Zoekresultaat: 55 artikelen

x
Artikel

Ontbinding: effectief wapen of zwaard van Damocles?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Ontbinding, Artikel 6:265 BW, Tenzij-bepaling, Tekortkoming, Verzuim
Auteurs Mr. I.W.M. Olthof
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eigen Haard-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat de toets voor de ontbinding van overeenkomsten laagdrempelig blijft, in die zin dat in beginsel iedere tekortkoming volstaat en dat een beroep op de tenzij-bepaling niet terughoudend moet worden beoordeeld. Bij de beoordeling van die tenzij-bepaling zijn vervolgens in beginsel alle omstandigheden van het geval – en niet alleen de bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming – in gelijke mate van belang. Concrete handvatten voor de houdbaarheid van een ontbindingsberoep in de praktijk bevat het arrest echter niet. Uitspraken van feitenrechters laten zien dat een breed scala aan omstandigheden wordt meegewogen, maar dat een beroep op ontbinding toch in de meeste gevallen slaagt. Voor meer zekerheid over de ingeroepen ontbinding zullen partijen (nog altijd) heldere contractuele afspraken moeten maken.


Mr. I.W.M. Olthof
Mr. I.W.M. Olthof is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Rotterdam.

    Socially effective justice requires innovative legislation that allows the judge to experiment with simple procedures that bring parties together in order to prevent escalation of disputes. For that reason, the Dutch government has enabled experiments with low-threshold local civil courts. This article focuses on the experiences with such a court in Rotterdam. The court provides a simple, fast and cheap procedure with the aim of reaching a solution to the dispute in joint consultation. The article provides insight into the nature and the number of disputes that have been dealt with up to now.


Mr. Wim Wetzels
Mr. W.J.J. Wetzels is als kantonrechter/senior rechter A verbonden aan de Rechtbank Rotterdam.
Artikel

Access_open De toepassing van de klachtplicht bezien vanuit het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Klachtplicht, Bouwcontracten, Aansprakelijkheid na oplevering, Verjaring en verval
Auteurs Prof. mr. S. van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de klachtplichtregeling, waarvoor de algemene wettelijke grondslag in artikel 6:89 BW is neergelegd. Specifiek voor de consumentenkoop en de aanneming van werk zijn daarvan afwijkende regelingen opgenomen, respectievelijk in artikel 7:23 en artikel 7:758 lid 3 BW. De klachtplichtregeling van artikel 7:758 lid 3 BW zal gaan wijzigen. De regering is immers voornemens in titel 7.12 BW (aanneming van werk) drie privaatrechtelijke wijzigen door te voeren in het kader van het Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen. Aan artikel 7:758 BW zal een nieuw lid 4 worden toegevoegd. In deze bijdrage wordt allereerst de klachtplichtregeling van artikelen 6:89, 7:23 en 7:758 lid 3 BW toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de gevolgen van het voorgestelde nieuwe lid 4 voor de toepassing van de klachtplicht in de praktijk.


Prof. mr. S. van Gulijk
Prof. mr. S. van Gulijk is hoogleraar privaatrecht, bijzondere overeenkomsten, aan de Tilburg Law School.
Artikel

Vereenzelviging?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2018
Trefwoorden vereenzelviging, onrechtmatige daad, Rainbow-arrest, doorbraak van aansprakelijkheid, directe doorbraak
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de rechtsfiguur vereenzelviging. In de rechtspraak en literatuur heeft de nodige discussie plaatsgevonden over de vraag wanneer nu precies sprake is van vereenzelviging. In deze bijdrage gaat de auteur in op deze discussie, brengt enkele nieuwe gezichtspunten naar voren en zet uiteen wat zijn visie is.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent en promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.

    In deze bijdrage staat het arrest HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124 (Resort of the World/Maple Leaf) centraal. Alvorens het arrest te bespreken, zal worden ingegaan op het leerstuk van de vereenzelviging in algemene zin, waarbij de in dat kader belangrijke arresten HR 9 juni 1995, NJ 1996/213 (Krijger/Citco) en HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480, NJ 2000/698, m.nt. J.M.M. Maeijer (Rainbow) aan bod zullen komen. Geconcludeerd kan worden dat er klemmende redenen moeten zijn om aan de afzonderlijke identiteit van een rechtspersoon voorbij te gaan. Tevens wordt in het arrest bevestigd dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de vraag van toerekening van kennis en dat voor terughoudendheid bij de toerekening van zogeheten interne kennis aan een rechtspersoon geen plaats is.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Derdenwerking van exoneratiebedingen: een inkadering van het redelijkheidsoordeel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Derdenwerking, Exoneratiebedingen, Rechtszekerheid, Engels contractenrecht
Auteurs Mr. P.F. Salome
SamenvattingAuteursinformatie

    Derdenwerking van exoneratiebedingen dient te worden gerechtvaardigd door de ‘aard van het desbetreffende geval’. Gezichtspunten spelen daarbij een rol. De literatuur is kritisch op de rechtspraak van de Hoge Raad en de door hem geformuleerde gezichtspunten: het zou resulteren in een gebrek aan houvast. In deze bijdrage wordt ingegaan op de toepassing van de gezichtspunten in de rechtspraak. Hieruit volgt een ‘diffuus beeld’. Na een uitstap naar het Engelse contractenrecht wordt een aanbeveling gedaan om het leerstuk van (meer) rechtszekerheid te voorzien.


Mr. P.F. Salome
Mr. P.F. Salome is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. te Rotterdam. De auteur bedankt prof. mr. H.N. Schelhaas, prof. mr. M.H. Claringbould, mr. dr. J.A. Kruit en mr. O. Böhmer voor hun commentaar op een eerdere versie.
Jurisprudentie

Arbitragerecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. M.H. de Boer en Mr. M. van de Hel-Koedoot

Mr. drs. M.H. de Boer

Mr. M. van de Hel-Koedoot
Artikel

De wet kwaliteitsborging voor het bouwen is met zomerreces: van de baan of een nieuwe weg?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden private kwaliteitsborging, toezicht, bouw, handhaving
Auteurs Mr. A. (Annalies) Outhuijse
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’, zoals dit is behandeld in de Eerste Kamer voor het zomerreces van 2017.


Mr. A. (Annalies) Outhuijse
Mr. A. Outhuijse verricht promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen naar de publiekrechtelijke handhaving van het kartelverbod. In het kader van haar masterscriptie heeft ze onderzoek gedaan naar de privatisering van het bouwtoezicht.
Jurisprudentie

De uitzendwereld na C4C: bespiegelingen over heden en toekomst

HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitzendovereenkomst, Payrolling, leiding en toezicht, Werkingssferen, rol overheid
Auteurs Prof. mr. Leonard G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de in het C4C-arrest gelaten ruimte voor divergentie in de toepassing van artikel 7:690 BW en artikel 7:691 BW in nieuwe driehoeksrelaties als payrolling en de gelijkenis tussen de gezagsverhouding en het vereiste van ‘leiding en toezicht’. Daarna komen het verschil tussen het oordeel over het begrip ‘uitzendovereenkomst’ in de wet en de van uitzending afwijkende regeling van payrolling in de Ontslagregeling en de werkingssfeer van de ABU CAO 2012-2017 en StiPP aan bod. De bijdrage sluit af met enige bespiegelingen over de uitzendwereld en de rol van de overheid. De wetgever is thans aan zet.


Prof. mr. Leonard G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.
Artikel

Een gebouw van contracten: de contractengroep als juridisch kader voor bouwprocessen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden contractengroep, relativiteitsbeginsel, bouwcontracten, samenhangende overeenkomsten
Auteurs Mr. S. van Gulijk en Mr. L.H. Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van derden in het contractenrecht heeft zich sterk ontwikkeld. Zo zijn door de rechtspraak bij samenhangende rechtsverhoudingen uitzonderingen op het relativiteitsbeginsel aangenomen. Samenhangende rechtsverhoudingen komen veel voor in het bouwcontractenrecht, waardoor problemen kunnen ontstaan bij het vestigen van aansprakelijkheid. Mogelijk biedt de contractengroep als overkoepelend juridisch kader voordelen voor de regulering van samenhangende rechtsverhoudingen in het bouwcontractenrecht.


Mr. S. van Gulijk
Mr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent privaatrecht aan Tilburg University.

Mr. L.H. Muller
Mr. L.H. Muller is advocaat bouwrecht te Nijmegen.
Casus

Samenwerking in meerpartijenverhoudingen in de bouw: stand van zaken en praktische tools

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden samenwerking, bouwrecht, meerpartijenverhoudingen, contracten, digitalisering
Auteurs Dr. S. Van Gulijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij samenwerking in meerpartijenverhoudingen, zoals bouwcontracten, gaat geregeld iets mis. Vaak komt dit voort uit onvoldoende communicatie, coördinatie en afstemming tussen betrokkenen. Op contractanten in meerpartijenverhoudingen rusten op basis van de wet slechts vrij basale verplichtingen ten behoeve van samenwerking, zoals elkaar informeren over de stand van zaken van het werk. In standaard voorwaarden is meer aandacht voor verplichtingen gericht op goede samenwerking en in hedendaagse contracten worden steeds vaker positieve prikkels opgenomen (tevredenheidsverklaringen, bonussen, besparingsmodellen) om de onderlinge samenwerking te bevorderen. Ten slotte worden specifiek in de bouwpraktijk digitale tools ingezet (o.m. BIM en LEAN thinking) om samenwerking en contracten beter te kunnen managen.”


Dr. S. Van Gulijk
Dr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent Privaatrecht aan de Tilburg University.
Artikel

Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling

Proefschrift van mr. S.R. Damminga

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden verrijkingsrecht, onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. drs. J.W.M.K. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het proefschrift van Damminga besproken, waarin hij de vorderingen uit ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling opnieuw plaatst in het wettelijk systeem, daarbij geïnspireerd door het Duitse recht.


Mr. drs. J.W.M.K. Meijer
Mr. drs. J.W.M.K. Meijer is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Retentor en de oudere hypotheekhouder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden retentierecht, oudere gerechtigde, bevoegdheid, hypotheek
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de botsing tussen het retentierecht en de oudere gerechtigde op de zaak – in het bijzonder de hypotheekhouder – onderzocht. De conclusie is dat het retentierecht wellicht minder snel tegen de oudere hypotheekhouder kan worden ingeroepen dan wel wordt gedacht.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Vereenzelviging: nog altijd zeldzaam

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden vereenzelviging, misbruik identiteitsverschil, onrechtmatige daad, Rainbow
Auteurs Mr. J. Pouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het onderwerp vereenzelviging. Hij onderzoekt hoe een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland past in de lijn van jurisprudentie van de Hoge Raad over vereenzelviging.


Mr. J. Pouw
Mr. J. Pouw is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Contractuele vervaltermijnen

Een overzicht aan de hand van de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage voor de Bouw

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden overeenkomst, vervalbeding, rechtsgevolgen, verjaring, vervaltermijn
Auteurs Mr. S.J.H. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Bouwcontracten bevatten vaak vervalbedingen, waarover bij de Raad van Arbitrage voor de Bouw veel jurisprudentie verschijnt. Een categorisering van deze vervalbedingen en van deze rechtspraak in combinatie met de literatuur inzake vervalbedingen geeft inzicht in het formuleren van vervalbedingen en in de rechtsgevolgen ervan.


Mr. S.J.H. Rutten
Mr. S.J.H. Rutten is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en auteur van Praktijkboek verjarings- en vervaltermijnen in de bouw, IBR 2014.
Toont 1 - 20 van 55 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.