Zoekresultaat: 198 artikelen

x
Artikel

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Auteurs Corjo Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Herijking horizontaal toezicht: noodzakelijk kwaad of logisch gevolg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden horizontaal toezicht, toezicht, Belastingdienst, cooperative compliance, internationaal
Auteurs Lisette van der Hel en Maarten Siglé
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland was een van de eerste landen die het zogenoemde horizontaal toezicht (HT) introduceerde. Sindsdien hebben belastingdiensten over de gehele wereld dat voorbeeld gevolgd en is HT ingevoerd in andere toezichtdomeinen zoals de zorg en de voedselveiligheid. In Nederland is het HT in tegenstelling tot andere landen sinds de introductie niet wezenlijk veranderd, terwijl HT al sinds het begin vragen oproept en er regelmatig kritiek doorklinkt. In dit artikel inventariseren en analyseren we de (wetenschappelijke) onderzoeken die inmiddels op het gebied van HT zijn gedaan en concluderen we dat een herijking van HT, zoals de Nederlandse Belastingdienst momenteel uitvoert, niet alleen logisch is, gezien het feit dat Nederland een voorloper op dit terrein was, maar ook noodzakelijk is gezien de vragen en kritiek die er zijn. We concluderen ook dat het lastig is om tegemoet te komen aan een modernisering in lijn met internationale ontwikkelingen omdat landen binnen het concept van HT ieder een eigen weg lijken te kiezen en van een gezamenlijke ontwikkeling geen sprake lijkt te zijn.


Lisette van der Hel
Prof. dr. L. van der Hel is hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht en is verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit. De auteur is tevens werkzaam bij de Belastingdienst.

Maarten Siglé
Drs. Maarten Siglé is PhD-student en docent. De auteur is tevens werkzaam bij de Belastingdienst.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Het punitieve karakter van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG)

Een analyse aan de hand van het begrip criminal charge ex artikel 6 lid 1 EVRM

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden EMG, Huftercursus, Snelheidscursus, Vorderingsprocedure
Auteurs Victor Huurman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the punitive aspects of the Dutch ‘Educational Measure Behaviour and traffic’ rehabilitation course (EMG), thereby using the criminal charge concept (article 6 ECHR) and the alcohol interlock case law as indicators for the level of punitivity. As of 2009, Dutch drivers whom (repeatedly) commit traffic violations may be subjected to an EMG. Failing this course can cause a driver to have his or her driving licence suspended. The Dutch Driving Test Organization (CBR) lacks the possibility to take any individual circumstances into account. The question then arises as to whether the EMG may have a disproportionate impact in certain cases. It is argued that the imposition of the EMG predominantly qualifies as a criminal charge, requiring an extension of the current regime of legal protection. It is furthermore argued that the dominant position of the police officer who makes an EMG report should be reconsidered.


Victor Huurman
Victor Huurman is student Straf- en strafprocesrecht en Staats- en bestuursrecht te Leiden.
Artikel

De sprekende gelijkenis besproken

Over de toepassing van het sprekende gelijkenis-criterium uit de Regeling wapens en munitie in de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sprekende gelijkenis, Regeling wapens en munitie, Wet wapens en munitie, Categorie I, ten zevende, Nepwapens
Auteurs Mr. M.E. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorwerpen die een ‘sprekende gelijkenis’ vertonen met echte wapens vallen onder de categorie wapens van de WWM waarvoor de strengste restricties gelden. Maar wanneer is sprake van een sprekende gelijkenis, en wanneer niet? De sprekende gelijkenis is in literatuur en rechtspraak herhaaldelijk bekritiseerd en wordt wel bestempeld als een vaag criterium, niet in de laatste plaats omdat de interpretatie van het criterium in de praktijk sterk uiteen zou lopen. Deze bijdrage bevat een onderzoek naar de toepassing van de sprekende gelijkenis in de feitenrechtspraak en verstrekt op basis daarvan enkele aanbevelingen voor de omgang met dit criterium in de rechtspraktijk.


Mr. M.E. Veerman
Mr. M.E. Veerman heeft vorig jaar de master Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden afgerond.
Artikel

Access_open De civiele kamer en de prejudiciële procedure: kritisch doch loyaal aan het Hof van Justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, nationale rechters, motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Jasper Krommendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De civiele kamer van de Hoge Raad treedt steeds vaker op als Unierechter en schuwt niet om te verwijzen. Er is echter weinig bekend over de motieven van de kamer om prejudiciële vragen te stellen en de manier waarop de antwoorden van het HvJ vervolgens worden gebruikt door de kamer. Om deze twee vragen te beantwoorden is er een uitgebreide analyse van de rechtspraak van de kamer uitgevoerd in combinatie met acht interviews met (oud-)raadsheren en A-G’s. Dit artikel toont aan dat de kamer uiterst loyaal is wat betreft het verwijzen en de inbedding ondanks dat raadsheren niet met alle antwoorden van het HvJ even tevreden waren.


Jasper Krommendijk
Dr. J. Krommendijk, LLM is universitair hoofddocent internationaal en Europees Recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Redactioneel

Over de beoogde verhouding tussen een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering en het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering, Bijzondere strafwetgeving, Strafvorderlijke grondbeginselen, verhouding tussen Sv en bijzonder strafrecht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de uitgangspunten van de wetgever met betrekking tot het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering wordt onderzocht in hoeverre de wetgever zich houdt aan de gepostuleerde uitgangspunten van de modernisering. De wetgever wenst thans de bijzondere strafwetgeving niet te integreren in het moderniseringsproces. Dat zal later per wet moeten worden gedaan, waartegen moet worden gewaakt. Advies aan de wetgever luidt dat met het oog op consistentie, structuur en grondbeginselen van strafvorderlijke wetgeving reeds thans de bijzondere wetgeving in het gemoderniseerde wetboek zal moeten worden ‘ingeweven’.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De bewijsregeling in het concept-Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden bewijs, bewijsstelsel, onmiddellijkheidsbeginsel, bewijsmiddelen, ondervragingsrecht
Auteurs Mr. dr. B. de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    In concept-Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een aangepaste bewijsregeling voorgesteld. Een aantal aspecten daarvan wordt in deze bijdrage besproken. Er wordt aandacht besteed aan de gebondenheid aan wettige bewijsmiddelen, het bewijscriterium, formele onmiddellijkheid, enkele specifieke bewijsmiddelen, bewijsminima, het recht getuigen te ondervragen, bewijsmotivering en het bewijs bij de schuldvaststelling in het kader van een strafbeschikking.


Mr. dr. B. de Wilde
Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.

Shosha Wiznitzer LLM
Shosha Wiznitzer is als promovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zij doet promotieonderzoek naar de invloed van het medisch aansprakelijkheidsrecht op het professionele gedrag van artsen.
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

    1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

    2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Criminele geldstromen en ICT: over innovatieve werkwijzen, oude zekerheden en nieuwe flessenhalzen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2018
Trefwoorden cybercrime, organized crime, money laundering, bitcoin, financial crime
Auteurs Dr. Edwin Kruisbergen, Dr. Rutger Leukfeldt, Prof.dr. Edward Kleemans e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we analyze how organized crime offenders use IT to handle their money flows. How and to what extent do offenders use IT-facilitated possibilities, such as bitcoin, to launder their money? The empirical data consist of thirty large-scale police investigations. These thirty cases are part of the Organized Crime Monitor, an ongoing research project into the nature of organized crime in the Netherlands. One of the most striking findings is the fact that cash is still king – even for online drug dealers who get paid in digital currencies.


Dr. Edwin Kruisbergen
Dr. E.W. Kruisbergen is als onderzoeker verbonden aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Rutger Leukfeldt
Dr. R. Leukfeldt is senior-onderzoeker cybercrime bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en lector Cybersecurity in het mkb bij de Haagse Hogeschool.

Prof.dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Robby Roks
Dr. R. Roks is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.
Artikel

Access_open ‘Buiten de rechter om?’

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden sanctions, Judiciary, penal law, administrative law, rule of law
Auteurs Dr. Frank van Tulder en Mr. Saskia Sicking
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Judiciary has only a very limited role in the imposition of sanctions with traffic offenses. With other minor offenses its role is rather limited and has decreased. There has been a striking shift from the imposition of penal sanctions to sanctions based on administrative law in this area. With major offenses (crimes) the role of the judiciary is still significant and has not diminished over the last 20 years. This despite policy efforts to boost out of court sanctioning.
    The Judiciary is a fundamental pillar of the rule of law. It offers legal protection, by judging and, if necessary, penalizing violations of norms in a fair trial. In this way not only justice is done with individual cases. Case law has wider implications: confirmation and development of norms and thus general prevention. To fulfil this aim a certain volume of cases and openness of the judgment process is necessary.


Dr. Frank van Tulder
Dr. F. van Tulder is onderzoeker/adviseur bij de afdeling Strategie van de Raad voor de rechtspraak, verantwoordelijk voor het economisch en statistisch onderzoek bij de Rechtspraak.

Mr. Saskia Sicking
Mr. S. Sicking is hoofd van de afdeling Strategie van de Raad voor de rechtspraak en tevens rechter.
Vrij verkeer

Europese Commissie: ‘Online platforms moeten meer verantwoordelijkheid nemen bij het bestrijden van online illegale content.’

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Europese Commissie, mededeling, internettussenpersonen, online illegale content
Auteurs Mr. A. van der Beek, L. Oranje en J.R. Spauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 september 2017 publiceerde de Europese Commissie een mededeling over de bestrijding van illegale onlinecontent, waarin zij onlineplatforms wijst op hun bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot het toegankelijk maken van dergelijke content. De mededeling bevat politieke richtsnoeren en beginselen voor onlineplatforms om de strijd tegen illegale online-inhoud op te voeren. Als aanvulling hierop heeft de Commissie op 1 maart 2018 een aanbeveling gepubliceerd met een reeks operationele maatregelen die moeten worden genomen door internetplatforms en lidstaten. Afhankelijk van het effect van deze maatregelen zal de Commissie bepalen over verdere stappen, waaronder wetgeving. Deze mededeling en aanbeveling lossen de huidige problemen met illegale content echter niet op, maar zorgen voor meer onduidelijkheid en minder transparantie in de strijd tegen online illegale content.
    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, ‘De bestrijding van illegale online-inhoud. Naar een grotere verantwoordelijkheid voor onlineplatforms’, COM 2017/555 en Commission Recommendation on measures to effectively tackle illegal content online, C(2018)1177 final.


Mr. A. van der Beek
Mr. A. (Annemieke) van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

L. Oranje
L. (Lotte) Oranje is paralegal bij Kennedy Van der Laan.

J.R. Spauwen
J.R. (Joran) Spauwen is advocaat bij Kennedy Van der Laan.

Prof. mr. Hans de Doelder
Prof. mr. H. de Doelder, em. Hoogleraar straf- en strafprocesrecht Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar straf- en strafprocesrecht Universiteit van Curaçao.

Marc Simon Thomas
Marc A. Simon Thomas is rechtssocioloog/-antropoloog en werkt als universitair docent aan de Universiteit Utrecht, alwaar hij tevens als onderzoeker aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging is verbonden.
Artikel

Ruim baan? Uitsluiting en zelfuitsluiting van de arbeidsmarkt

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden criminal records, screening, young adults, labor market, self-exclusion
Auteurs Dr. mr. Elina van ’t Zand-Kurtovic
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the number of criminal record screenings performed each year skyrocketed to more than one million. Yet, empirical evidence on its effects has been largely absent. In this article the author addresses parts of the findings of her PhD research, which aimed to fill this gap, by providing a subjective perspective of how having a criminal record impacts the process of re-entry into society, particularly into the labor market, for young adults. It is based on the lived experiences of 31 young adults having a criminal record who were followed during their process of reintegration into the labor market. The vivid, real-life stories of young adults’ strategies of dealing with the stigma of a criminal record, and how this subsequently influences their position in the labor market, highlight the counterproductive effects of increasingly widespread criminal record screening. They provide evidence that many young adults adopt self-exclusion as a strategy for avoiding rejection and exclusion.


Dr. mr. Elina van ’t Zand-Kurtovic
Dr. mr. E.G. van ’t Zand-Kurtovic is als universitair docent Criminologie verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Selectieve ‘culturalisering’ in de praktijk van de jeugdbescherming in België

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2017
Trefwoorden youth justice, Roma, Caucasian migrants, refugees, selectivity, deviance
Auteurs dr. Olga Petintseva
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper focuses on the practice of youth justice (termed ‘youth protection’ in Belgium) in which professional actors ascribe deviant behaviour of youngsters to different cultural and migration backgrounds. Intra-European Roma migrants and refugees from the Northern Caucasus in Belgium are chosen as case studies. Discourse analysis of 55 youth court files and 41 expert interviews with professional actors show that deviant behaviour of these young people is explained in different manners. Two discourses are identified: ‘criminal vagabonds’ and ‘war torn children’. These discourses and their effects in practice differ tremendously for both groups. The broader discussion this article touches upon is the selective inclusion and exclusion in the institutions of formal social control, through social practices of culturalisation.


dr. Olga Petintseva
dr. Olga Petintseva is doctor-assistent aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht, Universiteit Gent. Haar onderzoeksinteresse situeert zich binnen de narratieve criminologie, cultuurstudies en sociolinguïstiek. E-mail: olga.petintseva@ugent.be.

Stan Popescu
Stan Popescu is student rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden, afstudeerrichtingen: Encyclopedie en filosofie van het recht & Straf- en Strafprocesrecht.
Toont 1 - 20 van 198 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.