Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 589 artikelen

x

Maria Beerten
Maria Beerten is navormer en hergo-moderator.
Artikel

Ruim baan voor het reclasseringswerk: doen wat nodig is

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, court advice, custom made, professional discretion
Auteurs Drs. Jacqueline Bosker en Mr. dr. Katinka Lünnemann
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2016 advices the probation service delivers to the public prosecution office or prison service are no longer financed by counting the number of advices produced, but by a lump sum budget. That should give probation officers the much needed room to do what is necessary in an individual case, instead of following strict protocols. This article describes the changes in the work of probation officers and their co-operation with public prosecutors, as a result of this change. Findings are based on ongoing research, and describe the practice at the end of 2016.


Drs. Jacqueline Bosker
Drs. Jacqueline Bosker is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Recht en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht. Tevens is zij redacteur van PROCES.

Mr. dr. Katinka Lünnemann
Mr. dr. Katinka Lünnemann is onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van Hogeschool Utrecht.
Artikel

Reclassering, beeldvorming en identiteit

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Probation, Parole, identity advice, probation supervision, community service
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan
SamenvattingAuteursinformatie

    The probation service gives advice to the court tens of thousands of time each year, coordinates tens of thousands of community service orders, and supervises tens of thousands of offenders. This is done professionally and takes place without much incidents or problems. However, the probation is not very well known to the general public. The identity of probation is also ambiguous and therefore not strong. There is less appreciation for the probation than they deserve. This can be met by making the probation service responsible for the implementation of all community-based sanctions (suspended sentences and other conditional modalities and community service orders), similar to the responsibility of the prison system for custodial sanctions and measures. Secondly, by differentiation in the nature and intensity of activities. Many probation clients do well. They represent only a low risk, and probation involvement may be limited. For other clients, more is needed: more activities, greater intensity and focus on criminogenic needs. It is proposed to distinguish between probation and probation plus. In both, probation supervision and community service are at the center, but the plus version is emphatically more focused on rehabilitation and reintegration, and thus on minimizing recidivism. This requires more efforts by the probation service. It also requires adapting the organization: one probation organization that is accountable and responsible for the implementation of community-based sanctions, but with the possibility to outsource work if special expertise and special activities are required.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. Peter van der Laan is verbonden aan de Vrije Universiteit en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Artikel

Internetbankieren: veiligheidspercepties van gebruikers

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Risicoperceptie, Online bankfraude, Slachtofferschap, Informatiebeveiliging
Auteurs Jurjen Jansen, Nicolien Kop en Wouter Stol
SamenvattingAuteursinformatie

    In today’s society, full use is made of online banking. This makes safety and security of online banking an important issue. Two significant threats to users of online banking in The Netherlands are phishing and malware attacks. In this study, an end-user perspective is adopted to study customers’ perceptions regarding safety and security of online banking. A unique feature to this study is that we explore – besides other predictor variables – the relationship between online banking fraud victimization and risk perception. We have made a distinction between three types of victimization: 1) self-experienced victimization, 2) victimization of acquaintances, such as family and friends, and 3) having heard of stories in the media about online banking fraud victimization. Based on a secondary analysis of data from 1200 Dutch users of online banking, collected through an online survey, we conclude that participants perceive their risk of online banking fraud to be small. In general, participants have little experience with victimization, both themselves (2.3%) and in social settings (29.6%). Three quarters of the respondents (75.6%) are aware of victimization of online banking fraud by means of media coverage. Direct and indirect victimization, however, have almost no influence on risk perception regarding online banking fraud. Risk perception is mainly determined by perceived vulnerability, that is, the estimated probability of becoming a victim of online banking fraud. Furthermore, perceived severity or impact of online banking fraud and the degree of trust in online banking contribute to some extent to risk perception. In total, 64.0% of variance in risk perception was explained by the predictors perceived vulnerability, perceived severity, locus of control, trust in online banking, (in)direct experiences with victimization (self, acquaintances and media) and demographic variables (gender, age, educational level and work status). The results of this study may help to improve communication about risks regarding online banking.


Jurjen Jansen
Jurjen Jansen is promovendus aan de Faculteit Cultuur- & Rechtswetenschappen van de Open Universiteit, Onderzoeker aan het Lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Nicolien Kop
Nicolien Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde aan de Politieacademie.

Wouter Stol
Wouter Stol is bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit, lector Cybersafety aan de NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Alice Bosma
Alice Bosma is promovenda bij INTERVICT, Tilburg University en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Bescherming van de consument-koper door de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW

Zin en onzin van een servicecontract bij koop

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden consument, wettelijke garantie, commerciële garantie, servicecontract, koop
Auteurs Dr. mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke bepalingen van de kooptitel, Titel 7.1 BW, beschermen de consument-koper vergaand. Winkeliers in Curaçao doen hieraan afbreuk door onder meer zeer korte garantietermijnen te hanteren en zelfs onnodig en tegen betaling ‘bijkoopgaranties’ of servicecontracten aan te bieden. Nagegaan wordt wat, gelet op de bij consumentenkoop geldende dwingendrechtelijke bepalingen, de voor- en nadelen van servicecontracten zijn en in hoeverre een servicecontract meer bescherming biedt dan de bescherming die de consument-koper al geniet door de garanties die in de wet verankerd zijn.
    Besproken worden de remedies die de wet biedt (de verkoper moet overgaan tot herstel of vervanging binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast van de koper), de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW waarbij geschiktheid voor normaal gebruik het uitgangspunt is (waaronder ook een normale levensduur valt), de regel van artikel 7:6a BW dat de verkoper verplicht is te vermelden dat een ‘commerciële garantie’ geen afbreuk doet aan de ‘wettelijke garantie’, en de omkering van de bewijslast in artikel 7:18 lid 2 BW op grond waarvan de zaak vermoed wordt bij aflevering ondeugdelijk geweest te zijn wanneer de non-conformiteit zich binnen zes maanden heeft geopenbaard.
    In deze bijdrage wordt voor Curaçao voorgesteld om in een overleg tussen bijvoorbeeld consumentenorganisatie FpK en vertegenwoordiging van branches tot gedragscodes te komen waarin – rekening houdend met specifieke lokale omstandigheden – een concrete nadere invulling wordt gegeven aan de wettelijke rechten van de consument-koper. Een geschillencommissie zou een logisch sluitstuk daarvan zijn.


Dr. mr. P. Klik
Dr. mr. P. Klik was tot voor kort lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam bij Burgers Advocaten te Curaçao en als consultant.
Artikel

Onrust in de superdiverse mbo-klas

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2017
Trefwoorden ethnography, classroom dynamics, vocational schools, Superdiversity
Auteurs Fatima el Bouk MSc, Vita van der Staaij-Los MSc, Tjitske Lovert-Reindersma MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we report on an ethnographic research project conducted in 2014-2015 at a school for ‘Assistant in Care and Wellbeing’, a school for secondary vocational training that is part of a large regional education center in the metropolitan area of the Randstad. The main incentive for our research was that some researchers assumed that in this ‘super-diverse’ environment, where students with an immigrant background were a vast majority, many tensions and conflicts were caused by ethnic and religious differences between students. However, after about 100 hours of observations in the classes of fourteen teachers, 36 interviews with teachers and other staff, and focus group discussions with teachers and students, we found that for most students diversity wasn’t a big issue at all. Rather than ethnic or religious differences many irritations and conflicts were triggered by the constantly changing organisational setting and institutional context of the school. In this article, we will corroborate this finding with a detailed analysis of some cases of classroom interaction, and draw conclusions about the usefulness and limits of superdiversity as a heuristic tool.


Fatima el Bouk MSc
Fatima el Bouk, MSc, is hogeschooldocent bij de opleiding Sociaal Werk en onderzoeker aan het lectoraat burgerschap en Diversiteit aan de Haagse Hogeschool. Vanuit het lectoraat verricht ze etnografisch onderzoek naar omgangsvormen op een mbo-instelling in de Randstad. Zij heeft eerder onderzoek verricht naar leerstrategieën en netwerkgedrag bij Nederlandse ondernemers met een migratieachtergrond en naar de positie die ondernemerschap inneemt in de toekomst oriëntatie van Turks- en Marokkaans-Nederlandse studenten op het mbo en het hbo.

Vita van der Staaij-Los MSc
Vita van der Staaij-Los, MSc, is onderzoeker bij het lectoraat Burgerschap en Diversiteit aan de Haagse Hogeschool. Zij verricht hier etnografisch onderzoek naar omgangsvormen tussen docenten en studenten op een mbo-instelling in de Randstad. Voorheen was zij werkzaam als onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut. In de onderzoeken die zij uitvoert, houdt zij zich vooral bezig met de vraag op welke manier kwetsbare doelgroepen zo optimaal mogelijk in onze samenleving kunnen participeren. Mede vanwege haar eerdere werkervaring in de jeugdpsychiatrie en het jongerenwerk ligt haar expertise vooral bij de doelgroep jeugd.

Tjitske Lovert-Reindersma MSc
Tjitske Lovert-Reindersma, MSc, is cultureel antropoloog en acht jaar lang in het mbo werkzaam geweest als beleidsmedewerker en onderzoeker. Zij verricht voornamelijk kwalitatief onderzoek op het gebied van diversiteit en het beroepsonderwijs, in het bijzonder de doorstroom naar hogere niveaus. Op dit moment is zij werkzaam als accountmanager op het gebied van doorstroom van mbo naar hbo bij Hogeschool Inholland Den Haag.

Dr. Baukje Prins
Dr. Baukje Prins is sinds 2009 lector Burgerschap en Diversiteit aan De Haagse Hogeschool. De onderzoeksgroep verricht etnografisch onderzoek naar alledaagse omgangsvormen in verschillende domeinen van de grootstedelijke samenleving, zoals gemengde wijken, het beroepsonderwijs en de gezondheidszorg.
Artikel

Actuele opvattingen inzake civiel schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2017
Trefwoorden schadevergoeding, voeging benadeelde partij, onevenredige belasting, convergentie strafrecht/civielrecht
Auteurs Dr. Renée Kool en Mr. dr. Jessy Emaus
SamenvattingAuteursinformatie

    Crime victims’ compensation is a focal point of interest within the present Dutch penal policy. Coming forward as an injured party, crime victims may claim compensation for pecuniary and non-pecuniary damages from the prepetrator. Since the claim is of a subsidiary, civil nature, the decision making may not represent an undue burden to the criminal procedure. To further compensation, the legal criterion for accessibility was extended (2010) and policy measures were taken. The article provides an overview of the most important findings of an evaluation into to date’s practice, paying special attention to the opinion of legal professionals. Focussing on both the preparatory and the trial phase, a multidisciplinary research was executed, combining quantitative and qualitative research methods. The results show an increase of the amount of claims awarded since 2007. To date, victims’ compensation is commonly accepted within the Dutch criminal procedure. Nevertheless, the legal professionals point at the potential draw backs that sprout from the acknowledgment of the victim as a participant within the Dutch criminal proceedings.


Dr. Renée Kool
Dr. Renée Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall.

Mr. dr. Jessy Emaus
Mr. dr. Jessy Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.
Artikel

‘Buurt Bestuurt Niet’

Empirisch onderzoek naar burgerparticipatie in een Rotterdamse achterstandswijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2017
Trefwoorden CLEAR-Model, security and safety management, CAPS, Rotterdam
Auteurs Marc Schuilenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, I report on an ethnographic research project conducted in 2013-2015 in Rotterdam’s neighbourhood Hillesluis on ‘Community Governs’, a community-based program which goal is to solve neighbourhood crime and disorder problems. By making use of the CLEAR model, the article focuses on three factors of effective participation of citizens: ‘Enabled to’, ‘Asked to’, and ‘Responded to’. The results indicate that making residents of a deprived neighbourhood responsible for the governing of safety and security issues is extremely difficult. It also becomes clear that the participants don’t believe that their involvement is making a difference in the neighbourhood. An importantly explanation for this is that the participants are not provided enough information to make the right decisions about which safety problems need to be tackled.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Bloggen: het digitale visitekaartje

Negen tips voor een goed verhaal

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2017
Auteurs Sylvia Kuijsten

Sylvia Kuijsten
Praktijk

De wereld van de wetenschapper en de wereld van de praktijk

Utilitaire overpeinzingen en een onderzoek naar regelovertreding door politieambtenaren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Auteurs drs. Robin Christiaan van Halderen
Auteursinformatie

drs. Robin Christiaan van Halderen
Drs. Robin van Halderen is onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool en buitenpromovendus bij de faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Artikel

Effecten van een training cognitieve vaardigheden voor justitiabelen onderzocht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Cognitieve vaardigheden, Justitiële gedragsinterventie, Volwassen daders, Effectonderzoek
Auteurs Suzan Verweij MSc LLM, dr. Wendy Buysse en dr. Bouke Wartna
SamenvattingAuteursinformatie

    One of the most widely implemented behavioral programs for adult offenders in the Netherlands is a cognitive skills training called CoVa. The training is an adapted version of the Enhanced Thinking Skills program (ETS). This paper reports on the findings of several impact studies on the effectiveness of CoVa and ETS. Special attention is paid to a recent study on the measured change in cognitive skills before and after the training and a recent comparative recidivism study. The majority of studies on CoVa and ETS show positive indications of the effectiveness of the training programs. In the Netherlands the effect sizes are small, but some English studies on ETS reveal large effects. The paper discusses possible explanations for this outcome and examines the relevance of the research findings for the present version of the CoVa-training.


Suzan Verweij MSc LLM
Suzan Verweij MSc LLM is wetenschappelijk medewerker bij de Recidivemonitor van het WODC.

dr. Wendy Buysse
Dr. Wendy Buysse is senior onderzoeker bij DSP-groep in Amsterdam.

dr. Bouke Wartna
Dr. Bouke Wartna is senior wetenschappelijk medewerker en programmaleider bij de Recidivemonitor van het WODC.
Artikel

Rechercheren een vorm van street-level bureaucracy?

Een verkenning van de opsporingspraktijk naar georganiseerde misdaad

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Street-level bureaucracy, Recherche, Georganiseerde misdaad
Auteurs Dr. Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Academic researchers in the Netherlands working on organized crime often make use of police files. This produces a lot of knowledge and helps building and testing theories about organized crime. However, it is also known that police files have their limitations. This article uses the concept of ‘street-level bureaucracy’ to explain some of these limitations. For instance, routines and biases can influence the way an investigation is conducted, i.e. avoiding or not following up certain lines of enquiry. Researchers who make use of case file analysis should therefore keep in mind the extent to which an investigation team functioned as a street-level bureaucracy.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. Melvin R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Informatievoorziening.
Artikel

Access_open De rol van religie in orgaandonatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Orgaandonatie, Religie, Donorregister, sociaal kapitaal
Auteurs Prof. dr. Hans Schmeets en Drs. Floris Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the relationship between religiosity and organ donation, using unique Dutch register- and survey data of almost 400.000 individuals. One in four of the Dutch population ages 12 years and above is registered as an organ donor. Non-religious individuals are more likely to give permission for the transplantation of their organs than the religious. In particular, there are few organ donors among individuals who very frequently attend religious services. Furthermore, there are differences between religious denominations. Roman-Catholics are more often registered as an organ donor than Protestants, in particular among older generations. The proportion of organ donors is lowest among Muslims.


Prof. dr. Hans Schmeets
Prof. dr. J.J.G. Schmeets is programmamanager bij het CBS en bijzonder hoogleraar Sociale statistiek aan de Universiteit Maastricht. Hij geeft leiding aan de onderzoeksthema’s sociale cohesie, welzijn, belevingen van burgers, politiek, religie, ICT en veiligheid. Tevens beoordeelt hij verkiezingen voor de OVSE.

Drs. Floris Peters
Drs. F. Peters is promovendus aan de Universiteit Maastricht en parttime onderzoeker bij het CBS. Zijn onderzoek heeft betrekking op motieven voor naturalisatie en op de relatie tussen naturalisatie en integratie van migranten. Tevens doet hij onderzoek naar orgaandonatie in Nederland.
Artikel

De rol van sociale media bij rampen en (mini)crises

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Sociale media, Crises, Crisiscommunicatie, geruchten
Auteurs Menno van Duin, Vina Wijkhuijs en Jan Eberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Professionals dealing with crises are more or less forced to a next level of crisis communication and crisis management. This is because of the influence of social media. Messages on Twitter, Facebook and other social media can have a significant impact on the course of developments during a crisis. Sometimes in a positive way, when help is mobilized quickly and people can be informed almost instantly. On other occasions the impact is more negative, when for instance rumors lead to false accusations or threats. In the past several years, crisis management authorities have built up more experience with the use and application of social media and monitoring tools. There are still cases where officials and professionals are taken by surprise because of the shift stream of messages and their impact on public opinion and crisis control. But also lessons have been learned, e.g. in terms of online and offline reactions, cooperation with the public, and rumor control.
    This article gives an overview of research results in literature and summarizes the outcomes of a case study research project.


Menno van Duin
Menno van Duin is lector crisisbeheersing (IFV).

Vina Wijkhuijs
Vina Wijkhuijs is senior onderzoeker Lectoraat Crisisbeheersing (IFV).

Jan Eberg
Jan Eberg is hoofddocent en onderzoeker integrale veiligheid (HU).
Artikel

De discretionaire ruimte bij het gebruik van geweld: hoe kleiner, hoe beter?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden discretionary space, use of force, Training, Survey, hypothetical cases
Auteurs Jannie Noppe
SamenvattingAuteursinformatie

    First line police officers need a certain amount of discretion as they have to deal with various and complex situations on a daily basis. In this article the author examines the extent to which police officers have room for discretion in their use of force. We start from Mastrofski’s proposition that in case of decisions to use deadly force (use of firearm) police officers’ discretionary space must be restricted as much as possible. In case of less intrusive use of force, police officers may have more room for discretion. We used data from a small survey in three local police forces in Belgium to examine whether police officers have similar opinions on the decision to use their firearm – in comparison with the decision to use lower levels of force (non-firearm/non-lethal). Furthermore, we compare police officers who are highly trained in the use of force, with less trained police officers. Our results indicate that police officers are indeed more univocal when it comes to decisions to use their firearm, especially in case of more trained police officers.


Jannie Noppe
J. Noppe is doctoraatstudente bij de onderzoeksgroep IRCP, Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, Universiteit Gent.
Artikel

Street-level bureaucrats in de justitiële jeugdinrichting?

Hoe groepsleiders hun discretionaire ruimte benutten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2016
Trefwoorden street-level bureaucracy, juvenile correctional facility, group workers, discretion
Auteurs Dr. Marie-José Geenen, Prof. dr. Emile Kolthoff, Drs. Robin Christiaan van Halderen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although group workers in juvenile correctional facilities (JCFs) are restricted in their actions by many rules and regulations, they still have the opportunity for tailor-made actions. Based on Lipsky’s (2010) theory of ‘street-level bureaucracy’ this article explains what this discretion means for group workers in JCFs and how they deal with it. Based on 24 interviews with group workers, this article outlines how they exercise discretion in a context where group dynamics and dealing with emotions affect their actions to an important degree. In addition, this article describes how group workers deal with dilemmas they encounter.


Dr. Marie-José Geenen
Dr. M.-J. Geenen is docent en supervisor bij het Instituut voor Social Work en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, openbare orde en recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Robin Christiaan van Halderen
Drs. R.C. van Halderen is onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Drs. Jeanet de Jong
Drs. J. de Jong is docent bij de Academie Sociale Studies in Breda en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.
Artikel

Herstelrecht bij partnergeweld

Resultaten van een Europees onderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Annemieke Wolthuis en Katinka Lünnemann
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative Justice is not evident in cases of intimate partner violence, but it can take and does take place under certain conditions. Wolthuis and Lünnemann explain about the European research they coordinated in six European countries (Austria, Denmark, Finland, Greece, the Netherlands and the UK) on context and practicalities of the use of victim-offender mediation in such complex cases. Cases dealing with violence of mainly men against women and where power imbalances often play a role. That means that mediators, referrers and others involved should know about this complexity and the needs of participants. Austria and Finland turned out to have the most experienced working methods. Their models, good practices and challenges are presented as well as the main outcomes of the research. Interviews and focus groups in the countries gave additional insights. It resulted in a guide with minimum standards addressing the different stages of a mediation process with extra attention for safety and empowerment.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is zelfstandig onderzoeker, trainer en mediator. Zij is tevens redactielid van het Tijdschrift voor Herstelrecht.

Katinka Lünnemann
Katinka Lünnemann is als senior-onderzoeker verbonden aan het Verwey-Jonker Instituut.
Toont 161 - 180 van 589 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 29 30
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.