Zoekresultaat: 366 artikelen

x

    Realisering EHS vanwege bezuinigingen niet meer financieel uitvoerbaar

Artikel

Access_open Tijd voor een ruimere eedspraktijk

Laat ieder de eed afleggen volgens eigen godsdienstige gezindheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Eed, andere religies, belijdenisvrijheid
Auteurs Jurn de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    It fits in with the objective of the oath that everybody is given the opportunity to swear an oath in compliance with his or her own faith. In The Netherlands this has already been legally possible since 1911. It is in agreement with the articles 1 and 6 of the Constitution and with tradition. After all, those who take the oath must fully realize the obligations they enter into. There is, however, some uncertainty about the scope and purport of the law of 1911. Therefore we are making three recommendations to clarify the rules.


Jurn de Vries
Dr. J.P. de Vries is onderzoeker aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vr.) in Kampen. vries.jpde@tiscali.nl.

    This article sketches the historical development of the relationship between church and state up to the Napoleontic era. The church appears, never to be able to refrain from the patronage on its internal organisation by the monarchs. The development since the 19th century will be object of a sequel, with special attention to their position in the Kingdom of the Netherlands.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen heeft diverse artikelen gepubliceerd over de relatie tussen religie en samenleving in historisch perspectief. Hij is redactielid van Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. gmjmkoolen@tele2.nl
Artikel

De Omgevingswet als stelsel voor het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden omgevingsrecht, Omgevingswet, omgevingsverordening, projectbesluit, bestemmingsplan
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kabinet gaat het omgevingsrecht regelen in één wet: de Omgevingswet. De hoofdlijnen van het voorgenomen stelsel worden besproken tegen de achtergrond van het denken over de samenhang van het omgevingsrecht, het constitutionele en Europese recht, de bestuurlijke organisatie en de geschiedenis van het omgevingsrecht. Aan de orde komen in het bijzonder de reikwijdte, de doelstellingen, de normen, de positie van de gemeente, de besluitfiguren (het projectbesluit en de omgevingsvergunning) en ook de omgevingsverordening als opvolger van het bestemmingsplan. Behalve enkele onbeantwoorde vragen tekent zich ook een samenhangend stelsel van omgevingsrecht af.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast werkt als advocaat bestuursrecht en omgevingsrecht bij de vakgroep Overheid & Onderneming van AKD in Rotterdam.
Artikel

De wijzigingen van het ontwerpwetsvoorstel Natuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden ontwerpwetsvoorstel Natuur, integratie Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet, Vogel- en Habitatrichtlijn, wetswijzigingen
Auteurs Mr. I.R. Viertelhauzen
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Wet natuur zal het natuurbeschermingsrecht zowel inhoudelijk als procedureel wijzigen. De Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet worden samengevoegd. In deze bijdrage wordt ingegaan op het ontwerpwetsvoorstel en worden de belangrijkste verschillen tussen het huidige en voorgestelde regime beschreven. Het ontwerpwetsvoorstel sluit nauw aan bij de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Nationale koppen worden zo veel mogelijk verwijderd. Gebiedsbescherming, soortenbescherming en houtopstanden hebben elk, in afzonderlijke hoofdstukken, een eigen toetsingskader. Daarnaast zullen de taken en bevoegdheden in beginsel bij de provincies worden gelegd.


Mr. I.R. Viertelhauzen
Mr. I.R. (Ingrid) Viertelhauzen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    Verhouding provinciale verordening en reconstructieplan.

    Reactieve aanwijzing inzake wijzigingsbevoegdheid. Provinciale verordening.

Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Access_open Balanceren tussen volkssoevereiniteit en theocratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden popular sovereignty, theocracy, christian political parties
Auteurs Emo Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    Calvinist politicians have traditionally rejected the principle of people’s sovereignty as contrary to God’s sovereignty. However, over time, the majority of these politicians have used the term democracy, which basically means the same, although there has always been a minority seeking a theocracy or a Christian government. Nowadays, Christian politics will not pursue a Christian state, but it pleads for the right to religious liberty in which it finds the key to thinking about human rights and the rule of law.


Emo Bos
Mr. E. Bos was vanaf 1967 tot 2009 officier van justitie, kantonrechter, rechter, vicepresident en raadsheer-plaatsvervanger in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Den Haag. Hij promoveerde in 2009 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift Soevereiniteit en religie. Godsdienstvrijheid onder de eerste Oranjevorsten (Hilversum 2009).
Artikel

Herontwikkeling van stortplaatsen

Kansen en belemmeringen vanuit milieurechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden stortplaats, Wet bodembescherming, Wet milieubeheer, bodemverontreiniging, herontwikkeling
Auteurs Mr. drs. M.A. de Groote
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn twee soorten stortplaatsen in Nederland, namelijk voormalige stortplaatsen en stortplaatsen die vallen onder de reikwijdte van de Wet milieubeheer (Wm). Een stortplaats die op of na 1 september 1996 in gebruik was of is, valt onder de nazorgregeling van de Wm; overige stortplaatsen zijn voormalige stortplaatsen.Thans worden bijna uitsluitend voormalige stortplaatsen herontwikkeld. Bij de beheersing van bodemverontreiniging van dergelijke stortplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Wet bodembescherming (Wbb). Dit lijkt in de praktijk te werken, maar recente rechtspraak noopt tot aanpassing van de wet. De nazorgregeling uit de Wm gaat uit van een actieve nazorg en legt de verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische situatie na sluiting van de stortplaats bij de provincie. Bij herontwikkeling van Wm-stortplaatsen moet er zijn voldaan aan diverse verplichtingen die de Wm voorschrijft. Dat maakt herontwikkeling van Wm-stortplaatsen ingewikkelder dan herontwikkeling van voormalige stortplaatsen. Overheden kunnen door meerdere maatregelen herontwikkeling van beide soorten stortplaatsen vergemakkelijken.


Mr. drs. M.A. de Groote
Mr. drs. M.A. (Michiel) de Groote is werkzaam als advocaat in dienst van de gemeente Amsterdam (directie Juridische Zaken).
Artikel

De ontheffingsbevoegdheid in provinciale ruimtelijke verordeningen in het licht van de wijzigingswet Wro

Instrument voor gemeentelijke flexibiliteit of provinciale sturing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden artikel 4.1 Wro, ontheffing, interbestuurlijke regel, interbestuurlijk toezicht, wijzigingswet Wro
Auteurs Mr. dr. F.A.G. Groothuijse en Mr. drs. D. Korsse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 juni 2011 is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat ertoe strekt een grondslag in de Wro op te nemen voor het toekennen van een ontheffingsbevoegdheid in algemene, interbestuurlijke regels op grond van hoofdstuk 4 van die wet. In deze bijdrage wordt eerst nagegaan waarom een ontheffingsbevoegdheid van belang kan zijn, waarom een expliciete grondslag voor zo’n bevoegdheid is vereist en welke bezwaren momenteel tegen het toekennen van een dergelijke bevoegdheid bestaan. In het licht hiervan wordt vervolgens de bevoegdheidsgrondslag beschreven die met het wetsvoorstel in de Wro zal worden opgenomen. Tot slot worden kritische kanttekeningen bij de inhoud van het wetsvoorstel geplaatst en wordt stilgestaan bij de gevolgen van het wetsvoorstel voor de bestaande interbestuurlijke regels die een ontheffingsbevoegdheid bevatten.


Mr. dr. F.A.G. Groothuijse
Mr. dr. F.A.G. (Frank) Groothuijse is onderzoeker/docent bij het Centrum voor Milieurecht (ACELS) aan de Universiteit van Amsterdam en redactielid van TO.

Mr. drs. D. Korsse
Mr. drs. D. (Daan) Korsse is promovendus bij het Centrum voor Omgevingsrecht van de Universiteit Utrecht en bereidt een proefschrift voor over de provinciale planologische verordening.
Redactioneel

Over cultuur en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden culture, crime, media, research methods
Auteurs Marc Schuilenburg, Dina Siegel, Richard Staring e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introduction to this first issue of the Dutch Journal on Culture and Crime, the editors first examine the history of cultural perspectives in criminology and the reasons why this approach is particularly relevant to analyse crime in our globalised consumer societies. Cultural criminology’s social-constructionist perspectives on the key-concepts, culture and crime, are elaborated next, followed by an exposé of the new imaginative meaning of media-studies in our age of information. In the last paragraph the claim is made that, although ethnography plays a key-role, there is a wide variety of research methodologies that can be applied in cultural criminological framework.


Marc Schuilenburg
Mr. drs. Marc Schuilenburg is docent bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dina Siegel
Prof. dr. Dina Siegel is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. E-mail: d.siegel@uu.nl.

Richard Staring
Prof. dr. Richard Staring is bijzonder hoogleraar Mobiliteit, toezicht en criminaliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. E-mail: staring@law.eur.nl.

René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar Internationaal vergelijkende criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van de Erasmus Graduate School of Law. E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.
Artikel

Actief burgerschap binnen herstelrecht

Een inventarisatie van participatievormen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Citizenship, Participation, Mediators, Activism
Auteurs Brunilda Pali
SamenvattingAuteursinformatie

    Seemingly a difficult concept, participation in restorative justice can be understood better once the notion is broadened and operationalized. Therefore a proposal will be made here to first broaden the meaning of participation beyond participation of stakeholders and ‘community’ in the process as it is generally understood in restorative justice literature, and second break down the concept of participation into five different levels: (1) involvement of the stakeholders and the ‘community’ in the restorative process; (2) participation of citizens as volunteer mediators/facilitators in the process; (3) self-referrals from citizens; (4) voluntary participation of experts in restorative justice organisations; (5) promotion from ex-victims of crime and ex-offenders. Based on this approach, in the end, the author opens up the discussion on the meaning of active citizenship for restorative justice in continental Europe. Before discussing how the broadening of the concept of participation is concretely envisioned, the author argues on the importance of prioritizing the notion of citizenship instead of ‘community’ in the continental European restorative justice discourse.


Brunilda Pali
Brunilda Pali verricht promotieonderzoek aan het Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit van Leuven.
Artikel

Twintig jaar nieuwe aansprakelijkheden voor personen

Over de (beperkte) betekenis van art. 6:171 en 6:172 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden kwalitatieve aansprakelijkheid, vertegenwoordigers, niet-ondergeschikten, begrenzing, schadevergoeding
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Bijna twintig jaar na de inwerkingtreding wordt mede aan de hand van recente rechtspraak de balans opgemaakt van twee van de noviteiten die het BW destijds introduceerde: de aansprakelijkheid voor zelfstandige hulppersonen (art. 6:171 BW) en de aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers (art. 6:172 BW). Wat hebben de artikelen de rechtspraktijk gebracht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. H.A.J. Gierveld
Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld is werkzaam bij de hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en redacteur van TO.
Artikel

De watervergunning en samenloop van bevoegdheden

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Waterwet, samenloop van bevoegdheden, artikel 6.17 Waterwet, watervergunning, handhaving
Auteurs Mr. W.B. van der Gaag
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 22 december 2009 is de Waterwet van kracht. Sinds deze datum is integraal waterbeheer in het nationale recht verankerd. Deze bijdrage richt zich op de integratie ten aanzien van vergunningverlening en handhaving. Wanneer voor een samenstel van handelingen voor meerdere onderdelen een vergunning noodzakelijk is, geldt als uitgangspunt dat één integrale watervergunning wordt verleend. De Waterwet biedt echter de mogelijkheid om een uitzondering te maken ten aanzien van dit uitgangspunt en afzonderlijke watervergunningen te verlenen. In deze bijdrage geeft de auteur aan dat deze uitzonderingsmogelijkheid niet onbeperkt is.Bij een samenstel van handelingen kan het voorkomen dat meerdere bestuursorganen de bevoegdheid om op een vergunningaanvraag te beslissen toebedeeld hebben gekregen. In deze gevallen is sprake van samenloop van bevoegdheden. In de lijn met het uitgangspunt van één integrale watervergunning kent de Waterwet als uitgangspunt dat slechts één bestuursorgaan het bevoegde gezag is. Om vast te houden aan de gedachte van één bevoegd gezag is voor deze gevallen van samenloop van bevoegdheden de samenloopregeling in de Waterwet opgenomen. Op grond van deze samenloopregeling wordt bepaald welk van de bestuursorganen in het concrete geval bevoegd gezag is.


Mr. W.B. van der Gaag
Mr. ing. W.B. (Wouter) van der Gaag is beleidsadviseur bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.

    Inpassingsplan. Provinciale belangen in geval van rondweg die twee gemeenten doorsnijdt en onderdeel zal gaan uitmaken van provinciale infrastructuur.

    Ontheffing Provinciale verordening. Bevoegdheid burgemeester en wethouders. Concrete situatie die uitzondering op algemene regels rechtvaardigen.

    Reactieve aanwijzing. Huisvesting tijdelijke werknemers. Provinciaal beleid.

    Verweerder heeft in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om de milieuvergunning te weigeren wegens strijd met de provinciale milieu­verordening. Daaraan doet niet af dat het ten tijde van het nemen van het bestreden besluit vigerende bestemmingsplan zich niet tegen de aangevraagde uitbreiding van de inrichting verzet en dat realisatie van het met de provinciale verordening beoogde doel ook mogelijk is bij de aangevraagde uitbreiding van zijn bedrijf.

Toont 161 - 180 van 366 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.