Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 342 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Recht der Werkelijkheid x

Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema's in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden.

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies.

Kim van der Kraats
Kim van der Kraats is kantonrechter bij de afdeling civiel recht van de Rechtbank Midden-Nederland.

Rob Schwitters
Rob Schwitters is Universitair Hoofddocent Rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Tevens is hij verbonden aan het Paul Scholten Centre. Hij publiceerde recentelijk vooral over kwesties van civiele aansprakelijkheid en de symbolische dimensie van het recht.
Boekbespreking

Voogdijschap of slavernij?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Nadia Sonneveld

Nadia Sonneveld
Artikel

Loyaliteit binnen de rechterlijke macht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, loyalty, judges, new public management, socialisation
Auteurs Nina Holvast en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    Judges in the Netherlands have recently expressed their concerns in the media over the organization of the judiciary and the pressure to deliver output. At the same time, they consider themselves highly loyal to their work. In this article we explore this seeming contradiction by studying the developments in the selection, training and organisation of the judiciary and considering the consequences that these developments could have on the loyalty of judges. In doing so, a distinction is made between loyalty to the profession, to the organisation and to colleagues. We follow Hirschman's theory on Exit, Voice and Loyalty and determine that the act of judges expressing their concerns (instead of exiting the judiciary) is essentially a sign of their loyalty. However, we reason that this displays more loyalty to the profession than to the organisation. Due to changes in the selection and training of judges, more candidates who were formerly employed in other settings, e.g. in advocacy, will enter the profession. With their socialisation taking place in a more business-like setting, where values such as efficiency and productivity are significant, it is expected that they will be more willing to accept the new public management values which are criticized by the present generation of judges.


Nina Holvast
Nina Holvast is promovenda bij het Paul Scholten Centrum van de Universiteit van Amsterdam. Zij schrijft een rechtssociologisch proefschrift naar de rol van juridische ondersteuning in het rechterlijk besluitvormingsproces. Over dit onderwerp verschijnt binnenkort: ‘Considering the consequences of increased reliance on judicial assistants: a study on Dutch courts’ in International Journal of the Legal Profession.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij doceert de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek en het vak Recht en menselijk gedrag. Haar onderzoek richt zich onder meer op organisatorische kanten van rechterlijke besluitvorming en op toezicht en tuchtrecht binnen de advocatuur.
Artikel

Legitimatie van de rechterlijke bewijsbeslissing door het opnemen van alternatieve scenario's in de motivering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden legal proof in criminal law, judicial motivation, miscarriage of justice
Auteurs Mirnah Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there have been several miscarriages of justice in the Netherlands, which were widely reported in the media. They show that much can go wrong with legal proof in criminal cases and that judges sometimes give limited justification for their decisions. Insights from the so-called story-based approach to legal proof can potentially assist to improve and to critically assess judicial decisions in criminal cases, thereby helping to reduce the chance of mistakes. The story-based approach involves constructing and critically analyzing at least two stories about what (might have) happened in a case that explain the evidential data. These stories have to be compared to each other in order to decide which story is the most plausible. The judge has to include the different scenarios in his judgment and he must explain why the scenario he had chosen is the most plausible. In my paper I first discuss why it is important that judges justify their decision in a verdict. Then I explicate the story based approach. After that I explain how applying the story based approach in the motivation can be useful and help to reduce the chance of a miscarriage of justice.


Mirnah Scholten
Mirnah Scholten is promovenda bij de vakgroep rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek gaat over de motivering van de bewijsbeslissing van de rechter in strafzaken.

Tamar de Waal
Artikel

De rechter als regisseur

Een verkennend onderzoek naar de ervaringen van rechtzoekenden en rechters met de nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden administrative law, ADR, litigation, procedural fairness
Auteurs Yael Verkruisen en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reports on an explorative empirical research project on the experiences and opinions of litigants and judges with respect to a new way of handling court cases in administrative law, in which an early contact between parties is initiated and the judge tries to solve the conflict via mediation techniques. Fourteen case files have been analyzed, fourteen court sessions have been observed and thirteen litigants and five judges have been interviewed. Considering the limited scope and the explorative character of the project, it obviously can provide no general or final conclusions. Nonetheless, the research does provide a number of useful indications regarding how the respondents have experienced the new way of working. It also shows how theories on litigation and procedural fairness are implemented by judges in the daily routine of court hearings.


Yael Verkruisen
Yael Verkruisen is masterstudente aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij verrichtte in het kader van de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek een onderzoeksstage bij de Rechtbank Utrecht en deed daar onderzoek naar de ervaringen van rechtzoekenden en rechters met de nieuwe zaaksbehandeling in bestuursrechtzaken.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent en onderzoeker bij de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Zij doceert de minor Rechtswetenschappelijk onderzoek en het vak Recht en menselijk gedrag. Haar onderzoek richt zich onder meer op organisatorische kanten van rechterlijke besluitvorming en op toezicht en tuchtrecht binnen de advocatuur.
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De afstand tussen burger en rechter

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, punitivity gap, accessibility gap
Auteurs Marijke Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    The distance between the public and the judiciary takes two forms: a punitivity gap and an accessibility gap. This article discusses both types of gap and elaborates on the issue of whether the existence of these gaps influences confidence in the judiciary. From the literature, it appears that the public is generally of the opinion that courts sentence too leniently. However, experiments show that when citizens receive information on a specific case, they become less punitive. Information provision may also help to bridge an accessibility gap, as does actual citizen involvement in the administration of justice. The relation between the gaps discussed and confidence in the judiciary is not clear as yet. The article discusses methods generally used to assess confidence and suggests that confidence may be increased by a reduction of the two gaps.


Marijke Malsch
Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam, en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Haarlem en het Hof Den Bosch. Bij de Vrije Universiteit (VU) verzorgt zij het vak ‘Recht en Praktijk’. Enkele publicaties: ‘De aanvaarding en naleving van rechtsnormen door burgers: participatie, informatieverschaffing en bejegening’, in: P.T. de Beer & C.J.M. Schuyt (red.), Bijdragen aan waarden en normen, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 77-106. En: Democracy in the courts. Lay participation in European criminal justice systems, Aldershot: Ashgate 2009.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Vertrouwen en wantrouwen in de Belgische justitie en de rol van de krantenberichtgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Trust in justice system, Belgium, reporting of newspapers
Auteurs Stien Mercelis
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution it has been set out that trust in the Belgian justice system cannot be taken for granted. The article contains empirical research on the reporting of newspapers on the Belgian justice system and tries to uncover a possible causal relationship between reading certain newspapers and trust in the justice system. Although it turns out that quality newspapers report on the justice system in a more negative way, readers of popular papers have less trust in the justice system. A direct link between negative reporting and reduced trust was therefore not found. Socio-economic variables and the priming effect on punitive attitudes in popular newspapers are cited as possible explanations.


Stien Mercelis
Stien Mercelis is master in de Rechten en bachelor in de Criminologie. Momenteel is zij assistente Rechtssociologie aan de Universiteit Antwerpen. Zij schrijft een proefschrift over de interne en externe factoren van het vertrouwen in de Belgische justitie als openbare dienst.
Artikel

Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Transparency, information, factors influencing confidence in the judiciary
Auteurs Petra Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency of institutions like the judiciary is often assumed to increase confidence. However, a recent survey concerning opinions about the judiciary showed that in many cases one trusts the judiciary without having any special interest in the judiciary itself. It revealed that confidence in the judiciary depends on various factors like anomy, social trust, general institutional trust, personal experience and feelings about a fair chance in a hypothetical case for court. And transparency will not easily change these factors. Furthermore, providing information can both strengthen and weaken confidence due to the personal backgrounds of those receiving the information. Finally, this paper discusses whether strategic and positive information that is needed to increase confidence allows for drawing one’s own conclusions as transparency promises.


Petra Jonkers
Petra Jonkers is politicoloog en stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Zij promoveerde in 2003 in Nijmegen op een rechtssociologisch onderzoek naar de kwaliteit van wetgeving. Recente publicaties: ‘Inzicht in gedrag voorwaarde voor goede wetgeving’, Regelmaat 2013-28(1), p. 6-21; ‘Zet transparantie liever in voor bekritiseerbaarheid dan voor vertrouwen’, in: D. Broeders, C. Prins, H. Griffioen, P. Jonkers, M. Bokhorst & M. Sax (red.), Speelruimte voor transparantere rechtspraak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2013, p. 449-479.
Artikel

Geen woorden maar daden

De invloed van legitimiteit en vertrouwen op het nalevingsgedrag van verkeersovertreders

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden perceptions of legitimacy, Compliance, procedural justice
Auteurs Marc Hertogh, Bert Schudde en Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    For many years, most regulatory research focused on instrumental motivations for compliance, which emphasize the role of rewards and punishments related to (dis)obeying the law. However, more recent studies have also emphasized the potential role of normative motivations. Using survey data collected from a sample of 1,182 traffic offenders in the Netherlands, and building on the ‘procedural justice model’ which was first developed in Why People Obey the Law (Tyler 1990), this paper explores how perceptions of legitimacy shape regulatory compliance. The study makes three contributions to the literature. First, this study is one of the few studies in which the procedural justice model is tested in Continental Europe. Second, following recent critiques in the literature, the paper introduces three modifications to the original model. Third, and unlike most previous studies, this study is not entirely based on self-reporting by drivers, but includes actual evidence about their behavior as well. With regard to the self-reported level of compliance, our study largely confirms Tyler’s (1990) original findings. Yet with regard to the observed level of compliance, there are also important differences between both studies. These findings will be explained by shifting our focus of attention from Tyler’s ‘universalistic’ approach to ‘legitimacy-in-context’ (Beetham 1991).


Marc Hertogh
Marc Hertogh is hoogleraar Rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn de maatschappelijke effecten van wetgeving, de maatschappelijke beleving van recht en rechtsstaat, en de legitimiteit van het overheidsoptreden. Recente publicaties: Scheidende machten: de relatiecrisis tussen politiek en rechtspraak (Boom Juridische uitgevers 2012) en (met Heleen Weyers) Recht van onderop: antwoorden uit de rechtssociologie (Ars Aequi Libri 2011).

Bert Schudde
Bert Schudde studeerde sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als onderzoeker bij Pro Facto. Hij heeft brede onderzoekservaring in toegepast beleids- en evaluatieonderzoek, grootschalig surveyonderzoek en kwantitatieve analyse.

Heinrich Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto, bureau voor bestuurskundig en juridisch onderzoek, onderwijs en advies. Daarnaast is hij in Groningen bijzonder hoogleraar Toezicht. Hij is veelvuldig betrokken bij wetsevaluaties, waarover hij ook publiceert. Recente publicaties over toezicht zijn ‘Waar blijft het interbestuurlijk toezicht?’, in: Publicaties van de Staatsrechtkring nr. 16 (Wolf Legal Publishers 2012) en ‘Meten van de effecten van toezicht. Yes we can?’, Tijdschrift voor Toezicht 2012/2, p. 63-80. In 2013 schreef hij met Bert Marseille de handleiding Professioneel behandelen van bezwaarschriften voor BZK/Prettig contact met de overheid.
Artikel

Perspectieven van de buiten- en binnenwacht: de institutionele opgave van de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden internal and external reputation of the courts, value identity of the judiciary, governance of the judiciary
Auteurs Suzan Verberk, Paul Frissen, Paul ´t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    It is important for the Dutch judiciary to monitor how society, professional partners and litigants perceive the administration of justice. Different polls and studies provide this information. However, up until 2012 little was known about the way top-level (public and private) decision makers and opinion leaders view the functioning of the courts. This prompted the Council for the Judiciary to commission a study on the external reputation of the administration of justice. The results of this study show that there is neither reason for serious concern nor reason for complacency. Criticism was voiced with regard to the operational capacity of the courts, most notably the case processing time and the lack of technical innovation. Also, it was concluded that the judiciary should take a more proactive stance concerning external communication.A couple of months after the study on the external reputation of the courts was completed, some justices of the Court of Appeal Leeuwarden conceived the so-called ‘Manifest’. Among other things, they criticized the caseload, which in their view threatens the independence of judges. Approximately 700 judges supported the Manifest. So lack of internal support rather than lack of external support seemed to pose a problem for the judiciary. What should the judiciary’s course of action be? Whereas the reputation study points to increasing the operational capacity of the courts, the supporters of the Manifest warn that too strong a focus on output would endanger the quality of justice. These contradictory factors demand reflection on the value identity of the judiciary. In our view this requires the Council for the Judiciary to focus less on management and more on governance. For judges this requires that they, through the development of professional standards, define and refine their view on ‘good administration of justice’.


Suzan Verberk
Suzan Verberk is als wetenschappelijk adviseur verbonden aan de Raad voor de rechtspraak en aldaar verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma. Het onderzoeksprogramma staat ten dienste van de vorming en de uitvoering van de strategie van de Raad en beoogt bij te dragen aan vernieuwing van de rechtspraak. Voorheen was zij werkzaam in zowel de beleidsgeoriënteerde als de wetenschappelijke onderzoekspraktijk. Van haar hand verscheen in 2011 Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak (Sdu Uitgevers).

Paul Frissen
Paul Frissen is decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Recente publicaties van zijn hand: Van goede bedoelingen, de dingen die nooit voorbijgaan (Van Gennep 2012, tweede druk 2013) en De fatale staat. Over de politiek noodzakelijke verzoening met tragiek (Van Gennep 2013, derde druk 2013).

Paul ´t Hart
Paul ’t Hart is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Hij schrijft de laatste tien jaar veel over leiderschap in politiek, bestuur en publieke organisaties. Daarnaast verricht hij veel onderzoek naar politiek-bestuurlijk crisismanagement en politiek-ambtelijke verhoudingen. Actuele publicaties zijn Understanding Prime-Ministerial Performance: Comparative Perspectives (Oxford University Press 2013) en The Oxford Handbook of Political Leadership (Oxford University Press 2014).

Stijn Sieckelinck
Stijn Sieckelinck is als sociaal- en wijsgerig-pedagogisch onderzoeker en als docent verbonden aan de vakgroep Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. Van zijn hand zijn de onderzoeksrapportages Onbevoegd Gezag. Hoe burgers zelf de gezagscrisis aanpakken en Idealen op drift. Laatstgenoemd boek is een pedagogische kijk op radicalisering van jongeren, waarvan een internationale versie op dit moment wordt ontwikkeld in samenwerking met Deense en Britse onderzoekspartijen.

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.
Artikel

Voor en na Mabo. Rechtsontwikkeling in Australië

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Legal anthropology, legal culture, Australian indigenous people, Aboriginal law, High Court of Australia
Auteurs Agnes Schreiner
SamenvattingAuteursinformatie

    Important legal developments are often credited to court decisions. This contribution will firstly discuss the Australian High Court decision in the Mabo case as such. The legal implications of a decision are often emphasised, instead of the actual persons who started the case, as Dutch sociological research has shown. The article will secondly state that in the Mabo case the person Eddy Mabo and his Aboriginal companions were a lot more important. Not that one has to solely think of him and his clansmen as political activists who go to court to change the legal order. The analysis will show that Eddie Mabo c.s. represent a legal culture in its own right. That legal culture has a far much longer history than the two centuries of Anglo-Australian common law. Mabo came to the fore as someone who was entitled by Aboriginal law to bear witness of Aboriginal law. The fact that an Aboriginal actor as such is the pure actuality of law is hardly recognised by the Anglo-Australian legal culture.


Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is als universitair docent werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. Zij verzorgt onder meer het keuzevak Rechtsantropologie en het masterkeuzevak Anthropology of European Private Law. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Haar bijzondere belangstelling gaat uit naar recht & cultuur, recht & media, recht & ritueel, recht & semiotiek. Ze publiceerde onlangs eveneens over Australië: How Law Manifests Itself in Australian Aboriginal Art (2013).
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Toont 141 - 160 van 342 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.