Zoekresultaat: 37 artikelen

x
Artikel

De bewaarentiteit: het ei van Columbus of een vreemde eend in de bijt?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bewaarentiteit, fonds voor gemene rekening, vermogensscheiding, beleggingsfondsen, AIFM/UCITS-richtlijn
Auteurs Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fonds voor gemene rekening als rechtsvorm is in Nederland niet gecodificeerd. Een bewaarentiteit wordt daarom gebruikt om vermogensscheiding te bewerkstelligen. Buitenlandse jurisdicties kennen een dergelijke entiteit niet. Codificatie van deze rechtsvorm zorgt daar al voor de benodigde vermogensscheiding. De Nederlandse bewaarentiteit is daarom ‘een vreemde eend in de bijt’.


Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
Mr. dr. S.N. Hooghiemstra is een associate bij NautaDutilh en werkt momenteel als onderdeel van een international secondment in de fondsenpraktijk van NautaDutilh Luxemburg.
Artikel

Ziet u de UBO(men) door het bos nog?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden vierde anti-witwasrichtlijn, vijfde anti-witwasrichtlijn, UBO, registratieverplichting, openbare informatie
Auteurs Mr. M.A.R. Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn introduceert een nieuwe verplichting in de strijd tegen witwassen en financiering van terrorisme. EU-lidstaten moeten bewerkstelligen dat van entiteiten die zijn opgericht op hun grondgebied, informatie over de ‘uiteindelijk belanghebbende’ centraal wordt geregistreerd en deels openbaar toegankelijk is. De auteur geeft in deze bijdrage een praktische weergave van de (mogelijke) inhoud van deze nieuwe verplichting.


Mr. M.A.R. Vonk
Mr. M.A.R. Vonk is als Juridisch adviseur Ondernemingsrecht werkzaam bij Bureau Vaktechniek van BDO Accountants & Belastingadviseurs te Tilburg.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    In dit artikel worden de verschillende aspecten van carried interest- en co-investeringsparticipatie van teamleden van een beheerder van beleggingsinstellingen besproken vanuit civiel-, ondernemings- en toezichtrechtelijk perspectief. Aandacht wordt onder meer besteed aan de structurering van deze carried interest- en co-investeringsparticipatie en onderlinge afspraken tussen teamleden.


Mr. I.J.W. Veldman
Mr. I.J.W. Veldman is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. M.C. Maters
Mr. M.C. Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Diversen: Trending Topics

Het UBO-register

Achtergrond en stand van zaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden UBO, UBO-register, witwassen, begunstigde, Wwft
Auteurs T.R. van Roomen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de vierde Europese anti-witwasrichtlijn wordt aan lidstaten de verplichting opgelegd om een centraal register in te stellen met informatie over de uiteindelijk begunstigden van vennootschappen en andere juridische entiteiten – het zogenaamde UBO-register. Inmiddels heeft de minister van Financiën de contouren gepresenteerd van het Nederlandse UBO-register. Dit artikel bevat een overzicht van de achtergrond en stand van zaken.


T.R. van Roomen LLM
Mevrouw mr. T.R. van Roomen is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Praktijk

Het afgescheiden vermogen van beleggingsfondsen: art. 4:37j Wft, een geschikte regeling voor de cv én het fgr?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden afgescheiden vermogen, art. 4:37j Wft, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, fonds voor gemene rekening
Auteurs Mr. M.C. Maters
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de implementatie van de AIFMD in de Wet op het financieel toezicht is art. 4:37j van toepassing op Nederlandse beheerders van beleggingsinstellingen. Art. 4:37j bepaalt dat beleggingsinstellingen (waaronder beleggingsfondsen) een afgescheiden vermogen hebben. Sommige beleggingsfondsen zijn personenvennootschappen (zoals de cv) en hebben op grond van jurisprudentie reeds een afgescheiden vermogen. Het artikel bespreekt deze civiele en financiële regels en behandelt de vraag of art. 4:37j Wft voldoende rekening houdt met de kenmerken van de cv, en of dat wenselijk is.


Mr. M.C. Maters
Mr. M.C. Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De (wan)beherend vennoot

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurder, wanprestatie, commanditaire vennootschap, beherend vennoot
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. B.J.M. van de Wetering
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de (wettelijke en contractuele) middelen waarover de commanditaire vennoten in een commanditaire vennootschap beschikken om op te treden tegen een disfunctionerende beherend vennoot. Ook komt de eventuele aansprakelijkheid van de bestuurder van de beherend vennoot op basis van onrechtmatige daad aan bod.


Mr. B.N. Mwangi
Mr. B.N. Mwangi is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. B.J.M. van de Wetering
Mr. B.J.M. van de Wetering is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De vermogensscheidingsregeling voor beleggingsinstellingen als (alternatief) model voor de bescherming van derivatenbeleggers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden beleggingsinstelling, derivaten, afgescheiden vermogen, intermediary risk, rangregeling
Auteurs Mr. E.W. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    Het consultatiedocument ‘Wijzigingswet financiële markten 2016’ stelt voor een afgescheiden vermogen op te nemen in de Wge ter bescherming van derivatenbeleggers tegen intermediary risk. De voorgestelde regeling leidt mogelijk tot verwarring. Kan een regeling, soortgelijk aan de vermogensscheidingsregeling voor beleggingsinstellingen, uitkomst bieden als (alternatief) beschermingsmechanisme?


Mr. E.W. Kuijper
Mr. E.W. Kuijper is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht). Daarvoor was zij werkzaam als bedrijfsjurist bij KAS BANK te Amsterdam.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

De AIFMD-bewaarder; praktische gevolgen voor Nederlandse beleggingsinstellingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2012
Trefwoorden AIFM, bewaarder, custodian, beleggingsinstelling, afgescheiden vermogen
Auteurs Mr. R.K.Th.J. Smits
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder de AIFM-richtlijn zijn beleggingsinstellingen verplicht om een aparte bewaarder van het fondsvermogen aan te stellen. Huidige bewaarders zullen niet aan de kwaliteitseisen voldoen en met name custodians zullen hun intrede doen.


Mr. R.K.Th.J. Smits
Mr. R.K.Th.J. Smits is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De maatschap en het fonds voor gemene rekening

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2012
Trefwoorden maatschap, fonds voor gemene rekening, samenwerkingsverband, stilzwijgende maatschapsovereenkomst, affectio societatis
Auteurs Mr. C. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur een recent arrest van de Hoge Raad waarin stilzwijgende totstandkoming van een maatschap werd aangenomen. In dit kader wordt ingegaan op de kwalificatie van een fonds voor gemene rekening als maatschap.


Mr. C. Kramer
Mr. C. Kramer is werkzaam als kandidaat-notaris bij Loyens en Loeff te Amsterdam.



Mr drs J.G. Sijmons
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Titel

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 04 2005
Trefwoorden Aandeel, Ondernemingsvermogen, Verkrijger, Ondernemer, Vennootschap, Schenker, Echtgenoot, Echtgenote, Aanmerkelijk belang, Conserverende aanslag
Auteurs Klinkert-Cino, J.A.M.

Klinkert-Cino, J.A.M.
Artikel

Vergoeding van medische schade in België: het nieuwe tweesporensysteem

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2009
Trefwoorden tweesporensysteem, medische schade, foutaansprakelijkheidsrecht, no fault-systeem
Auteurs Mevrouw mr. E. de Kezel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden kort de ontwikkelingen geschetst die het medisch aansprakelijkheidsrecht in België heeft ondergaan en wellicht nog zal ondergaan. In België ligt het foutaansprakelijkheidsrecht als systeem tot vergoeding van medische schade reeds lang onder vuur. Door de Wet van 15 mei 2007 werd het klassieke foutaansprakelijkheidsrecht als vergoedingssysteem voor medische schade afgeschaft en werd er een nieuw vergoedingssysteem ingevoerd, waarbij de fout als grondvoorwaarde tot de vergoeding wordt geschrapt (het zogenoemde ‘no fault’-systeem). Hoewel de inwerkingtreding voorzien was voor 1 januari 2008, is dit systeem nooit in werking getreden. Op 23 oktober 2008 besliste de federale ministerraad om de nieuwe ingevoerde no fault-regeling te herzien en te vervangen door een foutloze aansprakelijkheidsregeling, geïnspireerd door het Franse systeem (tweesporensysteem). Tegelijkertijd werd beslist om het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, het KCE, te belasten met een studieopdracht om de kostprijs te ramen van een dergelijk systeem in België. De inwerkingtreding van de no fault-Wet van 15 mei 2007 werd, in afwachting daarvan, voor de tweede maal uitgesteld voor onbepaalde tijd, via een bepaling in de Wet houdende diverse bepalingen (I) van 22 december 2008. De zet die de procedure inzake de geschillen over het toepassingsgebied van de no fault-Wet regelde (Wet inzake de regeling van geschillen van 15 mei 2007) werd eveneens voor de tweede maal uitgesteld, via een bepaling opgenomen in de Wet houdende diverse bepalingen (II) van 22 december 2008. Op dit moment speelt dus nog steeds het ‘klassieke’ foutaansprakelijkheidsrecht.


Mevrouw mr. E. de Kezel
Mw. mr. E. de Kezel is docent aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht, Vrij Wetenschappelijk Medewerker aan het Centrum voor Verbintenissenrecht van de Universiteit Gent, en advocaat bij Stibbe aan de Balie te Brussel.
Artikel

Bezint eer ge begint: enige kritische kanttekeningen bij het Wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden successiewet, schenkbelasting, erfbelasting, bedrijfsopvolging, fictiebepaling, trust, afgezonderd particulier vermogen
Auteurs Mr. N.J. Schutte
SamenvattingAuteursinformatie

    In het momenteel aanhangige wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1956 wordt een aantal ingrijpende maatregelen voorgesteld. De tarieven worden voor sommige verkrijgers drastisch verlaagd, voor andere komen ze per saldo hoger uit. De gedeeltelijke vrijstelling van ondernemingsvermogen wordt verhoogd tot 90%, terwijl de voorwaarden worden aangepast. De koppeling met het ondernemingsbegrip uit de inkomstenbelasting wordt daarbij heel nadrukkelijk gelegd. De voorgestelde heffing over afgezonderde particuliere vermogens (trusts en dergelijke) kan voor de betrokkenen verstrekkende gevolgen hebben. In deze bijdrage staan twee hoofdpunten van het wetsvoorstel centraal: (1) bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en (2) de aanpak van trustachtige rechtsfiguren door middel van de regeling voor het afgezonderd particulier vermogen.


Mr. N.J. Schutte
Mr. N.J. Schutte is (hoofd)docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens verbonden aan Deloitte Belastingadviseurs.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Toont 1 - 20 van 37 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.