Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 651 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Artikel

Amsterdamse prostituees en partyboten en de Dienstenrichtlijn: de zaken Trijber en Harmsen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, vrijheid van vestiging, diensten op het gebied van vervoer, schaarse vergunningen, taalvereiste
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken prejudiciële zaak heeft de Raad van State verschillende vragen over de interpretatie van de Dienstenrichtlijn voorgelegd, met name de vraag in hoeverre deze richtlijn van toepassing is op zuiver interne situaties. Het Hof van Justitie heeft op deze vraag geen antwoord gegeven; toch kan uit het arrest een bepaalde conclusie worden getrokken. De antwoorden op de overige vragen zijn van belang voor bestuursrechtelijke regelingen die vergunningsvereisten bevatten.
    HvJ 1 oktober 2015, gevoegde zaken C-340/14 en C-341/14, Trijber en Harmsen, ECLI:EU:C:2015:641


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie.
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Artikel

De uitbreidende betekenis van het collectief ontslag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden collectief ontslag, eenzijdige wijziging, opzegging door werknemer
Auteurs Dr. J. Doomen
SamenvattingAuteursinformatie

    De bescherming van werknemers bij collectief ontslag is sterk toegenomen. Richtlijn 98/59/EG is de opvolger van Richtlijnen 75/129/EEG en 92/56/EEG. De groep werknemers die wordt meegeteld om te kunnen spreken van een collectief ontslag is uitgebreid (door voor de berekening van het aantal ontslagen niet alleen de ontslagen in strikte zin mee te tellen) en de verplichtingen met betrekking tot de informatieverstrekking naar werknemersvertegenwoordigingen zijn toegenomen. In de onderhavige zaak (HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14) wordt de kwestie welke werknemers in de procedure moeten worden meegeteld nader gespecificeerd. Het Hof van Justitie draagt met deze uitspraak bij aan de ontwikkeling dat de regeling van het collectief ontslag op een steeds groter aantal werknemers betrekking heeft.
    HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14, Pujante Rivera, ECLI:EU:C:2015:743


Dr. J. Doomen
Dr. J. (Jasper) Doomen is als universitair docent Arbeidsrecht en Sociaal Beleid verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Gone fishing? Grenzen aan de toelaatbaarheid van ‘toevallig’ tijdens een inspectie verkregen bewijs in Deutsche Bahn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden rechten van de verdediging, Recht op onschendbaarheid van de woning, dawn raid, toevallig gevonden materialen, fishing expeditions
Auteurs Dr. B. van Bockel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Deutsche Bahn verduidelijkte het Hof van Justitie waar enkele grenzen liggen voor wat betreft de toelaatbaarheid van informatie die ‘toevallig’ door Commissieambtenaren wordt verkregen tijdens een inspectie. Het Hof van Justitie bepaalde eerder, in het arrest Dow Benelux, dat toevallig gevonden aanwijzingen van andere overtredingen dan die welke in de inspectiebeschikking zijn opgenomen, aanleiding mogen vormen voor verder onderzoek. In Deutsche Bahn werd geoordeeld dat de betrokken Commissieambtenaren echter niet gericht mogen zoeken naar informatie die niet ziet op de overtreding zoals omschreven in de inspectiebeschikking.
    HvJ 18 juni 2015, zaak C-583/13 P, Deutsche Bahn e.a./Commissie, ECLI:EU:C:2015:404


Dr. B. van Bockel
Dr. B. (Bas) van Bockel is als universitair docent Economisch Publiekrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar EU-mededingingsrecht verbonden aan Università Ca’ Foscari, Venetië. Met veel dank aan Marc Fierstra voor diens waardevolle commentaar.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie onder meer een voorstel ingediend voor een richtlijn voor online of anderszins op afstand gesloten overeenkomsten tot levering van zaken. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van de richtlijn, de conformiteit van op afstand gekochte zaken en de remedies bij non-conformiteit. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de invoering van nog een regeling voor het kooprecht wel werkbaar is voor de rechtspraktijk.
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA.
Artikel

Unitrading Revisited. Oncontroleerbaar bewijs tussen eerlijk proces en doeltreffendheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden doeltreffende rechtsbescherming, doeltreffendheid, procedurele autonomie, eerlijk proces, oncontroleerbaar bewijs
Auteurs Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2015 wees de Hoge Raad arrest in de zaak Unitrading. In lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in die zaak beoordeelt de Hoge Raad de toelaatbaarheid als bewijs van de voor partijen en rechter oncontroleerbare onderzoeksresultaten van een Amerikaans laboratorium niet in het licht van artikel 47 Handvest, maar op basis van het nationale bewijsrecht en het Unierechtelijke beginsel van doeltreffendheid. Deze beoordeling leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, omdat het gerechtshof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de bevindingen van het Amerikaans laboratorium betrouwbaar heeft geacht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van het Hof van Justitie in Unitrading en het arrest van de Hoge Raad, en wordt de problematiek van toelaatbaarheid van oncontroleerbaar bewijs in een breder kader geplaatst. Is dat een kwestie van doeltreffendheid van het Unierecht of toch van een eerlijk proces?
    HR 4 december 2015, 12/02876, AB 2016/112, m.nt. Y.E. Schuurmans, ECLI:NL:HR:2015:3467 (Unitrading Ltd./Staatssecretaris van Financiën).


Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. (Rob) Widdershoven is als hoogleraar Europees bestuursrecht verbonden aan het Centrum voor Regulering en Rechtshandhaving van EU-recht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Schrems/Facebook-arrest en de gevolgen voor internationale doorgifte

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, internationale doorgifte, Safe Harbour, artikel 8 Handvest, Privacy Shield
Auteurs Mr. O.L. van Daalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overdracht van persoonsgegevens naar de Verenigde Staten vond tot voor kort plaats op basis van de zogenoemde Safe Harbour-beschikking. Het Hof heeft die beschikking een paar maanden geleden ongeldig verklaard. Dit is een uitspraak met serieuze gevolgen voor de doorgifte van persoonsgegevens buiten Europa en voor privacybescherming in het algemeen. Wat is de redenering van het Hof van Justitie en wat zijn de gevolgen?
    HvJ 6 oktober 2015, zaak C-362/14, Facebook/Schrems, ECLI:EU:C:2015:650


Mr. O.L. van Daalen
Mr. O.L. (Ot) van Daalen is onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.

    Over de toepassing van het Europees recht op nationaal beleid ter regulering van gokactiviteiten wees het Hof van Justitie inmiddels een aanzienlijk aantal arresten waarin met name de vrijverkeerbepalingen tot op detailniveau worden uitgelegd aan nationale rechters. Het arrest Berlington Hungary lijkt het zoveelste arrest over dit onderwerp. Een indruk die wordt versterkt doordat de zaak zonder conclusie werd berecht. Het arrest bevat echter ook een noviteit doordat wordt geoordeeld dat slechts sprake kan zijn van een gerechtvaardigde beperking van het vrij verkeer van diensten als de nationale wetgever het Unierechtelijke vertrouwensbeginsel respecteert. De betekenis van deze voorwaarde staat in deze bijdrage centraal. 
    HvJ 11 juni 2015, zaak C-98/14, Berlington Hungary Tanáncsadό és Szolgáltatό kft e.a./Magyar Állam, ECLI:EU:C:2015:386


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NTER.
Artikel

Kroniek Europees burgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Europees burgerschap, EU-burgerschap, Vrij verkeer van personen, non-discriminatie, kroniek
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste ontwikkelingen in de Europese en nationale rechtspraak van de afgelopen jaren, met een focus op de afgelopen drie jaar, met betrekking tot het Europees burgerschap besproken.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is universitair docent Europees recht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het TTIP-verdrag: een Odyssee door onbekende wateren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden TTIP, externe betrekkingen, handelsverdrag, investeringen, ISDS
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt het juridische kader van het TTIP-verdrag te schetsen. Het artikel gaat eerst in op de rechtsbasis, de bevoegdheid, het onderhandelingsmandaat en de totstandkoming van TTIP. Vervolgens wordt op het ISDS-geschillenbeslechtingmechanisme van TTIP en de meeste recente voorstellen met betrekking tot de oprichting van een permanent investeringshof ingegaan. De stelling van de auteur is dat het TTIP-verdrag als gemengd akkoord afgesloten dient te worden en dat het voorgestelde permanente investeringshof – indien dat daadwerkelijk opgericht wordt – een significante breuk met het bestaande ISDS-systeem zou zijn.
    Voorstel Europese Commissie d.d. 12 november 2015 voor Investment Court systeem onder TTIP


Dr. jur. N. Lavranos, LLM
Dr. jur. N. (Nikos) Lavranos, LLM is hoofd juridische zaken van Global Investment Protection, AG, Zwitserland en secretaris-generaal van de European Federation for Investment Law and Arbitration (EFILA), Brussel. Tot zomer 2014 senior adviseur en hoofdonderhandelaar investeringsbeschermingsovereenkomsten, ministerie van Buitenlandse Zaken en daarvoor ministerie van Economische Zaken.
Artikel

Huawei/ZTE; het Hof van Justitie herstelt de balans bij handhaving van standaard-essentiële octrooien

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden standaardisering, standaard-essentieel octrooi, FRAND, licenties, intellectuele-eigendomsrechten
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 juli 2015 heeft het Hof van Justitie de prejudiciële vragen van een Duitse rechtbank beantwoord in de zaak Huawei/ZTE. In die zaak lag de vraag voor of de houder van een zogenoemd Standaard Essentieel Octrooi (SEO) misbruik maakt van een economische machtspositie wanneer hij zich in rechte verzet tegen gebruik van zijn octrooi door een derde die de betreffende standaard toepast zonder daarvoor een licentie van de octrooihouder te hebben verkregen. Het arrest is gewezen naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landgericht Düsseldorf waar de twee Chinese producenten van (mobiele) telecomapparatuur, Huawei en ZTE, een octrooigeschil uitvechten.
    HvJ 16 juli 2015, zaak C-170/13, Huawei Technologies Co. Ltd/ZTE Corp. en ZTE Deutschland GmbH, ECLI:EU:C:2015:477


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Timab Industries S.A.: eerste ‘hybride zaak’ doorstaat eerste rechterlijke toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Schikking, Verordening (EG) nr. 622/2008, hybride procedure, alternatieve handhaving
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. drs. M.W.J. Jongmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht heeft in het arrest Timab Industries en Compagnie Financière et de participations Roullier (Timab) voor het eerst uitspraak gedaan over het hybride karakter van de schikkingsprocedure op grond van Verordening (EG) nr. 622/2008. Het hybride karakter is gelegen in de omstandigheid dat alle karteldeelnemers behoudens Timab de zaak met de Commissie hebben geschikt. In de tweede plaats is het arrest van belang, omdat aan Timab een boete werd opgelegd die aanzienlijk hoger was dan de bovengrens van de bandbreedte van boetes die haar door de Commissie in de schikkingsprocedure was voorgehouden. In dit artikel worden de overwegingen van het Gerecht met betrekking tot deze onderwerpen besproken en van kort commentaar voorzien.
    Gerecht 20 mei 2015, zaak T-456/10, Timab Industries, ECLI:EU:T:2015:296 (hogere voorziening verzocht: C-411/15P)


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. (Silvia) Vinken is advocaat bij BANNING N.V.

Mr. drs. M.W.J. Jongmans
Mr. drs. M.W.J. (Martijn) Jongmans is advocaat bij BANNING N.V.
Artikel

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.


Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Inburgeringseisen en het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden inburgeringsvoorwaarden, bestuurlijke boete, effectieve werking, Richtlijn langdurig ingezetenen, Richtlijn gezinshereniging
Auteurs Mr. A. Woltjer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een tweetal arresten heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de in Nederland gehanteerde inburgeringseis verenigbaar is met het Unierecht, met name de Richtlijn langdurig ingezeten derdelanders en de Richtlijn gezinshereniging.
    HvJ 4 juni 2015, zaak C-579/13, P en S, ECLI:EU:C:2015:369
    HvJ 9 juli 2015, zaak C-153/14, K en A, ECLI:EU:C:2015:453


Mr. A. Woltjer
Mr. A. (Aleidus) Woltjer is werkzaam als wetgevingsjurist bij de directie advisering van de Raad van State.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Artikel

De prijs voor transparantie en publicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Toegang tot documenten, Verordening (EG) nr. 1049/2001, publicatie van processtukken online, proceskostenveroordeling, misbruik van recht
Auteurs Mr. O.W. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Toegang tot processtukken met standpunten die de Europese instellingen en Lidstaten innemen in procedures bij de EU-rechter ondervindt toenemende belangstelling.
    Dit is de tweede zaak waarin de grenzen worden verkend van toegang tot processtukken via de Eurowob.
    Breyer is deels succesvol in zijn verzoek tot toegang maar wordt in de proceskostenveroordeling gestraft voor het plaatsen van kritische kanttekeningen en processtukken van zijn Eurowobzaak op zijn website. De vraag is of dit rechtens juist is. De Commissie heeft hogere voorziening ingesteld tegen het hier besproken arrest.
    Gerecht 27 februari 2015, zaak T-188/12, Patrick Breyer (gesteund door interveniënten Republiek Finland, Koninkrijk Zweden)/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:124. Hogere voorziening verzocht in C-213/15 P.


Mr. O.W. Brouwer
Mr. O.W. (Onno) Brouwer is als advocaat verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam en Brussel.
Artikel

Handhaving van Europees Milieurecht: resultaatsverplichtingen op het terrein van lucht en water

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden milieu, kaderrichtlijnen, programmatische aanpak, resultaatsverplichting, lucht- en waterkwaliteitseisen
Auteurs Mr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In de besproken prejudiciële procedures is het Hof van Justitie verzocht uitspraak te doen over de aard van de in de milieukaderrichtlijnen opgenomen programmatische verplichtingen. In beide arresten heeft het Hof van Justitie de doelstellingen van deze richtlijnen centraal gesteld, hetgeen een einde heeft gemaakt aan de discussie of het in deze richtlijnen wel gaat om resultaatsverplichtingen. De rechtspraak heeft gevolgen voor het Nederlandse beleid dat de programmatische aanpak centraal stelt. Geconcludeerd wordt dat per sector en per richtlijn bekeken moet worden of dit verenigbaar is met het Europese recht. Een generalistische verbreding en uniforme toepassing van de programmatische aanpak staat hiermee op gespannen voet.
    HvJ 1 juli 2015, zaak C-461/13, Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland eV/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:433.
    HvJ 19 november 2014, zaak C-404/13, The Queen, op verzoek van ClientEarth/The Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs, ECLI:EU:C:2014:2382 (ClientEarth).


Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. (Floor) Fleurke is universitair docent Europees milieurecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vierde Witwasrichtlijn aangenomen; wat wijzigt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Integriteit van financiële stelsel, Witwassen, Terrorismefinanciering, UBO-register, Centraal aandeelhoudersregister
Auteurs Mr. dr. B. Snijder-Kuipers en Mr. T.A. Tilleman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de Vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: Vierde Witwasrichtlijn) aangenomen. Uiterlijk juni 2017 dienen de lidstaten de bepalingen van de Vierde Witwasrichtlijn in nationale wetgeving te implementeren. Dat zal in Nederland tot aanpassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme leiden. Elke rechtspersoon is verplicht de ultimate beneficial owner, de uiteindelijk belanghebbende (UBO), in een nationaal register te registreren. In deze bijdrage worden de belangrijkste wijzigingen voor u op een rijtje gezet. Afgesloten wordt met enkele suggesties voor de wetgever en andere betrokkenen.
    Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70EG van de Commissie, PbEU 2015, L 141/73 (Vierde Witwasrichtlijn).


Mr. dr. B. Snijder-Kuipers
Mr. dr. B. (Birgit) Snijder-Kuipers is kandidaat-notaris te Amsterdam, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ook is zij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. T.A. Tilleman
Mr. T.A. (André) Tilleman LL.M. is werkzaam bij het Bureau Financieel Toezicht en freelance docent/auteur. Ook is hij lid van de werkgroep WWFT van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en BFT. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Toont 141 - 160 van 651 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.