Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 352 artikelen

x
Artikel

Aansprakelijkheid van de indirecte bestuurder: rechtstreeks of via artikel 2:11 BW?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2014
Trefwoorden indirect bestuurders, bestuurdersaansprakelijkheid, doorbraak, art. 2:11 BW, tweedegraads bestuurders
Auteurs Mr. S.T.J. van Roessel
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt aan de hand van een drietal arresten de mogelijkheden voor het aansprakelijk stellen van een indirect bestuurder van een vennootschap.


Mr. S.T.J. van Roessel
Mr. S.T.J. van Roessel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Civiel recht als ultimum remedium?

Over de verstoorde verhouding van de bankbreuk tot de pauliana

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden bedrieglijke bankbreuk, faillissementspauliana, reorganisaties, fraudebestrijding
Auteurs Mr. R.J. de Weijs en Mr. T. Reker
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de opmars van het strafrecht binnen het insolventierecht dreigt een vergaande gelijkschakeling tussen de faillissementspauliana en de bankbreukbepalingen. Ten onrechte dreigen daarbij schuldeisersbenadelende handelingen die met fraude niets te maken hebben, toch binnen het bereik van het strafrecht te komen.


Mr. R.J. de Weijs
Mr. R.J. de Weijs is docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.

Mr. T. Reker
Mr. T. Reker is recent afgestudeerd aan de Universiteit Leiden.
Artikel

(Bestuurders)aansprakelijkheid: Spaanse Villa versus Tulip Air

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2014
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Spaanse Villa, Tulip Air, ernstige verwijtbaarheid, persoonlijke zorgvuldigheidsnorm
Auteurs Mr. C. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt een arrest van de Hoge Raad van 5 september 2014, waarin de Hoge Raad nogmaals de criteria voor aansprakelijkheid van een bestuurder uit hoofde van onbehoorlijke taakvervulling en de criteria voor aansprakelijkheid vanwege het schenden van een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm uiteenzet.


Mr. C. Jaspers
Mr. C. Jaspers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, toelatingsovereenkomt, beheersmodel
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende en mr. F. Lijffijt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg in de periode januari 2012 – mei 2014 behandeld. Het gaat dan om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst, de toelatingsovereenkomst, vernietigingsperikelen en tot slot procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende

mr. F. Lijffijt
Tessa van den Ende en Fiona Lijffijt zijn als advocaat werkzaam bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.

    Maagchirurg; achtergebleven gaasje; (voorwaardelijk) opzet mishandeling niet bewezen; geen zwaar lichamelijk letsel door schuld; vrijspraak

    Gynaecoloog; dood baby; zwaar lichamelijk letsel moeder; schuld; geen strafoplegging

Annotatie

De uitleg van de Ragetlie-regel door de Hoge Raad: better safe than sorry of Klukklukiaans?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Ontslagtoets, Ragetlie, bepaalde tijd, opvolgend werkgeverschap, rechtsgeldige opzegging
Auteurs Prof. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer die zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, wordt volgens de Hoge Raad beschermd door de Ragetlie-regel van artikel 7:667 lid 4 BW. De A-G kwam, met eenzelfde beroep op de wetsgeschiedenis, tot een tegenovergesteld standpunt. De auteur is kritisch over de uitkomst van en de redeneringen in het arrest en de gevolgde methode van rechtsvinding. Parlementaire geschiedenis biedt immers zelden een doorslaggevend aanknopingspunt.


Prof. R.M. Beltzer
Prof. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Een autonome en uniforme uitleg van opzet binnen de Europese Unie. Een commentaar bij HvJ EU 27 februari 2014, zaak C-396/12

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden gemeenschappelijk landbouwbeleid, betekenis opzettelijke niet-naleving, toerekening van verwijtbaar gedrag aan derden
Auteurs Mr. dr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 27 februari 2014, zaak C-396/12, heeft het Hof van Justitie uitleg gegeven over de betekenis en de ondergrens van het bestanddeel ‘opzettelijke niet-naleving’ in Verordening 2005/1698/EG en aangegeven hoe toerekening van verwijtbaar gedrag door ondergeschikten in het kader van deze verordening dient plaats te vinden. In deze bijdrage worden de centrale overwegingen van het arrest geanalyseerd.
    HvJ EU 27 februari 2014, zaak C-396/12, Van der Ham en Van der Ham-Reijersen van Buuren, n.n.g.


Mr. dr. J.M. ten Voorde
Mr. dr. J.M. (Jeroen) ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Deutsche Bahn

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Deutsche Bahn, misbruik, artikel 102 VWEU, inspectiebesluit, misbruik
Auteurs Mr. drs. Hein Hobbelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht van de Europese Unie wees op 6 september 2013 arrest in de zaak Deutsche Bahn. In deze zaak had de Europese Commissie het vermoeden dat de Duitse vervoersgigant Deutsche Bahn handelde in strijd met artikel 102 VWEU door misbruik te maken van een volgens de Commissie dominante positie op de markt voor het leveren van tractiestroom voor vervoer per spoor. Zij voerde daarom van 29 tot 31 maart 2011 op basis van Verordening 2003/1/EG een eerste inspectie uit bij verschillende filialen van Deutsche Bahn. Daarna volgden nog twee inspectiebesluiten. Deutsche Bahn stelde beroep in tegen de drie inspectiebesluiten en voerde daarbij vijf middelen aan. Deze werden alle door het Gerecht verworpen zoals in deze annotatie nader wordt besproken.


Mr. drs. Hein Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Annotatie bij de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2014 ( ECLI:NL:GHARL:2014:181, 183 en 185) over de einddatum van toekomstige schade en verhoging van het smartengeld vanwege in de literatuur bestaande discussie.


Mr. L.L. Veendrick
Mr. L.L. Veendrick is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

    Indien de belastingplichtige grove schuld of opzet kan worden toegerekend, mag de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen. Deze vergrijpboete kan bij opzettelijk handelen oplopen tot 100% van het te weinig betaalde belastingbedrag. Dit artikel tracht inzicht te geven in de invulling van deze strafrechtelijke begrippen in de Curaçaose fiscale praktijk. De kwalificatie van grove schuld of opzet is casuïstisch, waarbij de bewijslast bij de Belastingdienst ligt. Grove schuld is omschreven als een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid dat mede grove onachtzaamheid omvat. Opzet is omschreven als het willens en wetens handelen of nalaten. Indien sprake is van een pleitbaar standpunt, kan de belastingplichtige geen verwijt worden gemaakt. Wanneer een belastingplichtige zijn belastingzaken laat behartigen door een adviseur, kan de schuld van de adviseur niet zonder meer worden toegerekend aan de belastingplichtige.


Mr. Siegfried G. Kenswil
Mr. Siegfried G. Kenswil is belastingadviseur bij KPMG Meijburg Caribbean.

    Klacht IGZ tegen huisarts; wettelijk zorgvuldigheidskader bij euthanasie; subsidiariteitsbeginsel; berisping; art. 293 Sr; art. 2 lid 1 sub a tot en met f Wtlvhz

    Ex-neuroloog; strafvervolging; hulpeloosheid; voorwaardelijke opzet; mishandeling

Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.
Praktijk

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden strafrecht, medisch beroepsgeheim, AMK-melding
Auteurs Prof. mr. T.M. Schalken
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan bod komt de jurisprudentie van 1 maart 2012 tot 1 januari 2014. In deze kroniek wordt stilgestaan bij uitspraken betreffende het medisch beroepsgeheim en het verschoningsrecht, in het bijzonder bij de doorbreking van het beroepsgeheim wegens ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’. In het verlengde daarvan bespreekt de auteur jurisprudentie naar aanleiding van AMK-meldingen en de aan die meldingen te stellen voorwaarden. Ook wordt aandacht besteed aan de verantwoordelijkheid van de al dan niet regievoerende specialist en het verschil tussen een tuchtrechtelijke en een strafrechtelijke beoordeling van die verantwoordelijkheid.


Prof. mr. T.M. Schalken
Tom Schalken is emeritus hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht Vrije Universiteit Amsterdam (www.tomschalken.nl).

    On the one hand, the religiously motivated circumcision of male minors is a manifestation of the right to freedom of religion. On the other hand, circumcision is an interference with the right to physical integrity. This article makes an effort to explain the fundamental rights’ position of male minor circumcision, dealing as well with the right to freedom of religion of the male minor, with some medical aspects, and with the difference between the circumcision of boys and girls. The article results in a discussion of the question, if specific regulation is required, in view of the recent discussion about the legitimacy of circumcision of male minors.


Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. A.J.Nieuwenhuis@uva.nl.
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.
Artikel

De Srebrenica-arresten: een doorbraak met grote gevolgen?

Kan de Nederlandse Staat aansprakelijk worden gehouden voor de dood van drie moslimmannen die in juli 1995 werden verwijderd van de compound van Dutchbat in Srebrenica?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2014
Trefwoorden onrechtmatige daad, toerekening, internationaal recht, Srebrenica-arresten
Auteurs Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee parallelle uitspraken beantwoordt de Hoge Raad de vraag of de Nederlandse Staat aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen die werden verwijderd van de compound van Dutchbat na de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het gerechtshof dat de verweten gedragingen aan de Staat kunnen worden toegerekend.


Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
Dr. drs. D.L.M.T. Dankers-Hagenaars is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Allianz: een beetje vaag en heel ongelukkig

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden exclusieve afname, toets strekkingsbeding, mededingingsbeperkende strekking, mededingingsbeperkende gevolgen
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Het te bespreken arrest betreft prejudiciële vragen gesteld door het Hongaarse hof van cassatie Legfelsőbb Biróság (hierna: de verwijzende rechter) aangaande de vraag of afspraken tussen verzekeraars Allianz en Generali en een aantal autoreparateurs, waarbij de autoreparateurs (indirect) een bonus krijgen als zij een bepaald percentage verzekeringen van Allianz en Generali verkopen, kwalificeren als overeenkomsten die tot strekking hebben de mededinging te beperken. Het Hof van Justitie verwart in zijn arrest het onderscheid tussen strekkings- en gevolgbedingen. Het Hof van Justitie suggereert bovendien dat de vrij onschuldige afspraken – afnamebedingen – tot doel hebben de mededinging te beperken. Het arrest stelt ten slotte dat als een overeenkomst niet in overeenstemming is met nationaal regelend recht – zoals regels van consumentenbescherming – dit het waarschijnlijk maakt dat die overeenkomst de strekking heeft de mededinging te beperken.
    HvJ EU 14 maart 2013, zaak C-32/11, Allianz Hungária Biztosító e.a./Gazdasági Versenyhivatal, n.n.g.


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff Buruma te Brussel.
Toont 161 - 180 van 352 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.