Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1451 artikelen

x
Jaar 2016 x
Praktijk

Uitzendkrachten inhuren: wanneer wordt goedkoop duurkoop?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden inlenersaansprakelijkheid, art. 34 Invorderingswet 1990, G-rekening, verklaring omtrent het betalingsgedrag, verjaring
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    De inlenersaansprakelijkheid van art. 34 van de Invorderingswet 1990 is een vrijwel zuivere risicoaansprakelijkheid. Deze wordt ingeroepen als een uitlener van personeel loonbelasting of premies onbetaald laat. Het is voor de inlener lastig en administratief bewerkelijk om afdoende maatregelen te nemen tegen een dergelijke aansprakelijkstelling. Verjaring van het recht tot aansprakelijkstelling vindt maar zelden plaats en ook de disculpatieregeling werkt slechts in uitzonderingsgevallen. Alleen de storting van de loonbelasting- en premiecomponent door de inlener op een geblokkeerde rekening van de uitlener is afdoende. Dit artikel gaat in kort bestek op de meeste problemen in waar de inlener mee te maken kan krijgen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is verbonden aan de sectie Belastingrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en tevens werkzaam als belastingadviseur bij Deloitte.
Praktijk

Het fzo-pandrecht op giraal saldo: een alternatief voor de huidige verpandingspraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2016
Trefwoorden fzo-pandrecht, financiëlezekerheidsovereenkomst, pandrecht, giraal saldo, controlevereiste
Auteurs Mr. S. Swinkels
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pandrecht in het kader van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo-pandrecht) is nog een vrij onbekende rechtsfiguur. Onterecht, want het fzo-pandrecht kan in de praktijk een andere uitwerking hebben dan ‘reguliere’ pandrechten en daarmee voordelen meebrengen voor marktpartijen. In dit artikel wordt onderzocht of fzo-pandrechten gebruikt kunnen worden in de huidige verpandingspraktijk, waar vooralsnog een openbaar pandrecht wordt bedongen op het girale saldo van een bankrekening. Belangrijk aspect van deze praktijk is dat de pandgever in zijn hoedanigheid van rekeninghouder over de rekening wil blijven beschikken. Dit levert problemen op met het zogenaamde ‘controlevereiste’.


Mr. S. Swinkels
Mr. S. Swinkels is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Artikel

De twitterende wijkagent en het veiligheidsgevoel van de burger

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Twitter, police, safety perceptions, communication, social media
Auteurs Imke Smulders, Wilbert Spooren en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article reports on a conceptual model that provides insight into the relationship between Twitter use by community policing officers and citizens’ safety perceptions. The model has been tested using data from a relatively large-scale survey study and these results are supporting the model. Furthermore, a small impact of Twitter use has been found on feelings of safety and judgments about the police. To confirm these findings, further research on a larger scale is necessary. To find out more about the exact positive and negative effects of Twitter use by community policing officers, a more experimental design is required.


Imke Smulders
Imke Smulders is als promovenda/onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool. Ook is zij docent taal- en communicatievaardigheden aan de Juridische Hogeschool Avans-Fon‍tys. i.smulders@fontys.nl

Wilbert Spooren
Wilbert Spooren is hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands en verbonden aan het Centre for Language Studies (CLS) van de Faculteit der Letteren van de Radboud Universiteit. w.spooren@let.ru.nl

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit, en doet onderzoek bij Avans University en de VU Amsterdam. emile.kolthoff@ou.nl
Artikel

De rol van sociale media bij rampen en (mini)crises

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Sociale media, Crises, Crisiscommunicatie, geruchten
Auteurs Menno van Duin, Vina Wijkhuijs en Jan Eberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Professionals dealing with crises are more or less forced to a next level of crisis communication and crisis management. This is because of the influence of social media. Messages on Twitter, Facebook and other social media can have a significant impact on the course of developments during a crisis. Sometimes in a positive way, when help is mobilized quickly and people can be informed almost instantly. On other occasions the impact is more negative, when for instance rumors lead to false accusations or threats. In the past several years, crisis management authorities have built up more experience with the use and application of social media and monitoring tools. There are still cases where officials and professionals are taken by surprise because of the shift stream of messages and their impact on public opinion and crisis control. But also lessons have been learned, e.g. in terms of online and offline reactions, cooperation with the public, and rumor control.
    This article gives an overview of research results in literature and summarizes the outcomes of a case study research project.


Menno van Duin
Menno van Duin is lector crisisbeheersing (IFV).

Vina Wijkhuijs
Vina Wijkhuijs is senior onderzoeker Lectoraat Crisisbeheersing (IFV).

Jan Eberg
Jan Eberg is hoofddocent en onderzoeker integrale veiligheid (HU).
Artikel

De burgemeester als crisismanager

Implicaties van de decentralisatie van jeugdzorg voor leiderschapsstijlen tijdens crises

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden burgemeester, crisis management, jeugdzorg, decentralisatie
Auteurs Patricia Schat en Ruth Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch mayors are confronted with various crises differing from a deadly incident with a monster truck to societal unrest due to convicted sex offenders returning to local society. This article presents the results of a research about the role of the mayor in so-called ‘youth crises’. The ‘big decentralization operation’ of January 1, 2015 resulted in new tasks and responsibilities for local governments regarding youth care. This research focuses on the implications of this decentralization for the leadership style of the mayor when a youth related crisis causes societal unrest. The way in which mayors deal with such a crisis was studied by means of in-depth interviews and a vignette study before and after the decentralization. This research concludes that the leadership style of the mayor did not change after the decentralization. Mayors consistently show two dominant leadership styles when managing a youth crisis: ‘First Civilian’ and ‘Peer Governor.’ As a ‘First Civilian’ the mayor’s crisis management actions focuses primarily on the community and the affected family. The style ‘Peer Governor’ is all about gathering relevant information and consultation with various partners, such as youth care organizations and aldermen. More interestingly, the results show that decentralization of youth care redefines the relationship between the local alderman responsible for youth care and the mayor as a crisis manager safeguarding local order and public safety. This relationship is currently under construction and could grow either competitive or fruitful.


Patricia Schat
Patricia Schat is Consultant COT, Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, an Aon Company, and alumnus Master Crisis and Security Management, Universiteit Leiden. p.r.schat@gmail.com

Ruth Prins
Ruth Prins is universitair docent aan de Universiteit Leiden, Institute of Security and Global Affairs. r.s.prins@fgga.leidenuniv.nl
Artikel

Is de motie een nuttig instrument voor de aandeelhouder van een beursvennootschap naast en in aanvulling op het agenderingsrecht ex artikel 2:114a BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden motie, agenderingsrecht, artikel 2:114a BW, agendapunt, Fugro/Boskalis
Auteurs Mr. L. Stoppels en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de Boskalis/Fugro-zaak stellen de auteurs in dit artikel de vraag of de zogenoemde ‘motie’ in de praktijk voor aandeelhouders van beursvennootschappen een nuttig instrument kan zijn om standpunten van de algemene vergadering onder de aandacht van het bestuur en de RvC te brengen.


Mr. L. Stoppels
Mr. L. Stoppels is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat te Amsterdam bij Lemstra Van der Korst en tevens verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming & Recht/Van der Heijden Instituut, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Uitgebalanceerd compromis voor personenvennootschappen: drie maal is scheepsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden personenvennootschap, VOF, CV, maatschap, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. Alzafari en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    In september 2016 is het rapport Modernisering personenvennootschappen van de Werkgroep Personenvennootschappen aangeboden aan de minister van Veiligheid en Justitie. Hierin is een nieuwe wettelijke regeling voor personenvennootschappen opgenomen. In dit artikel bespreken de auteurs de belangrijkste thema’s van het wetsvoorstel en geven zij een reactie op opvallende wijzigingen. De minister heeft aangegeven dat hij het rapport zal meenemen in zijn plannen tot vernieuwing van het ondernemingsrecht. Het zal dan ook naar alle waarschijnlijkheid leiden tot indiening van een wetsvoorstel.


Mr. M. Alzafari
Mr. M. Alzafari is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Verwerking van het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden rechtsverwerking, enquêterecht, Cordial, artikel 2:350 BW, artikel 2:349 BW
Auteurs Mr. D.L. Barbiers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden enkele kanttekeningen geplaatst bij de Cordial-beschikking waarin de Hoge Raad voor de eerste keer besliste dat rechtsverwerking in het enquêterecht toepassing vindt. Verder wordt ingegaan op hoe rechtsverwerking zich verhoudt tot de ontvankelijkheidstermijn van artikel 2:349 lid 1 BW en de belangenafweging van artikel 2:350 BW.


Mr. D.L. Barbiers
Mr. D.L. Barbiers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Afscheid Tom Ottervanger

Bundeling van verschenen bijdragen in Markt en Mededinging van Tom Ottervanger - Overhandigd op 7 december 2016 ter gelegenheid van zijn afscheid als redactielid (1998-2016)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering Afscheid Tom Ottervanger 2016

    The comparative discussions held during this seminar show that the different jurisdictions make use of – approximately – the same ingredients for their legislation on adult guardianship measures and continuing powers of attorney. Given the common international framework (for example the UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities) and given the common societal context (cfr. the strong increase of the ageing population) this may not come as a surprise. Despite these common ingredients, the different jurisdictions have managed to arrive at different dishes spiced with specific local flavours. Given that each jurisdiction bears its own history and specific policy plans, this may not come as a surprise either. The adage ‘same same but different’ is in this respect a suitable bromide.
    For my own research, the several invitations – that implicitly or explicitly arose from the different discussions – to rethink important concepts or assumptions were of most relevance and importance. A particular example that comes to mind is the suggestion to ‘reverse the jurisprudence’ and to take persons with disabilities instead of healthy adult persons as a point of reference. Also, the invitation to rethink the relationship between the limitation of capacity and the attribution of a guard comes to mind as the juxtaposition of the different jurisdictions showed that these two aspects don’t need to be automatically combined. Also the discussion on the interference between the continuing powers of attorney and the supervision by the court, provoked further reflection on hybrid forms of protection on my part. Finally, the ethical and medical-legal approaches may lead to a reconsideration of the traditional underlying concepts of autonomy and the assessment of capacity.


Veerle Vanderhulst Ph.D.
Veerle Vanderhulst works at the Faculty of Law and Criminology, Vrije Universiteit Brussel
Artikel

Art. 7:17 BW als broncode bij de uitleg van een ‘normaalgebruikgarantie’

HR 7 oktober 2016, RvdW 2016/1036 (Boerderij uit 1880)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden conformiteit, Haviltex, normaal gebruik, NVM-akte, uitleg koopakte
Auteurs Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verkoop van een onroerende zaak wordt dikwijls de garantie gegeven dat de zaak geschikt is voor ‘normaal gebruik’. Deze term heeft betrekking op wat daaronder volgens gangbaar spraakgebruik wordt verstaan (geobjectiveerde Haviltex-uitleg). Echter, bij de uitleg blijft ook de conformiteitsmaatstaf van art. 7:17 BW een rol spelen: wat mocht de koper verwachten?


Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De berekening van interne loonkosten: hoe concreet is concreet?

Annotatie bij HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1278 (deel II)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden doorkruisingsleer, onrechtmatige daad, kostenverhaal, abstracte of concrete schadeberekening, loonkosten
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. M.F.J. Hiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen gemeenten de kosten van rampbestrijding verhalen op de overheid via de privaatrechtelijke weg? Of levert dat een onaanvaardbare doorkruising van een publiekrechtelijke regeling op? En als een gemeente loonkosten wil verhalen, moeten deze dan abstract of concreet worden berekend? Die vragen staan centraal in het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2016 en in twee opeenvolgende bijdragen in het Maandblad voor Vermogensrecht. Dit is het tweede deel, over het verhaal van de loonkosten.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is partner bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. M.F.J. Hiel
Mr. M.F.J. Hiel is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Eigen schuld in beleggingsadviesrelaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden beleggingsadvies, eigen schuld, schadebeperking, zorgplicht
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In beleggingsadviesrelaties geeft de belegger zelf opdracht voor de koop en verkoop van effecten. Hij doet dat op advies van de beleggingsonderneming. In hoeverre is er nog ruimte voor eigen schuld van de belegger als de beleggingsonderneming bij het geven van een advies haar zorgplicht schendt?


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Aan de ongerechtvaardigd verrijkte is ook onverschuldigd betaald

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2016
Trefwoorden ongerechtvaardigde verrijking, onverschuldigde prestatie, onverschuldigde betaling, waardevergoeding
Auteurs Mr. G.J. Boeve
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege HR 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:996 vraagt de auteur aandacht voor de wellicht ‘gemakkelijkere’ en onbekende mogelijkheid om vergoeding van de waarde van onverschuldigde en naar hun aard niet ongedaan te maken prestaties ex art. 6:210 BW te vorderen. Deze grondslag lijkt vanuit processueel perspectief zelfs te prefereren boven de ongerechtvaardigde verrijking.


Mr. G.J. Boeve
Mr. G.J. Boeve is advocaat bij Van Benthem & Keulen – advocaten en notariaat te Utrecht.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Diversen: Buitenlands nieuws

Nel nome del padre e della madre

Het Italiaanse Grondwettelijk Hof en naamgevingswetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Gelijkheidsbeginsel, Naamrecht, Naamsgevingswetgeving
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Italiaanse Gondwettelijk Hof heeft in zijn arrest van 8 november 2016 geoordeeld dat de Italiaanse naamgevingswetgeving ongrondwettig is. De regels schrijven nu voor dat als de ouders getrouwd zijn kinderen alleen de naam van hun vader kunnen krijgen. In de zaak Cusan en Fazzo tegen Italië heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg al uitgesproken dat deze wetgeving zich niet verdraagt met de artikelen 8 en 14 EVRM. Eerdere pogingen om deze wetgeving te wijzigen waren tot nog toe niet succesvol. Het is te verwachten dat dit opvallende arrest van het Italiaanse Grondwettelijk Hof van grote invloed zal zijn op het debat.


Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. (Sofia) Ranchordás is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Ligplaatsen voor woonboten: het reguleren van een privaatrechtelijke rechtsverhouding

Lessen voor de wetgevingspraktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsovereenkomst, doorkruisingsleer, woonboten, ligplaatsen
Auteurs mr. C.C. van Niel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal waar de wetgever rekening mee moet houden bij het reguleren van privaatrechtelijke verhoudingen, waarbij de overheid vaak partij is en waarbij publieke belangen een grote rol spelen. Dit wordt besproken aan de hand van het wetsvoorstel tot verbetering van de huurbescherming van huurders van ligplaatsen. Uit dit voorbeeld worden algemene lessen getrokken. Hieruit blijkt dat het ten eerste van belang is om alle betrokken belangen, zowel publieke als private, in kaart te brengen. Ook dient een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, zodat er niet een te zeer wordt benadrukt ten koste van de andere. Tot slot dient rekening te worden gehouden met de aard van de rechtsverhouding. Als publieke belangen een belangrijke rol spelen, is enige verwevenheid van het publiekrecht met het privaatrecht onvermijdelijk, maar dit dient zo veel mogelijk te worden beperkt.


mr. C.C. van Niel
mr. C.C. (Charlotte) van Niel is wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en redactiesecretaris van RegelMaat.
Toont 141 - 160 van 1451 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 10 11 12 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.