Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2414 artikelen

x
Artikel

‘Ernstig verwijt’ en selectieve betalingen

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, ernstig verwijt, selectieve betalingen, insolventie, kennelijk onbehoorlijk bestuur
Auteurs Mr. A. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van rechtspraak van de Hoge Raad ingegaan op het ‘ernstig verwijt’ als maatstaf voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van bestuurders en wordt aandacht besteed aan het leerstuk van selectieve betalingen. De auteur reflecteert op het nut en de noodzaak van het ‘ernstig verwijt’ bij de verschillende grondslagen van bestuurdersaansprakelijkheid en bespreekt de verwikkelingen rondom de (on)geoorloofdheid van selectieve betalingen.


Mr. A. Karapetian
Mr. A. Karapetian is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Asiel en migratie

Access_open A rose by any other name: het Hof van Justitie stelt grenzen aan controles binnen het Schengengebied

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Schengengrenscode, vervoerderssancties, politiecontroles, grenscontroles
Auteurs Dr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    In Touring Tours oordeelt het Hof van Justitie dat de verplichting tot het controleren van de verblijfsstatus van internationale buspassagiers binnen het Schengengebied geschaard kan worden onder het begrip (politie)controles binnen het Schengengebied. Hoewel deze in principe zijn toegestaan onder de Schengengrenscode, hebben de controles in casu een effect dat gelijk is aan controles aan de binnengrenzen en zijn daarom in strijd met het Unierecht. Dit artikel plaatst vraagtekens bij de keuze van het Hof van Justitie om de controles aan te merken als politiecontroles en plaatst het arrest in de bredere context van de spanning tussen mobiliteit en veiligheid in de nasleep van de vluchtelingencrisis.
    HvJ 13 december 2018, gevoegde zaken C-412/17 en C-474/17, Touring Tours en Sociedad de Transportes, ECLI:EU:C:2018:1005.


Dr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is universitair hoofddocent Europees Recht verbonden aan het Europa Instituut van de Rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij is tevens Jean Monnet Professor op het gebied van Mobiliteit en Veiligheid in Europe (MOSE).
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Buitengerechtelijke afdoening van financieel-economische strafzaken op Curaçao

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Curaçao, Openbaar Ministerie, Fraudezaken
Auteurs Mr. D.S. Schreuders en mr. N. Van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Transacties met het OM in financieel-economische en fraudezaken op Curaçao volgen grotendeels dezelfde procedure als Nederlandse strafzaken op het gebied van fraude en kennen dezelfde uitgangspunten en kenmerken. Toch zijn er ook verschillen tussen de transactieregelingen in Nederland en in Curaçao. In deze bijdrage wordt een beschrijving gegeven van de wijze van afdoening buiten de rechter om van financieel-economische strafzaken en fraudezaken, zoals die op Curaçao plaats kan vinden. Het artikel beoogt tevens (mede op basis van praktijkervaringen) inzicht te geven in dit sluitstuk van de strafrechtspleging vanuit een rechtsvergelijkend perspectief ten opzichte van Nederland. Met het oog op het komende Caribische Wetboek van Strafvordering en de modernisering van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering is het immers buitengewoon interessant om de verdere ontwikkelingen in de schikkingspraktijk van het OM Curaçao en de overige overzeese gebiedsdelen de komende tijd scherp in de gaten te houden.


Mr. D.S. Schreuders
Mr. D.S. Schreuders is partner bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.

mr. N. Van der Voort
Mr. N. van der Voort is advocaat bij Simmons & Simmons Amsterdam, Crime Fraud & Investigations.
Annotatie

Annotatie bij de zaak Fundacion Lotto pa Deporte e.a./Land Aruba

Gerecht in Eerste Aanleg Aruba, 24 juli 2019, behorend bij AR AUA201800634

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Auteurs Mr. K. Frielink
Auteursinformatie

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is werkzaam als advocaat in Curçao en tevens als gastdocent Verdiepend Ondernemingsrecht verbonden van de University of Curacao.
Artikel

Nietigheid van de overeenkomst met het Land Curaçao wegens het contracteren met een vertegenwoordigingsonbevoegde overheidsfunctionaris

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden privaatrecht, Land Curaçao, overeenkomsten, privaatrechtelijke normen, publiekrechtelijke normen
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter behartiging van het algemeen belang bedient de Curaçaose overheid zich behalve van het publiekrecht ook van het privaatrecht. Wanneer het daartoe overgaat, zijn op dat handelen zowel privaat- als publiekrechtelijke normen van toepassing. Zodoende kan de geldigheid van met de overheid gesloten contracten ter discussie komen te staan op basis van de in het privaatrecht verankerde wilsgebreken (art. 3:44 en 6:228 BW) of de figuur van strijd met de wet, goede zeden of openbare orde (art. 3:40 BW), maar ook op basis van bijzondere publiekrechtelijke normen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Artikel

Access_open Het 100-jarige bestaan van de Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden oprichting, doelstelling, band met de rechtspraktijk, rechtsfilosofie en rechtstheorie, internationalisering (van Duits naar Engels)
Auteurs Corjo Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Vereeniging voor Wijsbegeerte des Rechts (VWR) is opgericht op 28 december 1918. Zij had tot doel de studie van de rechtsfilosofie en het maatschappelijk leven. Deze studie moest tevens relevant zijn voor de rechtspraktijk. Vanaf haar oprichting kende de VWR een sterke internationale oriëntatie, aanvankelijk gericht op Duitsland, later vooral op het Verenigd Koninkrijk en de VS. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw beleefde de VWR wat betreft belangstelling en ledenaantal haar hoogtepunt. In 2016 besloot zij – na een gestage neergang – de band met de Nederlandstalige (praktijk)jurist weer aan te halen.


Corjo Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht en voorzitter van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

Access_open A thief can’t pass good title

Tijdsverloop en eigendomsverkrijging naar civil en naar common law

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden verjaring, belangenafweging, derdenbescherming, laches-verweer, roofkunst
Auteurs Prof. mr. E.J.H. Schrage
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij verjaring staan twee belangen op gespannen voet: het belang van de rechthebbende bij het behoud van zijn recht enerzijds en het belang van een ongestoord rechtsverkeer, dat bescherming van derden-verkrijgers te goeder trouw vereist, anderzijds. De common law kiest voor bescherming van het eerstgenoemde belang, de civil law van het laatste. Recentelijk zijn er echter aan beide zijden pogingen gaande om de scherpe kantjes van de tegenstelling af te slijpen. Die pogingen blijken niet altijd even gelukkig.


Prof. mr. E.J.H. Schrage
Prof. mr. E.J.H. Schrage is Honorary Professor aan de Nelson Mandela University te Port Elizabeth (South Africa) en emeritus hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Wet forensische zorg: doelen, middelen en verwachte knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden forensische zorg, forensische ggz, weigerende observandi, medisch beroepsgeheim
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis, mr. A.W.T. Klappe en prof. mr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2019 is de Wet Forensische Zorg grotendeels in werking getreden, uitgezonderd de twee ‘ingrijpendste’ onderdelen. Dat betreft de mogelijkheid voor de strafrechter om een zorgmachtiging af te geven en de mogelijkheid van doorbreking van het medisch beroepsgeheim bij verdachten die medewerking weigeren aan gedragskundig onderzoek. In deze bijdrage wordt weergegeven hoe de wet haar doelen beoogt te bereiken en bediscussieerd of deze middelen daartoe wel geschikt zijn.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. A.W.T. Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

prof. mr. M.J.F. van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Leiden.

Artikel

De ontslagbescherming van onderwijzend personeel

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Onderwijsarbeidsrecht, Identiteitsontslagcommissie, Bijzonder onderwijs, Wnra, onderwijspersoneel
Auteurs Mr.dr. Elmira van Vliet
SamenvattingAuteursinformatie

    Op onderdelen wijkt de rechtspositie van onderwijzend personeel af van de rechtspositie van werknemers in het bedrijfsleven. In deze bijdrage zal de rechtspositie bij ontslag van personeel in het openbaar en bijzonder onderwijs worden besproken. Onderwerpen als de ketenregeling, identiteitsontslagcommissie en de gevolgen van de gevolgen van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) komen aan de orde.


Mr.dr. Elmira van Vliet
Universitair Docent
Artikel

De rol van de regering bij de totstandkoming van initiatiefwetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Grondwet, initiatiefwetgeving, initiatiefrecht, ambtelijke bijstand
Auteurs Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt welke rol de regering speelt bij de totstandkoming van initiatiefwetgeving. Die rol is beperkter dan bij andere wetgeving. Bij de voorbereiding van initiatiefvoorstellen wordt soms ambtelijke bijstand verleend, maar in dat geval vertolkt de ambtenaar niet het standpunt van het kabinet. In de fase van de parlementaire behandeling is de rol van het kabinet prominenter: het kabinet bepaalt dan zijn inhoudelijke standpunt over het initiatiefvoorstel. Pas in de fase na de afronding van de parlementaire behandeling heeft de regering een doorslaggevende rol: een door beide Kamers aangenomen initiatiefvoorstel wordt slechts wet als de regering dat bekrachtigt.


Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Initiatiefwetgeving: een lange hordeloop (met kans op eeuwige roem)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden initiatiefwetten, Handreiking, ambtelijke bijstand, politiek, regeerakkoord
Auteurs Mr. H.M. Linthorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het initiatiefrecht biedt de mogelijkheid om ook buiten de meerderheid van een coalitie veranderingen in onze rechtsorde tot stand te brengen. Als Kamerleden het initiatief voor een wetsvoorstel nemen, staat de politieke rationaliteit voorop. De ‘Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving’ legt echter de nadruk op andere rationaliteiten, in het bijzonder de financiële. Zij kan leiden tot minder vertrouwen tussen Kamerleden en bijstandsverleners vanuit de ministeries. De controledrift die uit de Handreiking blijkt, manifesteert zich ook waar in het kader van het huidige regeerakkoord is afgesproken welke initiatiefwetsvoorstellen niet verder worden behandeld of niet aanhangig mogen worden gemaakt.


Mr. H.M. Linthorst
Mr H.M. (Huub) Linthorst is sinds zijn pensionering als directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken in mei 2010 als vrijwilliger werkzaam bij de Tweede Kamerfractie van D66.
Praktijkberichten

De Verordening inzake screening van overnames in de EU – de gevolgen voor de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Screening mechanisme, Buitenlandse directe investeringen, FDI, Europese CFIUS
Auteurs Mr. W.M. Kros
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de EU (Verordening 2019/452) is op 19 maart 2019 aangenomen door het Europees Parlement en zal met ingang van 11 oktober 2020 van toepassing zijn. De Verordening stelt een raamwerk vast waarbinnen de EU-lidstaten en de Europese Commissie samenwerken aan de screening van investeringen van buiten de EU. Alhoewel de EU-lidstaten zelf verantwoordelijk blijven voor het al
    dan niet screenen van foreign direct investments zal de Verordening waarschijnlijk zorgen voor een uitgebreider en langduriger screening proces omdat belangen van betrokken EU lidstaten in overweging genomen moeten worden.


Mr. W.M. Kros
Mr. W.M. (Wouter) Kros is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).
Artikel

Afketsende of gedeelde verbeeldingswerelden?

Kijkervaringen van moslimjongeren en politiestudenten met ISIS-video’s en Hollywoodfictie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Dutch youth, ISIS videos, Hollywood, Visual skills
Auteurs Heidi de Mare, Sigrid Burg, Gawie Keyser e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Between 2013-2017 there were many ISIS videos circulating. It was generally assumed that these videos would encourage young Muslims to radicalize and join ISIS. But what do we actually know about the imaginary world of young people? Do sociological aspects such as the economic, cultural and religious background play a decisive role in this? Can we use the films and TV series that young people see as an entry into their imaginary world? To what extent can image analysis provide knowledge that contributes to safety issues? Commissioned by the Department of Counterterrorism, Radicalization and Extremism (CTER) of the Dutch National Police, the IVMV Foundation invited, in a comparative pilot study, twenty Dutch youngsters (10 with a Muslim background and 10 police students) to share their viewing experiences with five trailers (3 Hollywood, 1 Netflix, 1 not explicit violent ISIS video) that touched on the ISIS issue. This resulted in a research report and a film (in Dutch as well as in English) that was presented in November 2017 (De Mare et al. 2017a; De Mare 2017b). A remarkable result was that their viewing experiences and feelings showed a lot of similarity.


Heidi de Mare
Heidi de Mare is gepromoveerd beeldwetenschapper en directeur van stichting IVMV, instituut voor maatschappelijke verbeelding, www.ivmv.nl.

Sigrid Burg
Sigrid Burg is beeldonderzoeker, beeldmaker en ondernemer.

Gawie Keyser
Gawie Keyser is filmrecensent bij de Groene Amsterdammer.

Dick de Ruijter
Dick de Ruijter is cultuurpsycholoog en zelfstandig onderzoeker, www.dickderuijter.nl.

Gabriël van den Brink
Gabriël van den Brink was hoogleraar Maatschappelijke bestuurskunde, Universiteit Tilburg en is hoogleraar Filosofie van Cultuur en Bestuur bij Centrum Ethos, VU Amsterdam, www.vu.centrumethos.nl.
Toont 1 - 20 van 2414 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.