. From the perspective of the parties involved, it is better if judges do not only resolve disputes legally, but also act as a conflictmanager. For this purpose, a method called ‘Conflictoplossing op maat’ (‘Customized conflict resolution’) was introduced by Machteld Pel (former director of The Netherlands court-connected mediation agency). In this paper I discuss the method as well as the results from an experiment in practice. In short, the results indicate that the method is, though not easy to implement, useful to improve the hearings of court procedures in disputes between civilians.


Machteld de Hoon
Machteld de Hoon is als universitair hoofddocent privaatrecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg, in het bijzonder het onderzoeksinstituut TISCO. Daarnaast is ze rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Den Bosch.

    The option of caucusing – i.e. one-on-one conversations between the mediator and one of the parties – is what makes mediation different from other types of conflict resolution. Both the view that all that is discussed in the caucus should remain confidential and the view that this should essentially be shared with the other party lead to suboptimal results. Economically inefficient outcomes caused by strategic actions by the parties can be avoided if the mediator communicates the information disclosed to him/her in the caucus to the other party in such a way (‘noisy translation’) that this other party cannot use this information to the disadvantage of the disclosing party.


M.A. Overman
M.A. Overman is advocaat te Rotterdam.
Artikel

Herdefiniëring van het grievenstelsel

HR 20 juni 2008, RvdW 2008, 649

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2008
Trefwoorden novum, geïntimeerde, memorie van grieven, vermeerdering van eis, memorie van antwoord, rechtspraak, eerste aanleg, pleidooi, wijziging van eis, conclusie van eis
Auteurs E.J. Bellaart

E.J. Bellaart
Artikel

Terugkomen van (de leer van) de bindende eindbeslissing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2008
Trefwoorden novum, verkoper, gemeente, tussenvonnis, vermogensrecht, vergissing, bank, heropening, burgerlijke rechtsvordering, feitelijke misslag
Auteurs A.J.P. Schild

A.J.P. Schild
Artikel

'Terughoudende toetsing bij beroep op derogerende werking redelijkheid en billijkheid in geval van professionele partijen'

Hof Den Bosch 5 februari 2008, LJN BC4957

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2008
Trefwoorden gemeente, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid, beding, voorwaarde, verjaringstermijn, verjaring, overeenkomst, professionele partij, beperkende werking
Auteurs C. te Ronde

C. te Ronde
Toont 141 - 160 van 278 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.