Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2105 artikelen

x

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 24 mei 2019 en 12 september 2019.
Artikel

Access_open Hoe betekenisvol is het participatierecht van het kind in de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2018)?

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Participatierecht, KNMG-meldcode, Kindermishandeling, Huiselijk geweld, IVRK
Auteurs Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm en D.M.A. Conway LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Ieder kind heeft het recht om te participeren in aangelegenheden die hem of haar betreffen (art. 12 IVRK). In de situatie dat een arts vermoedt of weet dat een kind slachtoffer is van kindermishandeling, is betekenisvolle participatie van het kind bovendien cruciaal voor de arts om te kunnen handelen in het belang van het kind (art. 3 IVRK). De KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld (2018) regelt de stappen die de arts moet zetten en het afwegingskader dat hij moet volgen voor het doen van een melding van (een vermoeden van) kindermishandeling aan Veilig Thuis. In deze bijdrage wordt nagegaan in hoeverre het participatierecht van het kind gegarandeerd wordt in deze meldcode.


Mr. dr. M.P. Sombroek-van Doorm
Mr. dr. M.P. Sombroek is universitair docent bij de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

D.M.A. Conway LLB
D.M.A. Conway LLB is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open De blinde vlek in praktijk en discussie rond orgaandonatie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden organdonation, ethics of organdonation, symbolic nature of the human body, ethics and ritual, symbolic legislation theory
Auteurs Herman De Dijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In countries like Belgium and The Netherlands, there seems to be overwhelming public acceptance of transplantation and organ donation. Yet, paradoxically, part of the public refuses post-mortal donation of their own organs or of those of family members. It is customary within the transplantation context to accept the refusal of organ donation by family members “in order to accommodate their feelings”. I argue that this attitude does not take seriously what is really behind the refusal of donation by (at least some) family members. My hypothesis is that even in very secularized societies, this refusal is determined by cultural-symbolic attitudes vis-à-vis the (dead) human body (and some of its parts). The blind spot for this reality, both in the practice of and discussions around organ donation, prevents understanding of what is producing the paradox mentioned.


Herman De Dijn
Herman De Dijn is emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de KU Leuven.
Artikel

De bedongen hoofdelijkheid, de bank en de concernverhoudingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden hoofdelijke aansprakelijkheid, concernfinanciering, concernverhoudingen, regresrecht, kruisverbanden
Auteurs Mr. C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    Banken verlangen doorgaans dat concernvennootschappen zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het concernkrediet. In deze bijdrage gaat de auteur in op mogelijke voordelen en risico’s van de bedongen hoofdelijkheid voor de bank, het concern en de concernvennootschappen.


Mr. C.H.A. van Oostrum
Mr. C.H.A. van Oostrum is als docent/onderzoeker werkzaam in het hoger onderwijs.
Recent

Zuinigheid

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2019
Auteurs Lars Kuipers

Lars Kuipers

Yola Geradts
Mr. Y.E.J. Geradts is verbonden aan Geradts & Vetter Advocaten te Amsterdam. Ze behandelt cassaties bij zowel de belastingkamer als de civiele kamer van de Hoge Raad.
Artikel

Overbrugging van procedurele breuklijnen bij een integrale aanpak van criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden (de keuze voor een) handhavingsstelsel, ne bis in idem, Integrale aanpak, Bewijsvergaring, vormverzuimen
Auteurs Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet in op een ‘integrale aanpak’ van ondermijning, terrorisme, cybercrime en financieel-economische criminaliteit. Die integrale aanpak heeft ook belangrijke procedurele gevolgen. Tegelijkertijd of achtereenvolgens worden bevoegdheden ingezet die worden genormeerd in verschillende rechtsgebieden. Het door deze bevoegdheden vergaarde materiaal wordt bovendien onderling gedeeld en gebruikt voor andere bevoegdheden. Door de betrokkenheid van meerdere rechtsgebieden en door die rechtsgebieden gescheiden te blijven benaderen, is sprake van procedurele breuklijnen die af doen aan daadwerkelijke integratie en aan de waarborgfunctie van het recht. Niet een duidelijkere keuze tussen handhavingsstelsels is de route naar overbrugging, maar het bereiken van overeenstemming over de grondbeginselen die aan de normering ten grondslag liggen.


Prof. mr. dr. M.F.H. Hirsch Ballin
Prof. mr. dr. M.F.H. (Marianne) Hirsch Ballin is hoogleraar Straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

    In dit artikel wordt de waarde van het instituut parlement verkend. Daartoe analyseert de auteur eerst een lezing die de Nederlandse staatsrechtsgeleerde C.W. van der Pot in 1925 over dit thema hield bij de VWR. Vervolgens wordt Van der Pots opvatting gecontrasteerd met de diametraal tegengestelde benadering van Carl Schmitt, die zich, rond dezelfde tijd, over dit vraagstuk boog in Duitsland. Tot slot schetst de auteur, via een alternatieve, wellicht excentrieke, interpretatie van Schmitt waar een belangrijke waarde van het moderne parlement zou kunnen liggen.


Bastiaan Rijpkema
Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de Rechtswetenschap van de Universiteit Leiden.
Vrij verkeer

De toepassing van de aanbestedingsplicht van ambulancediensten op Samaritanen en Maltezers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden aanbesteding, aanbestedingsplicht, Falck, ambulancevervoer, ambulancedienst
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. E.S. Haalebos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2019 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen. Het Hof van Justitie stelt vast wanneer ambulancediensten door non-profitorganisaties, op grond van artikel 10 sub h Richtlijn 2014/24/EU, uitgezonderd zijn van de aanbestedingsplicht.
    HvJ 21 maart 2019, zaak C-465/17, Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen (Falck Rettungsdienste), ECLI:EU:C:2019:234.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. E.S. Haalebos
Mr. E.S. (Eelkje) Haalebos is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Mededingingsrecht

Nationale veiligheid en buitenlandse investeringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden nationale veiligheid, investering screening, investeringstoets, Verordening 2019/452, ongewenste zeggenschap
Auteurs Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In reactie op de toenemende aandacht voor geopolitieke belangen in het kader van buitenlandse investeringen is recent een Europese verordening aangenomen en is een Nederlands wetsvoorstel voor de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) aanhangig gemaakt. De Europese Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie creëert een Europees kader op het gebied van de screening van buitenlandse investeringen op grond van veiligheid of de openbare orde. De verordening is een hybride instrument dat (1) coördinatie tussen nationale screeningsautoriteiten faciliteert, (2) in een mate van harmonisatie voorziet en (3) formele Europese bevoegdheid op het gebied van screening van buitenlandse investeringen introduceert. De lidstaten blijven in het licht van hun soevereiniteit op het gebied van nationale veiligheid echter de uiteindelijke verantwoordelijke voor de vraag of een investering al dan niet wordt geblokkeerd op grond van de nationale veiligheid of openbare orde. Op grond van de WOZT krijgt de minister de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden op grond van een bedreiging van het publiek belang. Omdat de ‘bedreiging van het publiek belang’-norm limitatief en zeer specifiek is gedefinieerd, zal de minister enkel in uitzonderlijke gevallen het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap kunnen verbieden.
    Verordening (EU) 2019/452 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie (PbEU 2019, L 791/1); Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Kamerstukken II 2018/19, 35153, 2 (Wetsvoorstel) en 3 (MvT).


Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy LLP.
Artikel

Niet-grensoverschrijdende zorgverlening en het EU-recht

Hoe het EU-recht ten onrechte een doorslaggevende invloed uitoefent op het zorgstelsel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden hinderpaal, vrij verkeer van diensten, zorgstelsel, naturapolis, restitutiepolis
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzekerden onder een naturapolis die een niet-gecontracteerde zorgaanbieder bezoeken, kunnen aanspraak maken op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding. Die vrijheid van de zorgverzekeraar is door de minister en in de rechtspraak sterk ingeperkt, maar in dat kader wordt ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende en niet-grensoverschrijdende zorg.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING.
Artikel

De Wet zorg en dwang treedt op 1 januari 2020 in werking

Terugblik en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Wet zorg en dwang, overgangsjaar, Wet langdurige zorg, Wzd-functionaris, stappenplan
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet zorg en dwang (Wzd) vervangt op 1 januari 2020 de Wet Bopz als het gaat om mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking. Minister De Jonge (VWS) heeft op 5 juli 2019 na uitvoerig overleg met het veld in een Kamerbrief kenbaar gemaakt dat 2020 een overgangsjaar wordt voor de Wzd. In dit artikel wordt de stand van zaken en de actuele inhoud van de Wzd besproken.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Brenda Frederiks is universitair docent gezondheidsrecht, Amsterdam UMC, locatie VUmc.

Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht Amsterdam UMC/UvA en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De Wet verplichte ggz: over oud en nieuw bij dwangpsychiatrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsbescherming, dwangpsychiatrie, Wvggz
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wvggz, de opvolgster van de Wet Bopz voor de sector psychiatrie, treedt na de komende jaarwisseling in werking. Wat blijft hetzelfde, wat wordt er anders? Het artikel biedt een overzicht van kernaspecten van de wet: aan de orde komen relevante materiële en formele aspecten van rechtsbescherming bij psychiatrische dwangtoepassing.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.
Artikel

Zekerheidsrechten op een aandeel in (een goed van) de gemeenschap van nalatenschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden zekerheidsrecht op aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap, beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed afzonderlijk, beschikken over aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap, uitwinning aandeel in gehele gemeenschap van nalatenschap
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    Een deelgenoot in een gemeenschap van nalatenschap kan zijn aandeel in de gehele gemeenschap niet verpanden. In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheid en de gevolgen van het vestigen van een zekerheidsrecht op een aandeel in een gemeenschappelijk goed afzonderlijk. Hij verduidelijkt de betekenis van de wettelijke regelingen, die een redelijk hoog abstractieniveau hebben, mede aan de hand van voorbeelden.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Eerder verbindend dan visionair

Een analyse van de overwegingen van burgemeesters bij het gebruiken van de handhavende bevoegdheden uit de Wet Damocles

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden home closure, Mayors, political leadership, leadership style, the Netherlands
Auteurs Ineke Bastiaans en Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Several authors fear that the expansion of Dutch mayors’ executive powers in the field of safety and security will harm their position as non-partisan and consensus-oriented leaders. Empirical research into how mayors use their powers, however, is still rare. From a leadership perspective, the current article analyzes how mayors in the region of South East Brabant in Netherlands use their administrative power to close homes involved in drug-related crime. Drawing on Fischer’s framework of discursive practices, we analyze mayors’ considerations in terms of the argumentation they provide for closing homes. Our analysis, which draws on interviews and document analysis, covers 27 cases from the police region of South-East Brabant and includes 120 considerations. Our findings indicate that mayors vindicate home closures mostly through policy-derived technical and situational argumentations. Vindications that aspire a particular societal effect, such as the reduction of criminal activity, or ideological motivations are rarer, which is indicative of a non-decisive leadership style. In addition, mayors mostly respect the local closure policies. As such, they show very little decisive and individualistic leadership. And, to the extent that they deviate from agreed-upon regional policies, their motivation is to be able to take into account unique local circumstances. In the use of their administrative powers mayors, thus, show mostly situational and adaptive leadership, which, rather than as visionaries, positions them as caretakers. The leadership style of Dutch mayor in the use of this administrative power is, thus, much more in accordance with their traditional bridging-and-bonding leadership style than some authors suspect. Some of the limitations of our study are that we have analyzed closure decisions from one region only and that real-life decisions are susceptible to contextual influences. At the same time, our study provides a rare insight into real-world mayoral leadership in the Netherlands in the field of safety and security.


Ineke Bastiaans
Ineke Bastiaans is onderzoeker en adviseur bij Necker van Naem.

Niels Karsten
Niels Karsten is Universitair Docent aan Tilburg University.
Toont 1 - 20 van 2105 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.