Zoekresultaat: 211 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Werkgeversaansprakelijkheid: ligt de oplossing in Amerika?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2009
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, risicoaansprakelijkheid, Workers’ Compensation
Auteurs L.B. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Na vijf arresten van de Hoge Raad uit 2008 is de discussie over het aannemen van een risicoaansprakelijkheid voor werkgerelateerde schade voor werkgevers losgekomen. De auteur bespreekt aan de hand van het Amerikaanse systeem van Workers’ Compensation de positieve en negatieve kanten van een systeem van risicoaansprakelijkheid. Hij onderzoekt of een dergelijk systeem de problemen kan oplossen die momenteel aan de orde zijn in de Nederlandse werkgeversaansprakelijkheid. De auteur concludeert aan de hand van de Amerikaanse ervaringen dat een risicoaansprakelijkheid de meeste problemen kan oplossen. Hij waarschuwt echter dat de wetgever vóór het aannemen van risicoaansprakelijkheid duidelijk moet vaststellen wat het speelveld is voor werkgevers en werknemers om de onduidelijkheden te voorkomen die het Nederlandse systeem van werkgeversaansprakelijkheid momenteel parten spelen.


L.B. de Graaf
Laurens de Graaf is advocaat bij BarentsKrans N.V.
Artikel

De veiligheid van privacy

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden informatisering, privacy, Commissie-Brouwer, identiteitsdiefstal, biometrie
Auteurs Prof. mr. J.E.J. Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie kijkt naar de opmars van technologie, ziet dat onze samenleving onder invloed daarvan drastisch is veranderd. De vraag die daarmee naar voren treedt, is of de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de huidige wet- en regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens wel voldoende hebben kunnen meebewegen in deze verandering. Vanuit deze vraag schetst deze bijdrage de belangrijkste technologische en maatschappelijke tendensen die de privacy raken, om daarnaast bij ieder van deze tendensen kort aan te geven wat de implicaties voor de Wet bescherming persoonsgegevens zijn. De conclusie is dat een aantal ontwikkelingen zich moeizaam verhoudt tot het huidige wettelijk regime.


Prof. mr. J.E.J. Prins
Prof. mr. J.E.J. Prins is raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit van Tilburg.
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Artikel

Toestemming onder druk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Wet bescherming persoonsgegevens, toestemming, elektronisch patiëntendossier, passagiersgegevens
Auteurs Mr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor het schrijven van de bijdrage is de ervaring dat het begrippenapparaat van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) beperkingen heeft. Het begrippenapparaat heeft betekenis voor de WBP zelf, en voor van de WBP afwijkende en de WBP aanvullende wetgeving.De toegenomen mogelijkheden voor grootschalige gegevensverzameling en de wetgeving die nodig is om de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het recht op bescherming van persoonsgegevens te regelen, bevestigen de hiervoor bedoelde beperkingen.Aan de hand van twee thans bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen (elektronisch patiëntendossier en implementatie van een verdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over de overdracht van passagiersgegevens) wordt geïllustreerd hoe de wetgever met de ondervonden beperkingen van het begrip ‘toestemming’ uit de WBP omgaat.


Mr. J.P. de Jong
Mr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Grondwetsherziening op initiatief van de Tweede Kamer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Grondwet, initiatiefrecht, initiatiefwetsvoorstel, bekrachtiging, tweede lezing
Auteurs Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstellen kunnen zowel door de regering als door de Tweede Kamer worden ingediend. In het laatste geval wordt gesproken van een initiatiefwetsvoorstel. Hoewel de meeste initiatiefwetsvoorstellen beogen normale wetgeving tot stand te brengen of te wijzigen, worden ook met enige regelmaat initiatiefwetsvoorstellen in procedure gebracht die ertoe strekken de Grondwet te wijzigen. De procedure van initiatiefwetgeving verschilt in een aantal opzichten van de reguliere wetgevingsprocedure. Bij grondwetsherziening verschillen de procedures nog in enkele andere opzichten van elkaar. Het gaat daarbij om verschillen in de fase van de bekrachtiging en in de fase van de tweede lezing van wetsvoorstellen tot grondwetsherziening. De bijdrage gaat in op deze verschillen.


Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. Breunese is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van een door de Vereniging voor Penitentiair Recht en Penologie georganiseerde studiemiddag, waarin zowel aandacht werd besteed aan de juridische als ook aan de menselijke dimensie van buitenlandse detentie en procedure volgens de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS). Een dominee, werkzaam bij de Stichting Epafras, die zich ontfermt over de geestelijke verzorging van Nederlanders in buitenlandse detentie, vertelt iets meer over de achtergrond van deze gedetineerden en het detentieklimaat. De juridische praktijk wordt belicht door een raadsheer bij het Hof Arnhem en door een tweetal advocaten, die veel van deze zaken doen. Hieruit blijkt dat er grote en niet te rechtvaardigen verschillen zijn tussen de rechtbanken onderling in de afdoening van die zaken.


Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is bestuurslid van de Vereniging voor Penitentiair Recht en Penologie. Zij is als hoofd onderzoek verbonden aan het Landelijke Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld, dat is ondergebracht bij Politie Haaglanden.
Artikel

Van Maatwerk, Standaard, CVOM en de kantonrechter in jeugdstrafzaken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2009
Trefwoorden jeugdstrafrecht, kantonrechter
Auteurs Ad de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de afdoening van jeugdzaken door de kantonrechter beschreven. De auteur, zelf officier van justitie, geeft een aantal voorbeelden van jeugdigen uit zijn praktijk, die geregeld overtredingen plegen. Daaruit blijkt dat bij de afdoening van die zaken verschillende beginselen onder druk staan, zoals het draagkrachtbeginsel en het concentratiebeginsel, terwijl de jeugdige, anders dan bij de berechting van misdrijven, ook het recht op rechtsbijstand ontbeert en geen verschijningsplicht heeft. De kantonrechter wordt niet geïnformeerd over de bekeuringen die via andere wegen bij de jeugdige binnenkomen (bv via de WAHV als hij onverzekerd op een scooter rijdt) en die zich vaak opstapelen. Of hij er bij de straf rekening mee kan houden of niet, berust dan ook vaak louter op toeval.


Ad de Beer
Mr. Ad de Beer is jeugdofficier van justitie te Rotterdam en redacteur van PROCES.

    In this contribution the focus is on whether mediation, as it is practiced today, can be regarded as a profession and if so, whether it belongs to the ‘new’ or ‘old’ professions. In an attempt to answer this question the structure of the body of knowledge and the predictability of the outcomes of the application of that body of knowledge are discussed.


Ad Kil
Ad Kil is director of study van de masteropleiding Conflictmanagement aan de Universiteit Maastricht en professor Human Resource Development in Law Firms aan de Nottingham Law School.
Artikel

Mediation: vertrouwelijkheid gegarandeerd?

De geheimhouding rond mediation bij burgerlijke geschillen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 1 2009
Trefwoorden mediation, confidentiality, civil procedure, evidence
Auteurs Mr. Betty Santing-Wubs
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with confidentiality in mediation proceedings. Confidentiality is considered to be one of the key advantages of mediation. Usually the parties agree that they will not be compelled to produce evidence concerning the mediation, nor call the mediator as a witness in case of subsequent judicial proceedings. However, it is not sure how the court in civil judicial proceedings will handle such an agreement. The court will have to balance the interests of confidentiality and establishing the truth. In some cases it is clear that the court should not respect the confidentiality agreement, for example when there is an obligation to disclose evidence of a criminal offence. In other cases there might be proper grounds to let the confidentiality prevail, but there is no guarantee that the court will respect the confidentiality agreement. As part of the implementation of the European directive on mediation Member States are obliged to adopt provisions about admissibility of evidence in civil judicial proceedings in order to protect certain aspects of confidentiality of mediation proceedings.


Mr. Betty Santing-Wubs
Betty Santing-Wubs is universitair docent privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Lettres Persanes 13

Res publica en rechtsstaat: vrijheid in een onvolmaakte samenleving – Pleidooi voor een functionele (niet te bevlogen) grondwet

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Vlaanderen, constitutie, Grondwet, fundamentele vrijheden
Auteurs Matthias Storme
SamenvattingAuteursinformatie

    In light of the possibility that Belgium could fall apart in coming years this contribution argues that it is time to reflect on a constitution for Flanders: What are the characteristics of a good constitution? A good constitution would entrench fundamental freedoms, which are historically rooted in society. Moreover, it obliges the government to maintain and enforce the laws, preventing abuse of power and corruption. Finally, a functioning constitution stands above temporary interests of partisan politics, and should not be used as a means to encumber future generations with our ideological choices.


Matthias Storme
Matthias Storme is advocaat aan de balie van Brussel en buitengewoon hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven en aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

Access_open Autonomie als voorwaarde tot legaliteit

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden autonomie, legaliteit, Brouwer, Fuller, certificering
Auteurs Pauline Westerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Brouwer defended the view that the autonomy of the individual citizen is furthered by articulated, precise and clear legislation. The question arises whether all kinds of rules can be said to enhance such autonomy. It is argued that a distinction should be drawn between rules that dictate desirable outcomes, on the one hand, and rules that determine the way the game is played, on the other. Rules of the game often reflect the way they were drafted and can be seen as the embodiment of power relations between rule-makers. Rules that dictate outcomes, on the other hand, are often drafted by experts who analyse the goals to be reached. The view is defended that only rules of the game – potentially – enhance the autonomy of the citizen, whereas outcome-rules are potentially manipulative, tending to exclude those who are ill-equipped to realize the prescribed outcomes. The virtues of rules therefore do not merely reside in their clear and precise nature, but are largely derived from their capacity to regulate the relations amongst citizens who were included in the process of rulemaking.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Op de bres voor rechtszekerheid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden rechtszekerheid, in dubio pro libertate, Brouwer, rechtspositivisme, constructivisme
Auteurs Marc Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper addresses the principle of legal certainty, which was central in the work of Bob Brouwer. He both regretted and disputed the decline of this principle in the theory and practice of law, trying to defend it against the spirit of the time. I argue that this attempt was in vain, because it opposes recent developments in law, as is illustrated by a notorious case of the European Court of Human Rights. Moreover, these developments invoke a constructivist account of legal certainty, which opposes Brouwer’s legal positivist account. Additionally, this meta-level shows that legal certainty in its classical form is indefensible, which – of course – does not mean that it is senseless altogether. On the contrary, the principle of legal certainty does have meaning in current legal systems, and it is the task of new generations of young scholars to try to get a grip on it. In doing so, they will undoubtedly make use of Brouwer’s work, which excels both in the depth of thinking and the clarity of writing.


Marc Loth
Marc Loth is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Ziekenhuisfusies en publieke belangen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ziekenhuisfusies, zorgfusies, algemeen belang in de zorg, bevoegdheden NMa, steunverlening ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. M.F.M. Canoy en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgfusies zijn een onderwerp van aanhoudend politiek debat. In het bijzonder ziekenhuisfusies houden de gemoederen bezig. Deze bijdrage bespreekt het bijzondere karakter van de ziekenhuismarkt. We betogen dat de liberalisering, de methodologie van marktafbakening, de beperkte schaalvoordelen en de publieke belangen in de zorg maken dat fusies moeilijk beoordeelbaar zijn. Daarbij gaan we in op het spanningsveld tussen de adviserende zorgtoezichthouders NZa en IGZ en de verantwoordelijke algemene mededingingstoezichthouder NMa. Ook analyseren we mogelijke oplossingsrichtingen, in het bijzonder de borging van publieke belangen middels de diensten van algemeen economisch belang, en een aanvullende zorgtoets gebaseerd op het “DNB model” uit de financiële sector.


Prof. dr. M.F.M. Canoy
Prof. dr. M.F.M. Canoy is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is werkzaam als chief economist bij ECORYS.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is expert bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

De beoordeling van samenwerkingsvormen in de zorg onder artikel 6 Mw

Ketenzorg is geen kartel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden VWS, ketenzorg, samenwerkingsvormen, mededinging, zorg, art. 6 Mw
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder, Dr. G. Tezel en mr. I.W. VerLoren van Themaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van VWS staat in de zorg zowel meer concurrentie, als meer samenwerking voor, waaronder samenwerking in de vorm van ketenzorg. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Marktwerking wordt immers vaak geassocieerd met de plicht voor partijen zelfstandig strategische keuzes te maken, terwijl ketenzorg juist vergaande afstemming verlangt. Dit artikel laat zien dat het mededingingsrecht niet in de weg staat aan realisatie van beide beleidsdoelen. Het mededingingsrecht biedt voldoende ruimte voor samenwerkingen die bijdragen aan de zorgdoelen kwaliteit, betaalbaarheid en bereikbaarheid, doch verbiedt afspraken die de marktwerking verder beperken dan noodzakelijk is voor de realisatie van deze doelstellingen.


Mr. drs. B.M.M. Reuder
Mr. drs. B.M.M. Reuder is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Dr. G. Tezel
Dr. G. Tezel is principal manager bij PricewaterhouseCoopers Advisory.

mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

OR krijgt spreekrecht op de algemene vergadering van NV’s

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ondernemingsraad, naamloze vennootschap, spreekrecht, artikel 2:107a BW
Auteurs Mr. S. Schermerhorn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel dat beoogt de ondernemingsraad van naamloze vennootschappen een spreekrecht te geven bij belangrijke besluiten van de algemene vergadering.


Mr. S. Schermerhorn
Mr. S. Schermerhorn is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

Op welke wijze kan een Deadlock ex artikel 2:230 BW het beste worden opgelost?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2009
Trefwoorden artikel 2:230 BW, arbitrage, bindend advies, Deadlock, aandeelhoudersvergadering.
Auteurs Mr. E.A.M. Meeuse en Mr. L.B.J. Leunissen
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelet op de regeling van artikel 2:230 BW voor het staken van de stemmen (‘Deadlock’) in de AvA van een B.V., bekijken auteurs hoe dit artikel geïnterpreteerd zou kunnen worden en welke geschillenbeslechtingsmethode (arbitrage of bindend advies) de voorkeur verdient.


Mr. E.A.M. Meeuse
Mr. E.A.M. Meeuse is advocaat bij NautaDutilh.

Mr. L.B.J. Leunissen
Mr. L.B.J. Leunissen is advocaat bij NautaDutilh.
Artikel

De reikwijdte van het beslag

Verslag van de discussie tijdens de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht op 6 juni 2008

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden conservatoir beslag, beslagrekest, beslagverlof, bewijsbeslag, paulianabeslag, opheffing conservatoir beslag
Auteurs Mevrouw mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht op 6 juni 2008 over de ‘reikwijdte van het beslag’. De inleidingen van mr. A.J. van der Meer (beslagverlof en opheffingskortgeding), mr. J.G.A. Linssen (bewijsbeslag) en mr. J.C. van Oven (beslag op verhulde beslagobjecten) worden in het verslag beknopt samengevat; van de discussie wordt uitgebreid verslag gedaan.


Mevrouw mr. J.H. van Dam-Lely
Mevrouw mr. J.H. van Dam-Lely is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Betekenis van het Europese mededingingsrecht voor het Nederlandse contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Europese mededingingsrecht, contractenrecht, Kartelverbod, economische machtspositie, concentratiecontrole
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de leidende beginselen van het contractenrecht is de partijautonomie en de daaraan gekoppelde contractsvrijheid. Zoals iedere vrijheid kent echter ook contractsvrijheid haar grenzen. Het mededingingsrecht is als begrenzing van de contractsvrijheid de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Overeenkomsten mogen er niet toe leiden dat de mededinging wordt beperkt. In het onderhavige artikel wordt besproken op welke manier het Europese mededingingsrecht inwerkt op het Nederlandse contractenrecht. Daartoe worden de Europese mededingingsregels op hoofdlijnen weergegeven. In dit artikel wordt onder mededingingsrecht verstaan het kartelverbod, het verbod van misbruik van economische machtspositie en de concentratiecontrole.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Remedies bij wederzijdse niet-nakoming

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden wederzijds niet-nakoming, opschorting, schadevergoeding, contractuele boete
Auteurs Mr. M.N. Schelhaas en Mr. M.M. Stolp
SamenvattingAuteursinformatie

    In het bijzondere geval dat partijen tegelijkertijd moeten presteren, maar beiden op dat moment onafhankelijk van elkaar niet tot nakoming in staat zijn, kan een aantal vragen rijzen. Zo kan men zich afvragen welk der partijen kan overgaan tot opschorting, wie de overeenkomst kan ontbinden, welke partij recht heeft op schadevergoeding en in hoeverre een contractuele boete verschuldigd is. In deze bijdrage wordt, mede aan de hand van het arrest van HR 11 januari 2008, LJN BB7195, onderzocht wat ter beantwoording van deze vragen dogmatisch gezien de beste aanvliegroute is.


Mr. M.N. Schelhaas
Mr. M.N. Schelhaas is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en tevens honorair universitair hoofddocent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.

Mr. M.M. Stolp
Mr. M.M. Stolp is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

‘Back to basics’

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2009
Trefwoorden materiële normering letselschade, tegenargumenten normering letselschade
Auteurs Mr. P.B. Bodamèr en Mr. C.E. Jeekel
SamenvattingAuteursinformatie

    Materiële normering doet (onder omstandigheden) af aan het beginsel van volledige schadevergoeding, wat leidt tot minder individuele rechtvaardigheid. Bovendien bestaat de vrees dat aan de normen een te absoluut gewicht wordt toegekend, waardoor het slachtoffer meer dan krachtens de normale stelplicht en bewijslast moet onderbouwen waarom daarvan afgeweken zou moeten worden. De genoemde alternatieven voor normering zijn tijdrovend en kostbaarder, maar desondanks weegt dit argument niet op tegen de consequenties van een praktijk waarin als regel geldt dat gebruik wordt gemaakt van genormeerde bedragen.


Mr. P.B. Bodamèr
Mevrouw mr. P.B. Bodamèr is advocaat Zwolle bij Ace Letselschade Advocaten.en lid van de ASP.

Mr. C.E. Jeekel
Mevrouw mr. C.E. Jeekel is advocaat bij Ace Letselschade Advocaten in Zwolle en bestuurslid van de ASP.
Toont 161 - 180 van 211 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 7 9 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.