Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 497 artikelen

x
Artikel

Access_open Vertrouwen in toezichtsactoren in uitgaansgebieden: een vergelijking tussen politie, portiers en cameratoezicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vertrouwen, Toezicht, plural policing, Legitimiteit
Auteurs Dr. Janne van Doorn en Dr. Jelle Brands
SamenvattingAuteursinformatie

    While studies on trust in the police are numerous, this is much less the case for other policing actors. It is important to examine this in the light of the increasing number and diversification of policing actors and their legitimacy. Using a survey, 894 youngsters were asked to evaluate their trust in actors involved in the policing of urban nightlife areas: the police, door staff, and CCTV. Results showed that people tend to trust human actors of surveillance more compared to technological actors, however different (demographic and contextual) factors nuance this pattern.


Dr. Janne van Doorn
Dr. Janne van Doorn is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jelle Brands
Dr. Jelle Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Annotatie

Arbeidstijdregulering en oproeparbeid

HvJ EU 21 februari 2018, C-518/15 (Stad Nijvel/Rudy Matzak)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Matzak-arrest breidt het Hof van Justitie EU het begrip arbeidstijd - onder voorwaarden - uit tot thuis doorgebrachte wachttijd. Het arbeidstijdenrecht biedt tot dusver slechts beperkte bescherming tegen oproeparbeid, terwijl de daaraan verbonden onzekerheid de gezondheid en het welzijn van steeds grotere groepen werknemers bedreigt. In deze bijdrage wordt onderzocht voor welke oproepcontracten het aanmerken van wachttijd als arbeidstijd soelaas biedt, waarbij tevens wordt ingegaan op het verband met de WML en de oproeptermijn in de Wet Arbeidsmarkt in Balans.


Prof. mr. W.L. Roozendaal
Prof. mr. dr. W.L. Roozendaal is bijzonder hoogleraar socialezekerheidsrecht en uhd arbeidsrecht aan de VU.
Artikel

Access_open Het Voorontwerp Franchise: strike two voor de wetgever

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Franchise, Precontractuele informatie, Goodwill, Bedenktermijn, Wetsvoorstel
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas en Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2018 publiceerde de wetgever een nieuw voorontwerp voor een wettelijke regeling van de franchiseovereenkomst. Een eerder voorontwerp uit 2017 werd kritisch bejegend door de praktijk. In dit artikel wordt het nieuwe voorontwerp besproken. De auteurs gaan in op de ratio legis, de precontractuele informatieverplichting en de goodwillplicht. Deze onderwerpen bespreken zij tegen de achtergrond van de huidige wettelijke regelingen, doctrine en rechtspraak.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Het leefklimaat in Nederlandse penitentiaire inrichtingen: de Life In Custody–studie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Quality of prison life, Imprisonment, Prison Climate Questionnaire, LIC-study
Auteurs Dr. Hanneke Palmen, Dr. Anouk Bosma en Dr. Esther van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    The Life In Custody-study is a large scale, prospective panel study, aimed to examine the quality of prison life in The Netherlands. This paper describes the LIC-study by giving a detailed overview of the data collection procedure, and strategies to optimize response, and presents the first nationwide results on prison climate in The Netherlands. Results show that the data collection procedures utilized were successful in obtaining a high response rate (which was an exceptional 81%) and reaching a representative group of prisoners. Furthermore, results show that the perceptions of prison climate vary across prison regimes, and to a lesser extent across age groups and time spent in detention.


Dr. Hanneke Palmen
Dr. Hanneke Palmen is universitair docent Criminologie.

Dr. Anouk Bosma
Dr. Anouk Bosma is universitair docent Criminologie.

Dr. Esther van Ginneken
Dr. Esther van Ginneken is universitair docent Criminologie.
Ten geleide

Selectieve wetgeving

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

De uitdagingen in het effectief aanpakken van stalking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden stalking, Politie, veiligheid, risicotaxatie
Auteurs Bianca Voerman MsC. en Cleo Brandt MsC.
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2016 an independent review into a deadly ex-partner stalking case1xEenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden. identified a number of structural problems in the police’s approach to stalking cases. Police struggle to accurately and effectively assess and respond to stalking cases because of several reasons. Police often fail to identify stalking by focusing too much on single incidents, missing the pattern of behaviours that constitute stalking. Investigations also focus on the criminal offence of stalking, with police waiting to take action until a particular threshold is reached. There is a lack of knowledge about stalking in general and risk factors associated with stalking in particular, which means the victim’s safety can be at stake if adequate security measures are not taken. These findings led to the development of a new structured response to ex-partner stalking cases, which consists of an automated query, case screening and prioritisation with the SASH2xMcEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH)., case management together with partner agencies and improved training for police officers who are handling stalking cases. Victim safety must always be the first priority.

Noten

  • * Bianca Voerman en Cleo Brandt zijn beiden recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.
  • 1 Eenhoorn Commission. (2016). Conclusies en aanbevelingen: Onderzoeksrapport TweeSteden.

  • 2 McEwan, T. E., Strand, S., MacKenzie, R. D., & James, D. V. (2015). Screening Assessment for Stalking and Harassment (SASH).


Bianca Voerman MsC.
Bianca Voerman is recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.

Cleo Brandt MsC.
Recherchepsycholoog bij de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Partnerdoding in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Partnerdoding, Epidemiologie, Moord, Nederland
Auteurs Marieke Liem, Inge de Jong en Jade van Maanen
SamenvattingAuteursinformatie

    Intimate partner homicide (IPH) constitutes one of the most prevalent types of homicide. This study aims to assess the nature and prevalence of intimate partner homicide in the Netherlands in the period 2009-2014. In doing so, we make use of police data, court data, and media articles. Findings show that IPH occurs 29 times per year, resulting in a victimization rate of 0.20 per 100,000, similar to other Western-European countries. Our results further show a decline in IPH in the last years. IPH in the Netherlands mostly occurs in heterosexual relationships, and involves male perpetrators and female victims. Finally, we reflect on possible causes for the decline of this type of homicide.


Marieke Liem
Marieke Liem is Universitair Hoofddocent, verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs, Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden.

Inge de Jong
Inge de Jong is thans werkzaam bij de Nationale Politie als adviseur bij de dienst Informatie Management en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.

Jade van Maanen
Jade van Maanen isthans werkzaam bij Rijkswaterstaat als technisch projectleider bij de dienst Centrale Informatievoorziening en tijdens het uitvoeren van deze studie student Crisis & Security Management aan de Universiteit Leiden.
Peer reviewed

Opsporingsmiddelen in ontwikkeling

Open-bronnenonderzoek als de nieuwe ‘tap’

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Open bronnen onderzoek (OSINT), Opsporingsbevoegdheid, Stelselmatigheid, Commissie-Koops
Auteurs Mr. Mark Feenstra
SamenvattingAuteursinformatie

    With the development of the ‘digital society’ the information about crime on the internet is increasing rapidly. This creates the necessity for clarity about the boundaries of open source research by law enforcement agencies. However a specific article in the Code of Criminal Procedure lacks. While waiting for this article the police, the prosecution office, criminal defense lawyers and judges are struggling to find these boundaries. Nevertheless are they the only ones that can bring this clarity by informing themselves and exploring what should be legitimate.


Mr. Mark Feenstra
Mr. M. Feenstra is werkzaam als senior parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie, parket Amsterdam.

Dr. Eric Maes
Dr. E. Maes is senior onderzoeker/werkleider bij de Operationele Directie Criminologie van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Redactioneel

Organisatiecriminaliteit en de aanpak ervan in de Lage Landen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Organisatiecriminaliteit, Witteboordencriminaliteit, Handhaving, ING-affaire
Auteurs Dr. Karin Van Wingerde, Prof. dr. Antoinette Verhage en Dr. Lieselot Bisschop
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory article we will discuss some of the recent developments in corporate crime research in the Netherlands and Belgium since 2008. In doing so, we will answer the following three questions: (1) What are the most important developments in the way research on corporate crime has been carried out? (2) What are key themes in corporate crime research? (3) What are the most important blind spots in research into corporate crime? We will conclude with some avenues for future research on corporate crime and its enforcement.


Dr. Karin Van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Antoinette Verhage
Prof. dr. A.H.S. Verhage is docent bij de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en verbonden aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) van de Universiteit Gent.

Dr. Lieselot Bisschop
Dr. L.C.J. Bisschop is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Sociaal beleid

Werkzaamheden in meerdere lidstaten voor de Europese socialezekerheidscoördinatie: nadere verduidelijkingen door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Meerdere werkstaten, Toepasselijke socialezekerheidswetgeving, Plegen uit te oefenen, Onbetaald verlof, Geringe thuiswerkzaamheden
Auteurs Dr. H. Niesten
SamenvattingAuteursinformatie

    De geannoteerde twee arresten X/Nederlandse Staatssecretaris van Financiën 1xHvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674. van 13 september 2017 illustreren de toenemende diversiteit binnen het grensoverschrijdend werkverkeer. Aan het Hof van Justitie werden prejudiciële vragen gesteld over de betekenis van ‘onbetaald verlof’ en ‘beperkte (thuis)werkzaamheden’ voor de uitleg van de bijzondere regel inzake het verrichten van werkzaamheden in twee of meer lidstaten (dat wil zeggen: samenloop) ter vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving. Beide arresten nopen tot de vraagstelling of de huidige Europese socialezekerheidscoördinatie voldoende is toegesneden op hedendaagse flexibele arbeidsvormen waar mobilisering en digitalisering de overhand nemen.
    Verordening (EEG) nr. 1408/71
    Verordening (EG) nr. 883/2004

Noten

  • 1 HvJ 13 september 2017, zaak C-569/15, X/ Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:673 en HvJ 13 september 2017, zaak C-570/15, X/Staatssecretaris van Financiën, ECLI:EU:C:2017:674.


Dr. H. Niesten
Dr. H. (Hannelore) Niesten is assistent aan de Maastricht University (ITEM) en Hasselt University (Tax, law and Business Unit).
Artikel

Beschouwing rapport Commissie-Koops: strafvordering in het digitale tijdperk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden digitale opsporing, openbronnenonderzoek, beslag, data-analyse, big data
Auteurs Mr. dr. J.J. Oerlemans
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie-Koops heeft onderzocht of het conceptwetsvoorstel Boek 2 voldoende rekening houdt met het digitale tijdperk anno 2018 en in de nabije toekomst. Dit artikel is een beschouwing op het rapport van de Commissie, waarbij de aanbevelingen met betrekking tot openbronnenonderzoek en het beslag op gegevensdragers uitgebreid besproken worden. Daarnaast wordt ingegaan op het fenomenen van de ‘dataficering’ van het opsporingsproces. In het artikel wordt antwoord gegeven op de vraag welke bijdrage het rapport heeft geleverd aan de modernisering van het Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. J.J. Oerlemans
Mr. dr. J.J. Oerlemans is als onderzoeker verbonden aan eLaw, het Centrum voor Recht en Technologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Of/Of: de alternatieve kwalificatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering van strafvordering, alternatieve kwalificatie, kwalificatiebeslissing, samengestelde tenlasteleggingen
Auteurs Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het conceptwetsvoorstel voor Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (de berechting) wordt het voorstel gedaan om een alternatieve kwalificatie mogelijk te maken. In deze bijdrage wordt, na een uiteenzetting van het geldende recht en de wijziging die het voorstel daarin moet aanbrengen, onderzocht of in de praktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot alternatieve kwalificatie. Die behoefte lijkt beperkt te zijn, en zich vooral voor te doen in de context van het gedifferentieerde stelsel van vermogensdelicten en deelnemingsvormen. Deze bijdrage werpt daarom de vraag op of het probleem, en bijgevolg de oplossing daarvan, niet eerder gelegen zijn in het materiële recht dan het strafprocesrecht. Op basis daarvan, alsmede op basis van een korte bespreking van mogelijke bezwaren tegen de alternatieve kwalificatie, wordt de stelling betrokken dat het voorstel nadere doordenking en onderbouwing behoeft.


Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Wetsvoorstel Wet verzekerdeninvloed Zvw: één aanpassing nog dringend gewenst

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden zorgverzekeraars, inspraak, statuten, ledenraden, permanente vertegenwoordiging
Auteurs Mr. dr. A.G.H. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of het Wetsvoorstel een verbetering is ten opzichte van het Voorontwerp en of er nog aanpassingen nodig zijn. De nadere invulling van een aantal gestelde eisen is een verbetering, evenals de wettelijke vastlegging van het ongevraagd adviesrecht en de aanvulling van de nieuwe regels met een geschillenregeling. De eis dat bepaalde onderwerpen in de statuten van een zorgverzekeraar dienen te worden geregeld, is daarentegen zeer ongewenst. Op dit punt is aanpassing van het Wetsvoorstel dringend gewenst.


Mr. dr. A.G.H. Klaassen
Ageeth Klaassen is universitair docent ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doceert het vak Organisatie en bestuur van de zorg in de master Recht van de gezondheidszorg; zij is lid van een raad van commissarissen in de eerstelijnsgezondheidszorg.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.
Toont 1 - 20 van 497 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.