Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Jurisprudentie

Nietigverklaring van een testament bij leven van de testateur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden uiterste wil, meerderjarigenbewind, wilsgebrek, nietigverklaring, financieel misbruik
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs verklaarde de rechter een uiterste wil nietig. Het bijzondere aan de uitspraak was dat de testateur nog leefde. In een andere recente zaak werd een verzoek om een testament bij leven van de testateur nietig te verklaren afgewezen. In deze bijdrage worden beide uitspraken naast elkaar gezet. Er wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het wenselijk is dat een uiterste wil nog tijdens leven van een testateur nietig verklaard kan worden.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Een stapsgewijze vaststelling van de categorie uitwisselbare functies

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Uitwisselbare functies, Ontslagregeling, Afspiegelingsbeginsel, Reorganisatie, UWV
Auteurs Mr. Rachel Rietveld en Kasper van Haaren LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    De categorie uitwisselbare functies is een lastig, abstract begrip, maar van groot belang bij reorganisaties waarbij functies vervallen. Een goede vaststelling van de categorie uitwisselbare functies is bepalend voor de vraag of de juiste werknemers voor ontslag in aanmerking worden gebracht. Daarnaast vormt het de basis voor het toepassen van het afspiegelingsbeginsel. Door middel van een rechtspraakonderzoek, met als doel het opstellen van een (online) beslissysteem, is het mogelijk gebleken om de vaststelling van de categorie uitwisselbare functies stapsgewijs weer te geven.


Mr. Rachel Rietveld
Rachel Rietveld is head research and development bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V. (www.magontslag.nl).

Kasper van Haaren LLB
Kasper van Haaren is legal assistant bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V. (www.magontslag.nl).
Jurisprudentie

De lastige verhouding tussen inkorting en vermindering

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden inkorting, vermindering, legitieme portie, legaat, zuivere aanvaarding
Auteurs Prof. mr. dr. W.D. Kolkman en Mr. dr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. dr. W.D. Kolkman
Prof. mr. dr. W.D. Kolkman is hoogleraar Algemene Rechtswetenschap en Familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.

Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis werkte voorheen als onderzoeker bij het WODC en sinds najaar 2018 bij Bureau Strategische Analyse van de Inspectie der Rijksfinanciën (Ministerie van Financiën).
Jurisprudentie

Hof van Justitie van de EU: leeftijdsdiscriminatie van 25-jarigen mag … of toch niet?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Leeftijdsdiscriminatie, Jeugdbeleid, Abercrombie & Fitch, Oproepcontract, Jeugdwerkgelegenheid
Auteurs Dr. mr. B.P. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 19 juli 2017 deed het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch. Een opmerkelijke uitspraak, want het Hof acht het gerechtvaardigd dat een oproepcontract automatisch eindigt louter en alleen omdat de werknemer de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt. In voorgaande arresten waar jongeren anders werden behandeld vanwege hun leeftijd leek het Hof heel strikt te zijn en die niet te accepteren. Is de uitspraak in de zaak Abercrombie & Fitch het begin van een andere houding of toch niet? In deze bijdrage onderzoekt de auteur dit door de uitspraak te plaatsen in de bredere context van leeftijd als discriminatiegrond en het Europese jeugdbeleid. Tegen die achtergrond is tot op zekere hoogte begrijpelijk waarom het Hof de Italiaanse maatregel gerechtvaardigd acht. Echter, met A-G Bobek, komt de auteur tot de conclusie dat voor de essentie van de maatregel leeftijd helemaal niet nodig is als onderscheidend criterium en dat het Hof in deze uitspraak eigenlijk een scheve schaats rijdt.


Dr. mr. B.P. ter Haar
Dr. mr. B.P ter Haar is universitair docent Europees en internationaal arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een nietig huwelijk, maar (nog) geen nietig testament

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden bescherming ouderen/financieel misbruik ouderen, artikel 1:69 BW, artikel 4:55 lid 2 BW, vertegenwoordiging bij uiterste wilsbeschikking, nietigverklaring uiterste wil en huwelijk
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 1:69 BW kunnen bloedverwanten in rechte lijn van een der echtgenoten verzoeken een huwelijk nietig te verklaren. Sinds 1 april 2014 kunnen bloedverwanten in neerdalende lijn een dergelijk verzoek al meteen doen na het ontstaan van het huwelijk. Zij hoeven dus niet meer te wachten tot het huwelijk is geëindigd. De wetgever had hierbij oog voor de situatie waarin sprake is van een ouder die ten tijde van de huwelijksvoltrekking niet in staat was zijn wil te verklaren, terwijl dit voor de ambtenaar van de burgerlijke stand niet kenbaar was. In deze bijdrage komt naar aanleiding van een recent geval de vraag aan de orde of het gerechtvaardigd is dat een huwelijk van een persoon die niet in staat was zijn wil te bepalen tijdens zijn leven nietig verklaard kan worden, terwijl een door deze persoon gemaakte uiterste wilsbeschikking gedurende zijn leven niet aantastbaar is. Er wordt een aanbeveling gedaan voor een hanteerbare oplossing.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Waarom schakelen burgers (geen) rechtshulp in?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Legal advice / assistance, Acces to justice, Income level, Judicial autonomy, Cost-benefit analysis
Auteurs Dr. Marijke ter Voert en Dr. Carolien Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article serves to gain insight in the use and non-use of various types of legal advice, particularly in relation to income levels and legal costs. Based on (logistic regression) analyses involving survey data on 1,928 Dutch citizens who experienced a non-trivial problem in the period May 2009 to May 2014, main findings are as follows: (1) 37% of citizens facing a (potential) legal problem contacted various types of legal advisers once or repeatedly. (2) In the explanation of use/non-use of advocates, problem characteristics turned out to matter significantly, in contrast with the level of household income. Entitlements to subsidized legal aid (lower income groups) as well as legal expenses insurance have made income a factor of less importance. (3) Looking at the degree in which citizens reported (high) costs being a reason for not using legal advice, again no significant differences were found between income groups. Especially advocates were deemed too expensive, regardless of household income; a reason for non-use in half of the cases in which advocates had been considered.


Dr. Marijke ter Voert
Marijke ter Voert is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.
Artikel

Hoe lang zijn ouders aansprakelijk wegens slecht bewind?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden bewind, verjaring, minderjarige, kantonrechter, toezicht
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Slecht bewind over erfrechtelijke verkrijgingen van minderjarigen door ouders kan lange tijd verborgen blijven. De vraag is dan in hoeverre ouders jaren nadat een kind meerderjarig is geworden alsnog aansprakelijk gesteld kunnen worden voor de schade die uit het slechte bewind is voortgevloeid. Aan de hand van twee recente uitspraken wordt hierop nader ingegaan. Daarbij wordt tevens de rol van de kantonrechter als toezichthouder belicht.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Bekering als asielmotief

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Bekering, Asielzoeker, Vluchteling, Bekeerde christen
Auteurs Mr. Kezia Haar en Mr. Gieneke Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    A foreign national can be granted asylum if he has made it plausible that he is persecuted in his country for reasons related to religion. In order to make his asylum motives plausible, an applicant must declare consistently and coherently. There cannot be any doubt as to his identity or his asylum motives. A claimed convert has to declare convincingly about his conversion and has to demonstrate a broad knowledge of his Faith. Often, pastors and churches write testimonies stating the conversion is genuine. These letters are important, but never a decisive factor.


Mr. Kezia Haar
Mr. K. Haar is in 2014 cum laude afgestudeerd in het Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en is thans werkzaam als procesvertegenwoordiger bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. Gieneke Douma
Mr. G.J. Douma is in 1985 afgestudeerd in het Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en is thans werkzaam als senior procesvertegenwoordiger bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Artikel

De epidemiologie van kinderdoding in Nederland, 2009-2014

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0304 2015
Trefwoorden Child homicide, Filicide, The Netherlands, Epidemiology, Copycat
Auteurs Marieke Liem en Stephanie Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Child homicide is a phenomenon that not infrequently leads to shock and societal unrest. However, the precise nature and scope of child homicide in the Netherlands remains unknown. This article attempts to fill the gap in our current knowledge by reporting descriptive research on child homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. Further, this article aims to assess if media attention regarding child homicide brings about a so-called copycat-effect. By means of descriptive statistics, case, victim and perpetrator characteristics of 74 cases of filicide are assessed.


Marieke Liem
Marieke Liem is universitair docent en senior onderzoeker voor het Violence Research Initiative, bij Centre for Terrorism and Counterterrorism, verbonden aan de Universiteit Leiden.

Stephanie Haarhuis
Stephanie Haarhuis is in 2015 afgestudeerd in de forensische criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De fiscale eenheid niet EU-proof?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden fiscale eenheid, vennootschapsbelasting, vrijheid van vestiging, Papillon
Auteurs Ian van Haaren LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij arrest van 12 juni 2014 heeft het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 (zaak C-39/13, Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; zaak C-40/13, X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam, en zaak C-41/13, Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758) (hierna: het SCA Group Holding-arrest) de vrijheid van vestiging van de artikelen 43 en 48 EG-Verdrag uitgelegd in het kader van het Nederlandse fiscale eenheidsregime van artikel 15 Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet VPB 1969). In deze bijdrage bespreek ik dit arrest. Het Hof van Justitie lijkt erop aan te sturen dat in beginsel alle binnenlandse vennootschappen van een concern die aan de overige eisen voldoen in de fiscale eenheid gevoegd moeten kunnen worden, ongeacht of deze via Europese tussenhoudsters gehouden worden. De wetgever is aan zet maar vooralsnog moet de rechter maatwerk bieden op basis van de regeling voor vaste inrichtingen.
    HvJ EU 12 juni 2014, gevoegde zaken C-39/13, C-40/13 en C-41/13 , Inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Groningen/SCA Group Holding BV; X AG e.a./Inspecteur van de Belastingdienst Amsterdam; en Inspecteur van de Belastingdienst Holland-Noord/kantoor Zaandam/MSA International Holdings BV en MSA Nederland BV, ECLI:EU:C:2014:1758.


Ian van Haaren LLM
M.I. (Ian) van Haaren, LLM, is medewerker bij het wetenschappelijk bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

10 jaar nieuw erfrecht en de positie van het kind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden kinderen, langstlevende, wettelijke verdeling, legitieme portie, som ineens
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Het kind heeft in het nieuwe erfrecht aanzienlijk moeten inschikken ten behoeve van de positie van de langstlevende echtgenoot en de testeervrijheid van ouders. Anders dan onder het oude erfrecht worden kinderen geacht zelf tijdig voor hun rechten op te komen. Men denke hierbij aan het vaststellen van hun vordering in de zin van artikel 4:13 lid 3 BW en het inroepen van de legitieme portie en de som ineens van artikel 4:35 BW. Door gebrekkig kantonrechtelijk toezicht op het bewind van de wettelijke vertegenwoordiger zijn de rechten van minderjarigen in het erfrecht slecht gewaarborgd. De jurisprudentie met betrekking tot artikel 4:35 BW biedt het kind dat de leeftijd van 21 nog niet heeft bereikt hoop. De bescherming die de langstlevende op grond van artikel 4:82 BW geniet is te ver doorgeschoten. Het biologische kind zonder afstammingsband met zijn verwekker heeft zijn situatie het laatste decennium aanzienlijk zien verbeteren. Hij krijgt met terugwerkende kracht dezelfde positie als andere kinderen in de nalatenschap van zijn verwekker.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    In deze bijdrage wordt op experimentele wijze gezocht naar een antwoord op de vraag wat de rechtvaardiging is van de beperking van de handelingsbekwaamheid van de minderjarige en het het bewind over zijn vermogen. Bij wijze van experiment wordt een fictieve regeling in het leven geroepen, het zogenaamde tachtigplusbewind. Op grond van deze regeling wordt eenieder die de tachtigjarige leeftijd passeert van rechtswege beperkt in zijn handelingsbekwaamheid en verliest hij het bewind over zijn vermogen. Vervolgens wordt de vraag gesteld waarom een dergelijk tachtigplusbewind niet wenselijk is en de bescherminsgmaatregelen die minderjarigen treffen wel. Deze bijdrage is een onderdeel van een breder dissertatieonderzoek met als titel 'Minderjarigen en (de zorg voor hun) vermogen.'
    ---
    This contribution seeks, in an experimental manner, to find an answer to the question of what is the justification for restriction on the capacity of the minor and the administration of their assets. By way of experimentation, a fictitious arrangement is created, the so-called ‘eighty-plus-fiduciary-administration’. Under this scheme, anyone who is over the age of eighty will have their legal capacity limited, and lose control of their assets. The question then arises as to why this eighty plus rule is not desirable whilst the protective rules for minors are widely accepted. This contribution is part of a wider dissertation research entitled ‘Minors and (the care of) their assets’.


Mr. Hans ter Haar
Hans ter Haar is a lecturer in notarial law at the University of Groningen.
Artikel

De Europese schikkingsprocedure voor kartelzaken

De ervaringen tot nu toe

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europese Commissie, kartels, schikkingen, procedure
Auteurs Mr. A.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de door de Europese Commissie in 2008 geïntroduceerde schikkingsprocedure voor kartelzaken. Op grond van de eerste zes schikkingsbesluiten wordt beoordeeld hoe succesvol de procedure tot nu toe heeft uitgepakt voor de Commissie en voor deelnemende ondernemingen. Hierbij wordt allereerst kort ingegaan op de achtergrond en het verloop van de procedure. Vervolgens komen de voordelen en risico’s voor beide partijen in de procedure aan bod en wordt gekeken hoe deze zich tot nu toe in de praktijk voordoen. Het artikel concludeert positief over de procedure maar wijst op enkele mogelijke verbeterpunten.


Mr. A.M. ter Haar
Mr. A.M. (Maurits) ter Haar is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.
Artikel

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ouderlijk vruchtgenot, vruchtgenot, testamentair bewind, minderjarigenbewind
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is een beschikking van het Hof Den Haag van 11 april 2012 (zaaknummer 200.095.837/01). Een erfdeel van een minderjarige is door de testateur onder bewind is gesteld. Een ander dan de gezaghebbende ouder is testamentair bewindvoerder, het bewind duurt voort tot het kind tweeëntwintig is. De testateur heeft het ouderlijk vruchtgenot niet uitgesloten, maar heeft de bewindvoerder in algemene bewoordingen de bevoegdheid gegeven de uitkering van rente aan de rechthebbende uit te stellen tot het einde van het bewind. De vraag is hoe zich deze bevoegdheid verhoudt tot het recht van de ouder op ouderlijk vruchtgenot. Het Hof gaat volgens de schrijver uit van de verkeerde redenering dat de rente niet opeisbaar is zolang deze niet door de bewindvoerder aan de minderjarige wordt uitgekeerd. Hierdoor maakt de vader ten onrechte geen aanspraak op de vruchten. In de bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe het ouderlijk vruchtgenot zich verhoudt tot het testamentair bewind. Tevens wordt onderzocht in hoeverre een testateur ten aanzien van het ouderlijk vruchtgenot nadere bepalingen in zijn uiterste wil kan opnemen. Geconstateerd wordt dat dat het ouderlijk vruchtgenot een persoonlijk recht is dat voortvloeit uit het familierecht. Van een zakelijk recht op vruchten is volgens schrijver geen sprake. Voert een ander dan de ouder het bewind over het erfdeel van een minderjarig kind dan dient de ouder die aanspraak maakt op het ouderlijk vruchtgenot bij de bewindvoerder afgifte van de vruchten te vorderen. De ouder heeft dus niet het recht de vruchten van het onder bewind gestelde vermogen zelf rechtstreeks te innen. De testateur kan volgens schrijver - in tegenstelling tot hetgeen het Hof Den Haag oordeelt - de bewindvoerder niet de bevoegdheid geven de betaling van de vruchten aan de ouder op te schorten. De testateur kan het recht op ouderlijk vruchtgenot op grond van artikel 1:253m BW uitsluiten of in omvang beperken. Deze uitsluiting of beperking dient ondubbelzinnig (impliciet dan wel expliciet) uit de uiterste wil te blijken. De testateur kan aan de uitkering van de vruchten in het kader van het ouderlijk vruchtgenot geen nadere lasten of voorwaarden verbinden. Er zijn wel constructies denkbaar waarmee een vergelijkbaar effect bereikt kan worden.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wonen, wijken en diversiteit

Een interpretatieve beleidsanalyse van de legitimering van de relatie tussen huisvesting en integratie in ‘probleemwijken’

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2011
Trefwoorden legitimacy, housing, integration, interpretative policy analysis
Auteurs Marleen van der Haar en Ashley Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we study ways in which the relationship between housing and integration of migrants are being justified and legitimated in policy documents from the cities of Arnhem and Nijmegen. Making use of a critical frame analysis, we are particularly interested in the assumptions made with regard to the preferred population composition of neighbourhoods, images of ‘normality’ and ‘the ideal society’. Based on the analysis of a set of policy documents (such as the most recent coalition agreement, housing policy document and several neighbourhood plans of each city) and a pilot study that includes interviews with local administrators and residents of twelve neighbourhoods, we found that most problems that are being related to residential segregation in neighbourhoods are defined in socio-economic terms. In general, the data show that the mixing of people with different socio-economic positions is thought to be the solution to this problem. References to migrants are mainly indirect: many documents mention that a large part of the poor people are migrants. The issue of integration is mostly dealt with in documents that focus on so-called ‘problem neighbourhoods’. We conclude that the desirability of diverse neighbourhoods in terms of types of housing and groups of people is widespread. Yet the assumptions on which these ideas are built remain largely implicit.


Marleen van der Haar
Marleen van der Haar is postdoc onderzoeker en docent bij het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Op dit moment doet zij (samen met Mieke Verloo en Iris van Huis) een studie naar organisaties in de publieke sector die projecten uitvoeren met als doel bepaalde mannen te emanciperen en te activeren. Hiervoor deed zij (samen met Dvora Yanow) aan de Vrije Universiteit onderzoek naar de implicaties van het gebruik van de beleidstermen allochtoon en autochtoon. In 2007 promoveerde zij op een proefschrift over de manieren waarop professionele repertoires van maatschappelijk werkers beïnvloed worden door hulpverlening aan een cultureel divers cliëntenbestand. Kenmerkend voor haar werk is het gebruik van een combinatie van kritische frameanalyse en etnografisch onderzoek.

Ashley Terlouw
Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij studeerde rechten aan de Universiteit Utrecht en werkte onder meer als wetenschappelijk medewerker bij het stafbureau Vreemdelingenzaken van de Rechtbank Den Haag en als hoofd van de afdeling Vluchtelingen bij Amnesty International Nederland. In 2003 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit op een rechtssociologisch onderzoek naar samenwerking tussen vreemdelingenrechters. In de periode 2004-2008 was zij als commissielid verbonden aan de Commissie gelijke behandeling. Zij publiceert op het gebied van gelijke behandeling, rechtspleging en migratierecht.
Jurisprudentie

De kantonrechter kiest voor een ruime uitleg van artikel 4:35 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Som ineens, Art. 4:35, Minderjarige(n), Levensonderhoud, Kinderalimentatie, Wettelijke verdeling, Art. 4:13
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 30 september 2010 (zaaknummer VB 138306). De casus betreft een erflater die krachtens versterferfrecht als zijn erfgenamen heeft achtergelaten een echtgenote en een dertienjarige dochter geboren uit een eerder huwelijk dat door echtscheiding is geëindigd. De wettelijke verdeling (art. 4:13) is van toepassing. De kantonrechter geeft aan de woorden “voor zover deze nodig is” in art. 4:35 een ruime uitleg. Ondanks het bestaan van een ouder en stiefouder die in staat zijn in het levensonderhoud van de dochter te voorzien, wordt de som ineens van art. 4:35 vastgesteld. De schrijver gaat in op verschillende aspecten van de beschikking.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. (Hans) ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Aantallen civiele rechtszaken in Nederland en elders

Een vergelijking in de tijd en in Europa

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2009
Auteurs E. Niemeijer en C.M. Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Academic perceptions of litigation rates are dispersed: they vary from observations of a ‘litigation explosion’ to empirical accounts of ‘vanishing trials’. In this article the authors study whether civil trials are increasing or vanishing in the Netherlands. To find out, the authors studied trends in the number of civil cases in the Dutch courts. First, they observed developments in the filings as well as the dispositions of civil cases over the past 25 years, taking into account the trial-likeness of the procedures. Second, they put the Dutch figures - including other indicators of legal activity - in a European perspective. The findings show that the number of court cases in the Netherlands is on the rise. This does not automatically imply, however, that the Netherlands are a highly litigious society. ‘Light’ versions of trials are predominant, as is efficiency in the management of cases. Moreover, the number of lawyers and judges is rather small compared to other European countries.


E. Niemeijer
Prof. dr. mr. Bert Niemeijer is werkzaam bij de directie Algemene Justitiële Strategie van het ministerie van Justitie en is tevens als hoogleraar empirische rechtssociologie verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

C.M. Klein Haarhuis
Dr. Carolien Klein Haarhuis is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Wetten in werking

Over interventies, werking, effectiviteit en context

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2008
Auteurs Carolien Klein Haarhuis en Bert Niemeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    A large share of policy interventions in the Netherlands is captured in laws. Despite the growing piles of evaluations of laws, a clear picture of the overall proceeds of laws is lacking so far. This contribution contains the results of a synthesis investigation into a large number of Dutch evaluations of laws. We collected 75 evaluation reports that were completed in the period 1998-2005, covering a variety of policy domains. We performed our synthesis on 59 methodologically sound reports, using a realist evaluation framework. First, we unravelled the various interventions in laws. We found that most interventions were directed at executive bodies rather than citizens or businesses. We also found that only part of the end objectives of laws were actually achieved.

    In line with the realist evaluation approach, we then attempted to map out the chains of events (mechanisms) produced by interventions in laws. We found that many evaluations lacked an explicit reconstruction of these chains of events. Nevertheless, we found eleven basic mechanisms, for example ‘agencification’ and ‘self-management’, to recur across laws and across policy domains. Finally, we synthesised findings relating to the influence of context on the functioning of laws. We found, for example, that adjacent rules and regulations as well as managerial cultures inside implementing bodies affected the functioning of various laws to a significant degree.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis werkt sinds 2004 als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en tevens als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de Universiteit Utrecht. Zij verricht onderzoek op het gebied van geschilbeslechting, wetgeving en rechtshandhaving, waaronder syntheses van eerder (evaluatie)onderzoek. Recente publicaties zijn Wet en werkelijkheid, bevindingen uit evaluaties van wetten (2008, met E. Niemeijer) en ‘Buitengerechtelijke procedures en hun filterwerking’, Bestuurswetenschappen 61(1), 2007, pp. 32- 52 (met J.G. Van Erp).

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer werkt bij het Ministerie van Justitie als coördinator strategie (sinds 1 januari 2008) en tevens als bijzonder hoogleraar empirische rechtssociologie bij de afdeling Rechtstheorie van de Vrije Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op het terrein van geschilbeslechting, rechtspraak en wetgeving. Recente publicaties zijn ‘Met recht risico’s reduceren’ Beleid en Maatschappij september 2007, pp. 168-179 (met P.van Wijck) en ‘Vanishing or increasing trials in the Netherlands?’ Journal of dispute resolution, 2006 (1), pp. 71-107 (met C. Klein Haarhuis).
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.