Zoekresultaat: 179 artikelen

x
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Artikel

Crimineel gedrag over de levensloop én over generaties: de rol van het gezin

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, Criminal behavior, Family, Family relations, Generations
Auteurs Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, explanations for engagement in externalizing or criminal behavior are often found within the direct (social) environment of the individual. More specifically, family functioning, the quality of family relations and parenting strategies during childhood and adolescence are found to be related to the development of externalizing problems or criminal behavior over the life-course. Although less well studied, the opposite might also be true: externalizing problems or delinquency during childhood and adolescence may in turn also affect some important (family-related) transitions over the life-course, such as engagement in romantic relationships, the transition to parenthood, parenting strategies and broader family functioning. Not surprisingly, in life-course criminology there is increasing attention for familial similarities in externalizing and delinquent behavior. What underlies intergenerational continuity of criminal behavior? Under which circumstances behavior is continued over the course of generations? What is the role of the family? What is needed to break intergenerational cycles and facilitate earlier and more effective interventions? In this article, a literature review is provided on the role of the family in intergenerational continuity of externalizing or criminal behavior over the life-course and across generations.


Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.

    This paper starts by reviewing empirical research that threatens law and economics’ initial success. This research has demonstrated that the functioning of the law cannot be well understood based on the assumption of the rational actor and that policies which are based on this assumption are likely to be flawed. Subsequently, three responses to this criticism are discussed. Whereas the first response denounces this criticism by maintaining that the limitations attributed to the rational actor can easily be incorporated in rational choice theory, the second response welcomes the criticism as an opportunity to come up with an integrative theory of law and behavior. The third response also takes the criticism seriously but replaces the aspiration to come up with such an integrative theory by a context-sensitive approach. It will be argued that the first two responses fall short while the third response offers a promising way to go forward.


Peter Mascini
Prof. dr. P. Mascini, Erasmus School of Law and Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

Kroniek vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Voorlopige vrijheidsbeperking vooropgesteld

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden voorlopige vrijheidsbeperking, voorlopige hechtenis, schorsing, modernisering strafvordering, ultimum remedium
Auteurs Mr. dr. S. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de voorlopige hechtenis verandert mogelijk ingrijpend, blijkens het conceptwetsvoorstel tot vaststelling van Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De rechter krijgt ingevolge dit voorstel de mogelijkheid om in plaats van de voorlopige hechtenis de voorlopige vrijheidsbeperking te bevelen en de schorsing van de voorlopige hechtenis komt te vervallen. De ultimum remedium-gedachte rechtvaardigt dat gekozen wordt voor een systeem waarin de voorlopige vrijheidsbeperking voorop staat. Dat stelsel geniet ook op Europees niveau de voorkeur. De keuze voor dit systeem is evenwel niet geheel zonder risico’s en het vooropstellen van de voorlopige vrijheidsbeperking zal de praktijk ook voor nieuwe uitdagingen stellen. In deze bijdrage worden deze risico’s besproken en wordt een aantal aanbevelingen gedaan tot aanpassing van het voorliggende conceptwetsvoorstel.


Mr. dr. S. Meijer
Mr. dr. S. Meijer is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam, raadslid van de afdeling Advies Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Staatloosheid als moderne vorm van uitsluiting

Naar een duurzame oplossing voor staatlozen in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden statelessness, determination procedure, legislative proposal, limbo, exclusion
Auteurs Marlotte van Dael MSc, Mr. Jelle Klaas en Loïs Vaars LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    This article maps the current Dutch practice on statelessness, and tries to expose the current issues in particular. The published legislative proposal for a statelessness determination procedure in September 2016 is an attempt by the Dutch government to solve part of these problems after wide criticism from, among others, the Advisory Committee on Migration Affairs (ACVZ) in 2013. The introduction of a statelessness determination procedure is a long awaited development and a step in the right direction with a view of improving current practice and law for stateless persons residing in the Netherlands. However, significant deficiencies in the legislative proposal risk to greatly undermine the operation and value of the new procedure, especially for those currently left in limbo and excluded from society. This article focuses on the shortcomings in the procedure and provides recommendations how to revise these to ensure that stateless persons are enabled to demonstrate their statelessness adequately and obtain the rights associated with it as intended in the Statelessness Conventions signed by the Netherlands.


Marlotte van Dael MSc
M. van Dael MSc is als projectcoördinator en onderzoeker staatloosheid verbonden aan het ASKV/Steunpunt Vluchtelingen.

Mr. Jelle Klaas
Mr. J. Klaas is mensenrechtenadvocaat en Litigation Director NJCM.

Loïs Vaars LLM
L. Vaars LLM is dossierhouder staatloosheid bij het Public Interest Litigation Project (PILP).
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Zekerheidsrechten vanuit rechtseconomisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden zekerheidsrechten, rechtseconomie
Auteurs Mr. R. Bloemink
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de rechtseconomische rechtvaardiging voor de beschikbaarheid van zekerheidsrechten. Op basis van rechtseconomische inzichten wordt een aantal veelgebruikte argumenten voor de beschikbaarheid van (ruime) zekerheidsrechten ter discussie gesteld. Tegelijk wordt een drietal alternatieve argumenten voor de beschikbaarheid van ruime en gemakkelijk te vestigen zekerheidsrechten naar voren gebracht, bestaande uit het transparantieaspect, het exclusiviteitsaspect en het verruimingsaspect.


Mr. R. Bloemink
Mr. R. Bloemink is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Intelligence leadership

Leidinggeven in het schemerdonker tussen geheim en openbaar

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Intelligence leadership, Intelligence and security services, Transparency, Political accountability, Reform
Auteurs Prof. dr. Paul Abels
SamenvattingAuteursinformatie

    This article highlights the special position of European heads of intelligence and security services. In the search for important characteristics of intelligence leadership through time, a comparison is made between five services from five different countries (Germany, France, the Netherlands, Greece and Spain). Using Anglo-American reference information and a leadership typology developed by intelligence expert Robarge, the consecutive heads of service in these European countries are profiled and categorized. This leads to a picture that has always been dominated by males, a strong military presence and many end-of-career heads. Their influence on the internal and external service development was often substantial, with alternate appointments of inside and outside reformers. The scale of openness usually constituted a struggle with both the inside and outside world. Nowadays, the heads are being confronted with new challenges and demands, which leads to the conclusion that a new form of ‘distributed’ or ‘interdependent’ leadership is required, in which old reflexes to appoint people with an operational, military or police background as heads of these services are no longer self-evident.


Prof. dr. Paul Abels
Prof. dr. P.A.H.M. Abels is bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services bij het Institute for Security and Global Affairs (ISGA) van de Universiteit Leiden. Hij is ook raadadviseur bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Julia van Heesewijk, Roderik Stol, Stefanos K. Skafidas, Robin van der Burgh, Giandrick Dabian en Marijn Adams.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Verstoorde veiligheidsbeleving

In gesprek met buurtbewoners over de ‘onveiligheid’ in hun buurt naar aanleiding van gestegen ‘gevoelens van onveiligheid’

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden fear of crime, qualitative analysis, evidence based policy
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘fear of crime’ is a buzzword among citizens, media, politicians and professionals by now. But the phenomenon seems to be as intangible as it is important. The struggle of professionals with this concept is the result of a too wide and self-evident problem definition. This article contains an alternative approach. The focus is on disturbed fear of crime: a negatively changed and problematically experienced fear of crime on the level of the neighborhood.
    Through a review of the literature and previous research, we work towards this concept and apply it to the neighborhood of Kerckebosch in the municipality of Zeist in the Netherlands. As during 2014 the local quantitative indicators for ‘the fear of crime’ rose from 7% of the local population indicating to ‘sometimes feel unsafe’ to 22%, while the rest of the municipality remained quite stable. Additionally, several local professionals received complaints of multiple local inhabitants claiming to ‘feel unsafe’ in the neighborhood. Our research question was: What explanations for their ‘disturbed fear of crime’ do local inhabitants of the neighborhood Kerckebosch give?
    It was highly plausible that this local rise of the fear in Kerckebosch was connected to the social re-engineering of the neighborhood, but the exact nature of the quantitative rise was unclear. Therefore, we have interviewed 25 local inhabitants. Qualitative analyses showed the local rise of ‘the fear of crime’ to be the result of: (I) physical characteristics of the neighborhood; (II) events of burglary and intimidation from the past; (III) the presence of loitering youths and – primarily – (VI) a backlash of social integration as a side effect of the social re-engineering of the neighborhood. These qualitative explanations to the observed quantitative discontinuity led to several policy advises, which were based on international effect studies.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is hoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid en het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij research-fellow bij de leerstoel Veiligheid en Veerkracht aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Religious Freedom of Members of Old and New Minorities: A Double Comparison

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2017
Trefwoorden ECtHR, UNHRC, religious manifestations, religious minorities, empirical analysis
Auteurs Fabienne Bretscher
SamenvattingAuteursinformatie

    Confronted with cases of restrictions of the right to manifest religious beliefs of new religious minorities formed by recent migration movements, the ECtHR and the UNHRC seem to opt for different interpretations and applications of this right, as recent conflicting decisions show. Based on an empirical legal analysis of the two bodies’ decisions on individual complaints, this article finds that these conflicting decisions are part of a broader divergence: While the UNHRC functions as a protector of new minorities against States’ undue interference in their right to manifest their religion, the ECtHR leaves it up to States how to deal with religious diversity brought by new minorities. In addition, a quantitative analysis of the relevant case law showed that the ECtHR is much less likely to find a violation of the right to freedom of religion in cases brought by new religious minorities as opposed to old religious minorities. Although this could be a hint towards double standards, a closer look at the examined case law reveals that the numerical differences can be explained by the ECtHR’s weaker protection of religious manifestations in the public as opposed to the private sphere. Yet, this rule has an important exception: Conscientious objection to military service. By examining the development of the relevant case law, this article shows that this exception bases on a recent alteration of jurisprudence by the ECtHR and that there are similar prospects for change regarding other religious manifestations in the public sphere.


Fabienne Bretscher
PhD candidate at the University of Zurich.
Artikel

Effecten van informatieverstrekking op agressie van UWV-cliënten

Een experimentele scenariostudie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden experimental scenario study, frustration aggression, informational justice, workplace violence, negative affect
Auteurs Natascha Sprado MSc, Dr. Tamar Fischer en Lisa van Reemst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This study investigates the effect of providing information about decision making on aggression of clients of the Dutch Employee Insurance Agency (UWV). The expectation is that providing adequate information leads to a decrease in aggression, because it influences feelings of informational justice and frustration. UWV-clients (N=1.415) participated in an experimental scenario study (adequate vs. limited information providing). Next to aggression, psychological, UWV and social demographic characteristics were measured. Compared to limited information, receiving adequate information results in lower aggression. Clients with more negative affect show more aggression, but receiving adequate information especially reduces aggression in these clients.


Natascha Sprado MSc
N.N. Sprado, MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Ten tijde van de dataverzameling van de beschreven studie was zij masterstudent.

Dr. Tamar Fischer
dr. T.F.C. Fischer is universitair docent bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Lisa van Reemst MSc
L. van Reemst, MSc is promovenda bij de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Civiel schadeverhaal via het strafproces anno 2016

Verslag van een onderzoek naar de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden civiel schadeverhaal, voeging, benadeelde partij, strafproces, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Dr. R.B.S. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een verslag van een onderzoek met als centrale vraag hoe de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij in het strafproces er anno 2016 uitziet. Op basis van trendgegevens blijkt dat de afgelopen jaren minder vorderingen niet-ontvankelijk zijn verklaard. Uit de interviews komt naar voren dat er in de rechtspraktijk ook een verandering wordt ervaren, die echter niet wordt toegeschreven aan de wijziging van het ontvankelijkheidscriterium in 2010, maar aan de tijdgeest. Een belangrijke keerzijde daarvan is echter, constateert de strafrechtspleging, dat de toegenomen slachtofferparticipatie in brede zin het strafproces onder (grotere) druk zet.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra UCALL en RENFORCE, en zij is SIM Fellow.

Dr. R.B.S. Kool
Dr. R.S.B. Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum UCALL.
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Artikel

Onherstelbaar onrecht

Een verkenning van de verhouding tussen recht en onrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden victims, justice, injustice (experiences), intimacy, restoration
Auteurs Antony Pemberton en Nanda Oudejans
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors reflect upon Judith Shklar’s classic book The Faces of Injustice. They maintain that injustice is wrongly confined to the absence or counterpart of justice. The authors discuss the relationship between and the difference between injustice and justice. According to the authors, injustice has more intensity than justice. Legal rules have only limited power to fight extreme forms of injustice. They argue that there is an asymmetry between justice and injustice, also because the law introduces values as predictability and regularity that, in concrete situations, are badly equipped to eliminate injustice. They claim that injustice is rooted in the idiosyncratic perspectives of those who suffered harm and argue that injustice has a ‘playful’ character, while the law has the character of a game. Finally, they argue that injustice is at the core an intimate experience, whereas justice is primarily about relationships between people. The authors outline the implications of these points for thinking about restoration and the relationship between restoration processes and the law.


Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University en directeur van het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT).

Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht en research fellow van INTERVICT.
Artikel

De ‘integratie’ van mensen van Nederlandse afkomst in superdiverse wijken

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2017
Trefwoorden superdiversity, integration, people of Dutch descent, creative class, occupational groups
Auteurs Prof.dr. Maurice Crul en Frans Lelie
SamenvattingAuteursinformatie

    Amsterdam and Rotterdam both have become majority-minority cities. Cities where all ethnic population groups, including that of Dutch descent, now form a minority. Most migration research focusses on the integration of a variety of migrant groups in the city. This article addresses the group forgotten in migration research: the people of Dutch descent. What does it mean for people of Dutch descent to be part of an ethnic group that is becoming increasingly smaller in the super-diverse neighborhoods of the city? Amsterdam is often regarded as the example of a ‘happy’ super-diverse city, while Rotterdam considered to be an ‘unhappy’ super-diverse city. Our research confirms that in Rotterdam people of Dutch descent draw brighter boundaries between themselves and people of other ethnic backgrounds than their peers in Amsterdam do. It is remarkable that the difference between Rotterdam and Amsterdam is especially evident among people in the middle and higher echelons of the labour market, and less so among the working class. What causes this difference? In both cities, we see that people from the creative sector and people working in law enforcing occupations like police, army and security are characterized by a stabile attitude towards ethnic diversity. The cities’ general climate seems to influence – both positively and negatively – mainly those in administrative, technical, financial and social professions, where we find less stable attitudes towards diversity.


Prof.dr. Maurice Crul
Prof. dr. Maurice Crul is hoogleraar Organisatie van Diversiteit en Onderwijs aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Frans Lelie
Frans Lelie is gastonderzoeker aan de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 179 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.