Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1688 artikelen

x
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V.

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Mr. dr. Martijn Stronks
Artikel

AWB 25 jaar

Uniform en toch flexibel

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Bendert Zevenbergen

Bendert Zevenbergen
Het ambacht

De aanduiding van wetsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden wetsvoorstellen, wetsontwerpen, voorontwerpen van wet, terugkoppeling, conceptwetsvoorstellen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de terminologische betekenis van de begrippen ‘voorstel van wet’, ‘ontwerp van wet’, ‘wetsvoorstel’, ‘wetsontwerp’, ‘voorontwerp van wet’ en ‘conceptwetsvoorstel’. In de praktijk lopen deze begrippen sterk door elkaar, maar uit de geschiedenis van de grondwetsherziening en de Aanwijzingen voor de regelgeving blijkt dat voor verschillende fases van het wetgevingsproces en in verschillende soorten documenten specifieke termen behoren te worden gebruikt. Van een ‘voorstel van wet’ kan worden gesproken vanaf de ministerraadsfase. Voor de daaraan voorafgaande fases (met name de consultatiefase) verdient het aanbeveling de term ‘voorontwerp van wet’ of ‘conceptwetsvoorstel’ te hanteren. Op het toezenden van voorontwerpen van wet aan het parlement, dus in een fase vóór de grondwettelijke indiening, wat overigens zelden voorkomt, is in het verleden door de Raad van State kritiek geuit. Naar aanleiding daarvan is destijds door de ministerraad besloten dat dit alleen ‘ter kennisgeving’ behoort te gebeuren, met de aanduiding ‘voorontwerp’.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Het schadefonds Van Vollenhoven

Hoe om te gaan met gedupeerden van acute overheidsmaatregelen ten behoeve van de gezondheid of veiligheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2018
Trefwoorden schadefonds, schadevergoeding, nadeelcompensatie, insolventie, onrechtmatige overheidsdaad
Auteurs Mr. C.N.J. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Omwille van de veiligheid moet de overheid soms ingrijpende maatregelen nemen, zoals recent de schorsing van de Stint als toegelaten voertuig op de weg. Van Vollenhoven vindt dat goed, maar er zou volgens hem wel een fonds moeten zijn voor de gedupeerden van zo’n maatregel. Het is niet moeilijk dit voorstel te bekritiseren, maar bij nadere beschouwing kan zo’n fonds, mits goed opgezet, best meerwaarde hebben.


Mr. C.N.J. Kortmann
Mr. C.N.J. Kortmann is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en is tevens verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming tegen plannen en programma’s getoetst

Over het belang van het Verdrag van Aarhus en het Unierecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden omgevingsrecht, strategisch procederen, Aarhus, luchtkwaliteit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage, die een weerslag biedt van de door Lorenzo Squintani gehouden presentatie tijdens de VMR-bijeenkomst op 31 mei 2018, staat de vraag centraal welke eisen het internationaal en Unierecht stellen aan rechtsbescherming tegen plannen en programma’s in het omgevingsrecht, en in hoeverre Nederland daaraan voldoet. Ter beantwoording van deze vraag wordt eerst het Verdrag van Aarhus en de implementatie daarvan in het Unierecht bekeken, waarbij ook de reikwijdte van het begrip ‘plannen en programma’s’ in het EU-milieurecht wordt geschetst. Daarna wordt ingegaan op de toetsing overeenkomstig het Unierecht en de (on)mogelijkheid van exceptieve toetsing. Dit wordt gevolgd door een analyse van het Nederlandse rechtssysteem, waarna geconcludeerd wordt dat dit rechtssysteem op onderdelen tekort lijkt te schieten, gelet op het internationaal en Unierecht.


Mr. E.J.H. (Ernst) Plambeck
Mr. E.J.H. Plambeck is adviseur bestuursrecht bij Koninklijke Metaalunie en daarnaast als promovendus verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wethouders in de frontlijn: een studie naar de perceptie van en de omgang met persoonlijke bedreigingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden threats in politics, coping strategies, undue influence on politics, Q-methodology
Auteurs Diana Marijnissen en Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution reports on a delimited part of a larger, exploratory study, the main question of which was: How do aldermen perceive threats, what are their behavioral intentions and what is the influence of threats on the process and the outcome of decision-making? This question was answered with the help of Q-methodology, semi-structured interviews and case studies. This article discusses the results of the Q-methodology and the semi-structured interviews. The case studies will be reported separately later on. Through the Q-methodology three patterns in perception were found in dealing with threats: ‘combative and decisive’, ‘vulnerable and thoughtful’ and ‘down-to-earth and accepting’. The interviews show that it usually concerns instrumental threats that are deliberately used to influence decision making, which usually take place in the private sphere and vary from verbal aggression to physical violence. Most threats come from individuals, but some come from groups, in some cases there is a relationship with criminals. In the cases reviewed, the consequences in the private sphere are far-reaching, there are indications for the influence on public functioning (from hardening to great caution). There is almost always a report, a fuss in the media can affect the authority of the official.


Diana Marijnissen
Diana Marijnissen is docent bij de Academie Industrie en Informatica en onderzoeker bij het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool in Den Bosch.

Emile Kolthoff
Emile Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en is lector Ondermijning bij Avans Hogeschool in Den Bosch. Hij is tevens voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Veiligheid.
Artikel

Een tweede baan voor de lol

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2018
Auteurs Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

    In dit redactioneel wordt naar aanleiding van de Invoeringswet omgevingsrecht verkend of de term ‘Onze Minister die het aangaat’ voldoende kenbaar maakt welke minister een bevoegdheid uit de wet kan inzetten. Aan het slot van deze bijdrage wordt de verdere inhoud van dit nummer van TO toegelicht.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Evenementenvergunning: is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, evenementen, APV
Auteurs Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja wanneer, een evenementenvergunning kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, en – bij een bevestigend antwoord op die vraag – hoe die schaarse evenementenvergunning dan moet worden verleend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.


Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
Mr. dr. A. Drahmann is universitair (hoofd)docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

    De Dienstenrichtlijn bevat een opmerkelijke wetgevingshypothese voor het omgevingsrecht: dat schaarse vergunningen in het bijzonder geschikt zijn voor het management van schaarse natuurlijke hulpbronnen en dat deze door een selectie tussen gegadigden verdeeld moeten worden. Wat maakt schaarse vergunningen voor natuurlijke schaarste zo bijzonder? Deze bijdrage verkent deze hypothese in het licht van de economische theorie en een analyse van de betekenis van schaarste voor publieke rechten. Het resultaat is een economische blik op het omgevingsrecht en enkele reflecties op de rechtsontwikkeling van schaarse publieke rechten.


Mr. O. (Olaf) Kwast
Mr. O. Kwast is wetgevingsjurist en oprichter van Wetgevingswerken in Rotterdam.
Artikel

Schaarse rechten bij gebiedsontwikkeling: de rol van beleid en grondeigendom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, gronduitgifte
Auteurs Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen en Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van gebiedsontwikkeling wordt door overheden regelmatig op beleidsmatige gronden schaarste gecreëerd. Auteurs bespreken in het licht van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven de beperkingen die in een dergelijk geval van toepassing zijn op planvorming, gronduitgifte en afspraken met gebiedsontwikkelaars.


Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
Mr. J.R. Vermeulen is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt.

Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt. Hij komt met dit onderwerp ook in aanraking in zijn rol als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant.

    In deze terugkerende bijdrage wordt de stand van de stelselherziening omgevingsrecht toegelicht. Deze bijdrage ziet op de ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Access_open Totstandkoming, systeem en doelen van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Auteurs Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Auteursinformatie

Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W (Wilco) de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2018
Auteurs Jan Coen Binnerts, Marieke Dankbaar en Rachel Hoeneveld

Jan Coen Binnerts

Marieke Dankbaar

Rachel Hoeneveld

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Ruimtelijk beleid voor de energietransitie: centraal wat moet?

Een studie naar het omgevingsrechtelijk overheidsinstrumentarium in de energietransitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden klimaat, energie, transitie, gas
Auteurs Mr. A.M.J.R. (Fons) van der Linden en Mr. drs. S. (Sanne) Akerboom
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken auteurs de connectie tussen energietransitie en het omgevingsrecht. Hierbij staat de vraag centraal hoe de keuze voor groot- of kleinschalige maatregelen het omgevingsrechtelijk kader en de ruimte voor een lokale ruimtelijke afweging kan beïnvloeden. Daarbij worden twee transitiepaden nader bekeken: windenergie op land (als onderdeel van het verduurzamen van de elektriciteitsproductie) en de verduurzaming van ruimteverwarming en warm tapwater in de gebouwde omgeving.


Mr. A.M.J.R. (Fons) van der Linden
Mr. A.M.J.R. van der Linden is promovendus bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam binnen het project ‘Institutionele en regulatorische innovatie ten behoeve van lokale, slimme energievoorzieningen (IRIS)’ en tevens verbonden aan het Centrum voor Energievraagstukken bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiekunde van de Universiteit Utrecht.

Mr. drs. S. (Sanne) Akerboom
Mr. drs. S. Akerboom is postdoc bij het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law en het Centrum voor Energievraagstukken bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuurs- en Organisatiekunde van de Universiteit Utrecht, project ‘Resilient Societies’, in het bijzonder ‘Sustainable Energy’.
Artikel

Access_open De stand van de stelselherziening: een nieuwe fase

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening, Aanvullingswet bodem
Auteurs Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geven auteurs een weergave van de stand van de stelselherziening omgevingsrecht begin 2018.


Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm
Mr. drs. C.D. Palm is als MT-lid werkzaam bij de programmadirectie Eenvoudig Beter bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Toont 1 - 20 van 1688 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.