Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 178 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Van containers en growshops

Over functioneel daderschap als alternatief voor medeplegen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden medeplegen, functioneel daderschap, functioneel medeplegen, growshops
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraak van de Hoge Raad over medeplegen wordt soms verwezen naar de mogelijkheid om strafrechtelijke aansprakelijkheid via de figuur van het functioneel daderschap vast te stellen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheid of functioneel daderschap (in de vorm van functioneel plegen en functioneel medeplegen) een alternatief voor medeplegen kan vormen. De voorzichtige conclusie luidt dat de figuur van het functioneel medeplegen tot strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden in geval van vóór, ten tijde en na afloop van het delict geconstateerde passiviteit die strijdig is met een voor de functionaris geldende zorgplicht.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Noot bij Rb Rotterdam, sector bestuur, 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsvragen financieel management, bestuurlijke afdoening, voorgenomen publicatie van uitspraak, procedurele tekortkoming, vergelijking bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De hierboven afgedrukte uitspraak in een van de rechterlijk procedures van DNB tegen de Delta Lloyd c.a. is uitdrukking van de lange tijd geheerst hebbende onmin tussen DNB als toezichthouder en Delta Lloyd (die overigens naar het schijnt, na de komst van een nieuw ma­nagement, enigszins lijkt te verdwijnen, al bemoeide DNB zich onlangs nog met de op stapel staande, maar lange tijd betwiste emissie door Delta Lloyd).
    Aanleiding was van een vermoeden bij de AFM van handelen met voorkennis door leden van het financiële management van Delta Lloyd, afgedekt, naar de rechtbank Rotterdam vaststelde, door de top van Delta Lloyd. Dit vermoeden van aangetaste integriteit van de bestuurders was voor de DNB aanleiding Delta Lloyd op de korrel te nemen. De bestuursrechtelijke procedure eindigde met de boven vermelde uitspraak van de rechtbank Rotterdam met een ferme negatieve uitspraak jegens door Delta Lloyd ingeroepen hulp van deskundigen. Zij verklaarde het beroep van de natuurlijke personen gegrond, stelde de bestuurlijke boete naar beneden bij wegens een, in mijn ogen, overigens niet geringe procedurele tekortkoming en vernietigde het publicatiebesluit.
    In het onderstaande commentaar wordt ingegaan op het verschil tussen een bestuursrechterlijke of een strafrechtelijke afdoening in dit soort zaken. De conclusie is dat Delta Lloyd door de ‘vlucht naar voren’ slechts als verliezer uit deze strijd komt, ook al wint zij op punten. Zij lijdt ernstig imagoverlies mede door zelf de publiciteit te kiezen. Ook DNB komt niet geheel ongeschonden uit de strijd: zij verliest op punten en of zij haar blazoen nu geheel heeft opgepoetst na het aanhoudende verwijt uit financiële kringen dat zij een ferme daad wilde stellen na haar, naar men stelt, zwakke optreden tijdens de financiële crises sedert 2008, blijft de vraag.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is Bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Artikelen

Steekspel met de fiscus

De fiscale aftrekbeperking van steekpenningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs mr. A.A. Feenstra en G.H. Ulrich
Samenvatting

    De bestrijding van corruptie staat al enige tijd hoog op de politieke agenda. Ook het Openbaar Ministerie heeft het zoeklicht gericht op corruptie, hetgeen wel blijkt uit diverse strafrechtelijke onderzoeken die recent de aandacht van de media hebben gehaald (SBM Offshore, gedeputeerde Hooijmaijers). Dat de bestrijding van corruptie ook onderdeel uitmaakt van de fiscale wetgeving is minder bekend. In deze bijdrage zullen wij ingaan op de ontstaansgeschiedenis van deze wetgeving en de fiscale praktijk in relatie tot steekpenningen. Het komt immers nog steeds voor dat ondernemers betalingen doen in de vorm van commissies, kortingen of bonussen in relatie tot het kunnen of mogen leveren van hun producten of diensten. In die gevallen is het mogelijk dat discussie ontstaat met de fiscus over de zakelijkheid en de aftrekbaarheid van deze betalingen.


mr. A.A. Feenstra

G.H. Ulrich

    Op 1 januari 2015 is het wetsvoorstel ‘Verruiming mogelijkheden bestrijding financieel-economische criminaliteit’ in werking getreden. Volgens oud-minister Opstelten van Veiligheid en Justitie zorgt de combinatie van hoge winsten en verhoudingsgewijs lage straffen ervoor dat het plegen van financieel-economische fraude aantrekkelijk is. Het kabinet wil dat dit tot het verleden gaat behoren en heeft daarom de wettelijke sancties voor financieel-economische criminaliteit aangescherpt en de bevoegdheden voor opsporing en vervolging van dit soort feiten verruimd.


mr. dr. drs. G.G. Vos

    Na de recordschikking van het OM met SBM Offshore over omkoping door handelsagenten, vraagt men zich af: is dit nog wel een incident? Nee, het is een logisch gevolg van trend dat het internationaal actieve bedrijfsleven zijn groei steeds vaker uit corruptiegevoelige gebieden haalt en onvoldoende is voorbereid op de risico’s die dat met zich meebrengt. Third parties en partijen verderop in de supply chain zijn de zwakste schakel in de integriteitsketen.


dr. S. Iyer

mr. A.B. Scheltema Beduin

    Begin september publiceerde de U.S. Department of Justice (DOJ) een nieuwe richtlijn voor federale aanklagers die uiteenzet hoe bij corruptie-onderzoeken, waarbij veelal rechtspersonen als verdachte worden aangemerkt, omgegaan zal (moeten) worden met betrokken natuurlijke personen.


mr. J. Verhaert

    Deze bijdrage stelt in een high level outline een aantal trends aan de orde dat in dit verband aandacht verdient. Hoewel deze trends zonder meer van betekenis zijn op het terrein van anti-corruptie, overstijgen zij deze focus en verdienen zij aandacht in breder verband. Tevens wordt in deze bijdrage een aantal te verwachten ontwikkelingen beschreven. Bij het schrijven dit artikel is met een schuin oog gekeken naar de praktijk aan gene zijde van de oceaan.


mr. T. van Roomen

mr. A. Verbruggen
Artikelen

Strafrecht als probleemgerichte aanpak van corruptie?

Studies naar de responsiviteit van anticorruptiebeleid in Nederland en Roemenië

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2015
Auteurs prof. mr. dr. W. Huisman en M. Gorsira
Samenvatting

    Concreet ten aanzien de strafrechtelijke aanpak is de vraag of corrupt gedrag inderdaad het gevolg van een kosten en baten analyse is. In dit artikel proberen wij deze vraag te beantwoorden door een vergelijking te maken tussen twee landen binnen de Europese Unie die zowel wat betreft de omvang van corruptie als het gevoerde anti-corruptiebeleid sterk verschillen: Nederland en Roemenië. Eerst beschrijven wij kort de verschillen in anti-corruptie beleid tussen de twee landen. Dat doen wij op basis studies en evaluaties van GRECO (Group of States against Corruption), OESO, de Europese commissie en Transparency International. Vervolgens kijken we naar de uitkomsten van een studie naar mogelijke oorzaken van corruptie in Nederland en naar mogelijke oorzaken van corruptie in Roemenië. Bij de studies in Nederland en Roemenië waren de auteurs van dit artikel betrokken.


prof. mr. dr. W. Huisman

M. Gorsira

    In dit tijdschrift dat ‘zich beweegt op het snijvlak van het bijzonder strafrecht en het bestuursrechtelijk handhavingsrecht’ wordt veel aandacht besteed aan belangwekkende juridische ontwikkelingen. Daarvoor is dit tijdschrift ook opgezet. Daarbij is ook ruimte om aandacht te vragen voor specifieke onderwerpen en nieuwe ontwikkelingen. Zie hier de reden gelegen voor dit themanummer over corruptie(bestrijding).


A.H.M. de Groot

    Dit artikel vormt een analyse van de tuchtrechtspraak voor accountants in zoverre het klachten betreft gerelateerd aan de (meldplicht van de) ongebruikelijke transactie. Overigens wordt in dit verband (uitsluitend) gekeken naar de werkzaamheden van de accountant bij het samenstellen, beoordelen dan wel controleren van de jaarrekening en/of andere financiële overzichten. Met andere woorden: hij is actief als (openbaar) accountant.


drs. J.H.M. Vestjens

    Op 9 oktober 2014 hield Roan Lamp zijn inaugurele rede ter gelegenheid van zijn benoeming als bijzonder hoogleraar Financieel strafrecht aan de VU Amsterdam onder de titel ‘Denken over toezicht en straf na de financiële crisis’. De inhoud van de door Lamp uitgesproken rede is interessant en actueel. Kort samengevat bepleit Lamp een integratie van bestuursrecht en strafrecht voor het financiële sanctierecht met als doel de handhaving van normen niet alleen doelmatig en effectief maar ook ‘eerlijk’ te maken. Een toekomstperspectief op het financiële sanctierecht is in zijn ogen te meer van belang in een tijd waarin het denken binnen het financiële recht punitiever is geworden.


mr. dr. M.J.A. Duker

    Strafvorderlijk vergaard bewijsmateriaal kan via artikel 55 AWR of door spontane verstrekking in handen van de fiscus geraken en worden gebruikt voor belastingheffing en/of bestuurlijke beboeting. De vraag rijst wat er moet gebeuren als het materiaal op strafvorderlijk onrechtmatige wijze is verkregen. Deze noot gaat in op deze vraag en vergelijkt daarbij het beoordelingskader ten aanzien van bewijsuitsluiting van de belastingrechter met dat van de strafrechter.


mr. C. Hofman

mr. dr. J.S. Nan

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek

    Het is een feit van algemene bekendheid dat het bijzondere strafrecht zich kenmerkt door deels complexe, technische en van het commune strafrecht afwijkende wet- en regelgeving, en mede daardoor een zekere mate van specialistische kennis van de beoefenaar verwacht. Toch blijken in het bijzondere strafrecht met enige regelmaat feiten van algemene bekendheid voor te komen. Dit wekt nieuwsgierigheid naar wat dan wel die feiten zijn. De wet zwijgt.


Prof. mr. H.J.B. Sackers

    In de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act 1977 (‘FCPA’) is een verbod opgenomen om betalingen te doen aan buitenlandse ambtenaren (‘foreign officials’) teneinde zakelijke transacties te verkrijgen of te behouden. Rechtspraak over de (reikwijdte van de) FCPA is schaars. U.S. v. Esquenazi is de eerste zaak waarin een Amerikaanse rechter een definitie van en enkele beoordelingsfactoren voor het begrip instrumentality heeft gegeven. Deze uitspraak heeft mogelijk (ook) gevolgen voor een groot aantal Nederlandse bedrijven. In de onderhavige bijdrage zullen wij dit nader toelichten. Alvorens we ingaan op de zaak U.S. v. Esquenazi, wordt aandacht besteed aan de (extraterritoriale) reikwijdte van de FCPA. In de daaropvolgende paragraaf volgt een uiteenzetting van de achtergrond van het begrip instrumentality onder de FCPA. Daarna worden de feiten en het juridisch kader van U.S. v. Esquenazi behandeld. We sluiten af met een analyse van de uitspraak en de (mogelijke) implicaties voor Nederlandse bedrijven.


mr. A. Verbruggen

mr. T. van Roomen
Artikelen

Het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders

Een praktijkgerichte bespreking

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2015
Auteurs mr. M. Verveld-Suijkerbuijk
Samenvatting

    Op 9 april 2015 zonden de initiatiefnemers van het wetsvoorstel Huis voor klokkenluiders een aanpassing van een eerder dit jaar uitgebrachte novelle aan de Tweede Kamer. Met dit aangepaste wetsvoorstel komen zij tegemoet aan het advies dat de Raad van State uitbracht naar aanleiding van de novelle. Het doel van het wetsvoorstel is tweeledig: het dient de rechtsbescherming van klokkenluiders en draagt bij aan de oplossing van maatschappelijke misstanden. Dit overzichtsartikel bespreekt op praktijkgerichte wijze de inhoud van het wetsvoorstel.


mr. M. Verveld-Suijkerbuijk
Artikelen

Verhullen van de herkomst bij witwassen

Een stand van zaken en handvatten voor de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2015
Auteurs mr. W.H. Hulst en mr. S. Visser
Samenvatting

    Witwassen is in het Wetboek van Strafrecht in art. 420bis lid 1 sub b strafbaar gesteld. Naar de tekst van de wet is het enkele voorhanden hebben van een goed uit eigen misdrijf voldoende voor een witwasveroordeling. De Hoge Raad ontwikkelde daarop wat in de dogmatiek de kwalificatieuitsluitingsgrond wordt genoemd. Dit artikel geeft een juridisch kader waarin wordt uitgelegd wat deze kwalificatieuitsluitingsgrond inhoudt, hoe de rechterlijke macht deze kwalificatieuitsluitingsgrond heeft toegepast in de praktijk, hoe deze kwalificatieuitsluitingsgrond zich verhoudt tot het begrip herkomst genoemd in sub a van art. 420bis lid 1 en tot slot worden enkele handvatten voor de praktijk (opsporing, vervolging, rechterlijk oordeel en verdediging) geboden.


mr. W.H. Hulst

mr. S. Visser

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) gelegitimeerd is om te adviseren over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob en zo ja, welke zorgvuldigheidseisen op dit advies van toepassing zijn. Om deze vraag te beantwoorden wordt allereerst de algemene werkwijze van BING besproken. Ten tweede wordt het eigen Bibob-onderzoek van het bestuursorgaan aan een analyse onderworpen. Ten derde wordt een analyse verricht naar de toepasselijkheid van de zorgvuldigheidseisen, die voortvloeien uit artikel 3:9 Awb, op het onderzoek en het advies van BING. Er wordt geëindigd met een conclusie.


mr. drs. B. van der Vorm

    1. Klaagster verzocht opheffing van zowel het conservatoir als het klassiek beslag op een woning. Door klaagster was eerder aan de officier van justitie verzocht om het beslag op te heffen zodat de woning kon worden verkocht. Met de notaris zou kunnen worden overeen gekomen dat de volledige koopsom van de woning naar het BOOM dient te worden overgemaakt, zodat er voor het OM geen risico zou zijn. Het OM wees dit verzoek echter van de hand.


mr. J.L. Baar

    Met de onderhavige uitspraak bracht de Hoge Raad het alcoholslot (voluit: het alcoholslotprogramma) een gevoelige klap toe door – in navolging van het oordeel van het Hof Den Haag van 22 september 2014 en overeenkomstig de conclusie van AG Harteveld – te bepalen dat een strafrechtelijke vervolging wegens rijden onder invloed onverenigbaar is met het opleggen van dit programma.


prof. mr. J.H. Crijns
Toont 141 - 160 van 178 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.