Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 348 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht x
Jurisprudentie

Betekeningsproblemen bij onbekende erfgenamen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden onbekende erfgenamen, betekening, vereffenaar, beheerder
Auteurs Mr. S.W. Autar-Matawlie en Mr. C.A.J.M. van Waes
SamenvattingAuteursinformatie

    Huurrechtadvocaten krijgen in de praktijk regelmatig van woningcorporaties de vraag voorgelegd wat zij kunnen doen wanneer een huurder is overleden en de erfgenamen en hun woonplaatsen onbekend zijn. De verhuurder heeft een economisch en maatschappelijk belang bij het zo spoedig mogelijk weer kunnen verhuren van de woning en zal rechtsmaatregelen tot ontruiming willen treffen. De erfgenamen hebben belang bij een zorgvuldige afwikkeling van de nalatenschap.De Hoge Raad heeft in april 2013 betekening op de voet van artikel 53 of 54 lid 2 Rv afgewezen en voorgesteld in dergelijke gevallen de rechter te verzoeken een vereffenaar te benoemen. Deze oplossing is tijdrovend en is verderstrekkend dan nodig is. Een alternatief zou kunnen worden gevonden in artikel 4:191 lid 2 BW.


Mr. S.W. Autar-Matawlie
Mr. S.W. Autar-Matawlie is als erfrechtadvocaat en estateplanner verbonden aan GMW Advocaten te Den Haag.

Mr. C.A.J.M. van Waes
Mr. C.A.J.M. van Waes is als nalatenschapsmediator en erfrechtadvocaat verbonden aan Van Waes mediation en advocatuur te Den Haag.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort en Mr. dr. I. Visser

Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. dr. I. Visser
Jurisprudentie

Uitleg van een uitsluitingsclausule

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden uitsluitingsclausule, Haviltex-norm, CAO-norm
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt uiteengezet hoe een uitsluitingsclausule bij uiterste wilsbeschikkingen en giften moet worden uitgelegd. Het onderscheid tussen de Haviltex- en de CAO-norm wordt nader uitgewerkt. Bepleit wordt een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-norm bij de uitleg van giften.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De attestatie de vita

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden attestatie de vita, bewijsrecht, pensioenrecht
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage is gewijd aan de attestatie de vita, waarvan de grondslag is te vinden in de op 10 september 1998 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de afgifte van een attestatie de vita alsmede artikel 1:19k BW. Met de invoering van de attestatie de vita is beoogd om het bewijs van het in leven zijn van een persoon in een ander land dan waar deze woont, te vergemakkelijken. Men denke in dit verband bijvoorbeeld aan elders opgebouwde pensioenrechten.


Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de legitieme portie

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden ratio legitieme, toerekening, in aanmerking te nemen giften, peildatum, maatschappelijke veranderingen
Auteurs Prof. T.J. Mellema-Kranenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Na tien jaar erfrechtrecht is het de vraag of de regeling van de legitieme portie niet aan heroverweging toe is. Argumenten daarvoor zouden kunnen zijn de maatschappelijke veranderingen, maar ook de gecompliceerdheid van bepaalde onderdelen uit de regelingen. In deze bijdrage wordt een inventarisatie hiervan gemaakt.


Prof. T.J. Mellema-Kranenburg
Prof. T.J. Mellema-Kranenburg is notaris bij Van Heeswijk Notarissen Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden testeren, uitlegging, uiterste wilsbeschikking, gewijzigde omstandigheden, dwaling in het objectieve recht, rechtsgevolgen testament
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt een aantal thema’s uit ’10 jaar uitlegging van uiterste wilsbeschikkingen’. Vooral de na het testeren gewijzigde omstandigheden springen in de jurisprudentie en de literatuur in het oog; de auteur stelt de vraag of het instrument uitleg wel het juiste instrumentarium is om rechtsgevolgen te verbinden aan die gewijzigde omstandigheden. Het recentste arrest van de Hoge Raad over uitleg (11 oktober 2013) wordt ook kort besproken.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de wettelijke vereffening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden wettelijke vereffening, beneficiaire aanvaarding, benoeming vereffenaar, partiële vereffening
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tien jaren hebben zich talrijke ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van de wettelijke vereffeningsprocedure. Deze bijdrage geeft een kort overzicht.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de positie van het kind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden kinderen, langstlevende, wettelijke verdeling, legitieme portie, som ineens
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kind heeft in het nieuwe erfrecht aanzienlijk moeten inschikken ten behoeve van de positie van de langstlevende echtgenoot en de testeervrijheid van ouders. Anders dan onder het oude erfrecht worden kinderen geacht zelf tijdig voor hun rechten op te komen. Men denke hierbij aan het vaststellen van hun vordering in de zin van artikel 4:13 lid 3 BW en het inroepen van de legitieme portie en de som ineens van artikel 4:35 BW. Door gebrekkig kantonrechtelijk toezicht op het bewind van de wettelijke vertegenwoordiger zijn de rechten van minderjarigen in het erfrecht slecht gewaarborgd. De jurisprudentie met betrekking tot artikel 4:35 BW biedt het kind dat de leeftijd van 21 nog niet heeft bereikt hoop. De bescherming die de langstlevende op grond van artikel 4:82 BW geniet is te ver doorgeschoten. Het biologische kind zonder afstammingsband met zijn verwekker heeft zijn situatie het laatste decennium aanzienlijk zien verbeteren. Hij krijgt met terugwerkende kracht dezelfde positie als andere kinderen in de nalatenschap van zijn verwekker.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

AWBZ: nieuwe wijn in oude zakken of oude wijn in nieuwe zakken?

HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259: vrijwillig uitbetalen revisited

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden AWBZ, opeisbaarheid, uitbetalen, uitkeren, HR 1 februari 1991, NJ 1992, 259, vrijwillig
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is een vermogensinkomensbijtelling ingevoerd in de AWBZ. Hoens gaat in op de vraag of dit gevolgen heeft voor het antwoord op de vraag of (testamentaire) opeisbaarheid van de erfdelen gewenst of nodig is, zodra er sprake is van een (dreiging van een) door de vermogensinkomensbijtelling veroorzaakte vermogensintering. Bij de beantwoording staat de verzorging van de langstlevende voorop. Dat bij dit alles eenvoud het kenmerk van het ware ís, en kán zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1991, NJ 1992, 259.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. Hoens is als docent/onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en is estate planner te Nijmegen (f.hoens@jur.ru.nl).
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2013
Auteurs E.M. van Amersfoort

E.M. van Amersfoort
Jurisprudentie

Een combinatie van oud en nieuw erfrecht?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2013
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
Auteursinformatie

Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Prof. mr. W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

De kosten van lijkbezorging

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2013
Auteurs Prof. mr. W. Breemhaar
Auteursinformatie

Prof. mr. W. Breemhaar
Prof. mr. W. Breemhaar is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen Notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen; j.g.knot@rug.nl.

Mr. A. Mens
Mr. A. Mens is als promovenda verbonden aan de sectie Internationaal Privaatrecht van de Rijksuniversiteit Groningen en bezig met de voorbereiding van een proefschrift over de erkenning van buitenlandse adopties in Nederland; a.mens@rug.nl.
Praktijk

Inzage in het medisch dossier en het beroepsgeheim

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden wilsbekwaamheid, medisch dossier, medisch beroepsgeheim, HR 20 april 2001, NJ 2001, 600, wetsvoorstel Wet cliëntenrechten zorg
Auteurs Mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de wilsbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament wordt betwist, komt de vraag op of in verband met de bewijsvoering daarvan inzage mogelijk is in het medisch dossier van erflater. Het medisch beroepsgeheim geldt ook na overlijden van een patiënt, maar kan onder voorwaarden worden doorbroken. In deze bijdrage wordt daar een korte verkenning naar gedaan.


Mr. L.A.G.M. van der Geld
Mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De ontaarde hereditatis petitio

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2013
Trefwoorden hereditatis petitio, revindicatie, verkrijgende verjaring, zaaksvervanging, gerechtelijke vaststelling vaderschap
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De vordering waarmee een erfgenaam de afgifte van de nalatenschap kan vorderen (de hereditatis petitio), is met de invoering van het nieuwe erfrecht wezenlijk van karakter veranderd. De hereditatis petitio, zoals deze is neergelegd in artikel 4:183 BW, vormt een mengeling van de revindicatie (art. 5:2 BW) en de hereditatis petitio zoals wij die onder het oude recht kenden (art. 881 BW (oud)). Dit heeft tot gevolg dat de eiser niet altijd meer kan volstaan met het bewijs van zijn erfgenaamschap, maar dat hij onder omstandigheden – afhankelijk van het verweer van de gedaagde – ook zijn eigendomsrecht moet bewijzen. Voorts betekent het dat ook goederen die op het moment van overlijden van de erflater niet meer in diens macht waren (zoals van hem gestolen goederen) met de hereditatis petitio kunnen worden opgeëist. Dit kan de termijn waarbinnen een dief op grond van artikel 3:105 lid 1 BW eigenaar wordt, aanzienlijk verlengen. Zaaksvervanging ten aanzien van de met de hereditatis petitio op te eisen goederen van de nalatenschap vindt alleen in verbintenisrechtelijke zin plaats. Voor een vervreemd goed van de nalatenschap komt een persoonlijke aanspraak tot vergoeding van het door de pseudo-erfgenaam genoten voordeel in de plaats.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Waarin een kleine zaak groot kan zijn…

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden voorzieningenrechter, nalatenschap, verdeling, brief/geschrift, executeur
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een uitspraak van de Rechtbank te Den Bosch van 9 oktober 2012, zaaknummer 251552/KG ZA 12-563.Moeder – de latere erflaatster – heeft drie dochters, terwijl één dochter – dochter 3 – met de twee andere – dochter 1 en dochter 2 – en moeder sinds geruime tijd geen of nauwelijks meer contact heeft. Moeder heeft in haar laatste uiterste wil van 13 november 2007 dochter 1 tot executeur benoemd. Moeder overlijdt in 2010. Dochter 2 heeft op enig moment dochter 3 verteld van een brief van moeder aan haar, dochter 3. Deze wil thans in het bezit worden gesteld van, althans inzage krijgen in bedoelde brief. De beide andere dochters weigeren de inhoud van de brief aan dochter 3 kenbaar te maken, laat staan haar deze brief te doen toekomen. Mede daardoor is moeders nalatenschap tussen de drie zusters nog niet verdeeld. Dochter 3 vordert in kort geding afgifte van bedoelde brief van de beide andere dochters.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. W.R. Meijer is hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

Wanneer begint de termijn van artikel 4:192 BW te lopen?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden boedelregister, termijnstelling voor aanvaarding of verwerping, formaliteiten betekening, belang onderliggende stukken
Auteurs Prof. mr. B.E. Reinhartz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak van HR 9 november 2012, LJN BX7468, was de beschikking van de kantonrechter, inhoudende een termijnstelling voor de keuze tussen aanvaarding en verwerping, niet rechtsgeldig betekend. Desondanks was de beschikking ingeschreven in het boedelregister. De erfgenamen beriepen zich erop dat door het ontbreken van een correcte betekening de termijn nog niet was gaan lopen. Later hebben zij alsnog de nalatenschap beneficiair aanvaard. De Hoge Raad oordeelde dat zij niet konden worden veroordeeld tot betaling van een huurschuld die deel uitmaakte van de nalatenschap. Uit de onderliggende stukken kon worden afgeleid dat de inschrijving ten onrechte was geschied.


Prof. mr. B.E. Reinhartz
Mw. prof. mr. B.E. Reinhartz is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Diversen

Buitenlandse herroepingsclausule en het toepasselijke recht op de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden internationaal erfrecht, toepasselijk recht erfopvolging, uitleg testament, buitenlandse herroepingsclausule, overgangsrecht, Boek 10 BW, Haags Erfrechtverdrag 1989, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage vormt een arrest van het Hof Den Haag over de uitleg van een in het buitenland opgestelde testamentaire beschikking, met name op het punt van de daarin opgenomen herroepingsclausule. Is met die herroeping het eerder in Nederland opgemaakte testament geheel van tafel of is enige nuancering op haar plaats? Nu in deze zaak internationale elementen een rol speelden, was de vraag aan de orde aan de hand van welk recht de uitleg diende plaats te vinden. De overwegingen van het hof op dit punt worden aan een kritische analyse onderworpen. Hoe zit het met het overgangsrecht tussen de Wet conflictenrecht erfopvolging en titel 12 van Boek 10 BW? Had de erflater een geldige rechtskeuze uitgebracht en welk recht beheerst dan de erfopvolging? Valt ook de uitleg van uiterste wilsbeschikkingen onder de werkingssfeer van het Haags Erfrechtverdrag 1989? Ten slotte wordt de vraag gesteld of met dit arrest, waarin de herroeping uiteindelijk voor niet geschreven wordt gehouden – en in het licht van de toekomstige Europese Erfrechtverordening – elk gevaar van ‘ongelukken’ met buitenlandse herroepingsclausules is geweken. Conclusie: geenszins, voorzichtigheid blijft geboden.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Jurisprudentie

Zuivere aanvaarding door handelingen van een gevolmachtigde?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden als erfgenaam gedragen, zuiver aanvaarden, volmacht, artikel 4:192 BW, verwerping
Auteurs Prof. Mr. E.A.A. Luijten en Prof. Mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de uitspraak van de Rb ’s-Gravenhage 13 juni 2012, LJN BX2012, waarin de rechtbank oordeelt dat de langstlevende zich niet als erfgenaam heeft gedragen. De echtgenoten hebben tijdens leven volmacht en opdracht aan een derde gegeven, gericht op sanering van de onderneming. Na overlijden van een van de echtgenoten heeft de gevolmachtigde de onderneming verkocht. De langstlevende heeft nadien de nalatenschap verworpen. De vraag rijst of zij zich als erfgenaam heeft gedragen.


Prof. Mr. E.A.A. Luijten
Prof. Mr E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Prof. Mr. W.R. Meijer
Prof. Mr W.R. Meijer is emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland te Heerlen.
Artikel

Ik opa en ik oma …

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden last, Legaat, Iki-opa-last, contante waarde van de schuld, fictieve erfrechtelijke verkrijging
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
Samenvatting

    Dit artikel is een bespreking van de civielrechtelijke verschillen tussen last en legaat alsmede het fiscale verschil tussen een last en een legaat bij een ik-opa- c.q. -oma-clausule.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Toont 141 - 160 van 348 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.