Zoekresultaat: 85 artikelen

x

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de voortgang van de stelselherziening omgevingsrecht (de Omgevingswet). In deze aflevering staat het proces centraal van de parlementaire behandeling van de voorstellen voor de Invoeringswet en de Aanvullingswetten bodem, natuur, geluid en grondeigendom.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Wetenschap en praktijk

Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2018
Trefwoorden bedrijfsgeheim, IE-recht, onrechtmatige daad, innovatie, vertrouwelijkheid
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder, Mr. L.A.E. Thonen en Mr. M. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 8 juni 2016 werd de Richtlijn (EU) 2016/943 vastgesteld ‘betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan’. Het wetsvoorstel tot implementatie van deze Richtlijn werd door de Eerste Kamer op 16 oktober 2018 als hamerstuk afgedaan.
    In dit artikel wordt de Wet bescherming bedrijfsgeheimen besproken en antwoord gegeven op (onder meer) de volgende vragen: Wat is een bedrijfsgeheim? Waarom moeten bedrijfsgeheimen worden beschermd? Waartegen worden bedrijfsgeheimen beschermd? Op welke wijze worden bedrijfsgeheimen beschermd? Hoe en waar is de verjaring van een rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim geregeld?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. L.A.E. Thonen
Mr. L.A.E. (Linda) Thonen is kandidaat-notaris bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

Mr. M. Kool
Mr. M. (Mariska) Kool is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.

    In dit redactioneel wordt naar aanleiding van de Invoeringswet omgevingsrecht verkend of de term ‘Onze Minister die het aangaat’ voldoende kenbaar maakt welke minister een bevoegdheid uit de wet kan inzetten. Aan het slot van deze bijdrage wordt de verdere inhoud van dit nummer van TO toegelicht.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.

    In deze terugkerende bijdrage wordt de stand van de stelselherziening omgevingsrecht toegelicht. Deze bijdrage ziet op de ontwikkelingen in het derde kwartaal van 2018.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

AVG en ontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming bevat voor werkgevers strengere regels voor rechtmatige verwerking van werknemersgegevens; en voor werknemers meer waarborgen omtrent de bescherming van hun persoonsgegevens.
    Leidt de AVG – naast meer verantwoording en transparantie ten aanzien van verwerking van werknemersgegevens in het kader van de arbeidsverhouding – tot nieuwe inzichten voor de bescherming van persoonsgegevens van werknemers bij ontslag?
    De auteur zet de huidige stand van de rechtspraak af tegen de strengere normen uit de AVG. Zij concludeert dat hoewel de materiële uitgangspunten voor de bescherming van persoonsgegevens onder de AVG grotendeels hetzelfde blijven, processuele vereisten uit de AVG nog moeten worden ingekleurd door het arbeidsrechtelijke normenkader van goed werkgever- en werknemerschap, de instructiebevoegdheid van de werkgever en de processuele regels omtrent ontbinding door de kantonrechter.


mr. Karolina Dorenbos
Advocaat en eigenaar van advocatenkantoor Human scale law te Heiloo
Artikel

Access_open De stand van de stelselherziening: een nieuwe fase

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening, Aanvullingswet bodem
Auteurs Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geven auteurs een weergave van de stand van de stelselherziening omgevingsrecht begin 2018.


Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm
Mr. drs. C.D. Palm is als MT-lid werkzaam bij de programmadirectie Eenvoudig Beter bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

De betekenis van het Interbestuurlijk Programma voor het waterbeheer

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Interbestuurlijk Programma, Bestuursakkoord Water, waterbeheer
Auteurs Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het Interbestuurlijk Programma voor het waterbeheer, dat op 14 februari 2018 is gepresenteerd.


Mr. dr. H.J.M. (Herman) Havekes
Mr. dr. H.J.M. Havekes werkt bij de Unie van Waterschappen.

    In dit artikel doet de auteur verslag van de discussies naar aanleiding van de inleidingen van sprekers op het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018 over het Hofarrest van 30 januari 2018 inzake Visser Vastgoed Beleggingen BV en de gemeente van Appingedam.


T.P.E. (Tim) de Graaff
T.P.E. de Graaff is student Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Over de voorlegplicht en de cautie

Noot bij CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Voorlegplicht, Handhaving, Cautie, Toezichthouder, Financieel toezicht
Auteurs Mr. C. de Rond en Mr. M. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft met deze (tussen)uitspraak een beroep van appellant op schending van de toepassing van de ‘voorlegplicht’ zoals neergelegd in artikel 5:44, tweede en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgedaan op het relativiteitsbeginsel. De annotatoren gaan in op de betekenis van de voorlegplicht en meer in het bijzonder de wijze waarop financieel toezichthouders in de praktijk toepassing geven aan de voorlegplicht. Daarnaast heeft het CBb overwegingen gewijd aan de cautie en de toepassing van de cautie, zoals neergelegd in artikel 5:10a Awb.
    Daarnaast menen de annotatoren dat het CBb geen nieuwe lijn hanteert inzake het geven van de cautie.


Mr. C. de Rond
Mr. C. de Rond is advocaat te Den Haag.

Mr. M. Altena
Mr. M. Altena is werkzaam als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank.
Artikel

De stand van zaken van de stelselherziening: een nieuw regeerakkoord

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening
Auteurs Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven vanaf het zomerreces 2017.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht en verbonden als geassocieerd medewerker aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law van de Universiteit Utrecht. Tot 26 oktober 2017 was hij wetgevingsjurist op het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Thans – ten tijde van het schrijven van deze bijdrage – is (hem) nog niet duidelijk voor welk ministerie hij werkzaam is of gaat zijn.
Casus

De klassieke wetgevingsjurist in de herinneringen van Cees Fasseur. Een lichtend voorbeeld?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, ambtelijke professionaliteit, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de memoires van Cees Fasseur. Fasseur beschrijft de twee sporen waaruit zijn loopbaan bestond, die van wetgevingsjurist aan het toenmalige ministerie van Justitie en die van historicus aan de Leidse universiteit. De tijd waarin Fasseur werkzaam was voor het ministerie van Justitie viel samen met wat wordt beschouwd als het ambtelijk-juridische hoogtepunt, een periode waarin juristen in hoog aanzien stonden en aldus de nodige invloed konden uitoefenen. Uit die tijd stamt ook het beeld van de klassieke wetgevingsjurist, de jurist die beschikt over uitgebreide kennis van het recht, maar die ook een betrekkelijk autonome en gezaghebbende positie inneemt. De auteur bespreekt in deze bijdrage of dit klassieke beeld tot voorbeeld kan strekken voor de huidige generatie wetgevingsjuristen. Hoewel de toen bestaande en huidige praktijk nauwelijks met elkaar vergelijkbaar zijn, valt er wel wat te zeggen over verschillen tussen de taakopvatting van wetgevingsjuristen toen en nu en of de taakopvatting van toen als voorbeeld kan dienen voor de wetgevingsjurist van nu. De auteur concludeert dat dat niet altijd het geval is.


Mr.dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Beheersen en bestrijden – het voorzorgsbeginsel en informatieplichten bij de onzekere risico’s van Q-koorts

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Q-koorts, aansprakelijkheid, voorzorgsbeginsel, milieuaansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer en Mr. N. (Nikky) van Triet
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de rol die het voorzorgsbeginsel speelt in de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over de aansprakelijkheid van de Staat vanwege de Q-koortsepidemie.


Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is legal counsel bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij.

Mr. N. (Nikky) van Triet
Mr. N. van Triet is advocaat bij Van der Feltz advocaten en promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het gebied van overheidsaansprakelijkheid bij informatieverstrekking.

    Cervicale dislocatie (= nek breken) van meeuwenjongen is geen methode voor het doden van dieren dat bij wettelijk voorschrift is aangewezen; bijgevolg is het gebruik van deze methode niet toegestaan. De ontheffing Ffw is ten onrechte verleend.

Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Artikel

Objectieve vergelijkbaarheid bij belastingvoordelen voor cultureel erfgoed: bouwt het Hof van Justitie luchtkastelen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden directe belastingen, vrij verkeer, objectieve vergelijkbaarheid, rechtvaardigingsgronden, cultureel erfgoed
Auteurs Mr. P.S. Phoa
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in deze twee prejudiciële verwijzingen was of belanghebbenden, eigenaren van respectievelijk een kasteel in België en een landgoed in het Verenigd Koninkrijk, gebruik konden maken van Nederlandse belastingvoordelen voor het behoud van nationaal cultureel en natuurlijk erfgoed. De Nederlandse belastingautoriteiten meenden van niet, waarna in beroep de vraag is of dit een beperking vormt van het vrij verkeer van X en Q (de vrijheid van vestiging, respectievelijk het vrije kapitaalverkeer). Het Hof van Justitie was van oordeel dat geen sprake was van een ongeoorloofde inbreuk op het vrij verkeer, aangezien de situaties van X en Q niet objectief vergelijkbaar zijn met die van een ingezetene die een monument dan wel een landgoed in Nederland bezit.
    HvJ 18 december 2014, zaak C-87/13, Staatssecretaris van Financiën/X, ECLI:EU:C:2014:2459 HvJ 18 december 2014, zaak C-133/13, Staatssecretaris van Economische Zaken en Staatssecretaris van Financiën/Q, ECLI:EU:C:2014:2460


Mr. P.S. Phoa
Mr. P.S. (Pauline) Phoa is promovenda Europees recht bij de Universiteit Utrecht. Met dank aan mw. mr. S.A. van Waert voor haar waardevolle commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

Reageren op problematisch wetenschappelijk gedrag voorbij de moralisering: een ander wetenschapsbeleid is mogelijk!

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Science studies, Scientific fraud, Science policy, Knowledge economy, Regulation of sciences
Auteurs Prof. dr. Serge Gutwirth en prof. dr. Jenneke Christiaens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the authors focus upon the measures taken as a reaction against scientific fraud against the background of the contemporary science policy that turns the practice of science into a knowledge economy. In the light of the availability but obvious underuse of reactive legal means, they question the recourse to proactive ethical control and regulation of the scientific activities. They contend that such science policy is not so much the expression of a reaction against exceptional cases of scientific fraud, than of an endeavour to discipline and control scientist to the constraints of the knowledge economy. For the authors, however, the latter is the problem to be solved: another science policy is needed.


Prof. dr. Serge Gutwirth
Prof. dr. S. (Serge) Gutwirth is als hoogleraar verbonden aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

prof. dr. Jenneke Christiaens
Prof. dr. J. (Jenneke) Christiaens is hoogleraar aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).
Artikel

Arrest Jetair: wanneer brengt een maatregel het resultaat van de richtlijn in gevaar?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden onthoudingsplicht, richtlijnen, rechtstreekse werking, overgangsregeling
Auteurs Mr. Sim Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Jetair van het Hof van Justitie wordt in deze bijdrage bestudeerd met het oog op de in het arrest Inter-Environnement Wallonie 1x HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476. ontwikkelde verplichting voor lidstaten om zich gedurende de omzettingstermijn van een richtlijn te onthouden van maatregelen die het door deze richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kunnen brengen. In de analyse van het arrest ga ik in op de relatie tussen de onthoudingsplicht en rechtstreekse werking en wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de onthoudingsplicht op welke momenten voor lidstaten bevat. Jetair laat vooral zien dat voor de beoordeling of een maatregel het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kan brengen voor sommige richtlijnbepalingen naar de richtlijndoelstellingen moet worden gekeken, terwijl dit voor andere richtlijnbepalingen niet het geval is.
    HvJ EU 13 maart 2014, zaak C-599/12, Jetair NV en BTW-eenheid BTWE Travel4you/FOD Financiën, ECLI:EU:C:2014:144.

Noten

  • 1 HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476.


Mr. Sim Haket
S.W. (Sim) Haket LLM is als docent Europees recht verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht
Artikel

Eerste hulp bij emancipatie: waarom we nudging nodig hebben

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2014
Trefwoorden paternalism, Foucault, emancipatory norms, interactive metal fatigue, nudging
Auteurs Dr. G. van Oenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the traditional liberal view of freedom as absence of paternalist state interference and the nonliberal Foucaultian analysis of modern governmentality as fully consisting of behavioural management cannot provide an adequate explanation or justification of the popularity of nudging. Alternatively, the theory of interactive metal fatigue shows why nudging is neither paternalist nor managerial; it is better understood as a much-needed and very contemporary way of assisting the modern individual who is no longer able to carry the full burden of his own emancipation. Nudging is thus found unobjectionable, and even beneficial, as long as it enables individuals to act in accordance with the emancipatory norms they themselves adhere to, but not always manage to act on, due to interactive metal fatigue.


Dr. G. van Oenen
Dr. Gijs van Oenen is als universitair hoofddocent sociale en politieke filosofie verbonden aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam; daarnaast is hij fellow van het Erasmus University College.
Artikel

Ex-antestudies op de kaart

Onderzoek naar beleidsvoornemens (2005-2011): aard, aantallen en wat ex-postevaluaties erover zeggen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2014
Trefwoorden ex-ante-evaluatie, beleidsvoorbereiding, metastudie, ex-postevaluatie, feedback-onderzoek
Auteurs Dr. C.M. Klein Haarhuis en Dr. M. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre is de toegenomen aandacht voor ex-ante-evaluatie, zowel in beleidskringen als in publicaties, terug te zien in de evaluatiepraktijk? Op basis van de uitkomsten van een recente door het WODC verrichte metastudie gaan we in deze bijdrage in op aard en omvang van 306 in de periode 2005-2011 voor de rijksoverheid verrichte ex-anteanalyses. Daarbij besteden we ook aandacht aan hun voorspellingskracht. We onderscheiden acht typen ex-anteanalyses. Combinaties van studietypen, kosten-batenanalyses en verkennende ( quickscan) studies komen het meest voor. Van de bestudeerde analyses was 15% gevolgd door een latere evaluatie (ex durante of ex post). Redenen waarom latere evaluaties ontbreken, zijn dat het ex ante onderzochte beleid inmiddels van de baan is, of nog in de ontwerpfase verkeert. In sommige gevallen was het waarschijnlijk nog te vroeg voor evaluatie. Lang niet alle latere evaluaties sluiten aan op het ex-anteonderzoek. Wanneer dat wel het geval is, worden voorspellingen soms wel, soms deels en soms niet bevestigd. Aan het belang van zowel ex-ante- als ex-postonderzoek doen deze observaties niet af; bevindingen uit ex-postevaluaties over wat in het verleden of elders gewerkt heeft, zijn een onmisbare bron van kennis voor toekomstig ex-anteonderzoek en daarmee voor beleid en wetgeving.


Dr. C.M. Klein Haarhuis
Dr. C.M. Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. M. Smit
Dr. M. Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De provinciale Verordening ruimte als instrument voor verduurzaming van de veehouderij

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden provinciale Verordening ruimte, veehouderij, milieunormen, duurzaamheid
Auteurs Mr. P.B. Bokelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    De schaalvergroting en intensivering in de veehouderij hebben met name in de concentratiegebieden geleid tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. In deze bijdrage wordt aan de hand van de jurisprudentie bezien op welke wijze deze verslechtering door middel van de Verordening ruimte kan worden tegengegaan. Vervolgens wordt aan de hand van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant kritisch bezien of het mogelijk is dit verslechterde woon- en leefklimaat te verbeteren en tegelijkertijd de verduurzaming van de veehouderij te bevorderen. Geconcludeerd wordt dat door middel van de algemene regels van de provinciale Verordening ruimte de vestiging en uitbreiding van veehouderijen in aangewezen gebieden kunnen worden beperkt of verboden, zelfs als daarmee wordt afgeweken van een reconstructieplan of wanneer reeds maatregelen zijn getroffen op grond van de regelgeving ter bestrijding van dierziekten. Uit de wetsgeschiedenis valt op te maken dat in de Verordening ruimte ook milieunormen kunnen worden opgenomen, tenzij daardoor strijd ontstaat met andere wetgeving. Daarmee zou de Verordening ruimte in beginsel de mogelijkheid bieden om het woon- en leefklimaat te verbeteren en tevens de duurzaamheid van de veehouderij te bevorderen. Echter, de wijze waarop de milieunormen in de Verordening ruimte 2014 van Noord-Brabant zijn vormgegeven, lijkt – vooral met betrekking tot de normen voor geur en fijn stof – juridisch kwetsbaar. De toekomst zal daarom moeten uitwijzen of de provinciale Verordening ruimte ook een bruikbaar instrument is voor de verduurzaming van de veehouderij.


Mr. P.B. Bokelaar
Mr. P.B. (Peter) Bokelaar is senior (juridisch) beleidsmedewerker bij de directie Duurzaamheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Toont 1 - 20 van 85 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.