Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 651 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Artikel

De Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken: welke mate van inhoudelijke toetsing?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden staatssteun, State Aid Modernisation, 23bis Procedureverordening, tussenstaats handelsverkeer, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. A.H.G. van Herwijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de verhouding tussen de Europese Commissie en de nationale rechter in staatssteunzaken. Er worden uiteenlopende ontwikkelingen vanuit twee staatssteunbeoordelende instanties gesignaleerd. De Europese Commissie legt meer verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van de staatssteunregels bij de lidstaten neer, zodat zij zich kan concentreren op steunmaatregelen met mogelijk grote marktverstoring. Tegelijkertijd lijken de Nederlandse rechters een oordeel over eventuele staatssteun vaak uit de weg te gaan en evenmin veel gebruik te maken van de mogelijkheid om de Commissie om guidance te vragen.


Mr. A.H.G. van Herwijnen
Mr. A.H.G. (Angélique) van Herwijnen is coördinerend juridisch adviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel en is collega mr. R.J.W.M.M. (Robert-Jan) van Lotringen, senior beleidsadviseur bij het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van BZK, erkentelijk voor zijn commentaar.
Artikel

Hof van Justitie ontwikkelt nieuwe visie op begrip handicap – en daarmee op non-discriminatierecht?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden non-discriminatie, handicap, definitie, zwaarlijvigheid, ontslag
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1997 heeft de Raad van Ministers van de EU de bevoegdheid maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie op grond van handicap. Maar wat wordt eigenlijk onder het begrip handicap verstaan? Het Hof van Justitie heeft deze term, zoals onder andere neergelegd in Richtlijn 2000/78/EG (hierna: Kaderrichtlijn) en het Handvest van grondrechten van de EU, via antwoorden op prejudiciële beslissingen nader geduid. Bestudering van deze jurisprudentie leert dat het Hof van Justitie het begrip handicap inmiddels anders interpreteert dat aanvankelijk het geval was. De omslag van een medische naar een meer sociale visie op het begrip handicap spreekt evident uit het recente arrest Kaltoft, het vervolg op de eerdere zaak HK Danmark. Deze nieuwe visie werkt door in de uitleg en toepassing van het Unierechtelijke verbod van discriminatie vanwege handicap en laat de gelijkebehandelingswetgeving in Nederland niet onberoerd.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-354/13, Karsten Kaltoft/Billund Kommune, ECLI:EU:C:2014:2463, n.n.g.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. (Aart) Hendriks is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is daarnaast coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG te Utrecht.
Artikel

Lundbeck en pay-for-delay schikkingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden Lundbeck, pay-for-delay, schikking, farmaceutische industrie, Actavis
Auteurs Mr. J. Fanoy en Mr. T. Raats
SamenvattingAuteursinformatie

    In januari 2015 publiceerde de Europese Commissie de boetebeschikking in de zaak Lundbeck. Lundbeck werd samen met een aantal producenten van generieke geneesmiddelen beboet voor pay-for-delay schikkingen die zij hadden getroffen. Door middel van deze schikkingen kwamen de betrokken producenten van generieke geneesmiddelen overeen dat zij markttoegang zouden uitstellen in ruil voor een betaling. In dit artikel wordt de Lundbeck-beschikking besproken en een vergelijking gemaakt met de beoordeling van pay-for-delay schikkingen door de Amerikaanse mededingingsautoriteit en rechter.
    Commissie beschikking nr. C(2013) 3803 final, zaak AT.39226 (19 juni 2013)


Mr. J. Fanoy
Mr. J. (Joost) Fanoy is partner binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.

Mr. T. Raats
Mr. T. (Tim) Raats is medewerker binnen de afdeling Mededinging & aanbesteding van BarentsKrans.
Artikel

Cameratoezicht in het publieke domein: may little brother watch you?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Cameratoezicht, privacy, gegevensbescherming, openbare ruimte, gerechtvaardigde belangen
Auteurs Mr. H. Kranenborg
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat het private gebruik van een beveiligingscamera die is bevestigd aan het woonhuis en uitziet op de voordeur, een gedeelte van de openbare weg en de voordeur van de overburen, binnen de reikwijdte van de Richtlijn gegevensbescherming valt. Het doel van het gebruik van een dergelijke camera, namelijk de bescherming van de eigendom, de gezondheid en het leven van de eigenaars van het huis, zou de gegevensverwerking eventueel kunnen rechtvaardigen.
    HvJ 11 december 2014, zaak C-212/13, František Ryneš, ECLI:EU:C:2014:2428


Mr. H. Kranenborg
Mr. H. (Herke) R. Kranenborg is lid van de juridische dienst van de Europese Commissie en als vrijwillig wetenschappelijk medewerker verbonden aan de KU Leuven. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Een Amerikaanse dienstweigeraar in Europa

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Definitierichtlijn, dienstweigering, vluchtelingendefinitie, asielrecht, Europees recht
Auteurs Mr. dr. M. den Heijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde is de vraag of een Amerikaanse dienstweigeraar recht op asiel in Duitsland heeft. Hij wenst niet deel te nemen aan oorlogsmisdrijven die volgens hem door Amerikaanse troepen in Irak worden gepleegd. De verwijzende rechter wil weten of de Duitse autoriteiten een oordeel moeten vellen over mogelijke Amerikaanse schendingen van het oorlogsrecht in Irak. Het Hof van Justitie antwoordt dat het Europese asielrecht (de Definitierichtlijn) inderdaad kan verplichten tot een dergelijk onderzoek. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat de Duitse rechter dat onderzoek moet verrichten, nu de dienstweigeraar eerdere mogelijkheden om uit het Amerikaanse leger te treden onbenut heeft gelaten. Bovendien is een voorwaarde voor asielverlening dat de Verenigde Staten niet effectief optreden tegen oorlogsmisdrijven.
    HvJ 26 februari 2015, zaak C-472/13, Andre Lawrence Shepherd/Bundesrepublik Deutschland, ECLI:EU:C:2015:117


Mr. dr. M. den Heijer
Mr. dr. M. ( Maarten) den Heijer is als docent internationaal recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Objectieve vergelijkbaarheid bij belastingvoordelen voor cultureel erfgoed: bouwt het Hof van Justitie luchtkastelen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden directe belastingen, vrij verkeer, objectieve vergelijkbaarheid, rechtvaardigingsgronden, cultureel erfgoed
Auteurs Mr. P.S. Phoa
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in deze twee prejudiciële verwijzingen was of belanghebbenden, eigenaren van respectievelijk een kasteel in België en een landgoed in het Verenigd Koninkrijk, gebruik konden maken van Nederlandse belastingvoordelen voor het behoud van nationaal cultureel en natuurlijk erfgoed. De Nederlandse belastingautoriteiten meenden van niet, waarna in beroep de vraag is of dit een beperking vormt van het vrij verkeer van X en Q (de vrijheid van vestiging, respectievelijk het vrije kapitaalverkeer). Het Hof van Justitie was van oordeel dat geen sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer, aangezien de situaties van X en Q niet objectief vergelijkbaar zijn met die van een ingezetene die een monument dan wel een landgoed in Nederland bezit.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-87/13, Staatssecretaris van Financiën/X, ECLI:EU:C:2014:2459 HvJ 18 december 2014, zaak C-133/13, Staatssecretaris van Economische Zaken en Staatssecretaris van Financiën/Q, ECLI:EU:C:2014:2460


Mr. P.S. Phoa
Mr. P.S. (Pauline) Phoa is promovenda Europees recht bij de Universiteit Utrecht. Met dank aan mw. mr. S.A. van Waert voor haar waardevolle commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Prioritering en rechtsbescherming in het mededingingsrecht: de zaak easyJet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden Artikel 13 Verordening (EG) nr. 1/2003, prioriteringsbesluit, afwijzen klacht, rechtsbescherming, rechtswaarborgen
Auteurs Mr. P.B. Gaasbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest easyJet is de vraag aan de orde of en wanneer de Europese Commissie een zaak kan afwijzen omdat een nationale mededingingsautoriteit een prioriteringsbesluit heeft genomen. De uitspraak past in de lijn van arresten over Verordening (EG) nr. 1/2003 waarin veel ruimte wordt geboden aan de nationale autoriteiten en de Commissie om een doeltreffend decentraal stelsel voor toepassing van de mededingingsregels te garanderen. De vraag is of deze ruimte niet het onwenselijke gevolg heeft dat een klacht nergens daadwerkelijk wordt behandeld.
    Gerecht 21 januari 2015, zaak T-355/13, easyJet Airline Co. Ltd/Europese Commissie, ECLI:EU:T:2015:36


Mr. P.B. Gaasbeek
Mr. P.B. (Pierrette) Gaasbeek is advocaat bij Bird & Bird LLP.
Artikel

Hof van Justitie erkent meestbegunstigingsverplichting in het EU-recht: de zaak Sopora

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden meestbegunstiging, non-discriminatie, vrij verkeer van werknemers, 30 procent-regeling, fiscale belemmering
Auteurs Dr. M.G.H. Schaper en Mr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest Sopora geoordeeld dat een verschillende behandeling van twee buitenlanders discriminatoir kan zijn. Daarmee heeft het Hof van Justitie effectief een verdragsrechtelijke verplichting tot meestbegunstiging geschapen. De reikwijdte van deze verplichting is echter onzeker wanneer deze wordt bezien in het licht van ’s Hofs eerder gewezen jurisprudentie in directe belastingzaken.
    HvJ 24 februari 2015, zaak C-512/13, Sopora, ECLI:EU:C:2015:108


Dr. M.G.H. Schaper
Dr. M.G.H. (Marcel) Schaper is als Universitair docent verbonden aan het Maastricht Centre for Taxation van de Universiteit Maastricht. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

Mr. H. Niesten
Mr. H. (Hannelore) Niesten promoveeert aan de Universiteit Hasselt. Deze bijdrage is geschreven in het kader van het onderzoeksprogramma van het Institute for Transnational and Euregional Cross Border Cooperation and Mobility (ITEM).

    In het arrest San Lorenzo oordeelt het Hof van Justitie dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het buiten aanbesteding verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer. Daarmee is San Lorenzo een belangrijk arrest, waarin het Hof van Justitie voor het eerst erkent dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op het beperkte aanbestedingsregime voor IIB-diensten en de verdragsvrijheden.
    HvJ (Vijfde kamer) 11 december 2014, zaak C-113/13, Azienda sanitaria locale nr. 5 ‘Spezzino’, Associazione nazionale pubblica assistenza (ANPAS) - Comitato regionale Liguria /San Lorenzo Soc. coop. sociale, Croce Verde Cogema cooperativa sociale Onlus, in tegenwoordigheid van Croce Rossa Italiana-Comitato regionale Liguria e.a., ECLI:EU:C:2014:2240, n.n.g.


Mr. Hélène Stergiou
Mr. H.M. (Hélène) Stergiou is senior Europees jurist op de afdeling Europees recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
    Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347


Mr. Eric Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Mr. Sjaak van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen
Artikel

C’est arrivé près de chez vous! Het arrest Italmoda en het ontzeggen van rechten aan de particulier op grond van de EU-richtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden btw-fraude, omgekeerde verticale werking, Mangold-doctrine, fraudebestrijding, fiscale neutraliteit
Auteurs Dr. Thomas Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Italmoda waarin een nieuw aspect van directe werking van richtlijnen naar voren komt. Nationale overheden zijn verplicht rechten te weigeren als niet aan de materiële vereisten voor de verkrijging daarvan is voldaan. Dat is met name het geval als de begunstigde van btw-faciliteiten betrokken bleek te zijn geweest bij fraude of misbruik van recht. Deze zaak is voor fiscalisten van groot belang, temeer omdat hij vragen oproept ten aanzien van de relatie tussen fraudebestrijding en fiscale neutraliteit. Het arrest heeft echter ook een institutioneel belang dat het btw-recht overstijgt. In hoeverre wordt het verbod van omgekeerde verticale werking van richtlijnen, en daaraan gekoppeld het verbod tot het direct opleggen van verplichtingen aan de particulier, ingeperkt?
    HR 22 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BW5440


Dr. Thomas Vandamme
Dr. T.A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Insolventie van de werkgever - bescherming van werknemers zonder geldige verblijfstitel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden Insolventierichtlijn, Loongarantieregeling, derdelanders, werknemersbegrip, Koppelingswet
Auteurs A.P. van der Mei
Samenvatting

    Richtlijn 2008/94/EG inzake de bescherming van werknemers bij insolventie van de werkgever verplicht de EU-lidstaten tot instelling van een waarborgfonds waarop werknemers een beroep kunnen doen indien hun werkgever vanwege insolventie niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. De richtlijn definieert niet, en laat het in beginsel aan de lidstaten te bepalen, wie als werknemer moet worden beschouwd. Betekent dit dat een lidstaat als Nederland het begrip ‘werknemer’ zo mag invullen dat derdelanders zonder geldige verblijfstitel het recht op insolventie-uitkering wordt onthouden? Het antwoord van het Hof van Justitie is dat dat niet mag indien, dergelijke derdelanders voor doeleinden van het gemene arbeidsrecht wel als werknemer worden beschouwd, zoals in Nederland het geval is.
    HvJ 5 november 2014, zaak C-311/13, Tümer/Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ECLI:EU:C:2014:2237, n.n.g.


A.P. van der Mei
Artikel

Exceptie van de mededingingsbepalingen voor (schijn)zelfstandigen: de zaak FNV Kiem

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden mededinging, sociaal beleid, werknemerschap, schijnzelfstandigen
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Albany-arrest zijn cao-bepalingen die op werknemers betrekking hebben onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de werking van de mededingingsbepalingen van het VWEU (art. 101). In het arrest FNV Kiem is de vraag aan de orde of een bepaling die in een cao is opgenomen reeds om die reden buiten de mededingingsbepalingen valt. Als het antwoord hierop ontkennend is dan is de vraag of de omstandigheid dat de bepaling betrekking heeft op zelfstandigen, maar (ook) bedoeld is ter verbetering van arbeidsvoorwaarden of werkgelegenheid van werknemers tot gevolg heeft dat de mededingingsbepalingen dergelijke cao-bepalingen niet verbieden. Het Hof van Justitie antwoordde dat bepalingen die betrekking hebben op zelfstandigen niet buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen. Dit is echter anders wanneer het om schijnzelfstandigen gaat. Vervolgens gaf het Hof van Justitie een ruime definitie van ‘schijnzelfstandigen’, zodat het arrest meer mogelijkheden geeft om cao-bepalingen die betrekking hebben op ‘zelfstandigen’ te maken dan op het eerste gezicht lijkt.
    HvJ 4 december 2014, zaak C-413/13, FNV Kiem, ECLI:EU:C:2014:2411


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is Hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht en tevens gasthoogleraar aan de Universiteit van Gotenburg.
Artikel

EU-bestuurlijke regelgeving in de praktijk: het IORP II Richtlijn-voorstel als voorbeeld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden wetgeving, delegatie, uitvoering, IORP, EU-agentschappen
Auteurs Mr. dr. T. van den Brink en Prof. dr. mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen wetgeving en bestuurlijke regelgeving en tussen delegatie en uitvoering uit het EU-Verdrag bepaalt het wetgevingssysteem van de Europese Unie. Aan de hand van de herziening van de IORP-Richtlijn wordt de uitwerking van dit systeem in de praktijk geanalyseerd. Niet alleen geven beide onderscheiden aanleiding tot conflicten tussen vooral nationale en EU-wetgevers, maar ook worden geschillen over de inhoud van EU-regelgeving uitgevochten. Ook biedt het artikel nader inzicht in de rol van EIOPA, het EU-agentschap op het terrein van pensioenen. Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening


Mr. dr. T. van den Brink
Mr. dr. T. (Ton) van den Brink is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.

Prof. dr. mr. H. van Meerten
Prof. dr. mr. H. (Hans) van Meerten is verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht. Tevens is hij advocaat bij Clifford Chance. Dank gaat uit naar Elmar Schmidt voor de ondersteuning.
Artikel

Vijf jaar bindend Handvest van de Grondrechten: wat heeft het de rechtzoekende opgeleverd?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Handvest van de Grondrechten, EVRM, Grondwet, eerlijk proces, persoonlijke levenssfeer
Auteurs Mr. J. Morijn, Mr. A. Pahladsingh en Mr. H. Palm
SamenvattingAuteursinformatie

    Levert het Handvest van de Grondrechten de rechtzoekende iets op? Om dit te beantwoorden analyseren we allereerst welke procesmatige en inhoudelijke voordelen het inroepen van het Handvest kan hebben ten opzichte van andere mensenrechtenbronnen. Daarna kijken we naar de eerste Nederlandse en Luxemburgse praktijk aangaande het recht op een eerlijk proces en het recht op privéleven en gegevensbescherming. Ook brengen we de wisselwerking in kaart tussen de rechterlijke bescherming gebaseerd op het Handvest en het EVRM. Wij concluderen dat er eerste tekenen van meerwaarde van het Handvest zijn voor de rechtszoekende, maar ook mogelijkheden bestaan zijn potentie nog beter te benutten.


Mr. J. Morijn
Mr. J. (John) Morijn is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vakgroep Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is werkzaam bij de Raad van State. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

Mr. H. Palm
Mr. H. (Hanneke) Palm is werkzaam bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. De bijdrage aan dit artikel is op persoonlijke titel.

    Op 11 juni 2014 heeft de Europese Commissie een formeel onderzoek ingesteld naar de door de Nederlandse belastingdienst afgegeven tax ruling aan koffieketen Starbucks. De Commissie heeft ernstige twijfels omtrent de verenigbaarheid van wat werd overeengekomen in deze ruling met de Europese staatssteunregels. De uiteindelijke uitkomst van deze zaak is vanuit het oogpunt van tax planning van een niet te onderschatten belang. Zij zal namelijk iets kunnen zeggen over de beleidsmarge die de Commissie de belastingdienst laat wanneer zij in concrete situaties invulling geeft aan de beginselen voor transfer pricing, zoals neergelegd in de Nederlandse belastingwetgeving en de OESO-regels.
    Openingsbesluit van de Europese Commissie SA.38374 (2014/C) (Nederland) van 11 juni 2014


Mr. H. Buelens
Mr. H. (Hannelore) Buelens is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.

Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België. Deze bijdrage vertolkt louter de persoonlijke mening van de auteurs. Het artikel werd gefinaliseerd op 26 februari 2015. Met dank aan Joris Luts en Filip Debelva voor hun commentaren.
Artikel

Hof van Justitie neemt prijswijzigingsbedingen jegens consumenten onder vuur

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Richtlijn oneerlijke contractsbedingen, wijzigingsbeding, prijswijziging, energielevering, algemene voorwaarden
Auteurs Mr. dr. H.P.A. Knops
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij overeenkomsten voor onbepaalde tijd hanteert de verkoper/dienstverlener vaak een beding dat hem in staat stelt om eenzijdig de voorwaarden of tarieven te wijzigen. Dat brengt de consument in een zwakke positie. In twee recente zaken over leveringsovereenkomsten voor energie (C-92/11, RWE Vertrieb, en C-359/11 en C-400/11, Alexandra Schulz) heeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden waaronder een wijzigingsbeding en de prijswijzigingen zelf acceptabel zijn volgens de Europese regels voor consumentenbescherming. Bij (vrije) contracten moet er vooraf duidelijkheid verschaft worden over de criteria voor eventuele prijswijzigingen. Bovendien moeten de wijzigingen zelf vóór inwerkingtreding gemeld worden aan de consument en moet er een daadwerkelijke mogelijkheid zijn om op te zeggen of over te stappen.
    In dit artikel worden beide arresten besproken en kritisch tegen het licht gehouden.
    HvJ 21 maart 2013, zaak C-92/11, RWE Vertrieb AG/Verbraucherzentrale Nordrhein-Westfalen e.V., ECLI:EU:C:2013:180, n.n.g. en HvJ 23 oktober 2014, gevoegde zaken C-359/11 en C-400/11, Technische Werke Schussental GmbH und Co KG/Alexandra Schulz en Josef Egbringhoff/Stadtwerke Ahaus GmbH, ECLI:EU:C:2014:2317, n.n.g.


Mr. dr. H.P.A. Knops
Mr. dr. H.P.A. (Hamilcar) Knops is werkzaam als Senior onderzoeker bij TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.

    In een aantal recente zaken spreken het Hof van Justitie en een aantal advocaten-generaal zich wederom uit over de doorwerking van het recht van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in de Europese rechtsorde. Hoewel de deur voor ‘rechtstreeks effect’ gesloten blijft, is iedere Europese rechter onder het principe van de ‘verdragsconforme interpretatie’ verplicht om het Europees recht voor zover mogelijk uit te leggen in lijn met relevante regels van WTO-recht. Aldus bestaat er wel degelijk een mogelijkheid voor particuliere partijen om zich op het WTO-recht te beroepen en de rechter, althans de Europese, geeft daaraan steeds vaker (expliciet of impliciet) gehoor.
    HvJ 14 april 2011, gevoegde zaken C-288/09 en C-289/09, BskyB and Pace/The Commissioners for Her Majesty’s Revenue & Customs, ECLI:EU:C:2011:248
    HvJ 22 november 2012, gevoegde zaken C-320/11, C-330/11, C-382/11, en C-383/11, Digitalnet OOD, ECLI:EU:C:2012:745
    HvJ 27 september 2007, zaak C-351/04, Ikea Wholesale Ltd./Commissioners of Customs & Excise, ECLI:EU:C:2007:547;
    HvJ 27 juni 2013, gevoegde zaken C-457/11 tot en met C-460/11, VG Wort/Kyocera e.a., C-457/11 tot en met C-460/11, ECLI:EU:C:2013:426
    HvJ 10 april 2014, zaak C-435/12, ACI Adam e.a., ECLI:EU:C:2014:254
    HvJ 3 juni 2008, zaak C-308/06, Intertanko e.a./Secretary of State for Transport, ECLI:EU:C:2008:312
    HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-404/12 P en C-405/12 P, Raad en Commissie/Stichting Natuur en Milieu en Pesticide Action Network Europe, ECLI:EU:C:2015:5
    HvJ 13 januari 2015, gevoegde zaken C-401/12 P tot C-403/12 P, Raad e.a./Vereniging Milieudefensie en Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, ECLI:EU:C:2015:4
    HvJ 9 september 2008, gevoegde zaken C-120/06 en C-121/06, Fabbrica italiana accumulatori motocarri Montecchio SpA (FIAMM) e.a./Raad en Commissie, ECLI:EU:C:2008:476
    HvJ 14 juni 2012, zaak C-533/10, Compagnie international pour la vente à distance (CIVAD) SA/Receveur des douanes de Roubaix e.a., ECLI:EU:C:2012:347


Mr. N. van den Broek
Mr. N. (Naboth) van den Broek is partner bij WilmerHale, Washington DC/Brussel en Adjunct Professor aan de Georgetown University Law Center.
Artikel

De onderzoeksbevoegdheden van de Commissie scherpgesteld

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden mededinging, onderzoeksbevoegdheden Verordening (EG) nr. 1/2003, recht op eerbiediging privé-, familie- en gezinsleven, motivering, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt, mede aan de hand van het arrest Deutsche Bahn van het Gerecht en het arrest Delta Pekárny van het EHRM, ingegaan op de vraag of de Commissie een voorafgaande rechterlijke machtiging nodig heeft voor het verrichten van inspecties onder Verordening (EG) nr. 1/2003. Ook worden de arresten Nexans, Prysmian en Schwenk besproken, die inzicht geven in de effectiviteit van de rechterlijke controle die de Unierechter uitoefent over het gebruik van de onderzoeksbevoegdheden van de Commissie. Deze arresten verduidelijken de rechten en plichten van ondernemingen en de Commissie bij inspecties en verzoeken om inlichtingen onder Verordening (EG) nr. 1/2003.
    Gerecht 6 september 2013, gevoegde zaken T-289/11, T-290/11 en T-521/11, Deutsche Bahn, ECLI:EU:T:2013:404, EHRM 2 oktober 2014, nr. 97/11, Delta Pekárny/Tsjechische Republiek, Gerecht 14 november 2012, zaak T-135/09, Nexans, ECLI:EU:T:2012:596, Gerecht 14 maart 2014, zaak T-306/11, Schwenk, ECLI:EU:T:2014:123


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is Senior Director Antitrust bij Philips International B.V.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Toont 161 - 180 van 651 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 32 33
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.