Zoekresultaat: 52 artikelen

x
Artikel

Uitleg van jointventurestatuten: Haviltex met een scheutje CAO of andersom?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2019
Trefwoorden uitleg, jointventurestatuten, CAO-norm, Haviltex-norm
Auteurs Mr. R.G.J. Nowak
SamenvattingAuteursinformatie

    De contractuele benadering van jointventurestatuten is al langere tijd een bestendige tendens in rechtspraak en doctrine. Zij erkent de economische werkelijkheid van jointventureverhoudingen. De auteur bepleit dat bij uitleg van jointventurestatuten de Haviltex-norm als uitgangspunt zou moeten dienen. Een objectieve uitleg is zijns inziens in beginsel slechts bij zeer weinig statutaire bepalingen geboden.


Mr. R.G.J. Nowak
Mr. R.G.J. Nowak is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam en Fellow aan het Van der Heijden Instituut.
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

De tegenstrijdigbelangregeling(en) in het enquêterecht

De Intergamma- en Staphorst-beschikkingen nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bestuurders, commissarissen, enquêterecht, redelijkheid en billijkheid, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M.C. Hoeba
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft het afgelopen jaar meerdere noemenswaardige beschikkingen gewezen waarbij het tegenstrijdig belang centraal stond. In het enquêterecht lijkt de Ondernemingskamer nu naast de wettelijke tegenstrijdigbelangregeling ook de norm van artikel 2:8 BW mee te pakken. Dit zorgt voor de nodige onduidelijkheid in de (rechts)praktijk. De auteur onderzoekt het concept van het tegenstrijdig belang in het enquêterecht aan de hand van de laatste ontwikkelingen.


Mr. M.C. Hoeba
Mr. M.C. Hoeba is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Artikel

Aandeelhoudersovereenkomsten en de vennootschappelijke overeenkomst

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, stemovereenkomst, vennootschappelijke overeenkomst, artikel 2:127 BW, statuten
Auteurs Mr. H.Th.M. Burgers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de plaats van de aandeelhoudersovereenkomsten in het recht centraal.


Mr. H.Th.M. Burgers
Mr. H.Th.M. Burgers is oud-notaris te Curaçao.
Artikel

Het special committee naar Amerikaans model bij openbare biedingen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overname, commissie, toezicht, corporate governance, openbaar bod
Auteurs Mr. P.L. Hezer
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het special committee vanuit zowel juridisch als praktisch perspectief, mede op basis van empirisch onderzoek. Hierbij wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van het special committee in de VS. Doel is richtsnoeren te geven voor het gebruik van special committees bij openbare biedingen op Nederlandse beursvennootschappen.


Mr. P.L. Hezer
Mr. P.L. Hezer is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

    In deze bijdrage staat het arrest HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2285, NJ 2017/124 (Resort of the World/Maple Leaf) centraal. Alvorens het arrest te bespreken, zal worden ingegaan op het leerstuk van de vereenzelviging in algemene zin, waarbij de in dat kader belangrijke arresten HR 9 juni 1995, NJ 1996/213 (Krijger/Citco) en HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480, NJ 2000/698, m.nt. J.M.M. Maeijer (Rainbow) aan bod zullen komen. Geconcludeerd kan worden dat er klemmende redenen moeten zijn om aan de afzonderlijke identiteit van een rechtspersoon voorbij te gaan. Tevens wordt in het arrest bevestigd dat de formele hoedanigheid van de handelende persoon niet beslissend is voor de vraag van toerekening van kennis en dat voor terughoudendheid bij de toerekening van zogeheten interne kennis aan een rechtspersoon geen plaats is.


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is werkzaam bij Spigt Dutch Caribbean en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mr. M.W. Josephus Jitta
Mr. M.W. Josephus Jitta is werkzaam als advocaat bij ENSpigt.
Artikel

De one-tier board volgens de herziene Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, one-tier board, two-tier board, artikel 2:129a/239a BW, niet-uitvoerende bestuurders
Auteurs Mr. T. Salemink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Corporate Governance Code 2008 is toegeschreven op vennootschappen met een two-tier board (dualistisch bestuurssysteem). Het biedt vennootschappen met een one-tier board (monistisch bestuurssysteem) volgens de Monitoring Commissie onvoldoende handvatten en behoeft om die reden herziening. Het is de vraag of de Commissie met de recente herziening van de Code voldoende in haar voornemen tot verduidelijking is geslaagd.


Mr. T. Salemink
Mr. T. Salemink is advocaat bij Lemstra Van der Korst in Amsterdam en onderzoeker bij het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Schorsing bestuurder Stichting Loterijverlies.nl

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2016
Trefwoorden schorsing en ontslag, bestuurder, claimstichting, Claimcode, bestuur en toezicht
Auteurs Mr. J. Nijland en Mr. D.O. Ohmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel signaleert dat rechters recentelijk steeds vaker bereid zijn om in te grijpen in het bestuur van een stichting. Bestuurders van claimstichtingen dienen hierop bedacht te zijn. Daarnaast moeten zij rekening houden met de eisen die de Claimcode en het wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aan (de governance van) een dergelijke stichting stellen.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. D.O. Ohmann
Mr. D.O. Ohmann is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Balanceren tussen een taakverdeling en collegialiteit binnen de raad

De verhouding tussen auditcommissieleden en overige commissarissen bezien in het licht van geagendeerde wet- en regelgeving

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden vennootschapsrecht, auditcommissie, raad van commissarissen, bestuurdersaansprakelijkheid, collegiaal bestuur
Auteurs Mr. drs. L. in ’t Veld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auditcommissie heeft een vaste positie verworven binnen het Nederlandse vennootschapsrecht. Recente ontwikkelingen accentueren de onduidelijkheid die bestaat over de verhouding tussen auditcommissieleden en overige leden van de raad. De auteur meent dat het evenwicht dient te worden bewaakt tussen een ver(der)gaande taakverdeling en het beginsel van collegialiteit binnen de raad.


Mr. drs. L. in ’t Veld
Mr. drs. L. in ’t Veld is als wetenschappelijk docent en onderzoeker verbonden aan Erasmus School of Law en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Een praktijkvennootschap voor een advocaat: de nieuwe kleren van de keizer?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, beroepsaansprakelijkheid, Onrechtmatige daad, praktijkvennootschap
Auteurs Mr. B.I. Kraaipoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 september 2015 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over beroepsaansprakelijkheid van twee advocaten. Het artikel behandelt de vraag in hoeverre een beroepsbeoefenaar door zijn praktijkvennootschap wordt beschermd tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag onder welke omstandigheden een werknemer aansprakelijk kan worden gehouden door de contractuele wederpartij van zijn werkgever.


Mr. B.I. Kraaipoel
Mr. B.I. Kraaipoel is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

De beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden bmvk, open-end beleggingsmaatschappij, closed-end beleggingsmaatschappij, icbe, abi
Auteurs Mr. M.R.H.M. Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, waarbij zij voorbeelden uit de praktijk behandelt en enkele kanttekeningen plaatst in het licht van de huidige wet- en regelgeving.


Mr. M.R.H.M. Plasmans
Mr. M.R.H.M. Plasmans is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

Vennootschapsrechtelijke werking van aandeelhoudersovereenkomsten: führt jeder Konsequenz zum Teufel?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten, art. 2:8 lid 2 BW
Auteurs W.J. Oostwouder en M. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn verschillende uitspraken gepubliceerd waarin doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is aangenomen onder de specifieke omstandigheden van het geval. In dit artikel wordt door prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. M. Wessel bezien in hoeverre aandeelhoudersovereenkomsten vennootschapsrechtelijke werking hebben. De auteurs zullen zich tevens richten op de principiële vraag in hoeverre de doorwerkingsjurisprudentie leidt tot de conclusie dat de aandeelhoudersovereenkomst bij besluitvorming van een vennootschapsorgaan prevaleert boven het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten. De auteurs signaleren verschillende aandachtspunten bij de beantwoording van deze vraag en dat er wel degelijk een goedaardige, maar niet-onbelangrijke ‘duivel’ om de hoek komt kijken, die dikwijls over het hoofd wordt gezien.


W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is verbonden aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht en is advocaat te Amsterdam.

M. Wessel
Mr. M. Wessel is kandidaat-notaris te Amsterdam.
Casus

Enkele opmerkingen over instemmingsrechten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Instemmingsrechten, Flex-bv, Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht, Verpanding, Aandelen
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de Wet tot vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht kennen we bij de bv zogenoemde instemmingsrechten. In deze bijdrage wordt het rechtskarakter van deze instemmingsrechten – vennootschapsrechtelijk zowel als vermogensrechtelijk – onderzocht. De conclusie is dat de aan de aandelen verbonden instemmingsrechten bij verpanding van het aandeel kunnen overgaan naar de pandhouder.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Artikel

Bancaire aansprakelijkheid en doeloverschrijding in het kader van een acquisitiefinanciering: ING Commercial Finance/Aukema q.q.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2014
Trefwoorden financieel steunverbod, bancaire aansprakelijkheid, doeloverschrijding, onderzoeksplicht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. D.A. Scheenjes
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de bancaire aansprakelijkheid jegens medecrediteuren en doeloverschrijding na het ING Commercial Finance/Aukema q.q.-arrest.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. D.A. Scheenjes
Mr. D.A. Scheenjes is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Art. 2:207c BW is vervallen – leve de steunverlening?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden steunverlening, aansprakelijkheid, tegenstrijdig belang, doeloverschrijding, pauliana
Auteurs Mr. J.H.L. Beckers
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het schrappen van artikel 2:207c BW is het leerstuk van de (financiële) steunverlening verleden tijd. Naar huidig recht moet steunverlening worden getoetst aan de algemene regels voor bestuurshandelen. In deze bijdrage wordt ingegaan op het aansprakelijkheidskader en de betekenis van de regels inzake doeloverschrijding, tegenstrijdig belang en de pauliana.


Mr. J.H.L. Beckers
Mr. J.H.L. Beckers is wetenschappelijk medewerker bij NautaDutilh te Amsterdam en verbonden aan het Van der Heijden Instituut van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Toont 1 - 20 van 52 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.