Zoekresultaat: 205 artikelen

x
Jaar 2010 x
Boekbespreking

Rechters van de straat

Veel hoop en geloof maar weinig zichtbare baat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Auteurs Albert Klijn
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en werkzaam bij de Raad voor de rechtspraak als adviseur wetenschappelijk onderzoek. Hij is tevens eindredacteur van het door de Raad uitgegeven periodiek Rechtstreeks. Hij redigeerde met M. Barendrecht de bundel Balanceren en vernieuwen. Een kaart van sociaal-wetenschappelijke kennis voor de fundamentele herbezinning procesrecht, Raad voor de rechtspraak, 2004.

Tobias Arnoldussen
Tobias Arnoldussen is redactiesecretaris van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

De deskundige als rechter

Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer en Pachtkamer

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden deskundigen, betrokkenheid niet-juristen in de rechtspleging, Ondernemingskamer, Penitentiaire Kamer, Pachtkamer, rechtspraak
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Experts may be involved in the trial of various types of legal cases. In most cases, they act as an advisor to the court or to the parties. In this model, the so-called ‘advisor model’, the expert writes a report that is used by the court for decision making. Experts may be called to attend the hearing of cases to answer questions that arise regarding their advise. In the other model, the ‘decision model’, the expert forms part of the panel that is in charge of decision making in a case. Decisions in cases are made in co-operation between judges and experts in this model. This model is not used on a large scale; the advisor model is prevailing in Dutch courts.This article discusses advantages and disadvantages of the ‘decision model’. An empirical study to the operation of this model as it is used in a variety of courts is explained. Panels in which experts are included seem to profit from the direct availability of expertise while making decisions in a case. Respondents state that external acceptance of the court decisions is also increased by the involvement of experts in a panel. Participation by experts in these panels is voluminous and they are considered to exert a large influence on the outcomes of decisions.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is als senior onderzoeker werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. Zij is onder meer betrokken bij onderzoeksprojecten over de thema’s ‘Openbaarheid van de strafrechtspleging’, ‘De inbreng van leken in de rechtspraak’, ‘Stalkingswetgeving’ en ‘Deskundigen in het strafrecht’. Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Den Bosch.
Artikel

Overname van vorderingen en verrekening bij faillissement

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden faillissement, overname van vorderingen, verrekening van vorderingen
Auteurs Prof. mr. B. Wessels
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de grondgedachte achter de mogelijkheid van verrekening bij faillissement (art. 53 Fw) en gaat uitvoerig in op de in art. 54 Fw opgenomen uitzondering. Voorts wordt aandacht gegeven aan de positie van een bank in het geval dat een debiteur van de (gefailleerde) schuldenaar zijn schuld aan deze heeft voldaan door storting op diens rekening bij een bank en deze zich wil verrekenen. Ten slotte wordt kritisch de leer van de Hoge Raad besproken (die art. 54 Fw toepast indien sprake is van een vóór het faillissement overgenomen schuld of vordering en het beroep op verrekening plaatsvindt op een tijdstip gelegen vóór de dag van de faillietverklaring), alsook de wijze waarop een ‘overnemer’ (vaak: bank) zich tegen de aantasting van de transactie op grond van art. 54 Fw kan behoeden.


Prof. mr. B. Wessels
Prof. mr. B. Wessels is hoogleraar internationaal insolventierecht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

Kroniek concentratiecontrole 2009

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kroniek concentratiecontrole, besluiten NMa, Concentratiecontrole
Auteurs Mr. M.A. De Jong en Mr. L. Haasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    De economische crisis heeft gevolgen gehad voor het aantal concentratiemeldingen in 2009. Er zijn minder concentraties gemeld, maar juist meer ontheffingen voor de verplichte wachtperiode verleend. Deze concentraties hebben geleid tot enkele interessante besluiten. In Ziekenhuis Walcheren/Oosterscheldeziekenhuizen heeft de NMa voor het eerst een concentratie goedgekeurd op grond van een efficiëntieverweer. De NMa maakt hiervoor een uitvoerige beoordeling van de te verwachten efficiëntieverbeteringen. De fusie wordt uiteindelijk goedgekeurd met zware ondersteuning door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en een pakket gedragsremedies. In AMC/VZA wordt een analyse gemaakt van de verticale effecten van de overname van een ambulancedienst door een ziekenhuis. De NMa beoordeelt of het ziekenhuis zijn positie zou kunnen versterken door de toestroom van patiënten te beïnvloeden. Daarnaast heeft de NMa voor het eerst een boete opgelegd voor het verstrekken van onjuiste en onvolledige informatie bij een melding.


Mr. M.A. De Jong
Mr. M.A. de Jong is advocaat bij Allen & Overy in Amsterdam.

Mr. L. Haasbeek
Mr. L. Haasbeek is advocaat bij Allen & Overy in Amsterdam.
Praktijk

Kroniek Nederlands mededingingsrecht 2009

Regelgeving, mededingingsafspraken, machtsposities en procedurele aangelegenheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek mededingingsrecht, mededingingsrechtelijke beroepprocedures, concentratietoezicht
Auteurs Mr. C.T. Dekker en Mr. A.B.B. Gelderman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het jaar 2009 kan de mededingingsrechtelijke boeken in als een jaar waarin de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) op vele fronten actief was.1x Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd. Zo werden boetes opgelegd in de schildersbranche en aan distributeurs van zwembadchloor en deed de NMa onder meer onderzoeken in de bouw-, meel- en groente- en fruitsector. Ten opzichte van 2008 verdubbelde het aantal zaken waarin een boete werd opgelegd van zes naar twaalf. Vier van deze zaken hadden betrekking op procedurele boetes (niet meewerken, onjuiste gegevens verstrekken in het kader van een concentratiemelding). Boetes voor overtredingen van de materiële voorschriften hadden alleen betrekking op bid-rigging in de schildersbranche en het zwembadchloorkartel. Het totale bedrag aan boetes halveerde van 9 tot 4,5 miljoen. Dat totaal wordt dan vooral bepaald door de 3,1 miljoen euro voor het zwembadchloorkartel.

Noten

  • 1 Gemakshalve worden de Raad van Bestuur van de NMa en de NMa als organisatie in deze kroniek vereenzelvigd.


Mr. C.T. Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle en is daarnaast hoofddocent aan de postdoctorale specialisatieopleiding Europees en Nederlands Mededingingsrecht van de Grotius Academie.

Mr. A.B.B. Gelderman
Mr. A.B.B. Gelderman is advocaat bij Nysingh advocaten en notarissen N.V. te Zwolle.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2009

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht, kroniek 2009, civiele rechtspraak mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.K.S Mollen
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan in voorgaande jaren bespreekt deze kroniek uitsluitend de door Nederlandse civiele rechters gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam.1x Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd. De rechterlijke toetsing van de besluiten van de NMa blijft hier buiten beschouwing. In 2009 deed zich een aantal interessante ontwikkelingen voor. Zo is de NMa voor het eerst als amicus curiae opgetreden in een civiele (kort geding) procedure en hakte de Hoge Raad de knoop door wat betreft het openbare orde-karakter van het Nederlandse kartelverbod.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
  • 1 Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd.


Mr. E.K.S Mollen
Mr. E.K.S. Mollen is senior jurist bij de Juridische Dienst van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Artikel

World Online en de zorgen van een lead manager

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden prospectusaansprakelijkheid, collectieve actie, misleiding, zorgplicht
Auteurs Mr. B.W.G. van der Velden
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 27 november 2009 onomwonden bevestigd dat World Online en de joint lead managers ABN AMRO en Goldman Sachs onrechtmatig hebben gehandeld jegens beleggers die rondom de beursintroductie in World Online hebben geïnvesteerd. Duidelijk wordt dat de Hoge Raad deze zaak heeft aangegrepen om een paar heldere, maar ook verstrekkende lijnen uit te zetten over het karakter van collectieve acties, prospectusaansprakelijkheid en de zorgplicht rondom de beursgang. De Hoge Raad predikt een abstracte toets.


Mr. B.W.G. van der Velden
Mr. B.W.G. van der Velden is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Melden van concentraties – op wie rust de meldplicht?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2010
Trefwoorden meldplicht, concentratie, concentratiecontrole, NMa, Europese Commissie
Auteurs Mr. E.E.J. Hessels
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van boetes van de NMa en de Europese Commissie voor het niet melden van een concentratie bespreekt de auteur in deze bijdrage de meldplicht van concentraties en op wie deze meldplicht rust.


Mr. E.E.J. Hessels
Mr. E.E.J. Hessels is advocaat bij Clifford Chance.
Jurisprudentie

Staatssteun voor onbetaald O&O&I-werk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Kaderregeling O&O&I-steun, O&O&I-steunregeling, fictieve kosten
Auteurs Mr. T. Bruyninckx
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kaderregeling O&O&I-steun voorziet in punt 5.1.4 in een reeks van kosten die in aanmerking komen voor het kwalificeren als geoorloofde staatssteun. Uit een eerste lezing van voornoemd punt blijkt dat enkel daadwerkelijk gemaakte kosten hiervoor in aanmerking komen. In het kader van een staatssteunonderzoek van een O&O&I-steunregeling zag de Toezichthoudende Autoriteit zich evenwel geconfronteerd met de vraag of ook fictieve kosten als gevolg van onbetaald O&O&I-werk voor steunverlening in aanmerking komen onder voornoemde kaderregeling.


Mr. T. Bruyninckx
Mr. T. Bruyninckx is advocaat te Brussel bij Altius.
Artikel

Het toerekeningsleerstuk: de balans opgemaakt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden AKZO Nobel, ELF Acquitaine, Arkema, toerekening aan moederondernemingen, toerekeningsleerstuk
Auteurs Mr. I.W. VerLoren van Themaat en Mr. M.C. van Heezik
SamenvattingAuteursinformatie

    De recente arresten Akzo Nobel, Elf Acquitaine en Arkema nodigen uit de balans op te maken van het toerekeningsleerstuk. Twee vragen staan daarbij centraal: de aansprakelijkheid van moederondernemingen voor de gedragingen van hun dochters en de toerekening in gevallen van juridische of economische opvolging van de inbreukmakende ondernemingen.


Mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is partner en advocaat bij Houthoff Buruma in Amsterdam en tevens redactielid van NtER.

Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. van Heezik is advocaat bij Houthoff Buruma in Amsterdam.
Jurisprudentie

Het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de richtlijn collectief ontslag

Hof van Justitie EG 10 september 2009, C-44/08, JAR 2009/252 en RAR 2009/157 (Akavan Erityisaloyen Keskusliitto AEK ry e.a./Fujitsu Siemens Computers Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tijdige raadpleging van werknemersvertegenwoordigers bij collectief ontslag, toerekening van besluitvorming, Wet melding collectief ontslag, welke ontslagen tellen mee voor de ondergrens van twintig ontslaggevallen
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Akavan-arrest geeft het Hof van Justitie EG een richtsnoer voor het bepalen van het moment van de raadpleging van werknemersvertegenwoordigers op grond van de Richtlijn Collectief Ontslag (98/59/EG). Deze richtlijn spreekt over het overwegen tot collectief ontslag over te gaan en over tijdige raadpleging. Dat zijn zeker binnen concernverband begrippen die door jurisprudentie nader moeten worden ingekleurd. Het Europese Hof vindt in dit arrest een werkbare oplossing. Het Hof maakt onderscheid tussen de fase waarin nog geen besluit is genomen (dan is raadpleging te vroeg), het moment waarop een strategisch of commercieel besluit is genomen dat de werkgever ertoe dwingt een collectief ontslag te overwegen (het moment waarop de raadpleging moet starten) en het moment waarop een besluit is genomen dat tot een collectief ontslag noodzaakt (dan is raadpleging te laat). De annotatie gaat op een en ander nader in.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht RU, tevens advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

De zaak Juuri: over ontslag en de wil van sociale partners

HvJ EG 27 november 2008, JAR 2009/20 (Mirja Juuri /Fazer Amica Oy)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden overgang van onderneming, bescherming bij achteruitgang door overgang, einde cao op datum van overgang
Auteurs Mr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een werknemer kan er door de overgang van onderneming aanmerkelijk op achteruitgaan. Wordt de arbeidsovereenkomst dientengevolge verbroken, dan komt een dergelijk ontslag voor rekening van de werkgever, aldus artikel 4 lid 2 van Richtlijn 2001/23 (overgang van ondernemingen). In het arrest Juuri zet het Hof van Justitie van de EG uiteen wat de reikwijdte van deze bepaling is. Voorts beoordeelt het Hof de geldigheid van een afspraak tussen sociale partners, erop neerkomende dat de cao op de datum van overgang afloopt.


Mr. R.M. Beltzer
Mr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Artikel

De werkgever en het kelderluik

Over toepassing van de Kelderluik-criteria bij artikel 7:162 en artikel 7:658 BW

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden gezichtspunten, Kelderluik-factoren, Bayar/Wijnen, werkgeversaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, context
Auteurs Mr. J.P. Quist
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Kelderluik-arrest uit 1965 heeft de Hoge Raad een viertal gezichtspunten geformuleerd die van belang (kunnen) zijn bij de beantwoording van de vraag of sprake is van onrechtmatige gevaarzetting. Veertig jaar later, in het arrest Bayar/Wijnen, heeft de Hoge Raad deze factoren herhaald en daaraan een gezichtspunt toegevoegd in een geval waarin het ging om een werknemer die bij het werken met een gevaarlijke machine letsel had opgelopen. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop invulling aan de verschillende gezichtspunten (en enkele andere relevante omstandigheden) wordt gegeven. De toepassing van de gezichtspunten bij op artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW gebaseerde vorderingen lijkt veel op elkaar. Een opvallend verschil is echter dat het enkele feit dat het bij artikel 7:658 BW om aansprakelijkheid van de werkgever gaat, van groot belang is voor de strengheid waarmee toepassing aan de Kelderluik-factoren en andere (mogelijk) relevante omstandigheden wordt gegeven. Daar waar de Kelderluik-factoren bij artikel 6:162 BW (in beginsel) een neutraal karakter hebben, wijzen zij bij artikel 7:658 BW veel meer in de richting van een bevestigende beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. De context waarbinnen een bepaalde schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, is dan ook van grote invloed op de wijze waarop de verschillende factoren worden ingekleurd. In deze bijdrage komen ook andere overeenkomsten en verschillen tussen toepassing van artikel 6:162 BW en artikel 7:658 BW aan bod.


Mr. J.P. Quist
Mr. J.P. Quist is verbonden aan de sectie Arbeidsrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens advocaat bij Adriaanse van der Weel Advocaten te Middelburg (www.avdw.nl).
Artikel

Navigeren door artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening: mogelijkheden tot sturing van toepasselijk arbeidsrecht

Een analyse vanuit de vraag naar de betekenis voor het internationaal arbeidsrecht van de zaak Intercontainer Interfrigo (C-133/08)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, internationaal privaatrecht, EVO-Verdrag, ontsnappingsclausule, Rome I-Verordening, vrij verkeer van diensten, toepasselijk recht, ontsnappingsclausule, vrij verkeer van diensten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de gestrengheid waarmee de in artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag opgenomen ontsnappingsclausule moet worden toegepast. Het betreft de eerste uitspraak van het Hof waarin een artikel van het EVO-Verdrag wordt uitgelegd. De ontsnappingsclausule van artikel 4 lid 5 EVO-Verdrag is analoog geformuleerd aan de ontsnappingsclausule zoals opgenomen in artikel 6 lid 2 in fine EVO-Verdrag, evenals in artikel 8 lid 4 van de recent in werking getreden Rome I-Verordening – artikelen waarin regels inzake toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen. De analogie in formulering tussen de onderscheiden ontsnappingsclausules noodt tot analyse van de betekenis van de uitspraak voor de uitlegging van regels inzake internationaal arbeidsrecht. Vanuit deze invalshoek – van de vraag naar de betekenis van de zaak Intercontainer voor het internationaal arbeidsrecht – wordt in deze bijdrage geanalyseerd hoe artikel 6 EVO-Verdrag c.q. artikel 8 Rome I-Verordening moet c.q. kan worden toegepast.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is professor vergelijkend en Europees internationaal privaatrecht aan de Universiteit Antwerpen en universitair hoofddocent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Discussie

Contracteren met Russische partijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Rusland, Russisch overeenkomstenrecht, Russisch BW
Auteurs Dr. W.A. Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de groei in de handelsbetrekkingen met Rusland en de daaruit voortvloeiende toename van het aantal koop- en investeringscontracten is het voor juridische dienstverleners ongetwijfeld nuttig enige kennis te hebben van het Russische overeenkomstenrecht. In deze bijdrage wordt men geïnformeerd over de basisbeginselen daarvan. Deze wijken evenwel niet fundamenteel af van wat algemeen gebruikelijk is.


Dr. W.A. Timmermans
Dr. W.A. Timmermans is advocaat te Leiden en gespecialiseerd in internationaal ondernemingsrecht; bovendien is hij universitair docent Russisch recht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

GlaxoSmithKline/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden beperking van parallelhandel in geneesmiddelen, ontheffing, restrictie met mededingingsbeperkende strekking, bewijslast
Auteurs A.E. Beumer LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 oktober 2009 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘Hof’) arrest gewezen in de langlopende strijd tussen farmaceutische producenten die de parallelhandel in geneesmiddelen beperken en de Europese Commissie (‘Commissie’). In dit arrest bevestigt het Hof dat het systeem van dubbele prijsstelling voor geneesmiddelen van GlaxoSmithKline Services Unlimited (‘GSK’) in strijd is met artikel 81 EG-Verdrag (nieuw: artikel 101 VWEU). Het Hof volgt echter niet de vaststelling van het Gerecht dat de dubbele prijsstelling van GSK geen mededingingsbeperkende strekking heeft. Volgens het Hof heeft in principe elke overeenkomst die de parallelhandel beperkt een mededingingsbeperkende strekking. Hetzelfde geldt voor een overeenkomst die de parallelhandel van geneesmiddelen beperkt. Verder onderschrijft het Hof de conclusie van het Gerecht dat de Commissie onvoldoende aandacht heeft besteed aan de mogelijke efficiëntiewinsten bij haar beoordeling van een mogelijke ontheffing op grond van artikel 81 lid 3 EG-Verdrag.


A.E. Beumer LLM
A.E. Beumer LLM is werkzaam bij het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.
Artikel

Aanmerkelijke marktmacht en (economische) machtspositie in de communicatiesector: eeneiige tweeling of mismatch?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden machtspositie, aanmerkelijke marktmacht, Kaderrichtlijn
Auteurs Mr. drs. P. Kuipers en mr. J. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een vergelijking tussen de toepassing van het begrip machtspositie in het mededingingsrecht en het begrip aanmerkelijke marktmacht in het sectorspecifieke mededingingsrecht in de elektronische communicatiesector zou geen hogere wiskunde moeten zijn. Zeker niet sinds de introductie van het nieuwe Europese reguleringskader voor de elektronische communicatiesector in 2002, waarin deze begrippen – althans de definities daarvan – identiek zijn. Desondanks moeten we, ruim zeven jaar verder, constateren dat er een groot verschil bestaat tussen theorie en praktijk. Om die reden is het interessant om nader te onderzoeken waarom theorie en praktijk zo uiteen lopen, welke gevolgen dit heeft voor de toepassing van deze begrippen in het sectorspecifieke recht enerzijds en het reguliere mededingingsrecht anderzijds en of het reguliere mededingingsrecht een noodzakelijk vangnet is voor het sectorspecifieke mededingingsrecht.


Mr. drs. P. Kuipers
Mr. drs. P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP in Den Haag.

mr. J. Kohlen
Mr. J. Kohlen is advocaatbij Bird & Bird LLP in Den Haag.
Jurisprudentie

De Intel-beschikking

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden misbruik van machtspositie, getrouwheidskortingen, even efficiënte concurrent, efficiencies
Auteurs Mr. P.P.J. van Ginneken en mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    De Intel-beschikking van 13 mei 2009 is bekend geworden als de beschikking waarin de Commissie de hoogste boete ooit heeft opgelegd aan een onderneming voor een inbreuk op de Europese mededingingsregels (1,06 miljard euro). Een samenvatting van diezelfde dag gaf een korte omschrijving van de gedragingen waaraan Intel zich volgens de Commissie schuldig had gemaakt. Een voorlopige niet-vertrouwelijke versie van 512 bladzijden, gepubliceerd op 21 september 2009, geeft de (vrijwel) volledige tekst van de beschikking. Hieruit blijkt dat de beschikking een goede test case is voor het nieuwe beleid van de Commissie inzake uitsluitingsmisbruik.


Mr. P.P.J. van Ginneken
Mr. P.P.J. van Ginneken is advocaat bij Brinkhof.

mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is bedrijfsjurist en advocaat bij Philips International B.V.
Toont 141 - 160 van 205 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.