Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 211 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht x
Artikel

De watervergunning en samenloop van bevoegdheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Waterwet, samenloop van bevoegdheden, artikel 6.17 Waterwet, watervergunning, handhaving
Auteurs Mr. W.B. van der Gaag
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. Sinds deze datum is integraal waterbeheer in het nationale recht verankerd. Deze bijdrage richt zich op de integratie ten aanzien van vergunningverlening en handhaving. Wanneer voor een samenstel van handelingen voor meerdere onderdelen een vergunning noodzakelijk is, geldt als uitgangspunt dat één integrale watervergunning wordt verleend. De Waterwet biedt echter de mogelijkheid om een uitzondering te maken ten aanzien van dit uitgangspunt en afzonderlijke watervergunningen te verlenen. In deze bijdrage geeft de auteur aan dat deze uitzonderingsmogelijkheid niet onbeperkt is.Bij een samenstel van handelingen kan het voorkomen dat meerdere bestuursorganen de bevoegdheid om op een vergunningaanvraag te beslissen toebedeeld hebben gekregen. In deze gevallen is sprake van samenloop van bevoegdheden. In de lijn met het uitgangspunt van één integrale watervergunning kent de Waterwet als uitgangspunt dat slechts één bestuursorgaan het bevoegde gezag is. Om vast te houden aan de gedachte van één bevoegd gezag is voor deze gevallen van samenloop van bevoegdheden de samenloopregeling in de Waterwet opgenomen. Op grond van deze samenloopregeling wordt bepaald welk van de bestuursorganen in het concrete geval bevoegd gezag is.


Mr. W.B. van der Gaag
Mr. ing. W.B. (Wouter) van der Gaag is beleidsadviseur bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Interbestuurlijk toezicht ‘nieuwe stijl’ een stap dichterbij: voorlopig nog dubbel toezicht op gemeentelijke planologische besluiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht (IBT), reactieve aanwijzing (RA), beroep, schorsing en vernietiging, indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, toezichthouder, bestuursorgaan
Auteurs Mr. dr. H.J. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de betekenis van het in mei 2010 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Wet revitalisering generiek toezicht (Wrgt) voor het toezicht door Rijk en provincies op gemeentelijke planologische besluiten. Met de Wrgt worden een herijking en revitalisering van klassieke toezichtinstrumenten uit de Provincie- en Gemeentewet beoogd, namelijk het schorsings- en vernietigingsrecht en de indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Deze gemeentelijke planologische besluiten betreffen bestemmingsplannen en bepaalde omgevingsvergunningen en projectuitvoeringsbesluiten. In afwijking van de uitgangspunten van het wetsvoorstel blijft voorlopig nog dubbel toezicht – dus van Rijk en provincies – op deze gemeentelijke planologische besluiten bestaan. Daarbij hebben de toezichthouders van Rijk en provincie de beschikking over een specifiek toezichtinstrument, namelijk de reactieve aanwijzing. Bovendien kunnen deze toezichthouders beroep bij de bestuursrechter instellen als alternatief voor het geven van een reactieve aanwijzing. Het is echter de vraag of een provinciale toezichthouder ook van dat beroepsrecht gebruik kan maken wanneer het een gemeentelijk planologisch besluit betreft voor een project dat valt onder de Crisis- en herstelwet. Artikel 1.4 Chw lijkt aan het instellen van beroep in de weg te staan. De vraag is hoe deze instrumenten zich verhouden tot het generieke schorsings- en vernietigingsrecht en op welke wijze toezichthouders met deze instrumenten zouden moeten omgaan. Ook wordt stilgestaan bij de vraag welke toezichthouder bevoegd is tot indeplaatsstelling over te gaan wanneer een gemeentebestuur in verzuim blijft tijdig een bestemmingsplan te actualiseren en er dus sprake is van taakverwaarlozing.


Mr. dr. H.J. de Vries
Mr. dr. H.J. (Henk) de Vries is beleidsadviseur bij de afdeling Bestuur en Juridische Zaken van de provincie Utrecht en voorzitter van de redactie van TO.


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Discussie

Op weg naar een duurzame openbare ruimte

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden openbare ruimte, duurzaam, klimaatbestendig, wateroverlast, hittestress
Auteurs Mr. dr. P. Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vindt een verkenning plaats van de wenselijkheid, de praktijk en enige juridische aanknopingspunten van een duurzame(re) openbare ruimte. In dit verband wordt onder een ‘duurzame openbare ruimte’ verstaan: een openbare ruimte die in redelijke mate bestand is tegen extreme lokale klimaatinvloeden, met name wateroverlast en hittestress (droogte). Uit onderzoek van de VROM-Inspectie (2010) blijkt dat in bestemmingsplannen weinig over klimaatadaptatie is terug te vinden. De auteur constateert dat de gemeente kosten van verduurzaming van de openbare ruimte kan verhalen in het kader van de grondexploitatie. Daarnaast noemt hij een vijftal juridische aanknopingspunten om een gemeente aan te spreken op haar verantwoordelijkheid tot verduurzaming van de openbare ruimte.


Mr. dr. P. Jong
Mr. dr. P. (Pieter) Jong is onderzoeker bij het Centre for Law & Innovation van de TU Delft en secretaris van de CAW (Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving). Hij is betrokken bij het onderzoeksprogramma Klimaat voor Ruimte (IC12). Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Discussie

Duurzaam gebruik door energie-efficiency

Het afdwingen van meer energie-efficiency bij bestaande inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, energie-efficiency, energiebesparing, bestaande inrichtingen, MJA
Auteurs Mr. M.C. Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de belangrijkste middelen om duurzaam gebruik bij bestaande inrichtingen af te dwingen is energie-efficiency. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de wettelijke mogelijkheden om in het kader van dat bestaand gebruik energie-efficiency te bewerkstelligen. De toepasselijke regelingen in het Activiteitenbesluit en de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staan daarbij centraal. Voorts wordt aandacht besteed aan het vrijwillige spoor, de door overheden en (groepen) bedrijven gesloten zogenaamde meerjarenafspraken (MJA’s). Met inachtneming hiervan wordt uiteindelijk een aantal aanbevelingen gedaan om de energie-efficiency van die bedrijven in de toekomst te verbeteren.


Mr. M.C. Brans
Mr. M.C. (Marloes) Brans is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Duurzaamheidseisen in de bestaande bouw

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, bestaande bouw, Bouwbesluit, Woningwet, convenanten
Auteurs Mr. G. Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestaande bouwsector kent een aanzienlijk besparingspotentieel. Reden genoeg dus om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Anders dan in de nieuwbouwsector, heerst in de bestaande bouw evenwel de opvatting dat het ontbreekt aan kansen en verplichtingen om bestaande bouw (verder) te verduurzamen. Veel gehoorde bezwaren zijn dat duurzaamheidseisen bij bestaande bouw (vaak) niet afdwingbaar zijn en aanwezige (financiële) instrumenten onvoldoende prikkels bieden. Mogelijkheden om bestaande bouw (verder) te verduurzamen zijn niettemin wel degelijk aanwezig. Een voorbeeld hiervan is de aanschrijvingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 13 Woningwet. Toch schiet de huidige wet- en regelgeving naar de mening van de auteur op dit moment tekort. Wijziging, c.q. uitbreiding van het huidige juridische instrumentarium verdient daarom aanbeveling. Daarnaast zou (nog) meer de nadruk op het nut en de noodzaak van de toepassing van convenanten kunnen worden gelegd.


Mr. G. Aarts
Mr. G. (Godelieve) Aarts is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Discussie

Duurzaam ruimtegebruik, bouwen en wonen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden duurzaamheid, ruimtegebruik, energiebesparing, ECP-grenswaarde
Auteurs Mr. N.S.J. Koeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de uitgebrachte preadviezen over duurzaam bouwen en duurzaam ruimtegebruik. In dat kader worden tevens voorstellen gedaan om de bestaande gebouwenvoorraad energiezuiniger en daarmee duurzamer te maken. In verband met de economische recessie wordt ook aandacht besteed aan de financiële haalbaarheid van mogelijke oplossingen. De Wro biedt nu al goede mogelijkheden om tot duurzaam ruimtegebruik te komen. Belangrijk in dat verband is de mogelijkheid om in bestemmingsplannen voorwaardelijke verplichtingen op te nemen. Daardoor kan zeker worden gesteld dat beoogde duurzaamheidsvoorzieningen ook daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. In de algemene regels van de provincie of het Rijk die in de nieuwe Wro mogelijk zijn, kunnen gemeenten worden verplicht dergelijke verplichtingen in een bestemmingsplan op te nemen.


Mr. N.S.J. Koeman
Mr. N.S.J. (Niels) Koeman is lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Jurisprudentie

Wet bodembescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2010
Auteurs Mr. G.A. van der Veen en Mr. J.J. Hoekstra
Auteursinformatie

Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat bij AKD te Rotterdam.

Mr. J.J. Hoekstra
Mr. J.J. (Joost) Hoekstra is advocaat bij AKD te Breda.
Artikel

Nieuwe Gedragscode Bosbeheer zorgvuldig?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Gedragscode Bosbeheer, Flora- en faunawet, soortenbescherming, handhaving
Auteurs Mr. A.M.C.C. Tubbing
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze zomer is de nieuwe Gedragscode Bosbeheer en het bijbehorende ontwerp-goedkeuringsbesluit van de Minister van LNV bekendgemaakt. Als er in de bossen gewerkt wordt volgens deze gedragscode geldt er een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet, de wet die beschermde dier- en plantensoorten beschermt. Aan deze Gedragscode, die de eerste Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer per 1 januari 2011 moet vervangen, is een evaluatie voorafgegaan. In dit artikel wordt deze evaluatie besproken, alsmede de wijze waarop de resultaten zijn verwerkt in de nieuwe gedragscode. Tevens wordt het goedkeuringsbesluit van de minister besproken en worden de (mogelijke) gevolgen van recente jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State voor deze gedragscode geschetst. Deze jurisprudentie geeft meer duidelijkheid over de vraag in hoeverre de ruimere mogelijkheden die het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten sinds 2005 kent in overeenstemming is met de Europese regelgeving op het gebied van soorten- en gebiedsbescherming (Vogel- en Habitatrichtlijn). De auteur komt tot de conclusie dat de nieuwe Gedragscode niet leidt tot een grotere zorgvuldigheid bij de uitvoering van bosbouwwerkzaamheden en dat het besluit van de minister gebreken vertoont, zowel wat betreft motivering als zorgvuldige totstandkoming.


Mr. A.M.C.C. Tubbing
Mr. A.M.C.C. (Annemiek) Tubbing is zelfstandig juridisch adviseur op het gebied van milieu en handhaving (www.tubbingmilieuadvies.nl). Daarnaast is zij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Arnhem. Daarvoor was zij onder andere 7 jaar officier van justitie milieu.
Jurisprudentie

Het begrip ‘afvalstof’ revisited

Jurisprudentie over het begrip afvalstof 2004-2009

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Kaderrichtlijn afvalstoffen 2006, afvalstof, EVOA, LAP-criteria
Auteurs Mr. E. Dans
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal in het afvalstoffenrecht staat het begrip ‘afvalstof’ en de vraag wanneer iets als afvalstof moet worden aangemerkt. Zo geldt voor eenieder die handelingen verricht met betrekking tot afvalstoffen, een zorgplicht (art. 10.1 Wet milieubeheer (Wm)). Ook is het verboden om afvalstoffen buiten een inrichting in de bodem te brengen of te verbranden (art. 10.2 Wm), hetgeen eveneens strafbaar is (art. 1a onder 1 Wet economische delicten). Daarnaast is bij inrichtingen die ‘afvalstoffen’ verwerken of toepassen het antwoord op de vraag of er sprake is van een afvalstof, bepalend voor wie het bevoegd gezag is (vergelijk categorie 28 Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer) en is het exporteren van afval op grond van de Europese Verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) aan strikte regels gebonden.


Mr. E. Dans
Mr. E. (Erik) Dans is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Artikel

Illegaal vuurwerk: biedt Pyrorichtlijn uitzicht op oplossing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden illegaal vuurwerk, verboden consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk, Europese Pyrorichtlijn (2007/23/EG), Vuurwerkbesluit
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks wordt op grote schaal door particulieren vuurwerk afgestoken dat in Nederland niet is toegestaan als consumentenvuurwerk, maar wel als professioneel vuurwerk Vooral zwaar knalvuurwerk dat in Nederland niet wordt gebruikt bij vuurwerkevenementen, is een belangrijke bron van onveiligheid en leidt tot veel ongelukken en materiële schade. Naar aanleiding van een ingrijpende wijziging van het Vuurwerkbesluit ten gevolge van een Europese richtlijn (‘Pyrorichtlijn’) per 4 juli 2010 wordt in deze bijdrage bekeken of een invoerverbod van ‘oneigenlijk’ professioneel vuurwerk in Nederland dichterbij komt. Geconcludeerd wordt dat de Pyrorichtlijn hiervoor wel ruimte biedt, maar dat die nog niet is benut.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G. (Gustaaf) A. Biezeveld is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en redacteur van TO. Tevens is hij coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag) en als zodanig betrokken bij de landelijke aanpak van verboden consumentenvuurwerk.


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Einde aan de crisis in de Natuurbeschermingswet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Natuurbeschermingswet, Crisis- en herstelwet, stikstofdepositie, bestaand gebruik, strijd Europees recht
Auteurs Mr. drs. M.M. Kaajan
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 31 maart 2010 is de Crisis- en herstelwet in werking getreden. In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen van de Natuurbeschermingswet 1998 als gevolg van de Crisis- en herstelwet, mede in het licht van recente jurisprudentie, besproken en van commentaar bezien. De centrale vraag daarbij is in hoeverre deze wijzigingen in strijd (kunnen) zijn met Europees recht en welke consequenties dit voor de praktijk zou kunnen hebben. Geconcludeerd wordt dat zowel wat betreft de regeling van bestaand gebruik en de verplichting om maatregelen te treffen indien de kwaliteit van een Natura 2000-gebied dat verlangt als ook wat betreft de specifieke wettelijke regeling die nu in de Natuurbeschermingswet is opgenomen voor activiteiten die kunnen leiden tot stikstofdepositie, mogelijk sprake zou kunnnen zijn van strijdigheid met de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. De hierdoor ontstane onzekerheid en onduidelijkheid kan tot uitvoeringsproblemen in de praktijk leiden, waardoor het streven van de Crisis- en herstelwet om bij te dragen aan versnelling van procedures en projecten juist belemmerd kan worden.


Mr. drs. M.M. Kaajan
Mr. drs. M.M. Kaajan is als advocaat verbonden aan Stibbe te Amsterdam.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in jurisprudentie en wetgeving

Van onderzoeksverplichtingen tot programmatoetsing

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden NSL, programmatoetsing, toepasbaarheidsbeginsel, luchtkwaliteitseisen, onderzoek
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand en Mr. dr. C.N van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    De jurisprudentie van medio mei 2009 tot medio april 2010 laat zien dat het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) als grondslag voor individuele besluitvorming is geaccepteerd. Programmatoetsing is daarmee een vierde mogelijkheid om bij besluitvorming de luchtkwaliteitseisen voldoende mee te laten wegen. De uitkomsten van de eerste monitoring van het NSL zullen bepalen of de komende tijd enkel en alleen kan worden verwezen naar het NSL. Projecttoetsing is eveneens nog aan de orde met allerlei aanscherping van eerdere lijnen uit de jurisprudentie, daarbij komen ook andere nieuwe aspecten als het toepasbaarheidsbeginsel aan bod.Bovendien is er weer meer verduidelijkt over de mogelijkheden van tegenonderzoek bij het bestrijden van een specifiek plan. Tot slot lijkt de wetgever nog altijd niet klaar met het ‘finetunen’ van de wetgeving inzake luchtkwaliteit.


Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. (Kitty) van den Brand is milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket te Amsterdam en is tevens redactielid van TO.

Mr. dr. C.N van der Sluis
Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis is advocaat bij Ploum Lodder Princen advocaten en notarissen te Rotterdam.

    Deze rubriek geeft een overzicht van recente wet- en regelgeving.

Redactioneel

Beleid vóór recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden commissie-Davids, Irak-dossier, rule of law
Auteurs Prof. mr. G.A. Biezeveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de presentatie van het rapport van de commissie-Davids over Irak (12 januari 2010) vroeg een journalist aan de voorzitter wat de belangrijkste les was. Zijn antwoord was kort en bondig: ‘volledig en open zijn’. Dit was natuurlijk ingegeven door wat de commissie had vastgesteld over de wijze waarop de vier kabinetten-Balkenende en de departementen van Buitenlandse Zaken en Defensie waren omgegaan met het parlement. De betrokken bestuurders en ambtenaren waren kennelijk zo gericht geweest op het bereiken van een bepaald beleidsresultaat, dat zij grondwettelijke spelregels als de informatie- en verantwoordingsplicht van de regering ten opzichte van het parlement hieraan ondergeschikt maakten.


Prof. mr. G.A. Biezeveld
Prof. mr. G.A. (Gustaaf) Biezeveld is redacteur van dit tijdschrift. Hij is bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en coördinerend milieuofficier van justitie bij het Functioneel Parket (Den Haag).
Artikel

EVOA in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden EVOA, afvalstoffen, Kaderrichtlijn afvalstoffen, groene lijst-stof
Auteurs Mr. E.T. Sillevis Smitt
SamenvattingAuteursinformatie

    Overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Unie is gebonden aan regels die zijn gesteld in de Verordening (EG) nummer 1013/2006 van het Europese Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (EVOA). Deze verordening is vanaf 12 juli 2007 in de lidstaten van toepassing en vervangt haar voorloper, de EVOA 259/93, die sinds 1994 vigeerde.De reden voor het opstellen van een nieuwe EVOA is – onder meer – ingegeven vanuit verdere harmonisatie van regelgeving tussen de lidstaten van de Europese Unie, waarbij ook eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie is verankerd.Het kenmerk van een Europese verordening is dat deze rechtstreeks geldend is binnen de Europese lidstaten en de lidstaten enkel in nationale regelgeving regels kunnen of moeten stellen, zoals nader geduid in de EVOA.


Mr. E.T. Sillevis Smitt
Mr. E.T. (Eveline) Sillevis Smitt is advocaat bij AKD te Rotterdam.
Boekbespreking

Weids Water: Doorvaren op weids water als wenkend perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Waterschap, Auteur, Bestuurder, Waterbeheer, Ruimtelijke ordening, Beheerder, Klimaatverandering, Levering, Observatie, Planologische kernbeslissing
Auteurs Hall, A. van

Hall, A. van
Jurisprudentie

Reconstructieplannen op grond van de Reconstructiewet concentratiegebieden: een actualisering

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Afdeling bestuursrechtspraak van de raad van state, Streekplan, Bestemmingsplan, Rechtsgevolg, Intensieve veehouderij, Herziening, Aanwijzing, Europees recht, Merk, Rechtsbescherming
Auteurs Nijmeijer, A.G.A.

Nijmeijer, A.G.A.
Toont 141 - 160 van 211 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.