Zoekresultaat: 224 artikelen

x
Artikel

Bada Bing Bada Boom

Overpeinzingen over omkoping en belastingfraude in het Caribische deel van het Koninkrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Ambtelijke omkoping, Belastingfraude, Una via, Ne bis in idem
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. M. Coenen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderzoek Bada Bing worden een parlementariër en de eigenaar van een bordeel veroordeeld voor ambtelijke omkoping. De eigenaar wordt tevens veroordeeld voor belastingfraude. In deze bijdrage gaan wij nader in op een aantal aspecten dat in deze zaken aan de orde was. Daarbij hebben we ons beperkt tot de invulling van de omkoping in de zaak van de parlementariër en de formele aspecten die speelden bij de belastingfraude. Deze aspecten springen het meest in het oog gezien de overeenkomsten en verschillen met de Nederlandse (fiscale) strafrechtspleging.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is advocaat bij Hertoghs advocaten te Breda.

Mr. M. Coenen
Mr. M. Coenen is advocaat bij Hertoghs advocaten te Breda.

    The author discusses the recent ECJ judgments in the cases Egenberger and IR on religious discrimination.


Andrzej Marian Świątkowski
Andrzej Marian Świątkowski, is a Jean Monet Professor of European Labour Law and Social Security, Jesuit University Ignatianum, Krakow, Poland and a member of the EELC Academic Board.
Buitenlands nieuws

De ontkoppeling van kiesrecht en ingezetenschap in Canada

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden kiesrecht, ingezetenschap, Canada, Charter of Rights and Freedoms, Frank v. Canada
Auteurs Mr. G. Karapetian
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de herziening van de Grondwet in 1983 is het kiesrecht voor de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontkoppeld van ingezetenschap. In Canada heeft deze ontkoppeling van kiesrecht en ingezetenschap plaatsgevonden in januari 2019, bij wege van de uitspraak van het Supreme Court in de zaak Frank v. Canada. In deze bijdrage staat de vraag centraal op welke wijze het Supreme Court in dit arrest tot het oordeel komt dat de Canadese Kieswet op dit punt in strijd is met het Charter of Rights and Freedoms.


Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Article

Access_open Commercial Litigation in Europe in Transformation: The Case of the Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international business courts, Netherlands Commercial Court, choice of court, recognition and enforcements of judgements
Auteurs Eddy Bauw
SamenvattingAuteursinformatie

    The judicial landscape in Europe for commercial litigation is changing rapidly. Many EU countries are establishing international business courts or have done so recently. Unmistakably, the approaching Brexit has had an effect on this development. In the last decades England and Wales – more precise, the Commercial Court in London - has built up a leading position as the most popular jurisdiction for resolving commercial disputes. The central question for the coming years will be what effect the new commercial courts in practice will have on the current dominance of English law and the leading position of the London court. In this article I address this question by focusing on the development of a new commercial court in the Netherlands: the Netherlands Commercial Court (NCC).


Eddy Bauw
Professor of Private Law and Administration of Justice at Molengraaff Institute for Private Law and Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht University. Substitute judge at the Court of Appeal of Arnhem-Leeuwarden and the Court of Appeal of The Hague.

Sir Geoffrey Vos
Chancellor of the High Court of England and Wales.
Artikel

Het verstrekken van pleitnotities aan media

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verspreiden pleitnotities, artikel 8 EVRM, artikel 10 EVRM, civiele criteria rectificatie, kleinschalige samenleving
Auteurs Mr. O.E. Kostrzewski
SamenvattingAuteursinformatie

    In een spraakmakende zedenzaak verstrekte de verdediging na afloop van de zitting de pleitnotities in ongeclausuleerde vorm aan de media met als gevolg dat zeer gevoelige informatie aangaande de slachtoffers in Curaçao in de openbaarheid kwam. In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre deze wijze van het verspreiden van pleitnotities in lijn is met de jurisprudentie van het EHRM inzake artikel 8 en 10 EVRM.


Mr. O.E. Kostrzewski
Mr. O.E. Kostrzewski is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de University of Curaçao en tevens werkzaam als advocaat te Curaçao. De auteur is als advocaat bij de in het artikel besproken zaak betrokken geweest. Zij heeft de klaagsters in deze procedure bijgestaan en was tevens de gemachtigde van een aantal slachtoffers in de strafzaak tegen B.
Recensies en signalementen

Meet u ook weleens met twee maten?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Bureaucratie, Toezicht, Inspecteursoordeel, Street-level bureaucrats, Stereotype
Auteurs Dr.ir. Suzanne Rutz
Auteursinformatie

Dr.ir. Suzanne Rutz
Suzanne Rutz is assistant professor bij de Erasmus School of Health Policy & Management en als coördinerend specialistisch inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Artikel

‘Ik mag doen wat ik moet doen’

Bevindingen en praktijkimplicaties uit een onderzoek naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Fraudeur, Levensloop, Criminologie, Moraliteit, Sociale binding
Auteurs Dr. J. van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude heeft grote maatschappelijke en financiële gevolgen. Toch is over het proces waarlangs en de redenen waarom managers, bestuurders of ondernemers zich inlaten met serieuze vormen van fraude nog relatief weinig bekend. Deze kennislacune omtrent de criminele ontwikkeling van fraudeurs is onderwerp van onderzoek in een recent afgerond proefschrift. In het artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift en de aanbevelingen voor de handhaving besproken.


Dr. J. van Onna
Dr. J. van Onna is senior adviseur en onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

    The Iasi Court of Appeal has held that a request for resignation completed and signed after various forms of pressure from the employee’s superiors does not represent a termination of an individual labour agreement on the initiative of the employee, but a constructive dismissal.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is the managing partner at Suciu | The Employment Law Firm.
Artikel

De Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2018

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2019
Trefwoorden good research practice, transparency, independence, duties of care, responsibility
Auteurs Prof. dr. Antoine Hol
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Dutch Code of Conduct for Research Integrity (2018) offers an important document for strengthening good research practices. It can be used in training researchers, informing the general public on standards guaranteeing trustworthiness of scientific research and handling allegations of misconduct in this research. The code departs from a set of principles worked out in standards describing the do’s and don’ts of good research practice. The Dutch code distinguishes itself for amongst others having a special section on duties of care of the organization where researchers are appointed. The organization has special responsibilities to give support to its researchers to develop good research practice and to foster a research culture in which dilemmas of integrity can be discussed in an open atmosphere. In this article special attention is paid to the principle of dependency. It is with regard to this principle that the researcher is most vulnerable, especially when it comes to commissioned research projects. How can the researcher be supported when dependency and honesty are under pressure?


Prof. dr. Antoine Hol
Prof. dr. A.M. Hol is hoogleraar Encyclopedie van het recht/Rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht en medeauteur van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit. Hij is tevens voorzitter van de Commissies Wetenschappelijke Integriteit van Universiteit Utrecht en Tilburg University.
Artikel

Access_open Rijkskennisinstellingen op gepaste afstand

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2019
Trefwoorden policy-relevant research, public research organisations, research independence, integrity, safeguarding instruments
Auteurs Dr. Gijs Diercks en Dr. Paul Diederen
SamenvattingAuteursinformatie

    Governments have a great need for policy-relevant research. The Dutch government obtains part of this research from the so-called state knowledge institutions: public research organizations that support ministries in the preparation and implementation of policy. To be able to provide reliable research, state knowledge institutions must be able to act independently and with integrity. But to be policy-relevant, they must maintain in close contact with ministries. Proper handling of this tension does not only requires ‘hard’ formal rules, procedures and codes of conduct, but also ‘soft’ informal institutions, such as awareness, dialogue, education, and culture. Implementing this is a shared responsibility of both the research organizations and the ministries.


Dr. Gijs Diercks
Dr. G. Diercks is als onderzoeker verbonden aan het Rathenau Instituut te Den Haag

Dr. Paul Diederen
Dr. P. Diederen is als themacoördinator werkzaam bij het Rathenau Instituut.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Trending Topics

Compliance als transactievoorwaarde bij banken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Witwassen, Financieel-economische criminaliteit, Systeembanken, Transactie, Compliancemanagement
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    De transactie met ING was een van de meest opvallende gebeurtenissen in de sfeer van het bijzonder strafrecht en de strijd tegen financieel-economische criminaliteit van het afgelopen jaar. Dit artikel bespreekt verschillende redenen waarom dit een belangrijke casus is. Naast de hoogte van het bedrag en de onderliggende criminaliteit, gaat dit artikel in op het strafrechtelijk aansprakelijk stellen van systeembanken en de te verwachten effectiviteit van verbetering van compliancemanagement als transactievoorwaarde.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Kroniek

Ambtelijke en bestuurlijke corruptie in Nederland; waar staan we anno 2018?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Corruptie, Integriteit, Rechtshandhaving, Openbaar bestuur
Auteurs Prof. dr. Hans Nelen en Prof. dr. Emile Kolthoff
SamenvattingAuteursinformatie

    The most recent extensive study on political and administrative corruption in The Netherlands dates back to 2005 (Huberts & Nelen, 2005). Afterwards various studies have been conducted on related subthemes and areas. In this contribution, the state of affairs regarding political and administrative corruption – and the responses to them – in The Netherlands in 2018 is described, based on the results of these studies. Starting with an overview of the nature and severity of political and administrative corruption, the focus shifts to relevant developments in the control and prevention of corruption, partly addressing the causes of the phenomenon.


Prof. dr. Hans Nelen
Prof. dr. mr. J.M. Nelen is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Open Universiteit en als lector Veiligheid, openbare orde en recht aan de Avans Hogeschool in Den Bosch.
Redactioneel

Organisatiecriminaliteit en de aanpak ervan in de Lage Landen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Organisatiecriminaliteit, Witteboordencriminaliteit, Handhaving, ING-affaire
Auteurs Dr. Karin Van Wingerde, Prof. dr. Antoinette Verhage en Dr. Lieselot Bisschop
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory article we will discuss some of the recent developments in corporate crime research in the Netherlands and Belgium since 2008. In doing so, we will answer the following three questions: (1) What are the most important developments in the way research on corporate crime has been carried out? (2) What are key themes in corporate crime research? (3) What are the most important blind spots in research into corporate crime? We will conclude with some avenues for future research on corporate crime and its enforcement.


Dr. Karin Van Wingerde
Dr. C.G. van Wingerde is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Antoinette Verhage
Prof. dr. A.H.S. Verhage is docent bij de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en verbonden aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) van de Universiteit Gent.

Dr. Lieselot Bisschop
Dr. L.C.J. Bisschop is universitair docent bij de sectie criminologie aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open ‘De lobby’ aan banden?

Over het ongelijk speelveld en de regulering van belangenvertegenwoordiging

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden lobbyregulering, belangenvertegenwoordiging, stakeholders
Auteurs Bert Fraussen en Caelesta Braun
Auteursinformatie

Bert Fraussen
Dr. B. Fraussen is universitair docent aan het instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Caelesta Braun
Dr. C.H.J.M. Braun is universitair hoofddocent aan het instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden en redacteur van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

UNCITRAL and a New International Legislative Framework on Mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Solving disputes, United Nations, Trade law, Uncitral
Auteurs Judith Knieper en Corinne Montineri
SamenvattingAuteursinformatie

    More than sixty years after the adoption of the New York Convention, UNCITRAL finalised at its annual session, in July 2018, an instrument akin to the New York Convention in the area of mediation: the United Nations Convention on International Settlement Agreements Resulting from Mediation (‘the Singapore Convention on Mediation’ or ‘the Convention’), which was adopted by the United Nations General Assembly on 20 December 2018. In addition, UNCITRAL adopted the UNCITRAL Model Law on International Commercial Mediation and International Settlement Agreements Resulting from Mediation, (2018, amending the Model Law on International Commercial Conciliation (2002); ‘the revised Model Law’).
    This contribution gives an overview of these two texts and their drafting process, starting with an overview of the works done by UNCITRAL over the past decades in the field of international mediation.


Judith Knieper
Judith Knieper is legal officer at the International Trade Law Division of the United Nations Office of Legal Affairs, which also serves as the Secretariat of UNCITRAL.

Corinne Montineri
Corinne Montineri is legal officer at the International Trade Law Division of the United Nations Office of Legal Affairs, which also serves as the Secretariat of UNCITRAL. The views expressed in this article are those of the authors and do not necessarily reflect the views of the Organization.
Toont 1 - 20 van 224 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.