Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 343 artikelen

x
Artikel

Re-integratie van ex-justitiabelen als speerpunt voor een herstelgerichte reclasseringspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden re-integratie, herstelgericht werken, reclassering, ex-gedetineerden
Auteurs Peter Nelissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the development of a restorative justice probation practice is discussed from the perspective of the restorative justice principle of the inclusive community and the contribution of probation volunteers to the reintegration of (ex-)offenders through specific restorative justice intervention strategies. It is shown that in penal policy of the past decades the penal welfare-model and the aim of reintegration of ex-offenders has been overshadowed by a more utilitarian, punitive and management logic of criminal justice. As a result, the reintegration and social inclusion of ex-offenders has become a rather neglected area and, in the current liberal-democratic state, offenders face social conditions in which it is very hard to turn their life around. In addition it is suggested that both in mainstream and in restorative justice interventions, achievement of the goal of reintegration is often problematic or absent. Moreover, this lack of opportunities for connection may undermine and reduce the effects of interventions, including those with a restorative justice approach. Probation services that use specific restorative justice intervention strategies guided by both professionals and probation volunteers might contribute to a more active, inclusive role of the community and society in the reintegration of ex-offenders.


Peter Nelissen
Peter Nelissen is criminoloog en werkzaam als onderzoeker/consultant en als docent.

    Op 20 mei 2019 werd de Richtlijn Consumentenkoop aangenomen. Deze richtlijn gaat invloed hebben op de wettelijke regeling over conformiteit bij consumentenkoop. De richtlijn voorziet in een eigen conformiteitsregel en een eigen toepassingsbereik. In deze bijdrage wordt de richtlijn verkend en de invloed op de bestaande regeling besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Hoofddorp en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Access_open Verborgen strijd in het veiligheidsdomein: over samenwerking tussen politie en gemeente bij de bestuurlijke aanpak van overlast en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Interorganisationele samenwerking, Politie, Gemeenten, bestuurlijke aanpak, overlast en criminaliteit
Auteurs Renze Salet
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, over the past 25 years mayors have had an increasing number of formal powers, based on administrative law, to fight against crime and disorder. Now, the Dutch mayors have the power to impose a restraining order, to close houses in case of drugs and/or drugs trade, or to decline a request for a permit when it might be used for illegal activities.
    To implement these measures, the local government is highly dependent on (information provided by) the police. At this moment we do not have much information about this cooperation between local government and the police in the management of crime and disorder. This paper is based on an empirical study concerning this issue. It shows that the inter-organizational cooperation between local government and the police may differ strongly, however this cooperation still often depends on central factors and circumstances. An important factor is the (growing) distance between the police and local government in regard to the local approach of problems of crime and disorder. A significant number of local police officers concentrates mainly on the maintenance of law and order by criminal law enforcement instead of the implementation of administrative measures. As a result, local government is often unsatisfied about the contribution of the police. For example, the quality of the information provided by the police is often perceived as insufficient. In some cases local governments try to diminish the degree of interdependency with the police and to strengthen their own position in the local safety domain.


Renze Salet
Renze Salet is Universitair Docent Criminologie bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Radboud Universiteit (Faculteit Rechtsgeleerdheid).
Artikel

Circles of Support and Accountability

Een sociaal netwerk voor zedendelinquenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden COSA, sex offenders, re-entry, desistance, recidivism
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In Circles of Support and Accountability (COSA) a group of trained and supervised volunteers support a medium to high-risk sex offender in his process of re-entry after detention. Sex offenders participate on a voluntary basis. Circles have a double aim: the prevention of new sexual offences and the rehabilitation of the sex offender. Circles offer social inclusion and support for behavior change, and monitor risk. They are embedded in the professional network of sex offender after care. Through a professional circle coordinator relevant information is circulated between the circle and professional agencies, to enable adequate support and interventions. Effect studies show that COSA contributes to a reduced risk of reoffending. The model was developed in Canada almost 25 years ago and has been picked up by a growing number of countries in Europe, the America’s, Asia, as well as Australia and New Zealand. Variations in the model become apparent and raise questions about the essentials of COSA.


Dr. Mechtild Höing
Dr. M. Höing is docent en onderzoeker bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Zij is daar als operationeel projectleider verbonden aan het project Sterktegericht werken met COSA buiten justitieel kader.

Audrey Alards LLM
A. Alards LLM is extern kenniskringlid bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Ze is verbonden aan het lectoraat als senior cirkelcoördinator en onderzoeker.
Artikel

Technologische hulpmiddelen bij toezicht op delinquenten in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden supervising offenders, reintegrating offenders, technological tools, smartphone and sensor technology, GPS tracking
Auteurs Dr. Katy de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    How can technological tools contribute to supervising and reintegrating offenders in society? Globally, technological tools for supervision are broken down into so-called first generation (GPS tracking) and second generation (smartphone and sensor technology). An overview is given of what is globally known about the effectiveness and assumed mechanisms of action of first-generation technical tools. Then it is explored what added value second-generation technical aids can have and to which working mechanisms they could connect. Smartphone and sensor technology have the potential to contribute to the rehabilitation functions of the supervision, inter alia because they offer possibilities for more personalized supervision and for the combination of supervision and treatment. Although initiatives have been started in this regard and research is ongoing, hardly anything is known yet about the effectiveness of these new technological applications. The reliability and safety of IT, as well as ethical and legal aspects also require attention.


Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en senior onderzoeker bij de Capaciteitsgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit Rechten van de Universiteit Maastricht.
Recent

Standaard advocaat bij ZSM-afdoening

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

Gefinancierde rechtsbijstand

Reikt big law sociale kantoren de helpende hand?

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius

Tatiana Scheltema
Strafrecht

Access_open Brexit en strafrechtelijke samenwerking: de gevolgen van het perspectief van vertrek uit de Unie voor de tenuitvoerlegging van een EAB

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Brexit, strafrechtelijke samenwerking, wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning, grondrechtenbescherming, Kaderbesluit EAB
Auteurs Mr. dr. M.K. Bulterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk kennisgegeven op grond van artikel 50 lid 2 VEU van het voornemen tot terugtrekking uit de Europese Unie. Welke gevolgen heeft deze kennisgeving voor de beoordeling van een door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk uitgevaardigd Europees Aanhoudingsbevel op grond van Kaderbesluit 2002/584 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten? Op deze vraag geeft het Hof van Justitie een antwoord in het arrest RO van 19 september 2018, dat centraal staat in deze bijdrage.
    HvJ 19 september 2018, zaak C-327/18 PPU, RO, ECLI:EU:C:2018:733


Mr. dr. M.K. Bulterman
Mr. dr. M.K. (Mielle) Bulterman is hoofd van de afdeling Europees recht, Directie Juridische Zaken, van het ministerie van Buitenlandse zaken.
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

De best mogelijke rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Legal system, Effectiveness, Legal innovations, Dispute resolution, New technologies
Auteurs Prof.dr. Maurits Barendrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    This article outlines the need in the Netherlands for socially effective justice that better resolves citizens’ problems. The author argues that new forms of dispute resolution should be integrated in the justice system. The author first describes various types of innovations. Then he outlines the obstacles to innovations. A major obstacle is that many stakeholders in the existing legal system are simultaneously the gatekeepers for the admission of innovations. It is necessary to create an infrastructure that welcomes, reinforces, tests, finances and imports new treatments for legal problems.


Prof.dr. Maurits Barendrecht
Prof. dr. M. Barendrecht is als research director verbonden aan The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL).
Artikel

De uitdagingen in het effectief aanpakken van stalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden stalking, Politie, veiligheid, risicotaxatie
Auteurs Bianca Voerman MsC. en Cleo Brandt MsC.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 an independent review into a deadly ex-partner stalking case1xEenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden. identified a number of structural problems in the police’s approach to stalking cases. Police struggle to accurately and effectively assess and respond to stalking cases because of several reasons. Police often fail to identify stalking by focusing too much on single incidents, missing the pattern of behaviours that constitute stalking. Investigations also focus on the criminal offence of stalking, with police waiting to take action until a particular threshold is reached. There is a lack of knowledge about stalking in general and risk factors associated with stalking in particular, which means the victim’s safety can be at stake if adequate security measures are not taken. These findings led to the development of a new structured response to ex-partner stalking cases, which consists of an automated query, case screening and prioritisation with the SASH2xMcEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH)., case management together with partner agencies and improved training for police officers who are handling stalking cases. Victim safety must always be the first priority.

Noten

  • * Bianca Voerman en Cleo Brandt zijn beiden recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.
  • 1 Eenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden.

  • 2 McEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH).


Bianca Voerman MsC.
Bianca Voerman is recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.

Cleo Brandt MsC.
Recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie

Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam. Hij specialiseert zich in het recht van de intellectuele eigendom en cassatie.
Artikel

Inspraak in de rechtspraak; de rol van derden in de procedure

Verslag van de voorjaarsvergadering 2018 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2018
Auteurs Jacobus Dammingh en Marijn van den Berg
Auteursinformatie

Jacobus Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Access_open De historie van de operationeel leider

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Historie, Operationeel leider, Bureaupolitiek, Beethovenfout voor samenwerking
Auteurs Bernard Groot en Ira Helsloot
SamenvattingAuteursinformatie

    The operational leader, the ‘gold commander’, fulfils a crucial function in crisis- and disaster management in the Netherlands. He is held responsible for the total coordination of all collaborating emergency services and supports/advises the Mayor, the Commander in Chief. Unfortunately, this function has never been very effective in practise, as shown by many evaluations. From a scientific point of view, it is easy to understand why the operational leader cannot be effective in the Dutch crisis management organisation. The operational leader has no authorities and has been seated in an emergency operation centre far from the Mayor. This article examines why this issue has not been solved, despite 30 years of studying and adjusting the Dutch crisis management organisation.


Bernard Groot
Bernard Groot is directeur van Crisiscontrol BV te Hardinxveld-Giessendam. Het bedrijf legt zich toe op crisisbeheersing, rampenbestrijding, advies/opleiding/training en interim-management.

Ira Helsloot
Ira Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit.
Wetenschap en praktijk

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bedrijfsgeheim, IE-recht, onrechtmatige daad, innovatie, vertrouwelijkheid
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder, Mr. L.A.E. Thonen en Mr. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 juni 2016 werd de Richtlijn (EU) 2016/943 vastgesteld ‘betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan’. Het wetsvoorstel tot implementatie van deze Richtlijn werd door de Eerste Kamer op 16 oktober 2018 als hamerstuk afgedaan.
    In dit artikel wordt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen besproken en antwoord gegeven op (onder meer) de volgende vragen: Wat is een bedrijfsgeheim? Waarom moeten bedrijfsgeheimen worden beschermd? Waartegen worden bedrijfsgeheimen beschermd? Op welke wijze worden bedrijfsgeheimen beschermd? Hoe en waar is de verjaring van een rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim geregeld?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. L.A.E. Thonen
Mr. L.A.E. (Linda) Thonen is kandidaat-notaris bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

Mr. M. Kool
Mr. M. (Mariska) Kool is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Toont 1 - 20 van 343 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 17 18
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.