Zoekresultaat: 215 artikelen

x
Artikel

De veranderingen en groei van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht. Een historische analyse van zijn externe structuur in de periode 1886-2017

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Strafrechtsgeschiedenis, Wetboek van Strafrecht, Historische Criminologie, Historisch Wetboek van Strafrecht (HWvSr)
Auteurs Marieke Meesters, Prof. Paul Nieuwbeerta en Prof. dr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently a project was started that aims to systematically describe and explain the developments in the Criminal Code for the period 1886 - 2017. This article presents the first results of this new project, called the Historical Criminal Code (HWvSr). An overview is given of the long-term developments in the structure – the ‘external’ structure – of the Second Book of the Criminal Code since 1886. The analyzes show that its scope has been substantially expanded over the last 130 years, but also that various articles and article parts have been deleted. The article describes the most important changes in terms of both quantity and content.


Marieke Meesters
Marieke Meesters was in 2014 en 2017 onderzoeker bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en momenteel promovenda bij de Wageningen Universiteit.

Prof. Paul Nieuwbeerta
Prof. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf- en procesrecht bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Ten geleide

Bont en blauw

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Auteurs Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek Ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

Kees Pijnappels
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Artikel

En wat als het misgaat?

De omzetting en herroeping van toezicht op justitiabelen in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden breach decision-making, revocation, recall, conditional release, community service order
Auteurs Prof. mr. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision to revoke or recall a conditional sanction is barely researched in criminal justice research, despite the interests involved for the offender as well as society. This article reflects on some results from a comparative research project on breach decision-making (COST Action on Offender Supervision in Europe). Using Hawkins’ concept of serial decision-making, the interdependence of early stage and final stage decision makers is highlighted. The significant power exercised by early stage actors raises the issue of the need to ensure credibility of community sanctions and appropriate due process protections, without reducing their discretion so much that they cannot perform their role of supporting the offender to complete the supervisory order successfully.


Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar criminologie en vergelijkende penologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘50 is het nieuwe 100’

Moeite met maatwerk bij het opleggen van boetes voor schending van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurlijke boete, Inlichtingenplicht, Participatiewet, Evenredigheid, Handhaving
Auteurs Mr. dr. A.G. Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    Op overtreding van de inlichtingenplicht uit de Participatiewet staat een bestuurlijke boete. Aanvankelijk schreef de wet een relatief hoge boete voor (100% van het benadelingsbedrag). Echter, de CRvB heeft dit boetestelsel gematigd, met een beroep op de evenredigheid. Daartoe heeft het boetecategorieën geïntroduceerd (opzet, grove schuld, normale verwijtbaarheid en verminderde verwijtbaarheid) met bijbehorende boetehoogtes (100%, 76%, 50% en 25%). In de praktijk blijkt deze boetesystematiek niet goed werkbaar. De gemeentelijke boetefunctionaris kan moeilijk uit de voeten met dit begrippenkader, dat is ontleend aan het strafrecht. Gemakshalve kiest hij voor een boete die past bij normale verwijtbaarheid. Schiet de CRvB hiermee zijn doel voorbij?


Mr. dr. A.G. Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht.
Artikel

Een nieuwe Aanbeveling van de Raad van Europa: naar een duurzame verankering van het herstelrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aanbeveling van de Raad van Europa, Recommendation No. R(99)19, Herstelrecht in strafzaken, strafproces
Auteurs Ivo Aertsen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents and critically discusses a new Recommendation on restorative justice (CM/Rec(2018)8) that was adopted on 3 October 2018 by the Committee of Ministers of the Council of Europe. This new regulation builds on the previous Recommendation No. R(99)19 on mediation in penal matters and recommends the governments of the 47 member States of the Council of Europe the adopt and implement the principles of restorative justice as described in the Appendix of the new Recommendation. These guidelines apply to national authorities and national agencies in general, and to judges, public prosecutors, police, prisons, probation, juvenile justice agencies, victim support services and restorative justice services in particular. The article presents the origins of the Recommendation, its contents and its meaning for restorative justice developments in Europe and beyond.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is professor herstelrecht en victimologie aan de KU Leuven en redactielid van dit tijdschrift.
Column

Mediation in strafzaken

Het belang van vrijwillige ingang en goede toegang

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2019
Auteurs Judith Uitermark
Auteursinformatie

Judith Uitermark
Judith Uitermark is strafrechter en landelijk coördinator Mediation in Strafzaken.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De sprekende gelijkenis besproken

Over de toepassing van het sprekende gelijkenis-criterium uit de Regeling wapens en munitie in de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sprekende gelijkenis, Regeling wapens en munitie, Wet wapens en munitie, Categorie I, ten zevende, Nepwapens
Auteurs Mr. M.E. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorwerpen die een ‘sprekende gelijkenis’ vertonen met echte wapens vallen onder de categorie wapens van de WWM waarvoor de strengste restricties gelden. Maar wanneer is sprake van een sprekende gelijkenis, en wanneer niet? De sprekende gelijkenis is in literatuur en rechtspraak herhaaldelijk bekritiseerd en wordt wel bestempeld als een vaag criterium, niet in de laatste plaats omdat de interpretatie van het criterium in de praktijk sterk uiteen zou lopen. Deze bijdrage bevat een onderzoek naar de toepassing van de sprekende gelijkenis in de feitenrechtspraak en verstrekt op basis daarvan enkele aanbevelingen voor de omgang met dit criterium in de rechtspraktijk.


Mr. M.E. Veerman
Mr. M.E. Veerman heeft vorig jaar de master Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden afgerond.

    Dit artikel is een boekbespreking van het proefschrift van mr. I.J. Krukkert over individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht. In dit proefschrift wordt een interne theoretische rechtsvergelijking tussen het fiscale bestuurlijke boeterecht en het strafrecht gemaakt.


Mr. A.A. Feenstra
Mr. A.A. Feenstra is advocaat/partner bij Hertoghs advocaten te Breda.
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

De mooie held geveld

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden heroes, downfall, master status, media
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Dr. Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    In the introductory article of this special issue on the downfall of popular heroes, some relevant aspects in relation to the general theme are explored. Who are considered to be heroes and which elements are relevant to understand the process heroes may go through when they start sliding on the slippery slope, and, eventually, fall into the abyss of disgrace? What is the role that (social) media play in the demolition of their reputation and how do heroes perceive their own downfall and respond to it? The theoretical concept that is used in this article is Howard Becker’s master status and, in particular, the notion that the master status of a fallen hero surpasses and contaminates all other statuses, previously possessed by an individual.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. Hans Nelen is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht.

Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de sectie strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De gunfactor van herstelrecht

Clementie, compassie en de zorg om de dader

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Clementie, Vergeving, recht doen, tweede kans
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the willingness of the victim to judge the offender more mildly after the latter apologized for his wrongdoing and shows that he is involved in behavioral change. A large group of victims wants to help (young) perpetrators and offer them a second chance, even victims who have been treated violently. It is argued that these forms of compassion express a caring attitude, the wish that the offender will be rehabilitated and that a change in behaviour is more important than compensation. This attitude can also be referred to as ‘forbearance’, in terms that a less severe sanction is sufficient. This goodwill factor may well be the most important aspect of ‘doing justice’ in restorative meetings.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl
Kroniek

Ambtelijke en bestuurlijke corruptie in Nederland; waar staan we anno 2018?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Corruptie, Integriteit, Rechtshandhaving, Openbaar bestuur
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The most recent extensive study on political and administrative corruption in The Netherlands dates back to 2005 (Huberts & Nelen, 2005). Afterwards various studies have been conducted on related subthemes and areas. In this contribution, the state of affairs regarding political and administrative corruption – and the responses to them – in The Netherlands in 2018 is described, based on the results of these studies. Starting with an overview of the nature and severity of political and administrative corruption, the focus shifts to relevant developments in the control and prevention of corruption, partly addressing the causes of the phenomenon.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. mr. J.M. Nelen is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Open Universiteit en als lector Veiligheid, openbare orde en recht aan de Avans Hogeschool in Den Bosch.
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).
Ten geleide

Wie moet op de blaren zitten?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2018
Auteurs Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.
Jurisprudentie

Strafvervolging van belastingdelicten in de Caribische delen van het Koninkrijk: nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Belastingfraude, Strafvervolging, Niet-ontvankelijkheid, Emerald, Gerecht in eerste aanleg
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. P.C. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten een aantal belangwekkende uitspraken gedaan op het gebied van het fiscale strafrecht. Dit is de eerste keer dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk een strafvervolging wordt ingesteld voor zuivere belastingfraude (zonder combinatie met een commuun delict). In de jurisprudentie wordt een nieuw uitgangspunt geformuleerd. In deze annotatie gaan wij in op de meest in het oog springende punten uit de acht uitspraken.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. P.C. Janssen
Mr. P.C. Janssen is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten.
Toont 1 - 20 van 215 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.