Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1800 artikelen

x

    Na een lange wetsgeschiedenis is op 19 maart 2019 het voorstel voor de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) aangenomen door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding van de WAMCA is op korte termijn te verwachten. In deze bijdrage wordt de WAMCA op hoofdlijnen besproken. Tevens worden enkele kritische kanttekeningen en vraagtekens bij deze wet geplaatst.


Carla Klaassen
Prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is lid van de Adviescommissie voor burgerlijk procesrecht.
Artikel

De stellige ontkenning van een elektronische ondertekening

Is art. 159 lid 2 Rv toe aan modernisering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Elektronische handtekening, Stellige ontkenning, Bewijskracht
Auteurs Rob van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de toepassing van art. 159 lid 2 Rv en andere juridische aspecten van een stellige ontkenning van een elektronische ondertekening. Hij betoogt dat toepassing van deze bepaling ook bij een stellige ontkenning van een elektronische handtekening tot resultaten kan leiden waarmee de praktijk uit de voeten kan als haar reikwijdte wordt beperkt tot de waarheid van de ondertekende verklaring.


Rob van Esch
Mr. dr. R.E. van Esch is legal counsel bij Banning te Den Bosch.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.
Artikel

Voorspellen met big-datamodellen

Over de valkuilen voor beleidsmakers

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Big data, predictive analytics, challenges, data quality, interpretation
Auteurs Dr. Susan van den Braak en Dr. Sunil Choenni
SamenvattingAuteursinformatie

    In the field of policymaking, there is a growing need to take advantage of the opportunities that big data predictions offer. A strong point of big data is that the large amounts of data that are collected nowadays can be re-used to find new insights. However, for effective use in policymaking it is also important to take into account the relating limitations and challenges. For example, the quality of the data used can be a problem. Outdated data and data of which the semantics have changed, may result in predictions that are no longer correct. In addition, it is difficult to apply predictions to individual cases or people. In this article authors provide various practical recommendations for dealing with these problems. As long as people are aware of the limitations and handle the results with care, big data models can be a useful addition to traditional methods in the field of policymaking.


Dr. Susan van den Braak
Dr. S.W. van den Braak is als senioronderzoeker verbonden aan de afdeling Statistische Informatievoorziening en Beleidsanalyse (SIBa) van het WODC.

Dr. Sunil Choenni
Dr. S. Choenni is als hoofd van de afdeling Statistische Informatievoorziening en Beleidsanalyse (SIBa) werkzaam bij het WODC. Hij is tevens lector Future Information & Communication Technology aan de Hogeschool Rotterdam.
Artikel

Access_open Extra beschermd of extra beschadigd?

De juridische positie en leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Handicap, VN-Kinderrechtenverdrag (IVRK), kinderen met een handicap in asielzoekerscentra, belang van het kin, non-discriminatiebeginsel
Auteurs Mr. M. Goeman en Mr. S. Schuitemaker
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van drie zaken afkomstig van de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children illustreren de auteurs verschillende problemen waar kinderen met een handicap in asielzoekerscentra tegenaan lopen. Het artikel bevat een samenvatting van het onderzoek van Defence for Children, ‘Extra beschermd of extra beschadigd? Onderzoek naar de leefomstandigheden van kinderen met een handicap in asielzoekerscentra in Nederland’. Besproken wordt daarbij een recent vernietigend rapport van de Kinderombudsman over medische zorg die aan een doof meisje werd geweigerd omdat zij geen verblijfsvergunning had. De auteurs betogen dat de wetgever, immigratieautoriteiten en opvanginstanties aan zet zijn om ervoor te zorgen dat de rechten van kinderen met een handicap gerespecteerd worden. Dat moet gelden zowel in de verblijfsprocedure als in de opvangprocedures en bij de toegang tot medische zorg.


Mr. M. Goeman
Mr. M. (Martine) Goeman is Programmamanager kinderrechten en migratie.

Mr. S. Schuitemaker
Mr. S. (Sander) Schuitemaker is Juridisch adviseur kinderrechten en migratie bij Defence for Children.
Artikel

Access_open Minderjarige verdachten in een politiecel

Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de oplegging van voorlopige vrijheidsbenemende maatregelen bij jeugdigen in Nederland en België in theorie en praktijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Voorlopige vrijheidsbenemende maatregelen, Minderjarige verdachten, Richtlijn 2016/800/EU, Alternatieve wijzen voor tenuitvoerlegging, Voorlopige vrijheidsbenemende maatregelen
Auteurs Mr. Viviane Wennekes
SamenvattingAuteursinformatie

    A comparative law study into the imposition of provisional custodial measures on juveniles in the Netherlands and Belgium in theory and practice.


Mr. Viviane Wennekes
Mr. V.C. Wennekes heeft in 2019 de master Double Degree Programme Toga aan de Maas aan de Erasmus Universiteit Rotterdam afgerond en is momenteel werkzaam als juridisch medewerker bij de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Primaire teen sexting: kinderpornografie of niet?

Over het opnemen van een uitzonderingsgrond in artikel 240b Sr

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Sexting, Kinderpornografie, Duitsland, Uitzonderingsgrond
Auteurs Mr. Ilona van Angeren
SamenvattingAuteursinformatie

    Teen sexting is an increasingly common phenomenon. It is doubtful whether primary teen sexting – when minors take sexually pictures of themselves and share these voluntarily with peers – should fall within the scope of the Dutch offence description of child pornography. The German Penal Code contains an exception clause for primary teen sexting, whilst the Dutch Penal Code does not. In this article is argued, through comparative law research, that the Netherlands should also adopt an exception clause. This way not only the right of the child to protection against sexual abuse and exploitation, but also the right of the child to sexual development is safeguarded sufficiently.


Mr. Ilona van Angeren
Mr. I.B. (Ilona) van Angeren is juridisch medewerker bij de Rechtbank Den Haag. Zij is afgestudeerd in de masters Jeugdrecht en Straf(proces)recht aan de Universiteit van Leiden. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en is gebaseerd op haar scriptie voor de master Straf(proces)recht.
Artikel

Waarom is er verschil in jeugdoverlast tussen buurten?

Een ‘mixed method’-onderzoek naar de voorspellende waarde van buurtkenmerken in relatie tot jeugdoverlast

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden sociale desorganisatie, Jeugdoverlast, Hangplek, vrije tijd
Auteurs Floris Bots MSc en Dr. Joris Beijers
SamenvattingAuteursinformatie

    The matter for this research is the request from the municipality of Eindhoven to map youth nuisance in the city of Eindhoven and to find explanations for differences between neighborhoods in order to provide policy makers with guidance. Quantitative and qualitative methods tested the social disorganization theory. Factors that may explain youth nuisance are a high degree of ethnic heterogeneity, low neighborhood participation and a high level of physical deterioration. In addition, youngsters who have unstructured leisure time prefer a place to hang out where there is no social control. Policy makers can use these insights to design their neighborhoods.


Floris Bots MSc
Floris Bots MSc is afgestudeerd in de master Sociology: Contemporary Social Problems.

Dr. Joris Beijers
Dr. Joris Beijers is docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De ontslagbescherming van zeevarend personeel

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Ontslagrecht, Zeevarende, Zee-arbeidsovereenkomst
Auteurs mr. dr. Gerdien van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het arbeidsrecht en meer specifiek het ontslagrecht, kent de zeevarende een aparte positie. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende manieren waarop de zee-arbeidsovereenkomst kan eindigen en wordt aandacht besteed aan het recht op repatriëring van de ontslagen zeevarende. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het reguliere ontslagrecht.


mr. dr. Gerdien van der Voet
Gerdien van der Voet is advocaat bij AKD.
Artikel

Het in mindering brengen van inzetbaarheidskosten op de transitievergoeding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Transitievergoeding, Inzetbaarheidskosten, Artikel 7:673 lid 6 sub b BW, Bredere inzetbaarheid, Scholing
Auteurs mr. Erik Steenis en Mr. Bart Hopmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel behandelt de mogelijkheid om inzetbaarheidskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid 6 sub b BW. Door de auteurs is onderzocht of de regeling in zijn huidige vorm effectief bijdraagt aan het bevorderen van de transitie van werk-naar-werk en het verhogen van de bredere inzetbaarheid van werknemers in Nederland. Dit lijkt niet het geval te zijn. De wijzigingen die zijn voorgesteld met de WAB lijken daar ook geen verandering in te brengen. Het artikel sluit af met een reeks aanbevelingen, waarmee de effectiviteit van de regeling kan worden vergroot.


mr. Erik Steenis
Erik Steenis is advocaat bij Lexence Advocaten & Notarissen in Amsterdam.

Mr. Bart Hopmans
Bart Hopmans is advocaat bij HJ Advocaten & Mediators in Amsterdam.
Artikel

Participatie en de energietransitie: juridisch instrumentarium in een veranderende context

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden omgevingsplan, Elverding, inspraak, Klimaatwet, Klimaatakkoord
Auteurs Mr. dr. S. (Sanne) Akerboom
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het belang van participatie in de energietransitie, de wijze waarop participatie thans is geïmplementeerd en beoordeeld wordt door de rechter, de nieuwe participatie-instrumenten zoals die worden voorgesteld in de Omgevingswet, de Klimaatwet en het Klimaatakkoord en een analyse van deze instrumenten.


Mr. dr. S. (Sanne) Akerboom
Mr. dr. S. Akerboom is postdoc bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht, met het project Deep Decarbonisation of the Energy System.
Article

Access_open Landelijke evaluatie van de verschillende vormen van piketmediation: best practices en knelpunten

Tijdschrift Family & Law, oktober 2019
Auteurs mr. Daniëlle Brouwer, mr. Eva de Jong, prof. mr. Lieke Coenraad e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Piketmediation is een vorm van mediation naast rechtspraak maar dan in de vorm van een pressure-cooker. Typerend voor piketmediation is dat de mediation plaatsvindt in het gerechtsgebouw en dat in beginsel direct na het eerste gesprek een terugkoppeling plaatsvindt aan de rechter. Het doel van piketmediation is om een verdere escalatie van het conflict te beperken en partijen een dienst te bieden waardoor zij snel tot een oplossing kunnen komen. Piketmediation wordt veelal aangeboden in de voorlopige voorzieningenprocedure.
    In opdracht van de Raad voor de rechtspraak is empirisch onderzoek uitgevoerd binnen het Amsterdams Centrum voor Familie & Recht (ACFL) van de Vrije Universiteit Amsterdam. In dit onderzoek zijn verschillende aanbiedingsvormen van piketmediation geëvalueerd die worden aangeboden door zeven gerechten: in een aantal gerechten zijn piketmediation pilots uitgevoerd en in andere is piketmediation reeds een reguliere werkwijze is geworden. In totaal zijn er 120 dossiers gescoord, 39 interviews afgenomen en een expertmeeting gehouden met 14 professionals. De bevindingen uit het dossieronderzoek, de interviews en de expertmeeting tezamen hebben geleid tot een algemeen rapport over de best practices en knelpunten van piketmediation met enkele aanbevelingen betreffende vormen van piketmediation die goed blijken te werken in de praktijk.
    ---
    Picket mediation (in Dutch: piketmediation) is a form of mediation which runs alongside normal court procedures, and is held in a pressure-cooker-like environment. It typically takes place in the courthouse and in principle, the outcome of the mediation is reported back to the judge after the first session. Such mediation is intended to limit any further escalation of a conflict and also to offer parties a service with which they can quickly resolve a situation themselves. Picket mediation is often offered in the provisional provisions procedure.
    At the request of The Council for the Judiciary, an empirical study of picket mediation was conducted by the Amsterdam Center for Family & Law (ACFL) of the VU University Amsterdam. Various forms of picket mediation as offered by seven courts were evaluated in this study. While some courts are conducting picket mediation pilots, others already have implemented picket mediation as a regular procedure. For this study a total of 120 files were scored, 39 interviews were conducted and an expert meeting was held with 14 professionals. The combined findings from these events have led to a general report on the best practices and challenges of picket mediation. A number of recommendations regarding forms of picket mediation that appear to work well in practice are additionally included.


mr. Daniëlle Brouwer
Daniëlle Brouwer is advocate bij bureau Brandeis.

mr. Eva de Jong
Eva de Jong is advocate bij SmeetsGijbels advocaten.

prof. mr. Lieke Coenraad
Lieke Coenraad, Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. mr. Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia, Vrije Universiteit Amsterdam.
Asiel en migratie

Access_open A rose by any other name: het Hof van Justitie stelt grenzen aan controles binnen het Schengengebied

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Schengengrenscode, vervoerderssancties, politiecontroles, grenscontroles
Auteurs Dr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    In Touring Tours oordeelt het Hof van Justitie dat de verplichting tot het controleren van de verblijfsstatus van internationale buspassagiers binnen het Schengengebied geschaard kan worden onder het begrip (politie)controles binnen het Schengengebied. Hoewel deze in principe zijn toegestaan onder de Schengengrenscode, hebben de controles in casu een effect dat gelijk is aan controles aan de binnengrenzen en zijn daarom in strijd met het Unierecht. Dit artikel plaatst vraagtekens bij de keuze van het Hof van Justitie om de controles aan te merken als politiecontroles en plaatst het arrest in de bredere context van de spanning tussen mobiliteit en veiligheid in de nasleep van de vluchtelingencrisis.
    HvJ 13 december 2018, gevoegde zaken C-412/17 en C-474/17, Touring Tours en Sociedad de Transportes, ECLI:EU:C:2018:1005.


Dr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is universitair hoofddocent Europees Recht verbonden aan het Europa Instituut van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is tevens Jean Monnet Professor op het gebied van Mobiliteit en Veiligheid in Europe (MOSE).
Digitale markten

Een gelijk speelveld in de online platformeconomie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden online platforms, digitale interne markt, schadelijke handelspraktijken
Auteurs Mr. L.E. Felderhof en Mr. M.P.C. Rozenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten heeft het doel te zorgen voor een eerlijke, transparante en voorspelbare bedrijfsomgeving voor ondernemers (met name het midden- en kleinbedrijf) die online platforms gebruiken om hun goederen en/of diensten aan te bieden aan consumenten.
    In dit artikel bespreken wij dat het wenselijk is dat door middel van deze verordening ex ante regels worden gesteld aan aanbieders van online platforms, met name omdat het huidige mededingingsinstrumentarium in de veranderende (digitale) economie niet altijd toereikend blijkt. Ook plaatsen wij enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en het effect van de verordening in de praktijk, welke aspecten volgens ons niet voldoende geadresseerd zijn in de verordening.
    Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PbEU 2019, L 186.


Mr. L.E. Felderhof
Mr. L.E. (Laura) Felderhof is advocaat bij NautaDutilh N.V.

Mr. M.P.C. Rozenbroek
Mr. M.P.C. (Marieke) Rozenbroek is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Column

Geen bancair klantonderzoek op verzoek van het OM

Aandachtspunten voor een vrijwaring voor het niet-naleven van de wet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Wwft, Klantonderzoek, Vertrouwensbeginsel, Bank, Vrijwaring
Auteurs Mr. S.J. Lopik en Mr. J.R. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het OM verzoekt banken steeds vaker om geen klantonderzoekshandelingen, ook wel know your customer- of KYC-handelingen, ten opzichte van een bepaalde klant te verrichten. Dergelijke handelingen zouden in bepaalde gevallen namelijk schadelijk kunnen zijn voor het strafrechtelijk onderzoek. Als een bank bereid is om aan zo’n verzoek van het OM mee te werken, loopt die bank verschillende risico’s op strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het OM kan deze risico’s afdekken door de bank hiervoor strafrechtelijk te vrijwaren. In de praktijk neemt het uitonderhandelen van de vrijwaringstekst nog vaak veel tijd in beslag. Een standaardvrijwaring zou dit probleem oplossen.


Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. J.R. Kramer
Mr. J.R. Kramer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Wetgeving

Wetgeving Sint Maarten

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Auteurs Mr. B. van den Bosch
Auteursinformatie

Mr. B. van den Bosch
Mr. B. van den Bosch is hoofd van de sectie Advisering en plaatsvervangend afdelingshoofd van de afdeling Juridische Zaken & Wetgeving van het Ministerie van Algemene Zaken van Sint Maarten.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.
Artikel

Eén medisch adviseur empirisch onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden medisch adviseur, empirisch, letselschade
Auteurs Prof. mr. G. van Dijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel doet verslag van een onderzoek waarin is getest of letselschadezaken sneller en tegen minder kosten kunnen worden afgewikkeld in een procedure met één medisch adviseur (1MA) in vergelijking met een procedure met twee medisch adviseurs (2MA). Een veldexperiment met 129 zaken die willekeurig werden toegewezen aan de 1MA- en 2MA-groep is opgezet om te testen of de procedure zou leiden tot verschillen tussen de twee procedures in termen van doorlooptijden en kosten. De resultaten laten verschillen zien tussen de twee procedures ten gunste van de 1MA-procedure, in ieder geval ten aanzien van de looptijd; het bewijs dat de 1MA-procedure met lagere kosten gepaard ging dan de 2MA-procedure is op zijn best genomen zwak. In samenhang met eerder empirisch onderzoek lijkt de conclusie vooral te zijn dat tijdwinst en kostenbesparing kunnen worden bereikt door het beperken van mogelijkheden tot extra handelingen en discussie. Dit kan met een 1MA-procedure, maar dit is geen garantie voor snellere doorlooptijden en lagere kosten.


Prof. mr. G. van Dijck
Prof. mr. G. van Dijck is hoogleraar Privaatrecht aan Maastricht University.
Artikel

Access_open De redelijke verwachting ten aanzien van de rekenrente

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden letselschade, rekenrente, toekomstschade, redelijke verwachting
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort en E.S. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het berekenen van toekomstschade als gevolg van letsel, komt het aan op de redelijke verwachting van alle relevante omstandigheden. De rekenrente is een van die omstandigheden. In deze bijdrage pleiten auteurs ervoor de rekenrente te laten aansluiten op de historische ontwikkelingen en actuele prognoses van de financiële markten, inmiddels en langdurig gekenmerkt door lage rendementen en sombere verwachtingen. Daardoor zou de rekenrente naar hun mening in ieder geval gedurende een deel van de schadelooptijd negatief moeten zijn. Auteurs adviseren voorts om een deskundigencommissie aan te stellen die periodiek adviseert omtrent de in redelijkheid te verdisconteren rekenrente bij toekomstschade.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is NIVRE Register-Expert bij Van Dort Letselschade.

E.S. Groot
E.S. Groot is NIVRE Register-Expert en mediator bij Letselschade.com.
Artikel

De generatieregeling; bezint eer ge begint?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden generatieregeling, langer doorwerken, seniorenregeling, deeltijdpensioen, aow
Auteurs mr. Cornelien Donner Broersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Niet alle werknemers zijn in staat om tot aan de gestegen AOW-leeftijd te blijven werken. Voor hen kan een zogenoemde generatieregeling uitkomst bieden; oudere werknemers werken minder uren terwijl hun pensioenopbouw en (een deel van) het loon over de niet gewerkte uren door de werkgever worden gecontinueerd. Generatieregelingen zijn niet uniform; de praktijk laat een veelvoud aan regelingen zien. Wel geldt een uniform fiscaal en juridisch kader. In dit artikel ga ik in op de toepasselijke fiscale en juridische wet- en regelgeving van een generatieregeling en formuleer ik enkele aandachtspunten voor werkgevers die een generatieregeling willen opzetten.


mr. Cornelien Donner Broersma
Advocaat pensioenrecht, senior consultant
Toont 1 - 20 van 1800 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.