Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 491 artikelen

x
Artikel

MVO-gedragscodes, contracten en aansprakelijkheid: van goede bedoelingen naar het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Gedragscodes, Aansprakelijkheid, Handelsketens, Multinationals
Auteurs Dr. A.L. Vytopil
Auteursinformatie

Dr. A.L. Vytopil
Dr. A.L. Vytopil is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en is redactiesecretaris van Contracteren. Zij promoveerde in 2015 op een proefschrift over dit onderwerp.
Artikel

De verhaalsmogelijkheden bij schade door een ongeschikte medische hulpzaak anno 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden artikel 6:77 BW, medische hulpzaak, aansprakelijkheid, schade, notified body
Auteurs Mr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een patiënt schade heeft geleden ten gevolge van een lekkend borstimplantaat, een niet goed sluitende hartklep, een heup die metaaldeeltjes afgeeft of een andersoortige medische hulpzaak, rijst de vraag of, en zo ja, op wie hij deze schade zou kunnen verhalen. In dit artikel wordt besproken welke actoren de patiënt zou kunnen aanspreken, waarbij met name gekeken zal worden naar recente ontwikkelingen op het gebied van de aansprakelijkheid van deze actoren.


Mr. J.T. Hiemstra
Mr. J.T. Hiemstra is promovenda en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Wetgeving, empirisch-juridisch onderzoek en Legal Big Data

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden legislation, big data, empirical legal research, nudging
Auteurs Frans L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    A second empirical revolution in law is in full swing: legal big data have made their entrance and will play an increasingly important role in the legal field. Legal big data, for example, increase the accessibility and transparency of files. They make it easier for legislators to find out how society views proposed legislation. Using big data, all jurisprudence can be processed very easily and judicial decisions can be predicted with a high degree of certainty. The contribution concludes with a number of legal and ethical issues and methodological challenges in relation to legal big data, such as ownership, privacy and representativeness.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Tevens is hij hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Maastricht. Eerder was hij onder meer directeur Doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. Hij publiceerde vele artikelen en boeken, vooral op het terrein van evaluatie.
Jurisprudentie

2015/199 Rechtbank Midden-Nederland 8 april 2015 (m.nt. prof. mr. J.G. Sijmons)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Art. 13 Zvw, vergoeding voortgezette behandeling, ononderbroken zorgverlening, cessie op zorgaanbieder, onrechtmatige daad zorgverzekeraar
Samenvatting

    Uitleg artikel 13 lid 5 Zvw; cessieverbod recht op vergoeding van zorg; onrechtmatigheid van handelen in strijd met artikel 13 lid 5 Zvw

    Missen van diagnose; toevalsbevinding; eis tot schadevergoeding

    Een discussie over de schaderegeling bij whiplashzaken (WAD graad I en II) zou als uitgangspunt moeten hebben dat de slachtoffers erkend worden in hun (soms ook blijvende) klachten en beperkingen. Het is bekend dat in deze zaken een (aantoonbaar) medisch substraat ontbreekt, maar dat betekent niet dat de klachten niet reëel zijn of daardoor niet aan een ongeval kunnen worden toegerekend. Als de klachten een zekere ernst hebben, dan kunnen daaruit ook beperkingen voor bijvoorbeeld het verrichten van arbeid voortvloeien gedurende een lange looptijd. In juridisch opzicht is de ‘whiplashdiscussie’ al gevoerd: deze heeft (te) kort gezegd in het voordeel van het slachtoffer uitgepakt. Daarmee zijn we er echter nog niet: we zouden moeten proberen de schaderegeling in deze kwesties te verbeteren.


Mr. J.F. Schultz
Mr. J.F. Schultz, re is letselschadespecialist bij Pals groep letselschadespecialisten.
Artikel

Letselschade: de hypothetische situatie zónder ongeval

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden letselschade, schadebegroting, situatie zonder ongeval, causaal verband, toerekening
Auteurs Mr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter vaststelling van personenschade dient steeds zowel de situatie mét als de situatie zónder ongeval in kaart te worden gebracht, om vervolgens op basis van het verschil de (financiële) schade te kunnen begroten. In deze bijdrage wordt een nadere verfijning bepleit van het reeds door de Hoge Raad in ‘standaardrechtspraak’ ontwikkelde ‘traditionele’ normatieve kader ter begroting van personenschade. Betoogd wordt voortaan bij vaststellingen omtrent de situatie zónder ongeval nadrukkelijk(er) onderscheid te maken tussen de binnen en buiten ‘de persoon’ van het slachtoffer gelegen aspecten daarvan. Gelet op de ter bepaling van de fictieve toekomst van ieder letselschadeslachtoffer aan te leggen ‘redelijkheidstoets’ kunnen beide aspecten namelijk niet over één kam worden geschoren.


Mr. A. Kolder
Mr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten te Emmen en tevens docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen bij de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht.
Artikel

Living Apart Together: Over de verhouding tussen toezichthouders en maatschappelijke stakeholders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden horizontaal toezicht, verantwoording, regulatory capture
Auteurs Dr. Caelesta Braun
SamenvattingAuteursinformatie

    De verhouding tussen toezichthouders en de sector is van oudsher een netelige kwestie. Betekenisvol en legitiem toezicht vraagt om zowel distantie ten opzichte van als betrokkenheid bij de sector en andere maatschappelijke stakeholders. Een onbalans in deze relaties leidt vaak tot kritiek op het functioneren van de toezichthouder. Ook rond het functioneren van de NZa komt deze complexe relatie aan bod, maar slechts op een indirecte manier.


Dr. Caelesta Braun
Dr. C. Braun is assistant professor Departement Organisatie- en Bestuurswetenschappen (USBO), Universiteit Utrecht.
Artikel

Herstelgericht reclasseren: De contextuele benadering als kader voor herstelgericht werken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Herstelrecht, Reclassering, Contextuele hulpverlening, Contextuele therapie, Herstelbemiddeling
Auteurs Ewout Openneer MCH
SamenvattingAuteursinformatie

    Restorative Justice could have a more extensive implementation within criminal justice if there was more restorative practice within probation work. This may also lead to more restorative mediation. This article is based on practice-based research on what is known about restorative practices within probation and how contextual therapy, developed by the Hungarian-American psychiatrist Ivan Böszörményi-Nagy, can contribute to this. The main conclusion is that contextual therapy can offer a currently non-existent framework that is needed to be able to work with restorative practices within probation. This article describes how contextual approaches can be useful for probation officers.


Ewout Openneer MCH
Ewout Openneer MCH is reclasseringswerker en trainer bij het Leger des Heils.
Redactioneel

De bestudering van criminaliteit op macroniveau: een inleiding

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden macro criminology, theory, crime drop, punitive turn, micro-macro problem
Auteurs Dr. Frank Weerman, Dr. André van der Laan, Prof. Ineke Haen Marshall e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory article we introduce the subject of our thematic issue on ‘macro criminology’, and illustrate it with a short historical overview and examples of ‘typical macro criminological’ research. Successively we address the recent decrease in crime in many Western countries (the ‘crime drop’), the increased tendency to punish more severely in the last decennia (the ‘punitive turn’), and historical developments in homicide (‘history of violence’). After that we address an important theoretical and philosophical problem with regard to macro criminology: the balance between micro and macro factors in explaining macro phenomena. Finally, the contributions of this thematic issue are introduced.


Dr. Frank Weerman
Dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senior onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC.

Prof. Ineke Haen Marshall
Prof. I.H. Marshall is Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice en de Department of Sociology & Anthropology van de Northeastern University in Boston (VS).

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is directeur van de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent.
Artikel

Daling in geregistreerde jeugdcriminaliteit

Enkele mogelijke verklaringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden crime drop, juvenile suspects, trends, macro explanations, time series analysis
Auteurs Dr. André van der Laan en Dr. Gijs Weijters
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, from 2007 police census data show a sharp decrease in the number of suspects of crime among juveniles aged 12 to 25 years old. How to explain this decrease remains unclear. Constructionist theories suggest that changes in police census data are fully explained by changes in the law enforcement system. Normative theories argue that changes in police data can be explained by demographic, social or economic trends. In this paper, we systematically explored the (inter)national literature for macro factors that could explain changes in juvenile crime. Next, in an empirical case study of the city of Amsterdam, we explored which of these macro factors relate to changes over time in the number of juvenile suspects of crime and the types of crime they were suspected of. Due to multicollinearity of the macro factors multivariate analyses were not possible. Our results indicate that the decrease in police registered juvenile crime in Amsterdam should be explained by multiple factors. Some of these factors concern policy investments (such as focus on school drop-out and targeted law enforcement), other factors relate to socialdemographic developments which appeared coincidentally.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC. Zijn onderzoeksinteresse betreft ontwikkelingen in en achtergronden van jeugdcriminaliteit en veelplegers en effecten van justitiële sancties.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G.M. Weijters is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC.
Artikel

Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen: de definitieve richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden kartelschade, inbreuk op mededingingsrecht, aansprakelijkheid, richtlijn betreffende schadevorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro en Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2014 is de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de richtlijn en wordt de richtlijn vergeleken met het huidige Nederlandse recht, waarbij de auteurs aangeven of het Nederlandse recht naar hun mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Casus

Continuïteit van ondernemingen en pre-pack – hoe een idee een Europese richtlijn mist

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden faillissement, doorstart, pre-pack, overgang van onderneming
Auteurs R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Zoals bij elk nieuw fenomeen geldt ook voor de pre-pack dat juridische onduidelijkheden bestaan. Een voor de praktijk belangrijke vraag is of er redenen zijn aan te nemen dat een voortzetting van de onderneming door middel van een zogenoemde pre-pack een overgang van onderneming zou kunnen impliceren. De auteur stelt dat, ondanks de bewoordingen van art. 7:666 BW, een categorische uitsluiting van de regels met betrekking tot overgang van onderneming in faillissement wellicht in strijd is met Europese regels.


R.M. Beltzer
Prof. dr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid & Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Private enforcement van het mededingingsrecht: de toekomst van schadevergoedingsprocedures voor kartelschade in Nederland

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden private enforcement, private handhaving van het mededingingsrecht, civiele schadevergoedingsacties wegens kartelschade
Auteurs J. Houdijk en T. Schäfers
SamenvattingAuteursinformatie

    De handhaving c.q. afdwinging van (de normen van) het mededingingsrecht kent een duale uitwerking. Deze kenmerkt zich namelijk door een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke dimensie. De publiekrechtelijke handhaving is in handen van de nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Autoriteit Consument & Markt in Nederland, en van de Europese Commissie binnen de Europese Unie. Publiekrechtelijke interventie heeft tot dusver steeds voorop gelopen binnen de Europese Unie en binnen de EU-lidstaten. Privaatrechtelijke handhaving, dan wel private enforcement, is echter aan een opkomst bezig: het betreft hier de toepassing van mededingingsrechtelijke normen in geschillen tussen private partijen, in het bijzonder in procedures die draaien om schadeverhaal ten aanzien van schade die een onderneming heeft geleden door de kartelgedragingen van andere marktpartijen. De opkomst van het fenomeen van private enforcement van het mededingingsrecht is recent kracht bij gezet door nieuwe regelgevingsinitiatieven van de Europese Commissie. In de Nederlandse rechtspraak zijn inmiddels de eerste schadevergoedingszaken vanwege (gestelde) kartelschade aanhangig. Ondanks deze initiatieven staat private enforcement van het mededingingsrecht in Nederland nog in de kinderschoenen: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog vele stappen te zetten alvorens het is uitgegroeid tot een volwassen rechtsgebied. Denk hierbij aan de vaststelling c.q. berekening van geleden schade. Ook op het vlak van de organisatie en financiering van claim(procedure)s zijn interessante ontwikkelingen gaande in de vorm van voorstellen tot nieuwe Nederlandse wetgeving op het gebied van de ‘class action’.


J. Houdijk
Mr. dr. J. Houdijk is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.

T. Schäfers
Mr. T. Schäfers is advocaat bij AKD te Brussel, Praktijkgroep Europees en Mededingingsrecht.
Artikel

Relativiteitsperikelen: Wet wapens en munitie geen schild tegen concrete (vermogens)schade?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden overheidsaansprakelijkheid, relativiteitsbeginsel, schadevergoeding, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2015 heeft de Rechtbank Den Haag vonnis gewezen in de procedure die was aangespannen door slachtoffers van het schietincident in Alphen aan den Rijn tegen de politieregio Hollands Midden. De rechtbank oordeelde dat de politieregio in strijd handelde met de Wet wapens en munitie maar niet aansprakelijk is jegens de slachtoffers omdat niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan. In deze bijdrage wordt het vonnis van de rechtbank besproken en worden er enkele kanttekeningen geplaatst bij het (relativiteits)oordeel van de rechtbank.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open ‘Je kan heel goed kritisch zijn op een nette manier’

Kees Schuyt over veranderende wetenschapscultuur

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Research integrity, sociology, fraud, academic culture
Auteurs dr. Barbra van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch sociologist and lawyer Kees Schuyt worked as scientific researcher and professor of sociology for the University of Leiden and University of Amsterdam. He has written about forty books and many articles about the welfare state, the philosophy of social science and the sociology of law. Between 2006 and 2014 he was chairman of The Netherlands Board on Research Integrity (LOWI). Recently he wrote the book Between fault and fraud. Integrity and dishonest behavior in scientific research. In this interview, Schuyt talks about the role of scientific integrity in his own career and specifically elaborates on dishonest behavior and scientific competition.


dr. Barbra van Gestel
Dr. Barbra van Gestel is socioloog en als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

Causaal verband in whiplashzaken: een beschouwing vanuit juridisch en medisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden whiplash, causaal verband, schade, letselschadeclaim, juridisch perspectief, medisch perspectief
Auteurs Mr. P. Oskam en Drs. A.M. Reitsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de recente rechtspraak in whiplashzaken besproken. De huidige lijn in de rechtspraak wordt vervolgens zowel vanuit juridisch als vanuit medisch perspectief belicht, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de richtlijnen van de NVN en de behandelbaarheid van subjectieve gezondheidsklachten. De auteurs gaan onder meer in op de vragen of de huidige lijn in de rechtspraak wel een gewenste ontwikkeling is en of de rechter niet te veel zijn eigen (niet medische onderbouwde) weg gaat in whiplashzaken. De auteurs pleiten voor het aannemen van een beperkte looptijd in whiplashzaken.


Mr. P. Oskam
Mevr. mr. P. Oskam is advocaat bij Kennedy Van der Laan Advocaten te Amsterdam.

Drs. A.M. Reitsma
Mevr. drs. A.M. Reitsma MD, Master of Biomedical Ethics, is medisch adviseur van ASR Schadeverzekering N.V.
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Waar zijn toch al die ondeugende kinderen gebleven?

Diagnose en behandeling van ADHD ter voorkoming van ernstig en gewelddadig crimineel gedrag

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Prof. dr. Willem de Haan
Auteursinformatie

Prof. dr. Willem de Haan
Prof. dr. W.J.M. de Haan is senior research fellow bij de Afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toont 161 - 180 van 491 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.