Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 439 artikelen

x
ECJ Court Watch

Case C-212/17. Fixed-term work

Simón Rodríguez Otero – v – Televisión de Galicia S.A., reference lodged by the Spanish Tribunal Superior de Justicia de Galicia on 24 April 2017

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2017
ECJ Court Watch

ECJ 6 April 2017, case C 336/15 (Unionen), Transfer of undertakings

Unionen – v – Almega Tjänsteförbunden and ISS Facility Services AB, Swedish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Transfer of undertakings
Samenvatting

    A transferee must, when dismissing an employee over a year after a transfer of the undertaking, include the time he or she worked for the transferor in calculating the employee’s length of service, as this is relevant for determining the period of notice to which the employee is entitled.

ECJ Court Watch

Case C-147/17. Working time and health and safety

Sindicatul Familia Constanța and Others – v – Direcția Generală de Asistență Socială și Protecția Copilului Constanța, reference lodged by the Romanian Curtea de Apel Constanţa on 23 March 2017

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2017

    After the transfer of an undertaking (or part of one) the new employer cannot modify the transferred workers’ wages without their consent. This decision of the Belgian Supreme Court of 14 November 2016 leaves no leeway to the transferee to unilaterally substitute certain contractual elements with new ones, even if the new salary scheme is more advantageous overall.


Cecilia Lahaye
Cecilia Lahaye is an attorney at Van Olmen & Wynant in Brussels (www.vow.be).
ECJ Court Watch

Case C-17/17. Insolvency

Grenville Hampshire – v – The Board of the Pension Protection Fund, reference lodged by the English Court of Appeal on 16 January 2017

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2017
ECJ Court Watch

Case C-677/16. Fixed-term work

Lucía Montero Mateos – v – Agencia Madrileña de Atención Social de la Consejería de Políticas Sociales y Familia de la Comunidad Autónoma de Madrid, reference lodged by the Spanish Juzgado de lo Social No 33 de Madrid on 29 December 2016

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2017
Artikel

De afwikkeling van medische schade onder de Wkkgz

De beloften van het klachtrecht voor patiënten, de eerste stappen naar verwezenlijking door de ziekenhuizen en de eerste verrichtingen van de Wkkgz-geschilleninstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden schadeafwikkeling, medisch, klacht, claim, Wkkgz
Auteurs Mr. B.S. Laarman en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Wkkgz vindt de buitengerechtelijke afwikkeling van medische schadeclaims plaats in het klachtrecht in plaats van het aansprakelijkheidsrecht. Zorgaanbieders moeten zelf proactief en oplossingsgericht schadeclaims onderzoeken en beoordelen. De rol van de patiëntencontactpersoon in het ziekenhuis, van de zorgverlener en de samenwerking tussen ziekenhuis en verzekeraar zijn daarmee ingrijpend veranderd. Dit overzichtsartikel bespreekt de eerste stappen naar implementatie van de Wkkgz, de aard van het klachtrecht, de noodzaak van triage, de werkwijzen van zelfregelende ziekenhuizen, de noodzaak van informed consent, BGK , de zeswekentermijn, de eerste resultaten van de Wkkgz-geschilleninstanties, en het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet BIG.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en geeft leiding aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).
Artikel

Enforceability of mediation clauses in Belgium and the Netherlands

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Enforceability, Mediation clauses, contracts
Auteurs Ellen van Beukering-Rosmuller en Patrick Van Leynseele
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article authors discuss (possible) legal means and methods aimed at making mediation clauses effective and/or enforceable. In particular Belgian and Dutch law are examined. In part attention is also paid to English, French and Italian law. Against the background of recent EU-legislation the validity of mediation clauses is discussed as well, with a focus on consumer related disputes. By reviewing US case law with regard to the duty to participate in good faith in the mediation process, the authors also outline the limits of this concept for the effectiveness of mediation clauses. The central theme of the enforceability of mediation clauses has been looked at both from a procedural as from a financial angle. Substantial differences can be noted between the Belgian and the Dutch approach towards what courts should do when dealing with a dispute in which parties have previously agreed to mediation. Belgian law provides in art. 1725 § 2 Judicial Code that the court, if so requested by the defendant, is in principle obliged to suspend the examination of the case until the mediation has taken place. According to current case law, the situation in the Netherlands is that mediation clauses are in principle not enforceable (Supreme Court 2006). Following the most recent legislative proposal regarding mediation (July 2016) the court should examine whether mediation can still have an added value in case one party refuses to take part in a mediation as provided for in a clause invoked by the other party, prior to (possibly) proposing mediation. Based on the plans repeatedly announced by the Belgian Minister of Justice, it is likely that there will soon be an amendment to the mediation provisions in the Judicial Code that will allow courts to ‘force’ mediation upon the parties, even in the absence of a mediation clause. If this becomes the rule, judges would be well advised to exercise this power with due care. In the authors’ opinion the Dutch approach (as suggested in the most recent legislative proposal) in connection with mediation clauses, consisting in having the court examine whether mediation may (still) have an added value for the parties, could serve as a good guideline for the Belgian judges to use.


Ellen van Beukering-Rosmuller
Ellen J.M. van Beukering-Rosmuller is Universitair Docent Burgerlijk Procesrecht, Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

Patrick Van Leynseele
Patrick H. Van Leynseele is lid van de balies van Brussel en New York en partner in het Brussels advocatenkantoor DALDEWOLF, een referentie inzake ADR. Met als achtergrond het ondernemingsrecht werkt hij als litigator en arbiter in internationale zaken. Hij schreef verschillende artikels inzake mediation en Med-Arb in vooraanstaande juridische tijdschriften.

    The purpose of this article is to investigate whether the notion of an interest should be taken more seriously than the notion of a right. It will be argued that it should; and not only because it can be just as amenable to the institutional taxonomical structure often said to be at the basis of rights thinking in law but also because the notion of an interest has a more epistemologically convincing explanatory power with respect to reasoning in law and its relation to social facts. The article equally aims to highlight some of the important existing work on the notion of an interest in law.


Geoffrey Samuel
Professor of Law, Kent Law School, The University of Kent, Canterbury, Kent, U.K. This article is a much re-orientated, and updated, adaption of a paper published a decade ago: Samuel 2004, at 263. The author would like to thank the anonymous referees for their very helpful criticisms and observations on an earlier version of the manuscript.
Artikel

De jurisdictie van het Hof van Justitie op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Hof van Justitie, Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, Politieke en niet-Politieke Besluiten, Beperkende Maatregelen, Prejudiciële Procedure
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken H en Rosneft werd het Hof van Justitie in de gelegenheid gesteld de eigen rechtsmacht op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te verduidelijken. Meer specifiek, het Hof van Justitie werd gevraagd vast te stellen (1) of het bepaalde ‘niet-politieke’ GBVB-besluiten ongeldig kan verklaren (art. 263 VWEU) en (2) of het zich ook in prejudiciële procedures (art. 267 VWEU) kan uitspreken over de geldigheid van GBVB-besluiten die strekken tot het opleggen van sancties aan natuurlijke of rechtspersonen. De arresten maken duidelijk dat de rechtsmacht van het Hof van Justitie ruimer is dan de tekst van de relevante Verdragsbepalingen suggereert.
    HvJ 19 juli 2016, zaak C-455/14 P, H/Raad van de Europese Unie, Europese Commissie en Politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië-Herzegovina, ECLI:EU:C:2016:569 en HvJ 28 maart 2017, zaak C-72/15, PJSC Rosneft Oil Company, voorheen Rosneft Oil Company OJSC/Her Majesty’s Treasury, Secretary of State for Business, Innovation and Skills, The Financial Conduct Authority, ECLI:EU:C:2017:236


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.

    The rule has been confirmed again: the Fixed Term Employees (Prohibition on Discrimination) Law, Law 98(I)/2003 and EU Directive 1999/70 (the ‘Directive’) apply equally to all indefinite term contracts of both public and private sector employees and any remedy provided by the employer for failure to comply must be fair and equitable.


Panayiota Papakyriacou
Panayiota Papakyriacou is a lawyer at George Z. Georgiou & Associates LLC, www.gzg.com.cy.

    A pregnant employee with no valid work permit in France does not benefit from protective legal provisions forbidding or restraining her termination.


Claire Toumieux

Susan Ekrami
Claire Toumieux and Susan Ekrami are a partner and associate with Allen & Overy LLP in Paris, www.allenovery.com.

    The transferee dismissed the plaintiff immediately upon the transfer, for business reasons. The plaintiff claimed the dismissal was invalid because the transferee did not consult the union representatives who were transferred. The Supreme Court held that, in the absence of a works council, the union representative has, by law, all rights and obligations with regard to information and consultation. Failure to abide by the information and consultation rules rendered the decision to dismiss invalid.


Dina Vlahov Buhin
Dina Vlahov Buhin is a lawyer with Vlahov Buhin & Šourek in cooperation with Schoenherr Attorneys at Law, www.schoenherr.eu.

    The Supreme Court ruled that evidence of wrongdoing obtained by a company against two former executives was admissible in court, as it was legitimate that the company should have the opportunity to defend its right to free competition. In such cases, the executives’ right to privacy of communication should be balanced against the company’s freedom of competition.


Effie Mitsopoulou
Effie Mitsopoulou is a partner with Kyriakides Georgopoulos Law Firm in Athens, www.kglawfirm.gr.

    Unlawful discrimination cannot be found even for morbid obesity under the German Equal Treatment Act.


Paul Schreiner
Paul Schreiner is a partner with Luther Rechtsanwaltsgesellschaft mbH in Essen, www.luther-lawfirm.com.
ECJ Court Watch

ECJ 2 March 2017, case C-496/15 (Eschenbrenner), Freedom of movement

Alphonse Eschenbrenner – v – Bundesagentur für Arbeit, German case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Freedom of movement
Case Reports

2017/23 Suspension of a recovery plan is not a transfer-triggering event (BU)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Transfer of undertaking, Employees who transfer/refuse to transfer
Auteurs Kalina Tchakarova
SamenvattingAuteursinformatie

    The Bulgarian Supreme Court ruled to the effect that the Bulgarian Labour Code (‘BLC’) provides for the automatic transfer of employees only in the circumstances set out in the BLC. The employment protection given by the BLC cannot either be broadened or narrowed. The suspension of a recovery plan which leads to the restoration of insolvency proceedings (and therefore the return of the company from the transferee that had been executing the failed recovery plan back into the hands of the transferor) did not lead to the automatic transfer of employment.


Kalina Tchakarova
Kalina Tchakarova is a partner at Djingov, Gouginski, Kyutchukov and Velichkov, Sofia, www.dgkv.com.

    In deze bijdrage wordt uiteengezet wat ‘openheid van zaken geven’ concreet inhoudt. Na een begrippenkader worden het doel en de achtergrond gegeven van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) als juridisch kader. Uit actuele inzichten uit wetenschap en (tucht)rechtspraak zijn vijf elementen van openheid af te leiden waaraan een open en eerlijke reactie moet voldoen, deze worden toegelicht.


Mr. B.S. Laarman
Berber Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Uitleg in commerciële verhoudingen naar Nederlands en Engels recht: de betekenis van ‘business common sense’ als gezichtspunt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden uitleg, Haviltex, commerciële verhoudingen, rechtsvergelijking, Engels recht
Auteurs Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de Nederlandse uitspraak Parkking Ontwikkeling B.V. c.s./Alberts q.q. en de Engelse uitspraak Wood v Capita Insurance Services, respectievelijk gewezen door de Hoge Raad en het Supreme Court. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de vraag of, en zo ja in welke mate, in uitlegkwesties in professionele, commerciële verhoudingen rekening gehouden wordt met ‘zakelijke logica’, ofwel ‘business common sense’. Met andere woorden: kent de rechter gewicht toe aan het argument dat het vanuit commercieel oogpunt onwaarschijnlijk is dat een van beide partijen een bepaalde uitleg heeft voorgestaan?


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam als universitair docent privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
ECtHR Court Watch

ECtHR 25 October 2016, application nos. 45197/13, 53000/13 and 73404/13, Diplomatic immunity in labour relations

Radunović and Others – v – Montenegro, Montenegronian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Diplomatic immunity in labour relations
Toont 161 - 180 van 439 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 21 22
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.