Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 530 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Access_open Praktijkgericht juridisch onderzoek

Tijdschrift Law and Method, 2011
Trefwoorden juridisch onderzoek, empirisch onderzoek, praktijkgericht onderzoek, onderzoeksvraag, onderzoeksmodel
Auteurs Geertje van Schaaijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de stelling verdedigd dat in een praktijkgericht juridisch onderzoek zowel juridische als empirische onderzoeksmethoden nodig zijn. De centrale onderzoeksvraag in een praktijkgericht juridisch onderzoek dient immers gerelateerd te zijn aan het recht en aan de praktijk, zodat het antwoord op de centrale vraag praktisch bruikbaar is. Vragen van het type ‘mag dat?’ of ‘werkt dit?’ kunnen die relaties met recht en praktijk goed over het voetlicht brengen en sturing geven aan de richting van het onderzoek. In het beredeneerde antwoord op de onderzoeksvraag komt de integratie van methoden en technieken uit de juridische en sociaalwetenschappelijke discipline tot uitdrukking. Het onderzoeksmodel dat in dit artikel wordt uitgebeeld en toegelicht, maakt deze integratie duidelijk en biedt een basis voor een methodologie van praktijkgericht juridisch onderzoek.


Geertje van Schaaijk
Mr. dr. Geertje van Schaaijk doceert juridische vakken, rechtssociologie en methoden en technieken van onderzoek aan de Juridische Hogeschool Avans-Fontys.
Artikel

Erosie van het verschoningsrecht van de advocaat in het effectenrecht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden verschoningsrecht, effectenrecht, inlichtingenbevoegdheid, toezichthouder
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de reikwijdte van de inlichtingenbevoegdheid van toezichthouders ingevolge de Wet op het financieel toezicht in relatie tot het verschoningsrecht van de advocaat, waarbij wordt bekeken of de inlichtingenbevoegdheid van de toezichthouders al dan niet tot erosie van het verschoningsrecht leidt.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. Kalisvaart is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De wenselijkheid van nieuwe Europese corporate governance-regelingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden Europese Commissie, corporate governance, Groenboek, bestuur, aandeelhouders
Auteurs Mr. P.M. van de Ven, LL.B., LL.M. (Finance)
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Groenboek van de Europese Commissie op het gebied van corporate governance voor beursgenoteerde vennootschappen en de consultatiereacties daarop van het Nederlandse kabinet en Eumedion.


Mr. P.M. van de Ven, LL.B., LL.M. (Finance)
Mr. P.M. van de Ven, LL.B., LL.M. (Finance) is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

Enkele opmerkingen op hoofdlijnen bij het conceptwetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden AIFM-Richtlijn, beleggingsinstelling, beleggersbescherming, Wft
Auteurs Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het onlangs gepubliceerde concept-wetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-Richtlijn betreffende nieuwe regels voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen. In het bijzonder richt deze bijdrage zich op enkele fundamentele vraagstukken en keuzes die de implementatie van de AIFM-Richtlijn in de Nederlandse wet- en regelgeving met zich meebrengt. Specifiek wordt hierbij ingegaan op de door het Ministerie van Financiën voorgestane reikwijdte van de Nederlandse regeling en op de betekenis van de implementatie van de richtlijn voor de aard en de strekking van het financieel toezichtrecht.


Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft, LL.M. is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Publicatie van de jaarrekening en ontbinding van de rechtspersoon

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden ontbinding, vereffening, publicatieplicht, artikel 2:394 BW
Auteurs Mr. R.A. Hagens
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt hoe het bestuur en de vereffenaar in het licht van de ontbinding van een vennootschap moeten omgaan met de verplichting tot publicatie van de jaarrekening die volgt uit artikel 2:394 BW.


Mr. R.A. Hagens
Mr. R.A. Hagens is werkzaam als kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Toegang tot de enquêteprocedure en de kapitaalseis van artikel 2:346 sub b BW

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2011
Trefwoorden ênqueterecht, ênquetebevoegdheid, kapitaalseis, ontvankelijkheid, peilmoment
Auteurs Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op welk moment moeten de verzoekers tot enquête aan de kapitaalseis voldoen? In deze bijdrage bespreekt de auteur de Emba-beschikking (HR 8 juli 2011, NJ 2011, 306) en haar implicaties voor de toegang tot de enquêteprocedure.


Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens
Mr. drs. L.M.H.A.A. Hennekens is werkzaam als advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Concentratie van ziekenhuiszorg – iemand moet het doen, maar wie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden concentratie, kartelverbod, inkoopsamenwerking, Wbmv, ziekenhuiszorg
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Concentratie van behandelingen heeft een belangrijke plaats in recente discussies over de ziekenhuiszorg. Deze bijdrage onderzoekt de juridische ruimte van verschillende partijen om daarover beslissingen te nemen. Het ‘kwartetten’ met behandelingen door ziekenhuizen is een mededingingsrechtelijke hoofdzonde. Andere samenwerkingsvormen tussen ziekenhuizen en inkoopsamenwerking tussen zorgverzekeraars bevinden zich in grijs gebied: de NMa zou zich hierover duidelijker dan nu moeten uitspreken. De overheid beschikt met de Wbmv over een geschikt wettelijk instrument. Bij de toepassing daarvan moet echter rekening worden gehouden met een Europeesrechtelijke context die zich snel ontwikkelt.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De kracht van buurtbemiddeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Neighbourhood mediation, Restorative justice, Prevention, Autonomous action
Auteurs Mariëlle Jansen, Karin Bongers en Frannie Herder
SamenvattingAuteursinformatie

    Neighbourhood mediation has been practiced more than fifteen years in the Netherlands. In 2010 there was neighbourhood mediation in 160 municipalities. More than 7000 cases were handled. Volunteer mediators try to break through communication blockades and teach their neighbours to make agreements. They are successful in two thirds of the cases. This means that about 20.000 directly involved family members are participating in successful cases. The authors discuss some conditions, results and the central principles of Dutch neighbourhood mediation: communication on an equal basis, impartiality, responsibility to solve conflicts, autonomous action and the enhancement of security and quality of life.


Mariëlle Jansen
Mariëlle Jansen is onderzoeksadviseur van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Karin Bongers
Karin Bongers is onderzoeksadviseur van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Frannie Herder
Frannie Herder is projectleider buurtbemiddeling van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).
Artikel

Actief burgerschap binnen herstelrecht

Een inventarisatie van participatievormen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Citizenship, Participation, Mediators, Activism
Auteurs Brunilda Pali
SamenvattingAuteursinformatie

    Seemingly a difficult concept, participation in restorative justice can be understood better once the notion is broadened and operationalized. Therefore a proposal will be made here to first broaden the meaning of participation beyond participation of stakeholders and ‘community’ in the process as it is generally understood in restorative justice literature, and second break down the concept of participation into five different levels: (1) involvement of the stakeholders and the ‘community’ in the restorative process; (2) participation of citizens as volunteer mediators/facilitators in the process; (3) self-referrals from citizens; (4) voluntary participation of experts in restorative justice organisations; (5) promotion from ex-victims of crime and ex-offenders. Based on this approach, in the end, the author opens up the discussion on the meaning of active citizenship for restorative justice in continental Europe. Before discussing how the broadening of the concept of participation is concretely envisioned, the author argues on the importance of prioritizing the notion of citizenship instead of ‘community’ in the continental European restorative justice discourse.


Brunilda Pali
Brunilda Pali verricht promotieonderzoek aan het Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit van Leuven.
Artikel

Burenbemiddeling in Leuven

Werken met vrijwilligers

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Neighbourhood mediation, Restorative justice, Prevention, Autonomous action
Auteurs Jana Nickmans en Myra Hoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 the prevention office of Leuven started the project ‘neighbour mediation’. Also in Flanders mediation is done by volunteers. The authors stress that mediating conflicts is difficult and demands a lot of energy. Regularly volunteers quit so continuous recruitment is necessary. The volunteers have an added value, not only for the project, but also for neighbours. The insights, life experience and engagement of individual volunteers cause residents to feel good in their proximity. They build bridges, incite residents to reflect, help people to communicate respectfully with each other, stimulate social contacts. In one formula, their attitude mirrors itself in the larger society.


Jana Nickmans
Jana Nickmans is werkzaam bij de Preventiedienst van de Stad Leuven.

Myra Hoeven
Myra Hoeven is werkzaam bij de Preventiedienst van de Stad Leuven.
Artikel

Vrijwilligers binnen een maximalistische visie op herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Volunteers, Participation, restorative justice, Autonomy
Auteurs Erik Claes en Emilie Van Daele
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims at grounding and defining the role of volunteers in restorative justice practices. It starts from the observation that processes of institutionalization tend to make the role of volunteering citizens in restorative justice programmes doubtful and superfluous. These doubts are strengthened by the fact that the link between restorative justice values and the importance of working with volunteers is too easily assumed. Can we offer some well-founded arguments to back up this assumption and to outline what key roles volunteers can play? Several conceptions of restorative justice might be explored. This contribution examines the maximalist view, as developed by Lode Walgrave in his latest book Restorative Justice, Self-interest and Responsible Citizenship. The article critically asks if and how his conception demands an active role for volunteers within restorative justice practices. The paper develops its arguments on the basis of three key concepts in Walgraves model: (1) his definition of restorative justice; (2) his notion of crime; and (3) his socio-ethical intuition of common self-interest.


Erik Claes
Erik Claes is rechtsfilosoof en verbonden aan het Criminologisch Instituut van de Katholieke Universiteit Leuven.

Emilie Van Daele
Emilie van Daele is verbonden aan de Hogeschool Universiteit Brussel (HUB) en voert een onderzoeksproject uit rond herstelrecht.
Artikel

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.


Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.
Artikel

Comparitierechters in eenzelfde zaak vergeleken: de individuele aanpak van rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden civil hearing, courts, dispute resolution, individual approach
Auteurs Silke Praagman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the way in which judges behave and communicate during hearings is increasingly being emphasized. This is related to the implementation of post-defence appearance in Dutch civil hearings (comparitie na antwoord) and a more general, albeit cautious, shift from dispute resolution, focused solely on resolving the legal aspects of a case, towards broader conflict resolution, in which other aspects of a case are considered too. This article compares how six judges managed a civil hearing of the same case. It seeks to explain the different outcomes that resulted from these judges’ hearings (i.e. settlement/judgement/referral to mediator) and seeks to identify what different ways of managing hearings imply for a possible shift from dispute resolution to conflict resolution. The empirical study found that the judges’ preparation of the case and their way of beginning and structuring the hearing were very similar; they also discussed similar subjects. Differences were found in how the judges interacted with the parties; the skills they used during hearings; how they used a specific skill; and in how they guided parties in the decision-making process about the outcome. No strong correlation emerged between a specific type of hearing management and the type of outcome selected. Interviews with the judges suggest that the explanation for the different outcomes lies partly in the judges’ personal views (on the appropriate outcome). Such beliefs influence how the judges manage a civil hearing, and indirectly the outcome of a case as well. These findings imply that for a shift from dispute resolution to conflict resolution to materialize, this will require judges to develop a common understanding of their responsibilities and to enhance their skills. They will also need to verify their assumptions more, so that the parties’ needs and the judge’s personal beliefs are better matched.


Silke Praagman
Silke Praagman heeft de VSR-scriptieprijs 2010 gewonnen. Zij studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tijdens haar studie werkte zij als junior medewerker bij het Landelijk bureau Mediation naast rechtspraak. In dit kader was zij betrokken bij onderzoek naar de verwijzingsvoorziening naar mediation en de werkwijze van rechters. Ook heeft zij tijdens het schrijven van haar scriptie als buitengriffier bij de Rechtbank Rotterdam binnen de sector civiel gewerkt.
Artikel

Waarom het transparantiebeginsel maar niet transparant wil worden

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden transparantiebeginsel, aanbestedingsrecht, rechtszekerheid, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.W.G.J. Buijze
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese transparantiebeginsel breidt zich uit als een olievlek over de zee van het Europese recht. Nu meer en meer rechtsgebieden onder de reikwijdte van het transparantiebeginsel vallen, wordt het steeds moeilijker het belang van het beginsel voor het Nederlandse recht te ontkennen. Toch blijft het moeilijk te preciseren wat het transparantiebeginsel precies vereist. In dit artikel wordt betoogd dat de sleutel ligt in het instrumentele karakter van het transparantiebeginsel: steeds is een mate van transparantie vereist die zo goed mogelijk bijdraagt aan het realiseren van de doelen die in een bepaalde context bij transparantie zijn gediend.


Mr. A.W.G.J. Buijze
Mr. A.W.G.J. Buijze is promovenda bij het Instituut voor Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Europese patiëntenrichtlijn: van privileges naar rechten voor alle patiënten in Europa?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden mobiliteit patiënten, richtlijn, zorg, patiëntrechten, vrij verkeer
Auteurs Mr. dr. S.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna drie jaar nadat de Europese Commissie haar voorstel had gepubliceerd,1x Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7. is de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg onlangs door het Europees Parlement en de Raad aangenomen.2x Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45. Op zichzelf is deze periode niet eens zo verbazingwekkend, gezien de ‘gevoeligheid’ van het onderwerp. Gezondheidszorg is bovendien een terrein waarop de lidstaten primair bevoegd zijn en de Europese Unie, volgens artikel 6 VWEU en artikel 168 lid 7 VWEU, slechts een ondersteunende en coördinerende rol vervult.Maar met de arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van de Verdragsbepalingen betreffende het vrije dienstenverkeer op grensoverschrijdende zorg werd al lang vóór de totstandkoming van deze richtlijn de weg vrijgemaakt voor Europese regelgeving op dit terrein. In dit artikel staat de patiëntenrichtlijn centraal en het belang van deze richtlijn voor de ontwikkeling van patiëntenrechten in Europa.

Noten

  • 1 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg van 2 juli 2008, COM(2008) 414 def. Zie ook W. Sauter, ‘Patiëntenrechten bij grensoverschrijdende zorg’, NTER 2009/1, p. 1-7.

  • 2 Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg, Pb. EU 2011, L 88/45.


Mr. dr. S.A. de Vries
Mr. dr. S.A. de Vries is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Richtlijn consumentenrechten in eindfase

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrecht, op afstand gesloten overeenkomsten, buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten, informatieverplichtingen, herroepingsrecht
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    In NTER 2011/5 berichtten wij over de behandeling van het voorstel voor een Richtlijn betreffende consumentenrechten (COM(2008) 614 def)1x Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def, online verkrijgbaar op <www.ec.europa.eu/consumers/rights/docs/COMM_PDF_COM_2008_0614_F_NL_PROPOSITION_DE_DIRECTIVE.pdf> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). door het Europees Parlement en de Raad van Ministers.2x M.B.M. Loos en J.A. Luzak, ‘Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement’, NTER 2011/5, p. 168-177. Aanmerkelijk sneller dan verwacht is het richtlijnvoorstel in de eindfase beland: het Europees Parlement heeft op 23 juni 2011 een sterk gewijzigde tekst in eerste lezing aanvaard.3x Zie het persbericht van de Europese Commissie van die dag, < www.europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/11/450&format=HTML&aged=0&language=NL&guiLanguage=nl> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). De door het Europees Parlement aanvaarde tekst kan worden gedownload via <www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0293+0+DOC+XML+V0//NL&language=NL#BKMD-20> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). Het is de verwachting dat de tekst in september in verder ongewijzigde vorm zal worden aanvaard door de Raad. In deze bijdrage gaan wij kort in op enkele hoofdpunten uit de definitieve tekst van de richtlijn.

Noten


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek ontwikkelingen Europees aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden aanbesteding, concessie, rechtsbescherming, defensie, kroniek
Auteurs Mr. A. van der Linden en Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de ontwikkelingen in het Europese aanbestedingsrecht belicht die zich hebben voor gedaan in de periode 1 juli 2010 tot 1 juni 2011. De kroniek sluit aan op de vorige kroniek die in november 2010 in NTER is gepubliceerd. Allereerst wordt de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken. Het betreft arresten over de werkingsfeer, de toepassing van de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, de uitvoering van aanbestedingsprocedures en de rechtsbescherming. Vervolgens komen activiteiten van de Europese Commissie inzake beleidsvorming en wetgeving aan bod. De kroniek sluit af met enkele voorbeelden van handhaving van het aanbestedingsrecht door de Commissie, meer specifiek ten aanzien van de Nederlandse aanbestedingspraktijk.


Mr. A. van der Linden
Mr. A. van der Linden is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. Essers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

RIE vervangt IPPC

Is de toepassing van BBT nu wél gewaarborgd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden BBT, IPPC, installatie, inrichting, emissies
Auteurs Mr. A. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2010 is de Europese Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) aangenomen, kortweg de Richtlijn Industriële Emissies (RIE). De RIE voegt de IPPC-richtlijn samen met zes sectorale richtlijnen met betrekking tot industriële emissies. Daarnaast zijn de bestaande richtlijnen aangepast. Een aantal voorschriften van de IPPC-richtlijn zijn ingrijpend gewijzigd om te waarborgen dat de ‘beste beschikbare technieken’ zoals reeds voorgeschreven in de IPPC-richtlijn in alle lidstaten coherent worden toegepast. In deze bijdrage ga ik in op deze wijzigingen en zal ik mogelijke implicaties voor de Nederlandse praktijk aanstippen.


Mr. A. van Rossem
Mr. A. van Rossem is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

Comparative reflections on change of circumstances

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Change of circumstances, Imprévision, Hardship
Auteurs Dr. R.A. Momberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this paper is to provide some general considerations from a comparative perspective with regard to the subject of change of circumstances, which can be useful or interesting for the Dutch reader. The article summarizes the conclusions reached on the research conducted by the author to obtain his PhD degree at the Molengraaff Institute of Private Law of the Utrecht University.


Dr. R.A. Momberg
Dr. R.A. Momberg is assistant professor at the Faculty of Law of the Austral University of Chile and Honorary lecturer at the Molengraaff Institute of Private Law of the Utrecht University.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Toont 141 - 160 van 530 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 26 27
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.