Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 938 artikelen

x

Yola Geradts
Mr. Y.E.J. Geradts is verbonden aan Geradts & Vetter Advocaten te Amsterdam. Ze behandelt cassaties bij zowel de belastingkamer als de civiele kamer van de Hoge Raad.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Access_open Strafzaken in het overzeese deel van het Koninkrijk

Enkele praktische aspecten en verschillen met Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden verlofstelsel, Gemeenschappelijk Hof van Justitie, Gerecht in eerste aanleg, Hoger beroep, herziening
Auteurs Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk wil optreden en daarvoor verlof heeft gekregen van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, ziet zich gesteld voor een aantal juridische en praktische verschillen tussen de rechtsgang aldaar en hier in Nederland. In dit artikel zijn daarvan enkele voorbeelden gegeven, maar er bestaan uiteraard nog meer verschillen die van belang zijn voor het voeren van de verdediging. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse advocaat die in het overzeese deel van het Koninkrijk gaat optreden, zich van tevoren terdege vergewist van deze verschillen en op dit gebied zal samenwerken met een lokale advocaat.


Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops
Prof. mr. dr. G.G.J.A. Knoops is advocaat bij Knoops’ advocaten te Amsterdam en is als bijzonder hoogleraar politiek van het internationale recht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Nietigheid van de overeenkomst met het Land Curaçao wegens het contracteren met een vertegenwoordigingsonbevoegde overheidsfunctionaris

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden privaatrecht, Land Curaçao, overeenkomsten, privaatrechtelijke normen, publiekrechtelijke normen
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter behartiging van het algemeen belang bedient de Curaçaose overheid zich behalve van het publiekrecht ook van het privaatrecht. Wanneer het daartoe overgaat, zijn op dat handelen zowel privaat- als publiekrechtelijke normen van toepassing. Zodoende kan de geldigheid van met de overheid gesloten contracten ter discussie komen te staan op basis van de in het privaatrecht verankerde wilsgebreken (art. 3:44 en 6:228 BW) of de figuur van strijd met de wet, goede zeden of openbare orde (art. 3:40 BW), maar ook op basis van bijzondere publiekrechtelijke normen.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Wetgeving

Wetgeving BES

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
Auteursinformatie

Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is advocaat bij Spigt Dutch Caribbean te Curaçao en universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Bakker doceert en publiceert regelmatig op het terrein van het contracten- en aansprakelijkheidsrecht en is onder meer medewerker van de Groene Serie (verbintenissenrecht) alsmede redactielid van het Tijdschrift Overeenkomst in de Rechtspraktijk en het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.
Artikel

Access_open Schadevergoeding voor dummies

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Letselschade, Aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie de jurisprudentie op het gebied van letselschade wil bijhouden, doet er de laatste jaren verstandig aan niet alleen de uitspraken van civiele rechters te volgen, maar ook die van strafrechters.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior-raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en redacteur van dit blad.
Consumenten

Modernisering van het Europese consumentenrecht: meer vlees op het bot (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden handhaving, online marktplaatsen, informatieplichten, dynamic pricing, bedenktijd
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In eerdere publicaties ben ik ingegaan op de Mededeling ‘Een New Deal voor consumenten’ en het daarmee samenhangende voorstel voor een moderniseringsrichtlijn. In dit artikel bespreek ik de verdere voortgang van het richtlijnvoorstel, waar inmiddels politieke overeenstemming over is bereikt. Daarin staat de vraag centraal of de moderniseringsrichtlijn in haar uiteindelijke vorm de in de New Deal-mededeling gedane belofte waarmaakt van modernisering en verbetering van de handhaving van het consumenten-acquis. In het eerste deel van deze bijdrage richt ik mij daartoe op de individuele en publiekrechtelijke handhaving van het consumentenrecht en op dynamic pricing en informatieverplichtingen voor online marktplaatsen. In het tweede deel ga ik in op de vraag met wie de consument eigenlijk contracteert als de overeenkomst via een online marktplaats wordt gesloten, op enkele vereenvoudigingen voor handelaren en op de herziene regels voor de bedenktijd van consumenten. Ik rond dan af met een conclusie.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018) 185 final;

    • Tekst politiek akkoord richtlijnvoorstel van 29 maart 2019, Openbaar register van Raadsdocumenten, Interinstitutioneel dossier 2018/0090(COD), nummer document: ST 8021 2019 INIT.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Wet forensische zorg: doelen, middelen en verwachte knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden forensische zorg, forensische ggz, weigerende observandi, medisch beroepsgeheim
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis, mr. A.W.T. Klappe en prof. mr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2019 is de Wet Forensische Zorg grotendeels in werking getreden, uitgezonderd de twee ‘ingrijpendste’ onderdelen. Dat betreft de mogelijkheid voor de strafrechter om een zorgmachtiging af te geven en de mogelijkheid van doorbreking van het medisch beroepsgeheim bij verdachten die medewerking weigeren aan gedragskundig onderzoek. In deze bijdrage wordt weergegeven hoe de wet haar doelen beoogt te bereiken en bediscussieerd of deze middelen daartoe wel geschikt zijn.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. A.W.T. Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

prof. mr. M.J.F. van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Leiden.

    Op 20 mei 2019 werd de Richtlijn Consumentenkoop aangenomen. Deze richtlijn gaat invloed hebben op de wettelijke regeling over conformiteit bij consumentenkoop. De richtlijn voorziet in een eigen conformiteitsregel en een eigen toepassingsbereik. In deze bijdrage wordt de richtlijn verkend en de invloed op de bestaande regeling besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij facily LAW advocatuur in Nieuwkoop en Hoofddorp en adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

(Erf)belastingperikelen (III)

Achter in de fuik zit de paling

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 30 2019
Trefwoorden Testament
Auteurs Prof. mr. dr. W. Burgerhart

Prof. mr. dr. W. Burgerhart

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

    In deze bijdrage staat General Comment No. 20 van het VN-Kinderrechtencomité, over het implementeren van kinderrechten tijdens de adolescentie, centraal. De aanleiding voor en inhoud van de General Comment worden in hoofdlijnen besproken. Daarnaast wordt specifiek aandacht besteed aan een onderwerp dat door het Kinderrechtencomité in het bijzonder van belang wordt geacht voor de bescherming van de rechten van adolescenten: het strafrecht. In dat kader wordt ook de positie van adolescenten in het Nederlandse straf(proces)recht behandeld.


E.P. Schmidt LLM, BSc
E.P. (Eva) Schmidt is promovenda bij de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Het beslechten van dekkingsgeschillen

Een uiteenzetting naar aanleiding van Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao 6 november 2015, nr. 2015-001

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden dekkingsgeschillen, uitleg polisvoorwaarden, redelijkheid en billijkheid, verzekeringsovereenkomst, Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao van 6 november 2015 verkent dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de wijze(n) waarop een dekkingsgeschil tussen verzekeraar en verzekerde (kan) worden beslecht. Aangetoond wordt dat dit met name een kwestie van uitleg van de verzekeringsovereenkomst is, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid een – afzonderlijke – rol kan spelen. Voor de toepassing van beide leerstukken is van belang eerst vast te stellen onder welke omstandigheden de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en wat de aard van de polisvoorwaarde(n) die in geding zijn is.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

Kroniek Vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2019
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

De invloed van het EU-recht op het Nederlandse consumentenkooprecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, contractenrecht, EU-recht, koop (op afstand), informatieplicht
Auteurs Mr. S. van Beek en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt met een kritische blik een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse consumentenkooprecht geanalyseerd, die onder invloed van het EU-recht tot stand zijn gekomen. Hierbij passeren de regeling over de koop op afstand, de (remedies bij) non-conformiteit en de klachtplicht de revue.


Mr. S. van Beek
Mr. S. van Beek is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Richtlijnen en privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden implementatie, doorwerking, invloed, ambtshalve toetsing, remedies
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit het privaatrecht. In deze bijdrage gaat de auteur in op verschillende wijzen waarop richtlijnen invloed uitoefenen op het privaatrecht, anders dan door middel van implementatie. De auteur formuleert een antwoord op de vraag in hoeverre richtlijnen voor het Nederlandse én Europese (Unie)privaatrecht als ‘gamechanger’ moeten worden aangemerkt.


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is promovendus en docent Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R). Hij is tevens redacteur van dit blad.

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Modern beslissen in hoger beroep en cassatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden hoger beroep, cassatie, beslismodel, fuikwerking
Auteurs Mr. D. Bektesevic en Mr. M. Berndsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is in hoofdzaak gewijd aan de in het conceptwetsvoorstel Modernisering Strafvordering voorgestelde veranderingen in de beslisschema’s in hoger beroep en cassatie. Daartoe worden eerst kort en op hoofdlijnen de geschiedenis en de huidige situatie van beide beslisschema’s geschetst, waarna het conceptwetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting worden geanalyseerd. In het bijzonder wordt stilgestaan bij de invloed van de veranderingen in hoger beroep op de procedure en de (on)mogelijkheden om oordelen van het hof ter toetsing voor te leggen aan de Hoge Raad. De bijdrage besluit met enkele conclusies.


Mr. D. Bektesevic
Mr. D. (Dino) Bektesevic is advocaat bij De Roos & Pen te Amsterdam.

Mr. M. Berndsen
Mr. M. (Michael) Berndsen is advocaat bij Meijers Canatan Advocaten te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 938 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 46 47
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.