Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 335 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Artikel

De Anti-Piraterij Verordening: grenzen aan de maatregelen bij de grens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden intellectuele Eigendom, anti-Piraterij Verordening, ontwikkelingen, recent arrest, commissievoorstel
Auteurs Mr. M.W. Wiegerinck
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van het recente arrest van het Hof van Justitie1x HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>. met betrekking tot de vervaardigingsfictie in de Anti-Piraterij Verordening en het voorstel van de Commissie voor een gewijzigde Anti-Piraterij Verordening.2x Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck
    Met dit arrest komt een einde aan het gebruik van dit slagvaardige instrument in de strijd tegen namaak transitogoederen. Bezien wordt wat de laatste stand van zaken is en of het voorstel een alternatief biedt.

Noten

  • 1 HvJ EU 1 december 2011, gevoegde zaken C-446/09, Koninklijke Philips Electronics N.V./Lucheng Meijing Industrial Company c.s. en C-495/09 Nokia Corporations/Her Majesty’s Commissioners of Revenue and Customs, <B9 10487>. Hierna: ‘arrest in de gevoegde zaken Philips en Nokia’,<B9 10487>.

  • 2 Europese Commissie, Brussel 24 mei 2011, Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, COM (2011) 285 definitief.
    * Mr. M.W. Wiegerinck


Mr. M.W. Wiegerinck
Mr. M.W. Wiegerinck is advocaat te Amsterdam bij Arnold + Siedsma.
Artikel

Brüstle: embryonale fout met grote gevolgen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden menselijke embryo’s, octrooieerbaarheid, richtlijn 98/44/EG, artikel 6 lid 2 onder c, menselijke waardigheid
Auteurs Prof. mr. H. Somsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijn 98/44/EG verplicht lidstaten biotechnologische uitvindingen door middel van het octrooirecht te beschermen. De octrooieerbaarheid van dergelijke uitvindingen is echter controversieel. Allereerst zijn de traditionele vereisten voor het verkrijgen van een octrooi (nieuw, inventieve stap, industrieel toepasbaar) slechts moeizaam verenigbaar met biologisch materiaal dat doorgaans in de natuur al voorhanden is. Daarnaast bestaan ethische en morele bezwaren tegen zowel het idee als zodanig dat (menselijke) levende materie het onderwerp zou kunnen zijn van eigendomsrechten, als tegen de gevolgen van dergelijke octrooien. Tot die laatste categorie behoort ook het gebruik en dus vernietiging van menselijke embryo’s voor industriële doeleinden.Om tegemoet te komen aan dergelijke bezwaren bepaalt de richtlijn in artikel 6 lid 1 dat uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. Lid 2 maakt onder (c) duidelijk dat hieronder in ieder geval het gebruik van menselijke embryo’s voor industriële of commerciële doeleinden moet worden verstaan.In zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, heeft het Hof van Justitie zich moeten uitlaten over de betekenis van het begrip ‘menselijk embryo’. Het antwoord op die vraag bepaalt de reikwijdte van de ethische uitzondering van artikel 6 lid 2 onder c, en daarmee wellicht de verdere ontwikkeling van stamceltherapie, waarbij door middel van het gebruik van embryo’s geneesmethodes worden ontwikkeld voor neurologische aandoeningen zoals de ziekte van Parkinson.


Prof. mr. H. Somsen
Prof. mr. H. Somsen is hoogleraar Europees Recht aan de Tilburg Law School.
Artikel

Nadere vormgeving van de bescherming van Richtlijn 1999/44/EG

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, non-conformiteit, vervangingskosten, consumentenkoop
Auteurs Dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een non-conforme zaak door de verkoper wordt vervangen, zijn er naast de kosten van de vervangende zaak extra kostenposten, zoals verwijderingskosten van de non-conforme zaak en installatiekosten van de nieuwe zaak. In deze uitspraak bepaalt het Hof van Justitie dat de verkoper die kosten dient te dragen, ook als de tekortkoming niet toerekenbaar is. Uit de uitspraak volgt verder dat artikel 7:21 lid 5 BW in strijd lijkt te zijn met Richtlijn 1999/44/EC (Richtlijn consumentenkoop).


Dr. M.Y. Schaub
Dr. M.Y. Schaub is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Arrest Aalberts

Vernietiging boetes in het koperfittingenkartel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden enkele, complexe en voortdurende inbreuk, Aalberts, onschuldpresumptie, 10 procent-plafond, toerekening
Auteurs Mr. A.M. Huijts
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Aalberts-arrest van het Gerecht betreft een beroep van Aalberts Industries en haar dochtervennootschappen Simplex en Aquatis tegen de beschikking van de Europese Commissie van 20 september 2006 waarin de Commissie aan dertig vennootschappen binnen elf concerns een totale boete van 314,7 miljoen euro oplegde voor deelname aan het koperfittingenkartel in de periode van 1988 tot 2001 en voor sommige ondernemingen zelfs tot 2004.1x Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63. Aalberts komt succesvol op tegen de constatering van de Commissie dat haar dochters Simplex en Aquatis na de inspecties van de Commissie in maart 2001 de inbreuk zouden hebben voortgezet. Aangezien Aalberts de dochtervennootschappen pas in augustus 2002 heeft overgenomen en een vrijwaring heeft bedongen van de verkoper voor boetes van vóór de overname, betekent dit arrest dat Aalberts in deze kartelzaak geen boete verschuldigd is.

Noten

  • 1 Beschikking van de Commissie van 20 september 2006, zaak COMP/38.121, Fittingen, Pb. EU 2007, L 283/63.


Mr. A.M. Huijts
Mr. A.M. Huijts is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel.
Artikel

Richtlijn consumentenrechten in eindfase

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrecht, op afstand gesloten overeenkomsten, buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten, informatieverplichtingen, herroepingsrecht
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    In NTER 2011/5 berichtten wij over de behandeling van het voorstel voor een Richtlijn betreffende consumentenrechten (COM(2008) 614 def)1x Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def, online verkrijgbaar op <www.ec.europa.eu/consumers/rights/docs/COMM_PDF_COM_2008_0614_F_NL_PROPOSITION_DE_DIRECTIVE.pdf> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). door het Europees Parlement en de Raad van Ministers.2x M.B.M. Loos en J.A. Luzak, ‘Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement’, NTER 2011/5, p. 168-177. Aanmerkelijk sneller dan verwacht is het richtlijnvoorstel in de eindfase beland: het Europees Parlement heeft op 23 juni 2011 een sterk gewijzigde tekst in eerste lezing aanvaard.3x Zie het persbericht van de Europese Commissie van die dag, < www.europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/11/450&format=HTML&aged=0&language=NL&guiLanguage=nl> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). De door het Europees Parlement aanvaarde tekst kan worden gedownload via <www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0293+0+DOC+XML+V0//NL&language=NL#BKMD-20> (laatstelijk gecontroleerd op 13 juli 2011). Het is de verwachting dat de tekst in september in verder ongewijzigde vorm zal worden aanvaard door de Raad. In deze bijdrage gaan wij kort in op enkele hoofdpunten uit de definitieve tekst van de richtlijn.

Noten


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek ontwikkelingen Europees aanbestedingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden aanbesteding, concessie, rechtsbescherming, defensie, kroniek
Auteurs Mr. A. van der Linden en Mr. M.J.J.M. Essers
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de ontwikkelingen in het Europese aanbestedingsrecht belicht die zich hebben voor gedaan in de periode 1 juli 2010 tot 1 juni 2011. De kroniek sluit aan op de vorige kroniek die in november 2010 in NTER is gepubliceerd. Allereerst wordt de jurisprudentie van het Hof van Justitie besproken. Het betreft arresten over de werkingsfeer, de toepassing van de fundamentele beginselen van aanbestedingsrecht, de uitvoering van aanbestedingsprocedures en de rechtsbescherming. Vervolgens komen activiteiten van de Europese Commissie inzake beleidsvorming en wetgeving aan bod. De kroniek sluit af met enkele voorbeelden van handhaving van het aanbestedingsrecht door de Commissie, meer specifiek ten aanzien van de Nederlandse aanbestedingspraktijk.


Mr. A. van der Linden
Mr. A. van der Linden is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. Essers is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Nintendo-sage ten einde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden bewijs, verticale overeenkomsten, artikel 101 VWEU, nintendo
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het arrest van het Hof van Justitie van 10 februari 2011 is een einde gekomen aan de Nintendo-sage, die in 1995 begon. Het arrest is van belang voor de beoordeling van correspondentie tussen leveranciers en hun distributeurs en, meer in het bijzonder, de vaststelling van wilsovereenstemming in verticale verhoudingen bij gebreke van rechtstreeks schriftelijk bewijs. Daarnaast vormt de zaak ook een interessante illustratie van de wijze waarop het Gerecht van Eerste Aanleg de beoordeling van de bevindingen van de Commissie toetst, alsmede de wijze waarop het Hof van Justitie het arrest van het Gerecht toetst. In deze bijdrage, die een signalerend karakter heeft, zullen de uitspraken van Gerecht en Hof van Justitie worden bezien; vervolgens wordt kort aandacht besteed aan enkele van deze punten.
    HvJ EU 10 februari 2011, zaak C-260/09 P, Activision Blizzard Germany GmbH (voorheen CD-Contact Data GmbH)/ Commissie.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam aan de Universiteit van Tilburg (TILEC) als Ass. Professor.
Artikel

Ontwikkelingen betreffende het voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten: de positie van de Raad en het Europees Parlement

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden richtlijn consumentenrechten, consumentenbescherming, harmonisatie, op afstand gesloten overeenkomst, herroepingsrecht ontbindingsbevoegdheid
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos en Mr. J.A. Luzak
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het eind 2008 ingediende voorstel voor een Richtlijn consumentenrechten is veel kritiek gekomen omdat het ertoe zou leiden dat het niveau van consumentenbescherming in veel landen, waaronder Nederland, zou worden verlaagd. Zowel binnen de Raad van Ministers als in het Europees Parlement is de kritiek serieus genomen. De Raad en het Parlement hebben eerst echter andere keuzes gemaakt om het niveau van consumentenbescherming te verhogen. In deze bijdrage bespreken we de verschillende benaderingen en de daaruit voortvloeiende voorstellen.
    Voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn betreffende consumentenrechten, COM(2008) 614 def


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.A. Luzak
Mr. J.A. Luzak is werkzaam bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.

    Op 16 februari 2011 is de nieuwe Richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties vastgesteld (Richtlijn 2011/7/EU). Uit diverse onderzoeken was gebleken dat betalingsachterstanden nog steeds aan de orde van de dag zijn en dat Richtlijn 2000/35/EG daarin geen verandering heeft gebracht. Met de nieuwe richtlijn wordt getracht (1) schuldeisers middelen te geven waarmee ze hun rechten bij wanbetaling volledig en succesvol kunnen uitoefenen en (2) door middel van hoge rente debiteuren te prikkelen tijdig te betalen. Het is echter de vraag of deze wijzigingen ertoe zullen leiden dat betalingsachterstanden tot de verleden tijd gaan behoren.
    Richtlijn 2011/7/EU van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties (Pb. EU 2011, L 48/1)


Mr. A.C. Rozeman
Mr. A.C. Rozeman is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Rome III: geen geünificeerd Europees conflictenrecht op het terrein van de echtscheiding voor Nederland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden echtscheiding, conflictenrecht, verordening Rome III, unificatie, ‘nauwere samenwerking’
Auteurs Dr. A.E. Oderkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 december 2010 is Verordening Rome III vastgesteld. In deze verordening is het toepasselijk recht op de echtscheiding geregeld. De verordening is tot stand gekomen via de procedure tot nauwere samenwerking en zal voor veertien EU-landen in werking treden op 21 juni 2012. Nederland behoort niet tot de deelnemende landen en zal waarschijnlijk niet van de mogelijkheid gebruik maken zich aan te sluiten. Voor de Nederlandse rechter zal de verordening slechts in een zeer beperkt aantal gevallen relevant zijn. Dit ligt anders voor de Nederlandse advocaat met een internationale familierechtpraktijk.Verordening (EU) nr. 1259/2010 van de Raad van 20 december 2010 tot nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, Pb. EU 2010, L 343/10.


Dr. A.E. Oderkerk
Dr. A.E. Oderkerk is Universitair hoofddocent internationaal privaatrecht en rechtsvergelijking, Afdeling Privaatrecht, Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Het Hof van Justitie: Engelbewaarder van het transparantiebeginsel

Een bespreking van het arrest Engelmann (zaak C-64/08) en tien jaar transparantierechtspraak van het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden arrest Engelmann, zaak C-64/08, transparantiebeginsel, dienstenconcessies, dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H.M. Stergiou
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 september 2010 heeft het Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Landesgericht Linz over een Oostenrijkse kansspelconcessie, een belangrijk arrest gewezen over de toepasselijkheid van het transparantiebeginsel op nationale vergunningstelsels. Hiermee bevestigt het Hof de in het arrest Sporting Exchange ontwikkelde lijn dat overheden vergunningen en andere exclusieve rechten niet buiten enige vorm van mededinging kunnen opdragen, indien buitenlandse interesse bestaat in deze vergunningen of rechten.


Mr. H.M. Stergiou
Mr. H.M. Stergiou MA is PhD-fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Sociale zekerheid, vrij verkeer en Unieburgerschap: de rafelranden van het nieuwe zorgstelsel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden het nieuwe zorgstelsel, Zorgverzekeringswet, gepensioneerden, verordening 1408/71/EG, artikel 21 en 45 VWEU
Auteurs Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006 zijn ook Nederlandse pensioengerechtigden woonachtig in andere lidstaten verplicht aangesloten bij het Nederlandse systeem. Van Delft en een aantal anderen maakten hiertegen bezwaar. Ten aanzien van de Europese socialezekerheidsregels oordeelt het Hof van Justitie dat sprake is van een sluitend systeem van conflictregels dat een eigen keuze voor een bepaald regime door de rechthebbenden uitsluit. Aangezien in casu geen van hen in het buitenland gewerkt heeft zijn de bepalingen inzake het vrij verkeer van werknemers niet van toepassing. De nationale regeling mag echter ingezetenen en niet-ingezetenen niet verschillend behandelen. De verwijzende rechter dient te beoordelen of aan deze voorwaarde wordt voldaan.


Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter is verbonden aan het Tilburg Law en Economics Centre (TILEC) van Tilburg University en is daarnaast werkzaam bij de Zorgautoriteit (NZa).
Jurisprudentie

Pammer en Alpenhof: het richten van een website

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden consumentenovereenkomst, bevoegdheid rechter, website, internationale rechtsmacht, EEX-Verordening
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Pammer en Alpenhof van 7 december 2010 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de vraag wanneer een onderneming bij het gebruik maken van een website zijn activiteiten richt op één of meer bepaalde lidstaten in de zin van artikel 15 lid 1 sub c EEX-Verordening. In deze bepaling is de toepasselijkheid van artikel 16 EEX-Verordening geregeld dat bepaalt dat, ingeval van een geschil over een consumentenovereenkomst, de consument de leverancier mag dagvaarden in de lidstaat waarin hij zijn woonplaats heeft. Die regel geldt als de betrokken onderneming zijn commerciële activiteiten (mede) richt op die lidstaat en de gesloten overeenkomst onder die activiteiten valt. De vraag die in dit arrest centraal stond is aan welke criteria een internetsite moet voldoen opdat de activiteiten van de onderneming kunnen worden geacht te zijn ‘gericht op’ de lidstaat van de consument. Het arrest is ook van belang voor het bepalen van het toepasselijk recht ingevolge Rome I en mogelijk ook voor het vaststellen van jurisdictie ingeval van inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht via een website.HvJ EU 7 december 2010, gevoegde zaken C-585/08, Pammer en C-144/09, Alpenhof, (n.n.g.)


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma.
Jurisprudentie

Reactie op Pieter Kuipers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden advocaat in dienstbetrekking, legal privilege, Akzo-arrest, onafhankelijkheid
Auteurs Mr. R. Verkijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Reactie op artikel eenheid en verdeeldheid in Europa: EEX-Verordening versus CMR en het vrij verkeer van vonnissen in NtER 2011/01 p.13


Mr. R. Verkijk
Mr. R. Verkijk is advocaat bij Boels Zanders Advocaten te Venlo.
Artikel

Eenheid en verdeeldheid in Europa: EEX-Verordening versus CMR en het vrij verkeer van vonnissen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, litispendentie en samenhang, tenuitvoerlegging, samenloop bijzondere verdragen, CMR
Auteurs Mr. P.H.L.M. Kuypers
SamenvattingAuteursinformatie

    De EEX-Verordening laat regels in verdragen over bijzondere onderwerpen onverlet. Het CMR-Verdrag is een dergelijk verdrag voor vervoerovereenkomsten en beoogt onder meer de aansprakelijkheid van vervoerders uniform te regelen. In de praktijk oordelen de rechters in de EU verschillend over de aansprakelijkheid van een vervoerder. Daardoor ontstaat soms een race naar de rechter om de (afwezigheid van) aansprakelijkheid vast te stellen door de rechter die waarschijnlijk voor de vervoerder of ladingbelanghebbende een gunstige benadering heeft. Keerzijde van de race naar de rechter zijn vragen over litispendentie en samenhang (zie eerder het arrest van het Hof van Justitie Tatry) en vervolgens discussie over tenuitvoerlegging en de weigeringsgronden. In welke verhouding staan de EEX-Verordening en het CMR tot elkaar bij litispendentie en tenuitvoerlegging?


Mr. P.H.L.M. Kuypers
Mr. P.H.L.M. Kuypers is advocaat bij AKD te Brussel.
Artikel

Verbod van verkoop van contactlenzen via internet is in strijd met het EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden contactlenzen, Ker-Optica, Richtlijn elektronische handel
Auteurs Mr. drs. H.A.G. Temmink
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Ker-Optika betreft een Hongaarse regeling die de verkoop van contactlenzen uitsluitend voorbehoudt aan speciaalzaken voor medische hulpmiddelen en die dus de verkoop van contactlenzen via internet verbiedt. Het Hof van Justitie verklaart een dergelijke regeling onverenigbaar met de Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) en methet vrije verkeer van goederen (art. 34 en 36 VWEU).


Mr. drs. H.A.G. Temmink
Mr. drs. H.A.G. Temmink is werkzaam als plv. afdelingshoofd bij de Europese Commissie DG Interne Markt en Financiële Diensten, unit vrij verkeer van diensten en vestiging II.
Jurisprudentie

Het Pénzügyi-arrest: een beperkte onderzoeksplicht in het kader van de ambtshalve toetsing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden consumentenbescherming, ambtshalve toetsing, verstekzaak, forumkeuzebeding, oneerlijke bedingen
Auteurs Mr. R.H.C. Jongeneel
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Hof van Justitie rust op de nationale rechter in het kader van ambtshalve toetsing een onderzoeksplicht. Deze is echter beperkt tot de vraag of het Europeesrechtelijke consumentenbeschermende regime van toepassing is. Als dat zo is, zal de rechter op grond van het Pannon-arrest ambtshalve moeten toetsen. De vraag die daarbij vervolgens rijst, namelijk of ambtshalve onderzoek moet worden gedaan als niet ‘feitelijk en rechtens’ alle noodzakelijk omstandigheden bekend zijn die de rechter nodig heeft om te beslissen, wordt door het Hof van Justitie niet beantwoord.


Mr. R.H.C. Jongeneel
Mr. R.H.C. Jongeneel is vice-president in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Codificatie van het Nederlandse ipr of het vastleggen van een nationaal navigatiesysteem voor internationale vliegroutes

Invoering van Boek 10 BW manoeuvrerend langs en door de Europese aswolken heen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden internationaal privaatrecht, codificatie, Burgerlijk Wetboek, Rome II-Verordening, conflictenrecht
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proces van codificatie van het Nederlandse ipr nadert de eindfase: aan het Nederlandse Burgerlijk Wetboek wordt weldra een tiende boek, waarin ipr-regels zijn vervat, toegevoegd. De recente dynamiek van Europeanisatie van het ipr heeft de Nederlandse wetgever er niet van weerhouden de nationale codificatie van het ipr door te zetten. De ipr-beoefenaar zal evenwel bij hantering van Boek 10 BW bedacht moeten zijn op dit ingrijpende en voortdurende proces van Europeanisatie van het ipr.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Licenties en de toepassing van het mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2010
Trefwoorden licentieovereenkomst, schikkingsovereenkomst, technologiepools, FRAND-voorwaarden, technologieoverdracht, groepsvrijstellingsverordening
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. J.I. Kohlen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt vaak onduidelijkheid te bestaan over de vraag of het regime inzake verticale overeenkomsten, technologieoverdracht of misschien horizontale overeenkomsten van toepassing is op overeenkomsten waarbij licenties een rol spelen. In dit artikel bespreken wij de verschillende aspecten die relevant zijn bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van licentieovereenkomsten waarbij zowel artikel 101 VWEU als artikel 102 VWEU een belangrijke plaats inneemt.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP.

Mr. J.I. Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Toont 141 - 160 van 335 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.