Zoekresultaat: 283 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x
Artikel

Omgevingswet waterproof?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Omgevingswet, Waterwet, waterbeheer
Auteurs Mr. dr. H.J.M. Havekes en Mr. W.J. Wensink
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind februari jl. verscheen de toetsversie van de concept-Omgevingswet met bijbehorende algemene en artikelsgewijze toelichting. De auteurs bespreken en beoordelen dit voorontwerp vanuit het perspectief van het waterbeheer en de positie van de waterbeheerder. De bestaande Waterwet, waarin die beheerder nu zijn juridisch instrumentarium vindt, vormt daarbij een belangrijke toetssteen.


Mr. dr. H.J.M. Havekes
Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes is werkzaam bij de Unie van Waterschappen en het Water Governance Centre.

Mr. W.J. Wensink
Mr. W.J. (Willem) Wensink is als coördinator bestuurlijk-juridische zaken werkzaam bij de Unie van Waterschappen.
Artikel

Artikel 8 EVRM: proportionaliteit en verwerking van persoonsgegevens

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden bescherming persoonsgegevens, proportionaliteit, EHRM, dataprotectierichtlijn, wetgevingsproces
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey en Mr. M.W. Raijmakers
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien ontwerpwetgeving leidt tot de verwerking van persoonsgegevens, moet de wetgever in veel gevallen een toets uitvoeren aan artikel 8 EVRM en het relevante EU-recht. Bij die toets draait het vaak om de vraag of de beperkende maatregel voldoet aan het proportionaliteitsvereiste. In de Straatsburgse rechtspraak is de proportionaliteit een paraplu waaronder uiteenlopende waarborgen worden geschaard. De complexiteit en veelomvattendheid van de proportionaliteitstoets werken door op nationaal niveau. De wijze waarop de proportionaliteitstoets door de Nederlandse wetgever wordt verricht, is wisselvallig. Soms vindt een expliciete toetsing plaats in het kader van artikel 8 EVRM, vaak is dat ook niet het geval.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. l.f.m.verheij@law.leidenuniv.nl

Mr. M.W. Raijmakers
Mr. M.W. Raijmakers is sectorhoofd directie Advisering bij de Raad van State. m.raijmakers@raadvanstate.nl
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Artikel

Het Expedia-arrest: een merkbare koerswijziging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Mededinging, Merkbaarheid, Bekendmaking, De minimis, Strekkingsbeding
Auteurs Mr. H.M. Cornelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Expedia-arrest velt het Hof van Justitie van de Europese Unie een opvallend oordeel over twee belangrijke aspecten inzake de toepassing van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Ten eerste oordeelt het Hof van Justitie dat een mededeling van de Europese Commissie die op die toepassing betrekking heeft, in het bijzonder de de minimis-bekendmaking,1x Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13. niet bindend is voor de nationale mededingingsautoriteiten en gerechten. Ten tweede stelt het Hof van Justitie vast dat een overeenkomst2x Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw. die de tussenstaatse handel ongunstig kan beïnvloeden en een mededingingsbeperkende strekking heeft, per definitie een merkbare mededingingsbeperking vormt.HvJ EU 13 december 2012, zaak C-226/11, Expedia Inc./Autorité de la concurrence e.a., n.n.g.

Noten

  • 1 Bekendmaking van de Commissie inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis), Pb. EG 2001, C 268/13.

  • 2 Onder de term ‘overeenkomst’ dient in dit artikel te worden verstaan: een overeenkomst tussen ondernemingen, een besluit van een ondernemingsvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging zoals bedoeld in artikel 101 lid 1 VWEU en/of artikel 6 lid 1 Mw.


Mr. H.M. Cornelissen
Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij Houthoff Buruma en is onder meer gespecialiseerd in Competition Litigation.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2011 en 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Restrictieve afspraken, Misbruik van machtspositie, ToepassingsvoorwaardenProcedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en mr. E.L.H. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele belangrijke ontwikkelingen besproken die zich in de jaren 2011 en 2012 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie hebben voorgedaan op het terrein van het mededingingsrecht. Nu er op de Kirchberg in de genoemde periode meer dan 160 beschikkingen en arresten zijn geproduceerd, gaat het om een selectie van de interessantste thema’s.


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. Oude Elferink is advocaat bij CMS te Brussel.

mr. E.L.H. Mattioli
Mr. E.L.G. Mattioli is advocaat bij CMS te Brussel.
Artikel

Maastrichtse parkeergarages: de plek waar het aanbestedingsrecht en het staatssteunrecht elkaar ontmoeten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden Rechtsverwerking, dienstenconcessie, staatssteun, kenbare marktsituatie, passende maatregelen
Auteurs Mr. M.N. Weeda, Mr. L.J. Terpstra en Mr. C.A.M. Lombert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van de Hoge Raad gewezen in januari van dit jaar in de zaak P1 Holding/Gemeente Maastricht en Q-Park is vanuit het perspectief van zowel aanbestedings- als staatssteunrecht interessant. Voor de tweede maal oordeelt het hoogste rechtscollege dat het Grossmann-verweer niet opgaat wanneer de Europese aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor de vaststelling of sprake is van het verstrekken van een met staatsmiddelen bekostigd voordeel, dat niet langs normale commerciële weg zou zijn verkregen, de op het moment van het aangaan van een overeenkomst kenbare marktsituatie en voorzienbare marktontwikkelingen bepalend zijn. In lijn met de uitspraak van het CBb in de Thuiszorgservice-zaak overweegt de Hoge Raad dat een enkele verklaring voor recht dat de uitvoering van een overeenkomst in verband met staatssteun onrechtmatig is jegens een derde, zonder een daaraan gekoppeld gebod tot herstel van de mededingingssituatie geen passende maatregel is die leidt tot een herstel van de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betreffende steun.HR 18 januari 2013, AB 2013, 108, m.nt. Metselaar, NJB 2013, 248, RvdW 2013, 171, LJN BY0543 (P1 Holding B.V./Gemeente Maastricht en Q-Park Exploitatie B.V.)


Mr. M.N. Weeda
Mr. M.N. Weeda is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. L.J. Terpstra
Mr. L.J. Terpstra is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.A.M. Lombert
Mr. C.A.M. Lombert is werkzaam als juriste bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    Deze bijdrage geeft een overzicht van de hervorming van Europees financieel consumentenrecht waarbij de bescherming van de consument in de beleggingsmarkt centraal staat. De vraag is of het uitgangspunt van de hervormingen – tegenvallende resultaten in het verleden, ofwel de crisis zelf – de wetgever tot een wenselijke koers heeft bewogen. Deze vraag wordt getoetst aan de hand van het EU-rechtelijk en nationaal publiek- en privaatrechtelijk kader voor bescherming in het financieel consumentenrecht.


Dr. V. Mak
Dr. Vanessa Mak is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Naar een nieuw EU-investeringsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden directe buitenlandse investeringen, investeringsbescherming, Transitieverordening, investeringsarbitrage, gemeenschappelijke handelspolitiek
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, Mr. drs. I. Elfilali, Mr. J.M. Luycks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Verdrag van Lissabon zijn de directe buitenlandse investeringen onderdeel geworden van de exclusieve competentie van de Europese Unie op het gebied van handelspolitiek (art. 207 VWEU). Dit heeft tot gevolg dat de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten van de lidstaten een onderdeel zijn geworden van de gemeenschappelijke handelspolitiek en daarmee de bevoegdheid van de EU. In dat verband is een nieuwe verordening in werking getreden die de gang van zaken ten aanzien van bestaande en nog door lidstaten te sluiten bilaterale verdragen regelt. Een belangrijk aspect van het nieuwe Europese investeringsbeleid is de invloed die de Europese Commissie bij toekomstige investeringsgeschillen zal kunnen uitoefenen. Dit kan praktische en juridische gevolgen hebben zowel voor de lidstaten, als voor investeerders.Verordening (EU) nr. 1219/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 tot vaststelling van overgangsregelingen voor bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten tussen lidstaten en derde landen – Pb. EU 2012, L 351/40 (Verordening 2012/1219/EU).


Dr. jur. N. Lavranos
Dr. jur. N. Lavranos is senior adviseur bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Mr. drs. I. Elfilali
Mr. drs I. Elfilali is senior juridisch adviseur bij het Ministerie van Economische Zaken.

Mr. J.M. Luycks
Mr. J.M. Luycks is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP.

Mr. R. Niesink
Mr. R. Niesink is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance LLP. Deze bijdrage is op strikt persoonlijke titel van de auteurs geschreven.
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Herstelbemiddeling in Vlaanderen onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden restorative justice, juvenile delinquents, evaluation research, victims, Flanders
Auteurs Henk Ferwerda en Ilse van Leiden
SamenvattingAuteursinformatie

    On a yearly basis between 4.000 and 4.500 underage suspects in Flanders accept the offer of Restorative Justice. A many cited definition of Restorative Justice has been developed by Lode Walgrave: ‘Restorative Justice is every action that is primarily oriented toward doing justice by repairing the harm that has been caused by the crime’.
    Commissioned by the Flemish Minister of Welfare, Public Health and Family an evaluation of Restorative Justice for minors was conducted by Bureau Beke. In the article the authors reflect on Restorative Justice in Flanders and describe the most important findings of their research. The process of Restorative Justice, the satisfaction of the parties involved and its results are considered. The authors offer organizations several suggestions related to developing established procedures and practices. Furthermore results show that suspects and victims are satisfied with Restorative Justice, which yields several benefits for the parties involved: Reparation for victims and learning effects and reduced contacts with counseling agencies for suspects. An important overall conclusion is that face-to-face contact between victim and suspects is beneficial for the mediation process and subsequently repairing the harm.


Henk Ferwerda
Dr. Henk Ferwerda is criminoloog, politieonderzoeker en directeur van Bureau Beke in Arnhem. E-mail: h.ferwerda@beke.nl

Ilse van Leiden
Drs. Ilse van Leiden is psycholoog en als senior onderzoekster werkzaam bij Bureau Beke in Arnhem. E-mail: i.van.leiden@beke.nl
Artikel

Kiezen voor stadsrepublieken? Over administratieve afhandeling van overlast in de steden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden social disorder, incivility, governance, communal sanctions, Mayor
Auteurs Elke Devroe
SamenvattingAuteursinformatie

    The theme of governing anti-social behaviour and incivilities in the public space became more important on the policy and research agenda over the last twenty years. This article describes the law on incivilities in Belgium, namely the ‘administrative communal sanctions’ (GAS). This law is studied in a broader context of contemporary crime control and its organizing patterns. The development of the politics of behaviour can be explained by different characteristics of the period referred to as the late modernity. In the dissertation ‘A culture of control?’ (Devroe 2012) we studied the application and the concrete strategies behind the governance of incivilities on a national and on a city level. The incivility law broadened the competences of the Mayor and the city council especially in the completion of anti social behaviour and public disorder problems in his/her municipality. Instead of being dealt with on a traditional judicial way by the police magistrate, the Mayor can, by this law; himself lay on fines until maximum 250 euro. We mention ‘city republics’ as this punitive sanction became a locally assigned matter, which means that one municipality differs from another in their ‘incivility policy’. Due to the split up of competences of the Belgian state arrangements of 1988, each municipality finds itself framed in different political and organisational executive realities. In this view, Mayors can be called ‘presidents’ of their own municipality, keeping and controlling the process of tackling incivilities as their main responsibility and determining what behaviour had to be controlled and punished and what behaviour can be considered as normal decent behaviour in the public space. Problems of creating a ‘culture of control’, creating inequality for the poor, the beggars and the socially ‘unwanted’ can arise, especially in big cities.


Elke Devroe
Dr. Elke Devroe is Universitair Hoofddocent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden. E-mail: e.devroe@law.leidenuniv.nl

    The Dutch Social Support Act aims at a bigger role for the civil society in informal care. This appeal includes churches. In this article, the question is: do churches indeed want to participate more in social support? And what is subscribed to churches in the Social Support Act?
    Formal documentation of all denominations formulate an active role of churches, both in society in general and more specifically in social support. In national legislation, the Social Support Act does not describe clearly what its expectations of churches are. This is partly so because the Law only gives a general frame for new policy, and local governments make their own policy based on their specific local situation. Local government show a wide variety of possible roles they expect from churches. These roles differ in some aspects from the roles churches describe themselves. Churches themselves do not clearly communicate to governments what they are willing and capable to do in the field of social support; maybe so because they do not realized yet how big the changes induced by the Social Support Act are.


Marja Jager-Vreugdenhil
Dr. ir. M. Jager-Vreugdenhil is onderzoeker bij het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle. mjager@gh.nl.

    The article deals with an unknown chapter of the history of Muslims in the Netherlands in the interwar period. It follows the public debate about the construction of the first mosque in The Hague before the Second World War. The first initiative was made in 1929 by the Dutch convert to Islam Mohammed Ali van Beetem, who played a leading role among the Indonesian Muslim community in the Netherlands. After more than two decennia of debate and negotiations with the municipal authorities in The Hague, the first mosque was finally built by the Ahmadiyya-mission in 1955.


Umar Ryad
Dr. U. Ryad is universitair docent Islam in de moderne tijd aan het Instituut der Godsdienstwetenschappen van de Universiteit Leiden. u.ryad@hum.leidenuniv.nl.
Artikel

Access_open Religiestress op het werk?

Non-discriminatie, neutraliteit en diversiteit in het arbeidsdomein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion-related stress is the product of a predominantly secular society in which people are confronted with diverse religious practices. The phenomenon occurs where public meets private. How can employers ensure compliance with conflicting religious and other commitments in the workplace? The concept of respectful pluralism as formulated by Douglas Hicks in his book Religion and the Workplace, may go a long way to negotiating a solution to the debate between conformity and diversity.


Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel BA is publiciste en bachelor Religiewetenschappen. rikmar@hotmail.com.

    Since many churches can no longer be used for divine worship, the canonical procedure for the relegation of churches to profane use has gained much interest among both faithful and citizens who want a church not to be closed down or even demolished. Many times parishioners take recourse against the Bishop’s administrative decree deciding the relegation of a church to profane use, i.e. that the church building is no longer designated for Catholic worship. It is extremely important for a bishop, therefore, to fulfil all the requirements of the law in making this decision. In this article the different steps of this procedure and of the administrative recourse to the Congregation of the Clergy and the Supreme Court of the Apostolic Signature are explained.


Jan Hendriks
Mgr. dr. J.W.M. Hendriks is hulpbisschop en vicaris-generaal van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij studeerde canoniek recht en jurisprudentie en is consultor van de Congregatie voor de clerus. Hij doceerde canoniek recht aan verschillende instellingen, nu nog aan De Tiltenberg. hulpbisschop@bisdomhaarlem-amsterdam.nl.
Artikel

Access_open De staat als ‘neutral organiser of religions’?

Een analyse van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (II)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This is the second part of an analysis of the use of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ by the European Court of Human Rights (ECtHR), the first part of which appeared in the previous issue of this Journal. This part sets off with a discussion of the use of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ in cases concerning the place of religion in education. Subsequently, a variety of cases is dealt with that challenge restrictions on religious liberty set by the state or restrictions by third parties tolerated by the state. Finally, this contribution offers an overarching reflection on the use by the ECtHR of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ in its case law. It concludes that this qualification, which has no explicit treaty basis, is an inadequate standard for use at the international level and that the ECtHR itself is hardly ‘neutral’ in its application of the standard.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg en redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Artikel

De Nederlandse veiligheidscultuur als katalysator voor etnisch profileren?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden ethnic profiling, policing, culture of control, stereotyping
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past couple of decades, the Netherlands unmistakably has developed into a Garlandian style culture of control. A distinct feature of this Dutch culture of control is the increasing interconnectedness between crime and migration in both public and political discourse. As a result of the growing urge to control potential dangerous others, various stop & search powers have been implemented. Besides by their proactive nature, these powers are defined by the fact that they give a fair amount of discretion to individual police officers in deciding who to stop. In this article, while drawing on criminological, sociological and social psychological literature on stereotyping and the rise of a crime complex, the authors will argue that the structural and cultural changes fuelling the emergence of a the typical Dutch culture of control might also affect the individual choices made by police officers in such a way that it fosters ethnic profiling.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Mr. dr. Maartje van der Woude is universitair docent criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: j.p.vanderleun@law.leidenuniv.nl
Artikel

De securitisering voorbij?

Een beschouwing over de toekomstige ontwikkeling van het Nederlandse veiligheidsbeleid

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden securitization, policymaking, network society, trust and control
Auteurs Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    It seems common knowledge among criminologists that our societies have to be understood in terms of securitization. This means that security is the defining and organizing concept in (social) policy making. In the Netherlands the process of securitization can be characterized as rather contingent. According to the author, it can be typified as ‘pragmatic securitization’. It is driven by the desire to show decisiveness and being in control of complexity of social order, rather than by ideology. Under the pressure of the economic crisis there is a growing interest in self-organization, civic power and civil society. These themes emerge along the issues of security and control. Is it possible then that security is exchanged by another big social theme?


Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid & burgerschap aan de VU Amsterdam. Email: hboutellier@verwey-jonker.nl
Artikel

Het temmen van de toekomst

Van een veiligheids- naar een risicocultuur

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2013
Trefwoorden timescape, risk governance, Dutch security culture, historicization
Auteurs Prof. dr. Beatrice de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    By introducing the historical concept of timescapes, we will investigate the transformation of a security to a risk culture in Dutch post war history. We will test Ulrich Beck’s paradigm of the risk society with respect to the Dutch policy arena, and we will analyze what drove this postulated transformation in the Netherlands. In the Netherlands, not the 1970s/1980s, but the 1990s saw the onset of this change. Concrete trigger moments and the rise of a new populist movement around 1999 signalled the beginning of this new mode of risk governance that was consolidated after 2001. With this description, an attempt to historicize the development of an all encompassing national security culture is provided.


Prof. dr. Beatrice de Graaf
Prof. dr. Beatrice de Graaf is hoogleraar conflict en veiligheid in historisch perspectief aan de Universiteit Leiden. E-mail: b.a.de.graaf@cdh.leidenuniv.nl.
Toont 141 - 160 van 283 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 13 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.