Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 711 artikelen

x
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Het ambacht

Inwerkingtredingswetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden inwerkingtreding, invoeringswetten, Omgevingswet, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de figuur waarbij in een wet wordt bepaald dat die wet in werking wordt gesteld via een andere wet. Die andere wet wordt in deze bijdrage aangeduid als ‘inwerkingtredingswet’. Aanleiding voor deze bijdrage was het verzoek vanuit de Tweede en Eerste Kamer om zo’n constructie toe te passen bij de Omgevingswet. Uiteindelijk is daar voor een eenvoudigere oplossing gekozen (een zware voorhangprocedure voor het inwerkingtredings-KB). De figuur van inwerkingtredingswetten voert terug tot in de negentiende eeuw, toen het Wetboek van Strafrecht op die wijze in werking is gesteld. In de laatste decennia van de vorige eeuw kwam dit verder regelmatig voor bij wetten van Financiën, Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat die grote stelselwijzigingen inhielden. Nooit was sprake van een ‘zuivere’ inwerkingtredingswet: steeds bevatte zo’n wet naast de inwerkingstelling van de ‘hoofdwet’ ook overgangsrecht en aanpassingen van specifieke wetten. Het ging dus steeds om ‘invoeringswetten’. De laatste jaren is deze methode in onbruik geraakt, omdat de inwerkingstelling van zowel de hoofdwet als de invoeringswet wordt gedelegeerd aan de regering, die beide wetten dan in werking laat treden via één inwerkingtredings-KB.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Intensief Systeemgericht Casemanagement in de jeugdreclassering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdreclassering, jeugdstrafrecht, Jeugdwet, systeemgericht, gecertificeerde instelling
Auteurs N.U. van Capelleveen en Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een jeugdige te maken krijgt met jeugdreclassering, richt Jeugdbescherming Regio Amsterdam, verder te noemen Jeugdbescherming, zich bij de begeleiding van de jeugdige niet alleen op de jeugdige zelf, maar op het hele gezin. Conform de door Jeugdbescherming ontwikkelde methodiek, Intensief Systeemgericht Casemanagement, wordt het hele gezin betrokken. Deze methodiek wordt toegepast ongeacht het kader (het civielrechtelijke, strafrechtelijke of preventieve kader) waarbinnen Jeugdbescherming werkt. In tegenstelling tot in het civiele recht, lijkt de focus in de wet in het geval van het strafrecht echter vooral te zijn gericht op de individuele jeugdige verdachte of veroordeelde. In dit artikel wordt daarom onderzocht welke mogelijkheden de wet biedt om te werken volgens het Intensief Systeemgericht Casemanagement in het strafrechtelijke kader, tijdens de uitvoering van jeugdreclassering. Ook worden er aanknopingspunten in de doelstellingen van jeugdreclassering gezocht voor deze werkwijze.


N.U. van Capelleveen
N.U. van Capelleveen is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en was onderzoeksstagiaire bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam.

Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen is jurist bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam en docent voor Studiecentrum Rechtspleging (SSR).

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

Memorabele arresten

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs de redactie

de redactie
Artikel

Ongelijke strijd

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Sabine Droogleever Fortuyn en Tzenko
Auteursinformatie

Sabine Droogleever Fortuyn

Tzenko
Illustratie
Redactioneel

Nieuwe lente

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2019
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels

Artikel

Het punitieve karakter van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG)

Een analyse aan de hand van het begrip criminal charge ex artikel 6 lid 1 EVRM

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden EMG, Huftercursus, Snelheidscursus, Vorderingsprocedure
Auteurs Victor Huurman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the punitive aspects of the Dutch ‘Educational Measure Behaviour and traffic’ rehabilitation course (EMG), thereby using the criminal charge concept (article 6 ECHR) and the alcohol interlock case law as indicators for the level of punitivity. As of 2009, Dutch drivers whom (repeatedly) commit traffic violations may be subjected to an EMG. Failing this course can cause a driver to have his or her driving licence suspended. The Dutch Driving Test Organization (CBR) lacks the possibility to take any individual circumstances into account. The question then arises as to whether the EMG may have a disproportionate impact in certain cases. It is argued that the imposition of the EMG predominantly qualifies as a criminal charge, requiring an extension of the current regime of legal protection. It is furthermore argued that the dominant position of the police officer who makes an EMG report should be reconsidered.


Victor Huurman
Victor Huurman is student Straf- en strafprocesrecht en Staats- en bestuursrecht te Leiden.
Artikel

Een Europees Openbaar Ministerie: kansen en risico’s

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie (EOM), Europese Unie (EU), Forumshoppen, Telefoontappen
Auteurs Mr. Tom Huisjes
SamenvattingAuteursinformatie

    By the end of 2020, the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) will be operational. The EPPO will be tasked with investigating, prosecuting and bringing to judgement criminal offences against the EU budget. The substantive competence of the EPPO could in the future be extended to terrorism and other serious cross-border crimes. This article will first describe the background, structure and competences of the future EPPO. Then the procedural guarantees will be discussed and the problem of ‘forum shopping for evidence’. This problem entails that the choice in which Member State to conduct an investigative measure could be made on the basis of the less stringent rules in that Member State regarding, for example, the right to privacy. The article will end with a proposal on how to prevent forum shopping for evidence.


Mr. Tom Huisjes
Mr. Tom Huisjes heeft de master Europees Recht afgerond en volgt momenteel de master Strafrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Achter de schermen bij een pro justitia onderzoek in Teylingereind: de toegevoegde waarde van klinische observatie bij moeilijk onderzoekbare jeugdigen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Jeugdstrafrecht, Forensische psychiatrie en psychologie, Rapportage pro Justitia, Klinische observatie, Weigeraars
Auteurs Mr. Merijne Groeneweg en Mr. Harmen van den Dorpel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article merely outlines the methods of Teylingereind with respect to youth and young adult suspects who are difficult to examine, based on five cases. By collecting and combining data about this group from a range of different perspectives, better insight about the specific person was obtained in each of the cases as described. When it is possible to describe specific behavioural patterns, statements could be made about freedom of behavioural choices, danger of recidivism, and advice about the most appropriate legal framework. In this way, when there are serious concerns about the developmental course of youth and young adults who are not willing to cooperate in diagnostic research pro Justitia, clinical observation is of added value to the judge.


Mr. Merijne Groeneweg
Mr. M.A. Groeneweg is als jurist verbonden aan de observatieafdeling van Forensisch Centrum Teylingereind.

Mr. Harmen van den Dorpel
A.J. van den Dorpel is als GZ-psycholoog verbonden aan de observatieafdeling van Forensisch Centrum Teylingereind.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

De sprekende gelijkenis besproken

Over de toepassing van het sprekende gelijkenis-criterium uit de Regeling wapens en munitie in de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sprekende gelijkenis, Regeling wapens en munitie, Wet wapens en munitie, Categorie I, ten zevende, Nepwapens
Auteurs Mr. M.E. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorwerpen die een ‘sprekende gelijkenis’ vertonen met echte wapens vallen onder de categorie wapens van de WWM waarvoor de strengste restricties gelden. Maar wanneer is sprake van een sprekende gelijkenis, en wanneer niet? De sprekende gelijkenis is in literatuur en rechtspraak herhaaldelijk bekritiseerd en wordt wel bestempeld als een vaag criterium, niet in de laatste plaats omdat de interpretatie van het criterium in de praktijk sterk uiteen zou lopen. Deze bijdrage bevat een onderzoek naar de toepassing van de sprekende gelijkenis in de feitenrechtspraak en verstrekt op basis daarvan enkele aanbevelingen voor de omgang met dit criterium in de rechtspraktijk.


Mr. M.E. Veerman
Mr. M.E. Veerman heeft vorig jaar de master Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden afgerond.
Artikel

Verkoop van schadelijke waren

De ‘toepassing’ van artikel 174 Wetboek van Strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Schadelijkheid, Opzet, Waren, 174 Sr, Gezondheid
Auteurs Mr. H.J. Gerrits
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoop van schadelijke waren. Wanneer kan worden gesproken van schadelijkheid als bedoeld in 174 Sr en hoe moet het bestanddeel opzet worden gezien bij dit misdrijf? Vanaf het begin van de 21e eeuw lijkt de rechtspraak in ieder geval steeds meer in lijn te komen met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Dit gebeurt door van algemene bekendheid te verklaren wat schadelijk is voor het leven en de gezondheid. De door de wetgever beoogde bescherming van niet-deskundige consumenten tegen behendige handelaren komt verder tot uitdrukking in een ruim toepassingsbereik zoals ontwikkeld in de rechtspraak.


Mr. H.J. Gerrits
Mr. H.J. Gerrits is als jurist werkzaam bij de Inlichtingen- en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Trending Topics

Rechterlijke toetsing van hoge transacties en ontnemingsschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Ontnemingsschikking, Rechterlijke toetsing, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema en Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de minister van Justitie en Veiligheid zijn plannen gepresenteerd om de wettelijke regeling van de buitengerechtelijke afdoening aan te passen. De hoge transactie zal een eigen regeling krijgen in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering. Daaraan zal een rechtelijke toets worden verbonden, die tevens zal gelden voor ontnemingsschikkingen. Auteurs schetsen de wetenschappelijke en maatschappelijke context en de voorgeschiedenis van deze voorstellen. Zij werpen tevens enkele kritische vragen op over de toekomstige regeling van de hoge transactie, mede in relatie tot de strafbeschikking en de ontnemingsschikking.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Vanaf 1 november 2018 is hij gedetacheerd bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Misbruik van de wrakingsregeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wraking, Misbruik, Burgerlijk procesrecht, Verschoning, Onpartijdigheid
Auteurs Annemarie van der Kruk
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de rechterlijke macht en de literatuur leeft het beeld dat vaker dan voorheen op oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van de wrakingsregeling. Of dat daadwerkelijk zo is, kan vanwege het ontbreken van empirisch onderzoek niet worden vastgesteld. In 2018 heeft een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die eventuele oneigenlijke wrakingsverzoeken kunnen terugdringen. De Hoge Raad heeft op 25 september 2018 heldere criteria geschetst voor het toetsingskader van wrakingskamers. Daarnaast hebben de voorzitters van de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal een globale voorzet gedaan voor wijziging van de wrakingsregeling. Beide ontwikkelingen waren aanleiding voor het schrijven van dit artikel.


Annemarie van der Kruk
Mr. A. van der Kruk is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Jeroen Michels
Jeroen Michels is advocaat bij Michels & Tuma Advocaten in Oldenzaal.
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over het het una via-beginsel en het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Bestuursstrafrecht, Una via-beginsel, Bestuurlijk sanctierecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Thans is een belangrijke wetgevingsoperatie gaande, waarbij het Wetboek van Strafvordering wordt herzien. Opmerkelijk genoeg wordt in de vaststellingswetten op geen enkele wijze aandacht besteed aan de keuze tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Om het una via-beginsel een plaats te geven in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt voorgesteld om het bepaalde in artikel 243, tweede lid, Sv, te transponeren naar artikel 3.1.4, vijfde lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.

    Dit artikel is een boekbespreking van het proefschrift van mr. I.J. Krukkert over individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht. In dit proefschrift wordt een interne theoretische rechtsvergelijking tussen het fiscale bestuurlijke boeterecht en het strafrecht gemaakt.


Mr. A.A. Feenstra
Mr. A.A. Feenstra is advocaat/partner bij Hertoghs advocaten te Breda.
Redactioneel

Over de beoogde verhouding tussen een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering en het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering, Bijzondere strafwetgeving, Strafvorderlijke grondbeginselen, verhouding tussen Sv en bijzonder strafrecht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de uitgangspunten van de wetgever met betrekking tot het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering wordt onderzocht in hoeverre de wetgever zich houdt aan de gepostuleerde uitgangspunten van de modernisering. De wetgever wenst thans de bijzondere strafwetgeving niet te integreren in het moderniseringsproces. Dat zal later per wet moeten worden gedaan, waartegen moet worden gewaakt. Advies aan de wetgever luidt dat met het oog op consistentie, structuur en grondbeginselen van strafvorderlijke wetgeving reeds thans de bijzondere wetgeving in het gemoderniseerde wetboek zal moeten worden ‘ingeweven’.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 711 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 35 36
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.