Zoekresultaat: 74 artikelen

x
Artikel

Crimineel gedrag over de levensloop én over generaties: de rol van het gezin

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, Criminal behavior, Family, Family relations, Generations
Auteurs Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, explanations for engagement in externalizing or criminal behavior are often found within the direct (social) environment of the individual. More specifically, family functioning, the quality of family relations and parenting strategies during childhood and adolescence are found to be related to the development of externalizing problems or criminal behavior over the life-course. Although less well studied, the opposite might also be true: externalizing problems or delinquency during childhood and adolescence may in turn also affect some important (family-related) transitions over the life-course, such as engagement in romantic relationships, the transition to parenthood, parenting strategies and broader family functioning. Not surprisingly, in life-course criminology there is increasing attention for familial similarities in externalizing and delinquent behavior. What underlies intergenerational continuity of criminal behavior? Under which circumstances behavior is continued over the course of generations? What is the role of the family? What is needed to break intergenerational cycles and facilitate earlier and more effective interventions? In this article, a literature review is provided on the role of the family in intergenerational continuity of externalizing or criminal behavior over the life-course and across generations.


Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Voorlopige vrijheidsbeperking vooropgesteld

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden voorlopige vrijheidsbeperking, voorlopige hechtenis, schorsing, modernisering strafvordering, ultimum remedium
Auteurs Mr. dr. S. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de voorlopige hechtenis verandert mogelijk ingrijpend, blijkens het conceptwetsvoorstel tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De rechter krijgt ingevolge dit voorstel de mogelijkheid om in plaats van de voorlopige hechtenis de voorlopige vrijheidsbeperking te bevelen en de schorsing van de voorlopige hechtenis komt te vervallen. De ultimum remedium-gedachte rechtvaardigt dat gekozen wordt voor een systeem waarin de voorlopige vrijheidsbeperking voorop staat. Dat stelsel geniet ook op Europees niveau de voorkeur. De keuze voor dit systeem is evenwel niet geheel zonder risico’s en het vooropstellen van de voorlopige vrijheidsbeperking zal de praktijk ook voor nieuwe uitdagingen stellen. In deze bijdrage worden deze risico’s besproken en wordt een aantal aanbevelingen gedaan tot aanpassing van het voorliggende conceptwetsvoorstel.


Mr. dr. S. Meijer
Mr. dr. S. Meijer is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, raadslid van de afdeling Advies Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Onderzoek naar de mogelijke juridische integratie van de Elektriciteits-, Gas- en Warmtewet en een uniform toezicht op de energiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Integrale energiewet, energietransitie, toezicht, ACM
Auteurs Saskia Lavrijssen, Frits van der Velde, Patrick Köpsel Sanz e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft de belangrijkste bevindingen weer van een onderzoek naar de vraag in hoeverre integratie van de Nederlandse Gas-, Elektriciteits- en Warmtewet en de stroomlijning van het toezicht hierop mogelijk is. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie belangrijke conclusies te trekken. Allereerst bestaan grote mogelijkheden tot integratie van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 en de uniformering van het toezicht hierop. Desalniettemin bestaan ook barrières tot integratie. Zo leiden de begripsomschrijvingen van de kernbegrippen tot problemen voor integratie. Dit probleem wordt verergerd door de recente inwerkingtreding van de Europese netwerkcodes door de Europese Commissie, die buiten het bestek van dit onderzoek vallen. Daarnaast bestaan grote verschillen tussen de Warmtewet enerzijds en de Gas- en Elektriciteitswet anderzijds, omdat de bepalingen uit de Warmtewet een gebrek aan vergelijkbare artikelen vertonen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de huidige Warmtewet nog niet te integreren is met de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Ten derde komen de meeste belemmeringen voort uit Nederlands beleid. Dit betekent dat de Nederlandse wetgever de ruimte heeft om de verschillende bepalingen aan te passen en te integreren. Op basis van bovenstaande conclusies en wanneer er speciale aandacht aan het begrippenkader wordt gegeven lijkt het mogelijk om een integrale energiewet met geharmoniseerd toezicht door de Autoriteit Consument en Markt in de elektriciteits- en gasmarkt te creëren, mits de grenzen van het Europees recht en technologische kenmerken van de markten worden gerespecteerd.


Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar Economic Regulation and Market Governance aan Tilburg University.

Frits van der Velde
Drs. F. van der Velde is senior beleidsadviseur bij VEMW.

Patrick Köpsel Sanz
Patrick Köpsel Sanz is master student aan Tilburg University.

Glenn Heusschen
Glenn Heusschen is master student aan Tilburg University.
Artikel

Staatloosheid als moderne vorm van uitsluiting

Naar een duurzame oplossing voor staatlozen in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden statelessness, determination procedure, legislative proposal, limbo, exclusion
Auteurs Marlotte van Dael MSc, Mr. Jelle Klaas en Loïs Vaars LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    This article maps the current Dutch practice on statelessness, and tries to expose the current issues in particular. The published legislative proposal for a statelessness determination procedure in September 2016 is an attempt by the Dutch government to solve part of these problems after wide criticism from, among others, the Advisory Committee on Migration Affairs (ACVZ) in 2013. The introduction of a statelessness determination procedure is a long awaited development and a step in the right direction with a view of improving current practice and law for stateless persons residing in the Netherlands. However, significant deficiencies in the legislative proposal risk to greatly undermine the operation and value of the new procedure, especially for those currently left in limbo and excluded from society. This article focuses on the shortcomings in the procedure and provides recommendations how to revise these to ensure that stateless persons are enabled to demonstrate their statelessness adequately and obtain the rights associated with it as intended in the Statelessness Conventions signed by the Netherlands.


Marlotte van Dael MSc
M. van Dael MSc is als projectcoördinator en onderzoeker staatloosheid verbonden aan het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen.

Mr. Jelle Klaas
Mr. J. Klaas is mensenrechtenadvocaat en Litigation Director NJCM.

Loïs Vaars LLM
L. Vaars LLM is dossierhouder staatloosheid bij het Public Interest Litigation Project (PILP).
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Effecten van informatieverstrekking op agressie van UWV-cliënten

Een experimentele scenariostudie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden experimental scenario study, frustration aggression, informational justice, workplace violence, negative affect
Auteurs Natascha Sprado MSc, Dr. Tamar Fischer en Lisa van Reemst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the effect of providing information about decision making on aggression of clients of the Dutch Employee Insurance Agency (UWV). The expectation is that providing adequate information leads to a decrease in aggression, because it influences feelings of informational justice and frustration. UWV-clients (N=1.415) participated in an experimental scenario study (adequate vs. limited information providing). Next to aggression, psychological, UWV and social demographic characteristics were measured. Compared to limited information, receiving adequate information results in lower aggression. Clients with more negative affect show more aggression, but receiving adequate information especially reduces aggression in these clients.


Natascha Sprado MSc
N.N. Sprado, MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Ten tijde van de dataverzameling van de beschreven studie was zij masterstudent.

Dr. Tamar Fischer
dr. T.F.C. Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lisa van Reemst MSc
L. van Reemst, MSc is promovenda bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Reguleringsinstrumenten in de spoorsector: wisselend succes

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2016
Trefwoorden overheidsregulering, aandeelhouderschap, regulering met contracten, zelfstandig bestuursorgaan, publiekrechtelijke concessie
Auteurs mr. S. Pereth
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid beschikt over verschillende instrumenten om een sector mee te reguleren. In de spoorsector is met een aantal van deze instrumenten ervaring opgedaan. Meer specifiek betreft het regulering door middel van contracten en het aandeelhouderschap. Deze instrumenten en de mogelijkheden om ermee te sturen zijn in de afgelopen decennia veelvuldig onderwerp van (parlementaire) discussie geweest. Wat bleek is dat die mogelijkheden meer dan eens beperkt waren. Gesteld kan worden dat de genoemde privaatrechtelijke instrumenten enkele inherente beperkingen kennen, die in de weg kunnen staan aan effectieve sturing en toezicht van overheidswege. Bij een contract is per definitie meer dan één partij betrokken, waardoor beslissingen niet eenzijdig genomen kunnen worden en het aandeelhouderschap betreft nu eenmaal een rol op afstand. Deze bezwaren kunnen worden ondervangen door in plaats van een contract te kiezen voor een publiekrechtelijke concessie. In plaats van het aandeelhouderschap in een private rechtspersoon kan voor een zelfstandig bestuursorgaan worden geopteerd. De conclusie is niet dat contracten en het aandeelhouderschap kunnen worden afgeschreven als instrumenten om mee te sturen. Contracten en het aandeelhouderschap kunnen in andere gevallen wel voldoende handvatten bieden. Veel is bijvoorbeeld ook afhankelijk van de inhoud en vormgeving van het contract. Ook de onderhandelingspositie bij het vormgeven van de contracten en de mate van verantwoordelijkheid die de overheid wenst te dragen zijn relevant. Per geval zullen die afwegingen moeten worden gemaakt.


mr. S. Pereth
mr. S. (Sven) Pereth is wetgevingsjurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Article

Access_open Exit, Voice and Loyalty from the Perspective of Hedge Funds Activism in Corporate Governance

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Uncertainty, entrepreneurship, agency costs, loyalty shares, institutional investors
Auteurs Alessio M. Pacces
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses hedge funds activism based on Hirschman’s classic. It is argued that hedge funds do not create the loyalty concerns underlying the usual short-termism critique of their activism, because the arbiters of such activism are typically indexed funds, which cannot choose short-term exit. Nevertheless, the voice activated by hedge funds can be excessive for a particular company. Furthermore, this article claims that the short-termism debate cannot shed light on the desirability of hedge funds activism. Neither theory nor empirical evidence can tell whether hedge funds activism leads to short-termism or long-termism. The real issue with activism is a conflict of entrepreneurship, namely a conflict between the opposing views of the activists and the incumbent management regarding in how long an individual company should be profitable. Leaving the choice between these views to institutional investors is not efficient for every company at every point in time. Consequently, this article argues that regulation should enable individual companies to choose whether to curb hedge funds activism depending on what is efficient for them. The recent European experience reveals that loyalty shares enable such choice, even in the midstream, operating as dual-class shares in disguise. However, loyalty shares can often be introduced without institutional investors’ consent. This outcome could be improved by allowing dual-class recapitalisations, instead of loyalty shares, but only with a majority of minority vote. This solution would screen for the companies for which temporarily curbing activism is efficient, and induce these companies to negotiate sunset clauses with institutional investors.


Alessio M. Pacces
Professor of Law & Finance, Erasmus School of Law, and Research Associate, European Corporate Governance Institute.
Artikel

Conservatisme onder Nederlandse evangelische christenen: een hedendaagse ‘religion gap’?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden economisch conservatisme, cultureel conservatisme, orthodoxe christenen, pro life issues
Auteurs Dr. Paul Vermeer, Prof. dr. Peer Scheepers en Drs. Joris Kregting
SamenvattingAuteursinformatie

    Following the earlier work of the Dutch political scientist Middendorp on conservative views among the Dutch population, this study tries to find out if there is still a relationship between conservatism and religion. Earlier research revealed that also church members became less conservative over time and that the gap between church members and non-church members is closing in this respect. Only orthodox Christians continued to hold more conservative views over time. A distinction which still exists today as the results of this study among evangelical Christians show. This group of orthodox Christians distinguishes itself from both mainline Christians and the secular Dutch not so much by having a conservative outlook on economic matters, but by upholding conservative views in pro life issues.


Dr. Paul Vermeer
Dr. P.A.D.M. Vermeer is universitair docent Empirische religiewetenschappen aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit.

Prof. dr. Peer Scheepers
Prof. dr. P.L.H. Scheepers is hoogleraar Comparatieve methoden bij de afdeling Sociologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Radboud Universiteit.

Drs. Joris Kregting
Drs. J. Kregting is onderzoeker bij het onderzoeksinstituut KASKI van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit.

    The contribution assesses Germany’s better regulation system as quality assurance system. At first, the paper outlines the development of the system over the last years and describes its main characteristics. The introduction of the Nationaler Normenkontrollrat (National Regulatory Control Council) in 2006 can be seen as a cornerstone in this respect. The competency of the National Regulatory Control Council was extended in 2011 and a new concept of cost measurement of regulatory costs - compliance costs - was introduced. The new concept captures not only the costs arising from information obligations, but all compliance costs of a regulation. Secondly, the paper discusses the challenges to the better regulation system, in particular, those due to Germany’s federal structure providing in most legislative areas for a separation of actual law making at the federal level and execution of laws by the German Länder (and their municipalities).


Dirk Zeitz
Research Fellow at Deutsches Forschungsinstitut für öffentliche Verwaltung (FÖV).Contact details: Freiherr-vom-Stein-Str. 2, 67346 Speyer, Email: zeitz@foev-speyer.de, Phone: +49 (0)6232 654-301.
Artikel

Becker’s theory on crime and punishment, a useful guide for law enforcement policy in The Netherlands?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Economics of crime, law enforcement policy, Gary Becker
Auteurs Ben van Velthoven en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Becker’s theory on crime and punishment provides guidelines for designing an optimal law enforcement policy. In designing such a policy the costs of law enforcement should be traded-off against the benefits that originate in deterring criminal acts. We investigate whether law enforcement policy in the Netherlands is consistent with this guidelines. Since policy makers are not very precise on the goals of law enforcement policy and hardly anything is known about the effectiveness and efficiency of instruments, it turns out to be impossible to say whether law enforcement policy actually contributes to social welfare. This is not necessarily problematic if, in line with the efficient law hypothesis, law enforcement automatically converges to an efficient outcome. Furthermore, Becker’s theory appears to miss a crucial element by not taking account of existing preferences for retribution. If utility is derived from seeing that justice is done, this should be included in the welfare criterion. Assuming policy makers prefer welfare enhancing law enforcement, they would be well-advised to start systematically collecting information on the effectiveness and efficiency of instruments of law enforcement policy.


Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent Rechtseconomie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Terug naar huis? Veranderingen in woonsituaties tijdens detentie en na vrijlating

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2016
Trefwoorden housing changes, imprisonment, reentry, ex-prisoners
Auteurs Maaike Wensveen MSc, Dr. Hanneke Palmen, Dr. Anke Ramakers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Although good and stable housing is one of the requirements for successful reintegration, research on the relation between imprisonment and housing is scarce. This study gains insight into the housing situation of Dutch prisoners before and after their incarceration. Data are used from 886 male Prison Project participants, who were interviewed both during and six months after detention. Changes in housing appear to be common; 52 percent of the prisoners has a different housing situation after release (compared to before detention). Changes in housing remain frequent during the six months post-release. The importance of good aftercare in the transition from prison to stable housing is underlined by these results.


Maaike Wensveen MSc
M. Wensveen, MSc is promovendus criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Criminologie.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. J.M.H. Palmen is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anke Ramakers
Dr. A.A.T. Ramakers is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Cutting Corners or Enhancing Efficiency?

Simplified Procedures and the Israeli Quest to Speed up Justice

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Israel, austerity, civil procedure, simplified procedures, small claims
Auteurs Ehud Brosh
SamenvattingAuteursinformatie

    Israel was spared the worst of the world financial crisis of 2008-2009. However, austerity concerns are by no means invisible in the developments in the field of civil procedure. These concerns correlate heavily with the long-standing Israeli preoccupation with ‘speeding up’ justice. An array of simplified procedural tracks, aimed at addressing the perceived inadequacy of ‘standard’ procedure, have been developed in Israel over the years. The importance of simplified procedures in the Israeli system cannot be overestimated. Their development illustrates the dialectical tension between the values of ‘efficiency’ and ‘quality’ in the administration of justice. During periods of austerity, the scales are easily (or easier) tipped in favour of efficiency and general or particular simplification of procedure. In times of prosperity, on the other hand, concerns over ‘quality’, access to justice, and truth discovery predominate, and attempts at promoting efficiency and/or simplification at their expense tend to be bogged down. Such attempts also tend to lose their extrinsic legitimacy and are widely viewed as ‘cutting corners’. This is evident in the recent Israeli experience with civil procedure reform.


Ehud Brosh
Ehud Brosh, LL.M., is a research student at the Hebrew University of Jerusalem.
Artikel

Aanbodbundeling en gezamenlijke verkoop van primaire landbouwproducten – hoever reikt het kartelverbod?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden GMO, mededingingsrecht, kartelverbod, landbouwsector, producentenorganisatie
Auteurs Mr. Eric Janssen en Mr. Sjaak van der Heul
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vorig jaar in werking getreden GMO-Verordening worden producenten van primaire landbouwproducten gestimuleerd hun producten gezamenlijk af te zetten. Wanneer gezamenlijke afzet tevens centrale prijsstelling en/of aanbodbundeling impliceert, kan een spanningsveld ontstaan met het kartelverbod dat concurrentiebeperkende afspraken zoals prijsafspraken en quotering verbiedt. In deze bijdrage wordt nader ingegaan op de verhouding tussen de GMO-Verordening en het kartelverbod, waarbij de (on)mogelijkheden voor samenwerking in de landbouwsector worden geschetst.
    Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, PbEU 2013, L 347


Mr. Eric Janssen
Mr. H.C.E.P.J. (Eric) Janssen is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen

Mr. Sjaak van der Heul
Mr. S. (Sjaak) van der Heul is advocaat mededingings- en GMO-recht bij Dirkzwager advocaten & notarissen
Artikel

Jeugddelinquentie in vergelijkend perspectief

Vertellen micro- en macroanalyses hetzelfde verhaal?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden cross-national criminology, juvenile delinquency, theoretical integration, self-report survey, theory-testing
Auteurs Chris Marshall PhD en Prof. Ineke Haen Marshall
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a micro- and a macro-level analysis of predictors of delinquency in order to contribute to the discussion about the micro-macro problem in criminology. We use Coleman’s boat (1990) to situate our research question. Individual theories dominate the field of delinquency, there are few theories at macro level. Cross-level theoretical integration primarily takes place between individual (micro) and community (meso) levels, and hardly ever on (national) macro level. Our question is to which extent macro-level theory fruitfully may use concepts drawn from micro-level theory. We test a micro and a macro model using indicators from the domains of family, school, friends/peers and economy, using data collected by the Second International Self-Report Study of Delinquency (ISRD2), a cross-national self-report survey of delinquency and victimization among students between 12 and 16 years in 30 countries (n=71.436). Dependent variable at micro level is versatility (last year), at the macro level (national) we use contacts with the police for youths under 18. Results confirm the importance of including macro context (country clusters) in the analysis of individual delinquency. We further conclude that factors related to family and friends correlate at both micro and macro level with measures of delinquency; the role of school and economic factors is less clear-cut. The article concludes with the recommendation to give the micro-macro problem in delinquency theory a more central and explicit position in research programs.


Chris Marshall PhD
C.E. Marshall, PhD is Associate Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice van de University of Nebraska-Omaha (VS).

Prof. Ineke Haen Marshall
Prof. I. Haen Marshall is Professor bij de School of Criminology and Criminal Justice en de Department of Sociology & Anthropology van de Northeastern University in Boston (VS).
Jurisprudentie

Wordt Houdini-act een toekomstig Alcatraz?

Gerecht EU 10 oktober 2014, zaak T-68/09, Soliver/Commissie, ECLI:EU:T:2014:867

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden enkele voortdurende inbreuk, deelname, wilsovereenstemming, nietigheid
Auteurs Robin Struijlaart en Mahboebeh Alipour
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht vernietigt in deze uitspraak integraal het boetebesluit van de Commissie gericht aan Soliver, actief op de markt voor autoglas. Het Gerecht is van oordeel dat de Commissie onterecht heeft geconcludeerd dat Soliver, hoewel zij wel heeft deelgenomen aan enkele mededingingsverstorende gedragingen, heeft deelgenomen aan de enkele doorlopende inbreuk van het autoglaskartel. Daartoe dient (onder meer) sprake te zijn van wilsovereenstemming en een gezamenlijk plan. De algemene doelstellingen van het kartel dienen bekend te zijn bij alle karteldeelnemers. Ten aanzien van Soliver heeft de Commissie niet voldoende aangetoond dat zij met de karteldoelstellingen. bekend was.


Robin Struijlaart
Mr. R.A. Struijlaart is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam, Praktijkgroep Mededinging & Overheid.

Mahboebeh Alipour
Mr. M. Alipour is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam, Praktijkgroep Mededinging & Overheid.
Artikel

Belust op misdaadgeld: de werkelijkheid van voordeelsontneming

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Trefwoorden asset recovery, confiscation, crime money, evidence-based policy, physical force
Auteurs P.C. van Duyne, F.G.H. Kristen en W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch policy makers, as elsewhere, have a strong belief in the effectiveness of asset recovery legislation. There are high expectations concerning the amounts of crime money to be collected, and the collection thereof would enable theauthorities to tackle serious, organized crime and fill the treasury. However, the results of the authors’ empirical research into the actual execution of ‘recovery orders’ show a different image. The majority of asset recovery cases concerns cases with low payment obligations (under € 5,000), indicating that mainly ‘smaller fishes’ are targeted. In general, the collection of crime money proves to be a difficult endeavour. Large amounts are not collected and there are long execution times. Policy makers who publicly announce high expectations, and who budget the expected incomes from asset recovery, do not practice evidence-based policy making and give leeway to false hopes which then require new (legislative) measures.


P.C. van Duyne
Prof. dr. Petrus van Duyne is emeritus hoogleraar empirische facetten van het strafrecht aan de Tilburg University, www.petrusvanduyne.nl.

F.G.H. Kristen
Prof. mr. François Kristen is hoogleraar straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht, www.uu.nl/rebo/medewerkers/fghkristen/0.

W.S. de Zanger
Mr. Wouter de Zanger is promovendus aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht, www.uu.nl/rebo/medewerkers/wsdezanger.

Maartje van der Woude Mr. dr. MSc
Mr. dr. M.A.H. van der Woude, MSc is strafjurist en criminoloog en als universitair hoofddocent Straf(proces)recht werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens werkzaam als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Noord-Holland.
Article

Access_open Private International Law: An Appropriate Means to Regulate Transnational Employment in the European Union?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden private international law, applicable law, overriding mandatory provisions, transnational employment relations, posting of workers
Auteurs Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The regulation of transnational employment in the European Union operates at the crossroads between private international law and internal market rules. The private international law rules are currently laid down in the Rome I Regulation. This regulation is complemented by the Posted Workers Directive, a directive based on the competences of the EU in the field of free movement of services. The current contribution first describes the rules which determine the law applicable to the employment contract under Article 8 Rome I Regulation and the way these rules are interpreted by the CJEU before critically analysing these rules and the reasoning that seems to lie behind the court’s interpretation (section 2). The law applying to the contract is, however, only of limited relevance for the protection of posted workers. This is due inter alia to the mandatory application of certain rules of the country to which the workers are posted, even if a different law governs their contract. This application of host state law is based on Article 9 Rome I Regulation in conjunction with the Posted Workers Directive. Section 3 describes the content of these rules and the – to some extent still undecided – interaction between the Rome I Regulation and the PWD. The conclusion will be that there is an uneasy match between the interests informing private international law and the interests of the internal market, which is not likely to be resolved in the near future.


Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
Aukje van Hoek is Professor at the University of Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 74 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.