Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1821 artikelen

x

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.
Artikel

De veranderingen en groei van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht. Een historische analyse van zijn externe structuur in de periode 1886-2017

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Strafrechtsgeschiedenis, Wetboek van Strafrecht, Historische Criminologie, Historisch Wetboek van Strafrecht (HWvSr)
Auteurs Marieke Meesters, Prof. Paul Nieuwbeerta en Prof. dr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently a project was started that aims to systematically describe and explain the developments in the Criminal Code for the period 1886 - 2017. This article presents the first results of this new project, called the Historical Criminal Code (HWvSr). An overview is given of the long-term developments in the structure – the ‘external’ structure – of the Second Book of the Criminal Code since 1886. The analyzes show that its scope has been substantially expanded over the last 130 years, but also that various articles and article parts have been deleted. The article describes the most important changes in terms of both quantity and content.


Marieke Meesters
Marieke Meesters was in 2014 en 2017 onderzoeker bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en momenteel promovenda bij de Wageningen Universiteit.

Prof. Paul Nieuwbeerta
Prof. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf- en procesrecht bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wet herziening partneralimentatie (II).

De hardheidsclausule

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 36 2019
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Agenda

Debat over rechtsbijstand muurvast

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2019
Auteurs Kees Pijnappels en Sjoerd van der Hucht
Auteursinformatie

Kees Pijnappels

Sjoerd van der Hucht
Beeld
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek Ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Jurisprudentie

Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Auteurs Prof. mr. dr. J. de Boer
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. J. de Boer
Prof. mr. dr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Vrij verkeer

De toepassing van de aanbestedingsplicht van ambulancediensten op Samaritanen en Maltezers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden aanbesteding, aanbestedingsplicht, Falck, ambulancevervoer, ambulancedienst
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. E.S. Haalebos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2019 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen. Het Hof van Justitie stelt vast wanneer ambulancediensten door non-profitorganisaties, op grond van artikel 10 sub h Richtlijn 2014/24/EU, uitgezonderd zijn van de aanbestedingsplicht.
    HvJ 21 maart 2019, zaak C-465/17, Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen (Falck Rettungsdienste), ECLI:EU:C:2019:234.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. E.S. Haalebos
Mr. E.S. (Eelkje) Haalebos is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Artikel

Wet forensische zorg: doelen, middelen en verwachte knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden forensische zorg, forensische ggz, weigerende observandi, medisch beroepsgeheim
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis, mr. A.W.T. Klappe en prof. mr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2019 is de Wet Forensische Zorg grotendeels in werking getreden, uitgezonderd de twee ‘ingrijpendste’ onderdelen. Dat betreft de mogelijkheid voor de strafrechter om een zorgmachtiging af te geven en de mogelijkheid van doorbreking van het medisch beroepsgeheim bij verdachten die medewerking weigeren aan gedragskundig onderzoek. In deze bijdrage wordt weergegeven hoe de wet haar doelen beoogt te bereiken en bediscussieerd of deze middelen daartoe wel geschikt zijn.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. A.W.T. Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

prof. mr. M.J.F. van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Leiden.
Buitenlands nieuws

De ontkoppeling van kiesrecht en ingezetenschap in Canada

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden kiesrecht, ingezetenschap, Canada, Charter of Rights and Freedoms, Frank v. Canada
Auteurs Mr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de herziening van de Grondwet in 1983 is het kiesrecht voor de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontkoppeld van ingezetenschap. In Canada heeft deze ontkoppeling van kiesrecht en ingezetenschap plaatsgevonden in januari 2019, bij wege van de uitspraak van het Supreme Court in de zaak Frank v. Canada. In deze bijdrage staat de vraag centraal op welke wijze het Supreme Court in dit arrest tot het oordeel komt dat de Canadese Kieswet op dit punt in strijd is met het Charter of Rights and Freedoms.


Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Wetenschap

Is het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders nastrevenswaardig en een hoeksteen van het corporate-governancemodel van beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden corporate governance, aandeelhoudersrichtlijn, langetermijnbetrokkenheid, aandeelhouders, beursvennootschap
Auteurs Mr. dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de bepalingen van de herziene aandeelhoudersrichtlijn en het wetsvoorstel bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders, die zien op het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders van beursvennootschappen. De auteur beantwoordt twee vragen: ten eerste de vraag of het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders van beursvennootschappen nastrevenswaardig is, en ten tweede of het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders inderdaad een hoeksteen van het corporate-governancemodel van beursgenoteerde vennootschappen is.


Mr. dr. H. Koster
Mr. dr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (II)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel en de in de vorige aflevering van dit tijdschrift opgenomen bijdrage bespreek ik de vraag of de Moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage heb ik mij daartoe gericht op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In dit tweede en laatste deel bespreek ik de vraag met wie de consument nu eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, behandel ik kort enkele vereenvoudigingen voor handelaren en ga ik in op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. In de conclusie wordt de vraag of de Moderniseringsrichtlijn de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt, beantwoord.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Mededinging

Access_open Terug van weggeweest: een verkenning van verticale prijsbinding in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verticale overeenkomsten, verticale prijsbinding, Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers, e-commerce, koersverandering
Auteurs Mr. J.B. van der Blij en Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de publicatie van de ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’ onderstreept de ACM de nieuw ingeslagen weg met betrekking tot verticale prijsbinding: er zal meer aandacht bestaan voor en strenger worden opgetreden tegen verticale prijsbinding. Deze actievere handhaving staat duidelijk in contrast met het (prioriterings)beleid dat de ACM slechts vier jaar eerder uiteenzette in het Visiedocument over verticale afspraken. De nieuwe koers is mede ingegeven door de vlucht die internetverkoop heeft genomen en zorgt ervoor dat de ACM weer in pas loopt met de Commissie (en de rest van de EU-lidstaten).
    ACM, ‘Leidraad. Afspraken tussen leveranciers en afnemers’, 26 februari 2019, www.acm.nl/sites/default/files/documents/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers.pdf


Mr. J.B. van der Blij
Mr. J.B. (Bernadette) van der Blij is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.

Mr. dr. T.D.O. van der Vijver
Mr. dr. T.D.O. (Tjarda) van der Vijver is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam.
Artikel

Wet herziening partneralimentatie

Inwerkingtreding op 1 januari 2020

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 32 2019
Trefwoorden Levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens

    Op 20 mei 2019 werd de Richtlijn Consumentenkoop aangenomen. Deze richtlijn gaat invloed hebben op de wettelijke regeling over conformiteit bij consumentenkoop. De richtlijn voorziet in een eigen conformiteitsregel en een eigen toepassingsbereik. In deze bijdrage wordt de richtlijn verkend en de invloed op de bestaande regeling besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Hoofddorp en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 18 maart 2019 en 22 mei 2019.
Toont 1 - 20 van 1821 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.