Zoekresultaat: 385 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

De invloed van Europees recht op alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden Europees consumentenrecht, ADR, ambtshalve toepassing, toetsing
Auteurs Mr. drs. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de doorwerking van Europees consumentenrecht in ADR-procedures aan de hand van het arrest Heesakkers/Voets (NJ 2014/274). Vastgesteld wordt dat de rechterlijke controle op de handhaving van het Europees consumentenrecht in ADR-procedures is uitgebreid. Ook buitengerechtelijke geschillenbeslechters dienen (ambtshalve) toepassing te geven aan Europese consumentbeschermende bepalingen.


Mr. drs. I. Brand
Mr. drs. I. Brand is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Artikel

De grenzen van de bedenktijd

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden bedenktijd, misbruik van recht, koop op afstand, waardevermindering, gebruiksvergoeding
Auteurs Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een consument door zijn eigen gedragingen het recht verspelen om gebruik te maken van een wettelijke bedenktijd? Bij de koop op afstand is het antwoord inmiddels gegeven. Art. 6:230s lid 3 BW beperkt de consequenties tot een verplichting tot vergoeding van de waardevermindering van de zaak.


Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd
Prof. mr. C.G. Breedveld-de Voogd is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Elkaar respectvol de maat nemen’

Interview met Bob Wessels

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden Nieuw BW, MvV, vermogensrecht
Samenvatting

    In dit interview met prof. mr. Bob Wessels komen heden, verleden en toekomst van het Maandblad voor Vermogensrecht ter sprake. Of hoe een ‘vlugschrift’ uitgroeide tot een volwassen vermogensrechtelijk tijdschrift.

Artikel

MvV: Mededelingsplicht, verzwijging en Vergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, schadevergoeding, verkeersopvattingen, vernietiging
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Verkeersopvattingen bepalen het bestaan van precontractuele mededelingsplichten. De kennis van de betrokken partijen alsook wettelijke mededelingsplichten zijn daarbinnen van grote betekenis. Wat betreft de gevolgen van verzwijging zouden contractueel bedongen garanties ook bij vernietiging van de overeenkomst van betekenis kunnen blijven, mits de overeenkomst zonder terugwerkende kracht wordt vernietigd.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Taxus revisited. Een kleine taxonomie van het kennisvereiste

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden toerekening, Verkeersopvattingen, stand van wetenschap en techniek, onbekende risico’s, voorzorgbeginsel
Auteurs Prof. mr. C.C. van Dam
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de verschillende rollen die kennis in het aansprakelijkheidsrecht speelt. Aan de orde komen: objectivering van het kennisvereiste, verplichtingen bij onvoldoende kennis van het risico, aansprakelijkheid voor onbekende risico’s, het subjectieve kennisvereiste bij zuiver nalaten en de stand van wetenschap en techniek.


Prof. mr. C.C. van Dam
Prof. mr. C.C. van Dam is hoogleraar International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, bijzonder hoogleraar European Tort Law aan de Universiteit Maastricht en Visiting Professor aan King’s College London.
Artikel

Het procedeerverbod

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden verbod, misbruik van procesrecht, onrechtmatig procederen, toegang tot de rechter
Auteurs Mr. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Procederen kan onrechtmatig zijn. In het licht van het fundamentele recht op toegang tot de rechter is daarvan niet spoedig sprake. De mogelijke sanctie van een procedeerverbod komt in vergelijking met schadevergoeding bovendien bijzonder ingrijpend voor. Dit verklaart dat procedeerverboden zeldzaam zijn. Toch is de verbodssanctie niet zonder betekenis, en kan deze in gevallen van dreigende kansloze procedures en ‘juridische stalking’ een nuttige rol vervullen. Toepassing en nadere ontwikkeling van kostenprikkels kunnen waarschijnlijk een veel belangrijker bijdrage leveren aan het tegengaan van ongewenst procesgedrag.


Mr. B.T.M. van der Wiel
Mr. B.T.M. van der Wiel is advocaat en partner bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Eigenlijke (wettelijke) en oneigenlijke (contractuele) lossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden eigenlijke (wettelijke) lossing, oneigenlijke (contractuele) lossing, uitwinning van zekerheden, verleggingsregeling omzetbelasting
Auteurs Prof. mr. N.E.D. Faber en Mr. N.S.G.J. Vermunt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad komt terug van eerdere jurisprudentie en ziet oneigenlijke (contractuele) lossing thans als een vorm van uitwinning.


Prof. mr. N.E.D. Faber
Prof. mr. N.E.D. Faber is hoogleraar burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, lid van het dagelijks bestuur van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, adviseur bij Clifford Chance en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. N.S.G.J. Vermunt
Mr. N.S.G.J. Vermunt is secretaris van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en adviseur bij Linklaters.
Artikel

De bestuurder-aandeelhouder en toepasselijkheid van regels van particuliere borgtocht ‘revisited’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden particuliere borg, toestemmingsvereiste art. 1:88 lid 5 BW, criteria ‘normale bedrijfsuitoefening’
Auteurs Mr. C.R. Christiaans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het zakelijke verkeer wordt veelvuldig gebruik gemaakt van door natuurlijke personen af te geven borgtochten. Daarbij dient aan de eisen van art. 1:88 lid 5 BW en aan die van het minder bekende art. 7:857 e.v. BW te worden voldaan. De rechtspraak past deze criteria echter niet consequent toe, waardoor met name bestuurders-aandeelhouders soms ten onrechte bescherming wordt onthouden.


Mr. C.R. Christiaans
Mr. C.R. Christiaans is Legal Director bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

De procesovereenkomst

Bespreking van de dissertatie van Marte Knigge

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Auteurs Prof. mr. W.D.H. Asser
Auteursinformatie

Prof. mr. W.D.H. Asser
Prof. mr. W.D.H. Asser is hoogleraar burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden en oud-raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Grote diversiteit en enige rechtsgelijkheid

Juridische samenlevingsvormen voor paren van gelijk geslacht in Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden family life, same-sex partners, registered partnership, cohabitation, non-discrimination
Auteurs Prof. mr. K. Waaldijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This article gives a compact overview of developments in national and European law regarding same-sex partners. Over the last decades, new legal family formats (such as registered partnership and de facto union) have been made available in a growing number of countries. The number of countries that have opened up marriage to same-sex couples is also growing. Authors of comparative family law have proposed various classifications of the new legal family formats. Meanwhile, an increasing number of EU laws now acknowledge non-marital partners. The European Courts have been asked several times to rule on controversial differentiations between different legal family formats or between same-sex and different-sex partners. In the case law of the European Court of Human Rights one can find examples of affirmative eloquence which suggest that more steps towards full legal recognition of same-sex families could be expected.


Prof. mr. K. Waaldijk
Prof. mr. Kees Waaldijk is als hoogleraar comparative sexual orientation law verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies van Universiteit Leiden, www.law.leidenuniv.nl/waaldijk. Eerdere versies van dit artikel verschenen in het Engels (Waaldijk 2015; Waaldijk 2014). Momenteel leidt hij een onderzoek naar de rechtsgevolgen van huwelijk, partnerschap en samenwonen in een groot aantal Europese landen. Vandaar de volgende acknowledgement: The research leading to these results has received funding from the European Union’s Seventh Framework Programme (FP7/2007-2013) under grant agreement no. 320116 for the research project FamiliesAnd Societies (www.familiesandsocieties.eu). De auteur dankt José Maria Lorenzo Villaverde, onderzoeker in dit project, voor zijn nuttige opmerkingen en Jingshu Zhu voor haar hulp bij het vinden van de EU-regelingen.
Artikel

Liefde met hindernissen

Over ongewenste relaties in het verleden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden marriage, partner choice, incest, homosexuality, cohabitation
Auteurs Prof. dr. J. Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    This articles offers an overview of four centuries of ‘forbidden relations’ in The Netherlands. From the late sixteenth century onwards, the dominant Calvinist church tried to ‘purify’ the Dutch nation by persecuting all forms of fornication, adultery, incest, and sodomy. The French period (1795-1813) separated church and state, and removed several forms of forbidden relations from the penal code. But social control on relations remained intense. An ‘ideal’ marriage was based on equality of the spouses in terms of social background, religion and age. Parents as well as the local community made sure young people made the ‘right’ choice. Competition between religious groups intensified in the late nineteenth century and mixed marriages became even more problematic. In the 1960s and 1970s all this began to change, and many rules and norms regarding partner choice were relaxed. An example of the changes over time are unmarried cohabitations which transformed from a crime (sanctioned by banishment) to deviant behaviour (sanctions through withholding poor relief) to a more or less normative ‘trial marriage’.


Prof. dr. J. Kok
Prof. dr. Jan Kok is als hoogleraar Economische, Sociale en Demografische geschiedenis verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

De liefjes van prostituees: pooiers of partners?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden prostitution, anti-trafficking, sex work, human trafficking, abusive relationships
Auteurs Drs. M. Verhoeven en Dr. B. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we show what relationships may exist between sex workers and their partners. These relationships are diverse and sometimes complex by the presence of both intimacy and intimidation or violence. From the women’s perspective these relationships are not primarily defined as ‘violent’ and ‘involuntary’, they also provide them love, protection and security. From a governments perspective with a focus on human trafficking and exploitation of sex workers, these relationships are quickly mistrusted. In the latest measures to prevent exploitation, all sex workers are questioned about their relationships. Although this may be important for the identification of potential exploitation, in practice the opposite happens: women keep silent about their relationships towards government officials. In other words, an increasing focus on combating exploitation may enforce the stigma on relationships of sex workers.


Drs. M. Verhoeven
Drs. Maite Verhoeven is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.

Dr. B. van Gestel
Dr. Barbra van Gestel is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Artikel

Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg: zit de wetgever op het goede spoor?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden elektronische informatie-uitwisseling, gegevens, EPD, toestemming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bepalingen van het wetsvoorstel ‘cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ in het licht geplaatst van en vergeleken met de huidige regels voor gegevensuitwisseling in de zorg. Geconcludeerd wordt dat het huidige juridische kader wordt aangescherpt met het van kracht worden van het wetsvoorstel. Dat is een goede zaak, al is bij de toegankelijkheid en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe wetsbepalingen nog wel een aantal kanttekeningen te plaatsen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Tuchtrecht – meer tucht dan recht

Voorzittersrede VGR 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, strafrecht, artikel 6 lid 1 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De tuchtcolleges hebben afgelopen jaren de tuchtrechtelijke normen zowel ratione personae als ratione materiae fors opgerekt. Het tuchtrecht drijft daarmee af van zijn oorspronkelijke doelstellingen, te weten het bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In plaats daarvan lijkt het tuchtrecht steeds meer te verworden tot instrument om onwenselijk gedrag van beroepsbeoefenaren, zowel beroepsmatig gedrag als in de privésfeer, te kunnen bestraffen. Ook anderszins glijdt het tuchtrecht af naar een vorm van strafrecht light. Dit roept fundamentele vragen op.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden, coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden jaarvergadering VGR, terug- en vooruitblik nieuw zorgstelsel, zorgstelsel in ontwikkeling
Auteurs Mr. S.E. Garvelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar vond in Driebergen de jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht plaats. Tijdens het inhoudelijke gedeelte lichtten Elies Steyger, Joris Rijken, Matthijs Vermaat, Emke Plomp en Tessa van den Ende hun bijdrage aan het preadvies ‘Op weg naar tien jaar nieuw zorgstelsel. Terug en vooruitblik’ toe. Op die manier ontstond een breed panorama van de stand van het zorgstelsel met aandacht voor het Europees recht, de positie van de zorgverzekeraars, de Wmo 2015, de winstuitkering in de zorg en de rol van de toezichthouder. Tijdens de paneldiscussie voorgezeten door Jaap Sijmons hadden de leden de gelegenheid over deze thema’s met de preadviseurs van gedachten te wisselen. Cathy van Beek sloot af met een voordracht waarin zij constateerde dat van de beoogde versterking van de rol van de patiënt onder het nieuwe stelsel (nog) weinig terecht was gekomen.


Mr. S.E. Garvelink
Sebastiaan Garvelink is advocaat met specialisatie gezondheidszorg bij Nysingh advocaten-notarissen te Zwolle.
Artikel

Programma Aanpak Stikstof ter inzage

Spanning tussen natuur en economie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden PAS, Programma Aanpak Stikstof, Habitatrichtlijn, Natura 2000, stikstof
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    Van 10 januari tot 20 februari jl. lagen voor zienswijzen ter inzage: het ontwerp voor het Programma Aanpak Stikstof (het PAS, te onderscheiden van de programmatische aanpak stikstof, de PAS), het bijbehorend plan-MER, inclusief passende beoordeling (met enkele achtergrondrapporten) en de gebiedsanalyses van alle Natura 2000-gebieden waar sprake is van (bedreiging van) habitats die gevoelig zijn voor stikstof (‘de gebiedsanalyses’). Tegelijkertijd zijn openbaar gemaakt: de ontwerpen voor het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Regeling programmatische aanpak stikstof (ieder met een eigen toelichting), de Overeenkomst generieke maatregelen in verband met het programma aanpak stikstof en een groot aantal achtergronddocumenten. In deze bijdrage bespreek ik het systeem van de PAS en de bouwstenen ervan, de ter inzage gelegde documenten, op hun juridische merites. De kernvraag luidt of Nederland met de PAS, zoals geconcretiseerd in het PAS en gebiedsanalyses, in overeenstemming handelt met (art. 6 van) de Habitatrichtlijn.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz advocaten.
Artikel

De Omgevingswet zet een speelveld uit voor duurzame ontwikkeling

Maar waar staan de piketpalen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, duurzame ontwikkeling
Auteurs Drs. J.E.M. (Michel) Filart
SamenvattingAuteursinformatie

    Het begrip duurzame ontwikkeling is al enkele decennia onderwerp van publiek debat. Het heeft zich ook sluipenderwijs een plek verworven in het internationale recht. Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet introduceert het begrip duurzame ontwikkeling in de Nederlandse wetgeving. En wel meteen als kerndoel van de wet. Deze ‘evolutiestap’ zou een impuls moeten geven aan de normatieve betekenis van duurzame ontwikkeling binnen de Nederlandse samenleving.
    Dit beschrijvende artikel plaatst het begrip duurzame ontwikkeling in het perspectief van zijn opkomst. Hiermee wordt getracht te peilen wat de huidige normatieve kracht van het begrip is en of het wetsvoorstel van de Omgevingswet de normatieve kracht van duurzame ontwikkeling versterkt. Op basis van de bevindingen in dit artikel zal de auteur nader onderzoeken hoe de Omgevingswet kan worden ingezet voor de verdere normatieve versterking van duurzame ontwikkeling.
    Dit artikel memoreert eerst de waarden die aan het concept duurzame ontwikkeling ten grondslag liggen. Daarna geeft het globaal weer hoe het staat met de problematiek waarvoor het begrip duurzame ontwikkeling in het leven is geroepen. Vervolgens tracht het aan te geven in hoeverre er bestuurlijke en juridische ‘handen en voeten’ zijn gegeven aan duurzame ontwikkeling. Daarbij worden onder andere de Verklaring van Rio de Janeiro voor Milieu en Ontwikkeling uit 1992 en de alweer bijna vergeten Millennium Declaration uit 2000 in herinnering gebracht. Vervolgens wordt de blik op Nederland gericht. In ‘gidsland’ Nederland kwam na de ondertekening van de genoemde Verklaring van Rio veel positieve energie los rond duurzame ontwikkeling. De heldere Nederlandse koers raakte echter verloren in de mistbanken van de internationale politiek. Dit lijkt de daadkracht die in de jaren na ‘Rio 1992’ aan de dag was gelegd, geen goed te hebben gedaan.
    Het wetsvoorstel voor de Omgevingswet slaat ‘piketpalen’ voor een nieuw ‘speelveld’ voor duurzame ontwikkeling. Het wetsvoorstel sluit aan bij de ecologische achtergrond van het begrip duurzame ontwikkeling. Wellicht zet dit nieuwe wettelijke kader de maatschappelijke krachten op een duurzamere koers. De normatieve kracht van duurzame ontwikkeling binnen het kader van de Omgevingswet lijkt te worden begrensd door wetenschappelijke, juridische en bestuurlijke (on)mogelijkheden om omgevingswaarden voor duurzame ontwikkeling te definiëren. De normatieve kracht van de Omgevingswet wordt mede bepaald door de wisselwerking tussen de Omgevingswet en andere rechtsdomeinen. Het artikel bakent dit externe bereik van de Omgevingswet conceptueel af aan de hand van de term ‘duurzaamheidsrecht’, een concept dat goed aan zou kunnen sluiten bij de maatschappelijke behoefte aan duurzame ontwikkeling, maar dat in de bestaande Nederlandse situatie geen formele rechtsbasis heeft.


Drs. J.E.M. (Michel) Filart
Drs. J.E.M. (Michel) Filart is zelfstandig onderzoeker-adviseur onder de bedrijfsnaam Improofit MVO-Consult en buitenpromovendus via de Open Universiteit (zie voor verdere informatie www.improofit.com).
Artikel

Een algemene nadeelcompensatieregeling, ook in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, schadevergoeding, gedoogplicht, planschade, nadeelcompensatie
Auteurs Mr. H.J.M. (Hans) Besselink en Mr. J.S. (Jelmer) Procee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de komst van de nieuwe Omgevingswet zijn de auteurs nagegaan of nadeelcompensatiebepalingen in de in de Omgevingswet op te nemen wetten gehandhaafd moeten blijven, of kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Alleen bij het opleggen van een gedoogplicht bestaan fundamentele bezwaren om zonder meer art. 4:126 Awb van toepassing te verklaren. Dergelijke bezwaren bestaan niet bij het schrappen van de bijzondere bepalingen omtrent planschade (en andere limitatieve vergoedingsstelsels). Wel zou in een aantal gevallen (bevoegde rechter, afwenteling en adoptie) een bijzondere regeling in aanvulling op de nieuwe afdeling 4.5 van de Awb wenselijk zijn.


Mr. H.J.M. (Hans) Besselink
Mr. H.J.M. (Hans) Besselink is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. J.S. (Jelmer) Procee
Mr. J.S. (Jelmer) Procee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Toont 161 - 180 van 385 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 19 20
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.