Zoekresultaat: 299 artikelen

x
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2019

Ongezond gedrag: de rol van het recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden tabak, voedsel, alcohol, preventie, gezondheidsbescherming
Auteurs Mr. G. Kooijman
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de 51e jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht in het teken van ongezond gedrag en de rol van het recht, met daarin, na het huishoudelijke gedeelte, de presentatie en de verdediging van de drie preadviesdelen en een voordracht over overheidsbemoeienis en het sturen op gezond gedrag.


Mr. G. Kooijman
Mr. G. Kooijman is advocaat gespecialiseerd in de gezondheidszorg bij Nysingh advocaten & notarissen te Zwolle en Utrecht.
Artikel

Access_open Just culture en herstelrecht in de afwikkeling van medische schade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden herstelrecht, restorative justice, just culture, medische aansprakelijkheid, schade
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht wat er vanuit een ‘herstelgericht’ perspectief te zeggen is over de afwikkeling van medische schade. Biedt restorative just culture aanknopingspunten voor een afwikkeling van medische schade die beter aansluit bij de behoeften van betrokkenen?


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN.

    The author discusses the recent ECJ judgments in the cases Egenberger and IR on religious discrimination.


Andrzej Marian Świątkowski
Andrzej Marian Świątkowski, is a Jean Monet Professor of European Labour Law and Social Security, Jesuit University Ignatianum, Krakow, Poland and a member of the EELC Academic Board.
Artikel

Access_open Control of Relative Market Power in Competition Law

An Instrument to Implement the Unfair Trading Practices Directive?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Jochen Glöckner
SamenvattingAuteursinformatie

    On April 2019 the Directive on Unfair Trading Practices in business-to-business relationships in the agricultural and food supply chain has entered into force. In particular the remedies that the Member States are supposed to offer seem to be designed after the blueprint of competition law enforcement, and the practices deemed “unfair” in this Directive are closely related to abusive practices under Article 102 TFEU. While such practices are typically based on an economic dependence, no dominant position as required by Article 102 TFEU will be found. So, the question is whether an expansion of the scope of control of unilateral conduct under competition law might be the way to implement the Directive.
    Germany has a long-standing tradition with respect to the expansion of the scope of control of abusive conduct to undertakings with less than a dominant position. Following a brief introduction that outlines the contents of the Directive (I.) this contribution is going to give a picture of the provisions on control of so-called “relative market power”, i.e. a position of independence not versus all competitors and the opposite market side as defined by the ECJ, but only in the relation to individual trading partners under German competition law (II.), and finish with an outline of the structural problems that might stand in the way of implementing the new rules with a simple application or amendment of the competition law provisions on relative market power (III.)


Jochen Glöckner
Prof. Dr. iur., J. Glöckner LL.M. (USA), Chair for German and European Private and Economic Law, Universität Konstanz; Judge at the Higher Regional Court Karlsruhe.
Artikel

Eerder verbindend dan visionair

Een analyse van de overwegingen van burgemeesters bij het gebruiken van de handhavende bevoegdheden uit de Wet Damocles

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden home closure, Mayors, political leadership, leadership style, the Netherlands
Auteurs Ineke Bastiaans en Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Several authors fear that the expansion of Dutch mayors’ executive powers in the field of safety and security will harm their position as non-partisan and consensus-oriented leaders. Empirical research into how mayors use their powers, however, is still rare. From a leadership perspective, the current article analyzes how mayors in the region of South East Brabant in Netherlands use their administrative power to close homes involved in drug-related crime. Drawing on Fischer’s framework of discursive practices, we analyze mayors’ considerations in terms of the argumentation they provide for closing homes. Our analysis, which draws on interviews and document analysis, covers 27 cases from the police region of South-East Brabant and includes 120 considerations. Our findings indicate that mayors vindicate home closures mostly through policy-derived technical and situational argumentations. Vindications that aspire a particular societal effect, such as the reduction of criminal activity, or ideological motivations are rarer, which is indicative of a non-decisive leadership style. In addition, mayors mostly respect the local closure policies. As such, they show very little decisive and individualistic leadership. And, to the extent that they deviate from agreed-upon regional policies, their motivation is to be able to take into account unique local circumstances. In the use of their administrative powers mayors, thus, show mostly situational and adaptive leadership, which, rather than as visionaries, positions them as caretakers. The leadership style of Dutch mayor in the use of this administrative power is, thus, much more in accordance with their traditional bridging-and-bonding leadership style than some authors suspect. Some of the limitations of our study are that we have analyzed closure decisions from one region only and that real-life decisions are susceptible to contextual influences. At the same time, our study provides a rare insight into real-world mayoral leadership in the Netherlands in the field of safety and security.


Ineke Bastiaans
Ineke Bastiaans is onderzoeker en adviseur bij Necker van Naem.

Niels Karsten
Niels Karsten is Universitair Docent aan Tilburg University.
Artikel

Access_open B Corp in het Nederlandse vennootschapsrecht anno 2019 nog een storm in een glas water

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden beneficial corporation, maatschappelijk verantwoord ondernemen, corporate social responsibility, social entrepreneurship, corporate governance, B Corp
Auteurs Mr. R.L. Pouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    De komst van Beneficial Corporations, of kortweg B Corps, naar Nederland roept vragen op. Wat is een B Corp? Hoe kun je een B Corp worden en blijven? En wat zijn de gevolgen van een certificering als B Corp in het Nederlandse vennootschapsrecht? Deze bijdrage beschrijft de B Corps en de kaders waarbinnen zij opereren.


Mr. R.L. Pouwer
Mr. R.L. Pouwer werkt als Corporate Governance Analyst bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

A Look Back at Courage and a Look Forward to the Future of Non-Contractual Liability of Individuals for Breaches of EU Law

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden non-contractual liability, compensation, direct horizontal effect, effectiveness, effective judicial protection
Auteurs F. Bassi LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Courage ruling establishes that private parties are liable to compensate other private parties for the harm caused by a breach of Art. 101(1) TFEU. This article discusses whether a breach by private parties of other provisions of the TFEU with ‘direct horizontal effect’ also gives rise to non-contractual liability and what are the conditions for such liability to arise.


F. Bassi LL.M.
F. Bassi LL.M. is a PhD Candidate at Radboud University Nijmegen and at KU Leuven.

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Access_open Islamitische scholen dragen bij aan integratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden islamitische scholen, Integratie, bijzonder onderwijs, Schoolidentiteit
Auteurs Dr. Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the common expectations, Islamic primary schools can contribute to the integration of Muslims in the Dutch society. This article is a reflection of Dr Beemsterboer’s doctoral research and asks what this conclusion can say about other religion based primary schools.


Dr. Marietje Beemsterboer
Dr. M.M. Beemsterboer promoveerde in 2018 op het proefschrift Islamitische basisscholen in Nederland. Ze werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is verbonden aan het Centre for the Study of Islam and Society van de Universiteit Leiden (LUCIS). m.m.beemsterboer@gmail.com

    On 8 November 2018 the Italian Constitutional Court prohibited the reform of the protection against unfair dismissal introduced by the so-called Jobs Act (Legislative Decree no. 23 of 4 March 2015), insofar as it imposed a requirement on the judge to quantify the compensation due for unfair dismissal based on an employee’s seniority only. According to the Court, such a requirement violated not just internal constitutional norms, but also Article 24 of the (Revised) European Social Charter of 1996. This contribution focuses particularly on the EU law questions deriving from such an important judgment.


Andrea Pilati
Andrea Pilati is an Associate Professor of Labour Law at the University of Verona, Italy.
Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju
Artikel

De psychische gezondheid van gedetineerden in België en Nederland: een systematisch overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden prison, mental disorders, distress, substance use, suicide
Auteurs Drs. Louis Favril en Dr. Anja Dirkzwager
SamenvattingAuteursinformatie

    A well-established body of epidemiological research suggests that the prevalence of mental health problems (mental disorders, psychological distress, and substance use) in prisoner populations far exceeds that of non-incarcerated people in the surrounding community. Poor mental health in prisoners is associated with multiple adverse outcomes, including suicidal behaviour. In the past decade, novel data in Belgium and the Netherlands have been published on this topic, which have not been synthesized to date. The aim of the current systematic literature review was to provide an up-to-date overview of the mental health of prisoners in Belgium and the Netherlands. Based on 24 empirical studies conducted in 1997-2018, the authors conclude that people with mental health problems are overrepresented in Belgian and Dutch prisons, providing both a challenge and a public health opportunity to address the mental health care needs of a vulnerable and hard-to-engage population. Investing in the prevention and treatment of mental health problems not only benefits the prisoners concerned, but equally, society at large.


Drs. Louis Favril
Drs. L. Favril is doctoraatsonderzoeker bij de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Anna Gerbrandy
Prof. dr. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

    This article examines the hearing of children in Belgian and Dutch courts in return proceedings following an international child abduction. The analysis is based on the experience, insights and needs of both children who have experienced an abduction by one of their parents, and family judges. In this sensitive and often highly conflicted family context, hearing children in court is not self-evident. Challenges of both a judicial-institutional and communicative-relational nature can hinder the effective implementation of children’s right to be heard. This contribution seeks to answer the question of how to better support judges and children in addressing these challenges, with the aim of enabling children to fully and effectively participate in return procedures. Building on the interviews with children and judges, supplemented with findings from Belgian and Dutch case law and international literature, three key recommendations are formulated: 1) explore and evaluate opportunities for judges and children to experience support during the return procedure, for example via the figure of the guardian ad litem; 2) invest in training and opportunities for specialisation of judges with a view to strengthen their expertise in taking the best interests of the child into account; and 3) systematically pay attention to feedback to the children involved on how the final decision about their return is made – and this before, during and after the procedure.
    ---
    Dit artikel bestudeert het horen van kinderen in Belgische en Nederlandse rechtbanken in terugkeerprocedures volgend op een internationale kinderontvoering. De analyse vertrekt vanuit de beleving, ervaring, inzichten, noden en behoeften van zowel kinderen als van bevoegde familierechters. In deze gevoelige en vaak uiterst conflictueuze gezinscontext is het horen van kinderen door de rechter geen evidentie. Uitdagingen van zowel juridisch-institutionele als communicatieve-relationele aard kunnen een effectieve implementatie van het recht van kinderen om gehoord te worden in de weg staan. Dit artikel zoekt een antwoord op de vraag hoe rechters en kinderen beter kunnen worden ondersteund om deze uitdagingen aan te pakken, met als doel dat kinderen volwaardig kunnen participeren in de terugkeerprocedure. Voortbouwend op de interviews met kinderen en rechters, aangevuld met bevindingen uit Belgische en Nederlandse rechtspraak en internationale literatuur, worden drie sleutelaanbevelingen geformuleerd: 1) voorzie mogelijkheden voor rechters en kinderen om spanningsvelden weg te werken tijdens de terugkeerprocedure, bijvoorbeeld via de ondersteunende figuur van de bijzonder curator; 2) investeer in opleiding en groeiende specialisatiemogelijkheden bij rechters en 3) heb aandacht voor feedback en terugkoppeling naar de betrokken kinderen over hoe de eindbeslissing over hun terugkeer tot stand komt, en dit zowel voor, tijdens als na de procedure.


Sara Lembrechts LLM
Sara Lembrechts is researcher at University of Antwerp (Law and Development Research Group) and policy advisor at Children’s Rights Knowledge Centre (KeKi).

Marieke Putters LLM
Marieke Putters is researcher at the International Child Abduction Center (Centrum IKO).

Kim Van Hoorde
Kim Van Hoorde is Project & Prevention Manager at Child Focus.

dr. Thalia Kruger
Thalia Kruger, PhD, is Associate Professor at the University of Antwerp (Personal Rights and Property Rights Research Group) and Honorary Research Associate, University of Cape Town.

dr. Koen Ponnet
Koen Ponnet, PhD, is Professor at Imec-Mict-Ghent University (Faculty of Social Sciences).

dr. Wouter Vandenhole
Wouter Vandenhole, PhD, is Professor at the University of Antwerp (Law and Development Research Group).
Artikel

Geregisseerd gebruik: praktische handvatten voor gecontroleerd gebruik bij verslaafden bij wie (duurzame) abstinentie geen reëel doel meer is

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Verslaving, Gecontroleerd middelengebruik, Forensische verslavingszorg, Praktische handvatten
Auteurs Dr. Ron van Outsem
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, a substance use management program is presented that is applicable to clients who lack any realistic prognosis of reaching any form of sustainable abstinence. The aim of this program is to optimize the client’s quality of life and safety, and to reduce the risk of criminal behavior. The concept of directed substance use is introduced and explained. Practical guidelines as to how directed substance use should be practiced are provided.


Dr. Ron van Outsem
Dr. R.E. van Outsem is klinisch psycholoog bij Inforsa-Arkin, Amsterdam.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Artikel

Een held valt niet – morele dilemma’s als een gevierde insider in de fout gaat

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hero, moral entrepreneur, Bill Cosby, Jimmy Savile, Gerrit Achterberg
Auteurs Dr. Frank van Gemert en Danaé Stad MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Bill Cosby, Jimmy Savile and Gerrit Achterberg lived in different periods, in the US, UK, and the Netherlands. They were heroes because of what they accomplished during their professional careers but all three turned out to have committed serious crimes. Disclosure is painful, not only for the hero who comes to fall but also for the community that finds itself redefining moral standards when losing a celebrated insider. For this reason, the crimes of these three men have been concealed and kept secret for years. In comparing the three cases, this article tries to find out who decides on keeping the hero on his feet, how this is done, and if this changes over time.


Dr. Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is universitair docent bij de sectie strafrecht en criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Danaé Stad MSc
Danaé Stad MSc studeerde criminologie aan de VU en is werkzaam bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (RIEC-AA).
Artikel

Vergeving en heel worden na afloop van zware geweldsdelicten

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vergeving, trauma, dialoog, verontschuldiging, vergelding
Auteurs David L. Gustafson
SamenvattingAuteursinformatie

    In a recent research study entitled Encountering ‘The Other’: Victim Offender Dialogue in Serious Crime the impact and outcomes for victims/survivors of meeting with the prisoner participants who had caused them harm were examined. In the vast majority of those cases, organised within the context of the Victim Offender Mediation Program (VOMP), forgiveness was offered by victims and received by offenders. This research, utilizing a qualitative multiple case study method, examined twenty-five randomly selected cases referred for victim/offender mediation over a 10-year period, in which victims/survivors, following a period of preparation, had participated in at least one day-long dialogue with their offenders facilitated by trained personnel. This article addresses only one of the research questions posited in this study, namely, the ways in which apology and forgiveness played a part in those dialogues and in the experience of the participants following their mutual encounters. It is argued that granting forgiveness can have great power in its effects when experienced by the participants.


David L. Gustafson
David L. Gustafson is directeur van de Fraser Region Community Justice Initiatives Association. Hij is tevens adjunct professor aan de School of Criminology van de Simon Fraser University, therapeut en klinisch counsellor. Hij ontwikkelde en gaf leiding aan het Victim Offender Reconciliation Program (VORP) in Langley. Onlangs rondde hij een proefschrift af aan de Universiteit van Leuven.
Toont 1 - 20 van 299 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.