Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 705 artikelen

x
Jurisprudentie

Access_open Kroniek Ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

Eerder verbindend dan visionair

Een analyse van de overwegingen van burgemeesters bij het gebruiken van de handhavende bevoegdheden uit de Wet Damocles

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden home closure, Mayors, political leadership, leadership style, the Netherlands
Auteurs Ineke Bastiaans en Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Several authors fear that the expansion of Dutch mayors’ executive powers in the field of safety and security will harm their position as non-partisan and consensus-oriented leaders. Empirical research into how mayors use their powers, however, is still rare. From a leadership perspective, the current article analyzes how mayors in the region of South East Brabant in Netherlands use their administrative power to close homes involved in drug-related crime. Drawing on Fischer’s framework of discursive practices, we analyze mayors’ considerations in terms of the argumentation they provide for closing homes. Our analysis, which draws on interviews and document analysis, covers 27 cases from the police region of South-East Brabant and includes 120 considerations. Our findings indicate that mayors vindicate home closures mostly through policy-derived technical and situational argumentations. Vindications that aspire a particular societal effect, such as the reduction of criminal activity, or ideological motivations are rarer, which is indicative of a non-decisive leadership style. In addition, mayors mostly respect the local closure policies. As such, they show very little decisive and individualistic leadership. And, to the extent that they deviate from agreed-upon regional policies, their motivation is to be able to take into account unique local circumstances. In the use of their administrative powers mayors, thus, show mostly situational and adaptive leadership, which, rather than as visionaries, positions them as caretakers. The leadership style of Dutch mayor in the use of this administrative power is, thus, much more in accordance with their traditional bridging-and-bonding leadership style than some authors suspect. Some of the limitations of our study are that we have analyzed closure decisions from one region only and that real-life decisions are susceptible to contextual influences. At the same time, our study provides a rare insight into real-world mayoral leadership in the Netherlands in the field of safety and security.


Ineke Bastiaans
Ineke Bastiaans is onderzoeker en adviseur bij Necker van Naem.

Niels Karsten
Niels Karsten is Universitair Docent aan Tilburg University.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Het werk van Wibo van Rossum – een bloemlezing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wibo van Rossum, Legal anthropology, Administration of Justice, Empirical research, The Netherlands
Auteurs Dr. mr. Marc Simon Thomas en Prof. mr. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the work of Wibo van Rossum who passed away in April 2018. Trained as a legal anthropologist he has conducted empirical research on the administration of justice in the Netherlands for many years. This anthology is about four research reports he produced and many articles he has written in two decades. This article provides an academic as well as a practical review of his work.


Dr. mr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior rechter en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
Recensies en signalementen

Meet u ook weleens met twee maten?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Bureaucratie, Toezicht, Inspecteursoordeel, Street-level bureaucrats, Stereotype
Auteurs Dr.ir. Suzanne Rutz
Auteursinformatie

Dr.ir. Suzanne Rutz
Suzanne Rutz is assistant professor bij de Erasmus School of Health Policy & Management en als coördinerend specialistisch inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Artikel

Vertrouwen in het notariële tuchtrecht

Ervaren procedurele rechtvaardigheid onder het notariaat

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Notarieel tuchtrecht, Procedurele rechtvaardigheid, Vertrouwen, Tuchtrecht, Notarieel recht
Auteurs Dr. Kees van den Bos, Mr. Dr. Jan Biemans en Mr. Dr. Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    This quantitative empirical research project describes how notaries evaluate disciplinary jurisdiction. Findings show that perceived procedural justice matters for notaries’ trust in the disciplinary jurisdiction of their cases. For example, those respondents who had been involved in a disciplinary case themselves, rated the disciplinary judge with a 5.3 on a 10-point scale when procedural justice was perceived by them to be relatively low. In contrast, when respondents who had been involved in a disciplinary case perceived procedural justice to be relatively high they rated the disciplinary judge with 7.6 on the same 10-point scale. This suggests that perceived procedural justice matters among an interesting type of professionals (notaries) who are involved in an interesting procedure in their profession (a disciplinary evaluation of their professional handling) in which important decisions are made. The current paper can contribute to the development of a barometer of notary disciplinary law.


Dr. Kees van den Bos
Kees van den Bos is hoogleraar Sociale Psychologie en hoogleraar Empirische Rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Jan Biemans
Jan Biemans is kernhoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. Dr. Eddy Bauw
Eddy Bauw is hoogleraar Privaatrecht, i.h.b. Aansprakelijkheidsrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Fenomenologie van het proces van bewijzen in strafzaken

Over de noodzaak van het vooroordeel

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Auteurs Thomas Jacobus de Jong
Samenvatting

    In deze bijdrage staat de activiteit van bewijzen in strafzaken centraal. Betoogd wordt dat de vigerende rationalistische opvatting van strafrechtelijk bewijzen eraan voorbij gaat dat het bewijzen zich allereerst voltrekt op een vóór-reflectief niveau. Het primaire blikveld van de mens is namelijk niet het objectiverende kennen, zoals in de rationele bewijstheorieën wordt voorondersteld, maar de praktische relatie tot de wereld. In dit kader wordt eerst de filosofische achtergrond van de rationalistische bewijsopvatting in kaart gebracht, in het bijzonder de invloed van Aristoteles en Descartes. Vervolgens worden de daaruit voortkomende bevindingen aan de hand van ideeën en inzichten die zijn ontleend aan de existentiële fenomenologie kritisch gewaardeerd. Dit leidt tot de uiteenzetting van een hermeneutische opvatting van strafrechtelijk bewijzen.


Thomas Jacobus de Jong
Artikel

Het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden vitale vennootschappen, investeringstoets, nationale veiligheid, telecom
Auteurs Mr. E. Breukink
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over het onlangs verschenen wetsvoorstel Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. De auteur vergelijkt het wetsvoorstel met de consultatieversie. Hij betrekt daarbij het kritische advies van de Raad van State.


Mr. E. Breukink
Mr. E. Breukink is als promovendus verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R), van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij bereidt een proefschrift voor over de agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen.
Praktijkberichten

Virtuele valuta in een regulatoir hoekje

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Wwft, vergunningplicht witwassen, virtuele valuta, anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt besproken in welk financieelrechtelijk hoekje virtuele valuta vallen en de activiteiten met betrekking tot virtuele valuta en welke criteria daarvoor belangrijk zijn. In dit kader worden de cryptoplatformen besproken en de partijen die virtuele valuta beheren of middelen beheren ter belegging in virtuele valuta. In dit verband wordt ingegaan op de komende vergunningplicht voor bepaalde cryptoplatformen en op de Wwft-verplichtingen die in dit verband ook voor die partijen zullen gelden.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. (Jonneke) van Poelgeest is advocaat bij Trivvy Advocatuur te Amsterdam.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Technologische hulpmiddelen bij toezicht op delinquenten in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden supervising offenders, reintegrating offenders, technological tools, smartphone and sensor technology, GPS tracking
Auteurs Dr. Katy de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    How can technological tools contribute to supervising and reintegrating offenders in society? Globally, technological tools for supervision are broken down into so-called first generation (GPS tracking) and second generation (smartphone and sensor technology). An overview is given of what is globally known about the effectiveness and assumed mechanisms of action of first-generation technical tools. Then it is explored what added value second-generation technical aids can have and to which working mechanisms they could connect. Smartphone and sensor technology have the potential to contribute to the rehabilitation functions of the supervision, inter alia because they offer possibilities for more personalized supervision and for the combination of supervision and treatment. Although initiatives have been started in this regard and research is ongoing, hardly anything is known yet about the effectiveness of these new technological applications. The reliability and safety of IT, as well as ethical and legal aspects also require attention.


Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en senior onderzoeker bij de Capaciteitsgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit Rechten van de Universiteit Maastricht.
Artikel

‘We maken wat mee zeg…’

Mentale weerbaarheid binnen de werkcontext van de districtsrecherche

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Weerbaarheid, Recherche, Stressoren, Copingstrategieën
Auteurs Dr. Henk Sollie
SamenvattingAuteursinformatie

    This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators in the Netherlands. Observational studies within three criminal investigation teams and 45 interviews with investigators and team leaders revealed that confrontations with human suffering, decision-making, and dirty and physically demanding circumstances at the crime scene can sometimes be (very) challenging. However, investigators have relatively little difficulty with the strain resulting from the operational stressors to which they are exposed during investigations. They know how to apply different coping strategies to reduce stress. However, this does not apply to organisational stressors. The way in which their work is organised regularly causes tension, dissatisfaction and frustration. The research highlights that investigators suffer more from these organisational stressors than from the stressors that can be associated with criminal investigations. Attention should therefore be focused on strengthening their ‘internal resilience’, the article makes a number of recommendations to support this.


Dr. Henk Sollie
Dr. Henk Sollie is onderzoeker en adviseur bij Twynstra Gudde.

    Op 26 maart 2019 is bij de Tweede Kamer het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ingediend. Dit wetsvoorstel is een vervolg op de Wetgeving van 2016. Naast de intrekking van de verplichting tot digitaal procederen bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland treden met het Wetsvoorstel Spoedwet KEI ook enkele procesvernieuwende bepalingen uit de Wetgeving van 2016 in werking. Deze bepalingen zien op de regiefunctie van de rechter en de verruiming van de mogelijkheden tijdens de mondelinge behandeling. In deze bijdrage staan de wijzigingen rondom de regiefunctie van de rechter en de mondelinge behandeling centraal. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het huidige procesrecht om de vraag te beantwoorden of van werkelijke procesvernieuwingen sprake is of meer van een codificatie van een in de procespraktijk ontwikkelde werkwijze.


Pauline Ernste
Mw. mr. P.E. Ernste is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    This report about mediation in Germany in order of the German government reports about the effects of the German Mediation Law on the development of mediation and about the education of mediators.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.
Artikel

De moeder als facilitator van intergenerationele overdracht binnen de georganiseerde misdaad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden organized crime, intergenerational continuity, discontinuity, mother, parenting
Auteurs Meintje van Dijk Msc, Prof. dr. Edward Kleemans en Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research on intergenerational continuity of crime is primarily focused on transmission from fathers to children. In this article, we aim to give insight in the role of mothers in (the prevention of) continuity of organized crime. The results of our explorative study on 25 organized crime offenders based in Amsterdam and their partners and children, show that parenting skills and norms and values of mother seem to have an important role in both the intergenerational continuity of organized crime and the prevention of the transmission.


Meintje van Dijk Msc
A.M.M. van Dijk MSc is promovenda bij de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2019
Trefwoorden good research practice, transparency, independence, duties of care, responsibility
Auteurs Prof. dr. Antoine Hol
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Dutch Code of Conduct for Research Integrity (2018) offers an important document for strengthening good research practices. It can be used in training researchers, informing the general public on standards guaranteeing trustworthiness of scientific research and handling allegations of misconduct in this research. The code departs from a set of principles worked out in standards describing the do’s and don’ts of good research practice. The Dutch code distinguishes itself for amongst others having a special section on duties of care of the organization where researchers are appointed. The organization has special responsibilities to give support to its researchers to develop good research practice and to foster a research culture in which dilemmas of integrity can be discussed in an open atmosphere. In this article special attention is paid to the principle of dependency. It is with regard to this principle that the researcher is most vulnerable, especially when it comes to commissioned research projects. How can the researcher be supported when dependency and honesty are under pressure?


Prof. dr. Antoine Hol
Prof. dr. A.M. Hol is hoogleraar Encyclopedie van het recht/Rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht en medeauteur van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Hij is tevens voorzitter van de Commissies Wetenschappelijke Integriteit van Universiteit Utrecht en Tilburg University.
Toont 1 - 20 van 705 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.