Zoekresultaat: 170 artikelen

x
Annotatie

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wbfo, Vertrekvergoeding, ambtshalve toepassing, openbare orde
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:818) heeft de Hoge Raad zich voor het eerst uitgelaten over de procesrechtelijke status van het wettelijk maximum voor de vertrekvergoeding van bestuurders ex artikel 1:125 lid 2 Wft. Volgens de Hoge Raad is deze bepaling geen regel van openbare orde die ex artikel 25 Rv ambtshalve door de rechter zou moeten worden toegepast. In deze annotatie worden de relevante gezichtspunten voor de verplichting tot ambtshalve toepassing ex artikel 25 Rv geanalyseerd. Tevens wordt stilgestaan bij de oorsprong en de doelstellingen van de beloningsnormen van de Wft en de Europese regels. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de bredere gedachtevorming over de duiding van wettelijke beloningsnormen als onderdeel van publiekrechtelijke regulering in het civiel procesrecht en de hiervoor geldende rechterlijke toetsing.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam. Zij behaalde naast haar doctoraal Nederlands recht ook een doctoraal Franse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Thans is zij gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Een bijzonder specialisme binnen haar praktijk richt zich op beloningsgerelateerde onderwerpen op het snijvlak van het arbeidsrecht, de Wft en de WNT. Hierover schrijft en publiceert zij regelmatig.
Artikel

Access_open De immuniteit van de feitelijk leidinggever na NJ 2018/134 (Stichtse Vecht)

Een analyse in het licht van de uit artikel 2 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Feitelijk leidinggeven, Exclusieve bestuurstaak, Stichtse Vecht, Pikmeer, Immuniteit
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van de Pikmeerjurisprudentie deelt de feitelijk leidinggever in de immuniteit van het openbare lichaam waaraan deze is verbonden. In de literatuur wordt ten onrechte aangenomen dat die immuniteit onverenigbaar is met de Straatsburgse positieve verplichtingen-rechtspraak. Deze rechtspraak verplicht enkel tot vervolging indien de betrokken overheidsfunctionaris een wezenlijk persoonlijk verwijt wegens dood door schuld kan worden gemaakt. In alle gevallen waarin deze aansprakelijkheidsdrempel is gehaald, kan de immuniteit eenvoudig worden omzeild door de betrokkene uit hoofde van ‘eigen daderschap’ te vervolgen. Alleen voor minder ernstige gevallen blijft de immuniteit overeind, maar in die situaties bestaat geen verplichting tot vervolging.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is werkzaam bij de afdeling Juridische Zaken van de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Access_open Martha Nussbaums Anger and Forgiveness

Over vergelding en vergeving en over woede en liefde

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Vergeving, liefde, woede, vergelding, strafrecht
Auteurs Jacques Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author discusses the book Anger and Forgiveness written by the well-known and influential American philosopher Martha Nussbaum. In the opinion of the author Anger and Forgiveness is a provocative and challenging book. In the book, Nussbaum makes a distinction between conditional and unconditional forgiveness, she relates conditional forgiveness to the logic of retribution and she disapproves retribution and, by extension, conditional forgiveness on moral grounds. Her disapproval of retribution and conditional forgiveness is related to her disapproval of (vindictive) anger, which in her opinion is intrinsic part of retribution and conditional forgiveness. According to Nussbaum, anger – transitional anger excluded – has to be replaced by unconditional love; only conduct that stems from unconditional love can be qualified as moral. Sometimes unconditional forgiveness can be seen as a form of unconditional love. Subsequently, Nussbaum applies her ideas on anger, retribution, forgiveness and love to the political domain, to which also criminal law belongs. Nussbaum pleads for a criminal law system empty of anger and retribution; in Nussbaum’s criminal law system there is only room for prevention, grace and human welfare – all stemming of unconditional love. Nussbaum’s Anger and Forgiveness offers an alternative view on concepts such as anger, retribution, forgiveness and love, concepts which are important within the context of criminal law and restorative justice. The author argues that, although the reader can certainly learn from Nussbaum’s ideas as explained in Anger and Forgiveness, the radicality of her ideas inevitably causes criticism; Nussbaum holds a very idealistic perspective that neglects the human condition. Instead of ruling out anger and retribution, the author advocates a criminal law system that is capable of canalizing anger and transforming vindictive anger into transitional anger. Furthermore, he pleads for a criminal law system that makes forgiveness possible without forcing victims to forgive. For that reason restorative justice practices need to be incorporated into the criminal law system. In sum, to a certain extent Nussbaum and Claessen share the same moral ideals, but they disagree on the path leading tot those ideals. Where Nussbaum opts for a top-down approach, Claessen opts for a bottom-up approach which respects the human condition.


Jacques Claessen
Jacques Claessen (Maastricht, 1980) is als universitair hoofddocent straf(proces)recht verbonden aan de Capaciteitsgroep Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. In 2012 ontving hij voor zijn proefschrift de eerste Bianchi Herstelrecht Prijs.
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2018
Auteurs Jan Coen Binnerts, Marieke Dankbaar en Rachel Hoeneveld

Jan Coen Binnerts

Marieke Dankbaar

Rachel Hoeneveld
Kroniek

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2016-2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden patiëntenrechten, derdenbelangen, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken en mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek wetgeving gezondheidsrecht geeft de lezer een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse wetgeving in het gezondheidsrecht. De selectie van wetgeving is gemaakt met behulp van de zoekmachine op de website van de Eerste Kamer, en behelst aanhangige en aangenomen wetsvoorstellen van 1 januari 2016 t/m 1 juni 2018 van de ministeries van VWS en VenJ, en consultaties van beide ministeries.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD en redacteur van dit tijdschrift.

mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is advocaat bij AKD.
Artikel

De afdoening van ernstige strafbare feiten waar dementerende justitiabelen bij betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dementie, ernstige strafbare feiten, Afdoening, gedwongen zorg
Auteurs Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Persons who suffer from dementia could potentially commit serious crimes. By studying 22 casus of settlements in cases of serious crimes allegedly committed by a demented person, published on ‘rechtspraak.nl’, the mode of settlement in these cases was established and problems in that field were identified. The group of dementia sufferers proved to be heterogeneous which resulted in a great variety of settlements within the criminal proceedings. However, problems do occur and certain aspects of these problems are not resolvable within the current Dutch penal systems. Reflection on this issue is desirable, as the number of people who suffer from dementia will increase considerably in the near future.


Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB studeert rechtswetenschappen aan de Open Universiteit Nederland. Dit artikel is gebaseerd op haar bachelorscriptie.
Artikel

De inrichtingsvrijheid als uitzondering?

Naschrift

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden inrichtingsvrijheid, partijautonomie, rechtspersoon-commissaris, niet-uitvoerende bestuurder, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Auteurs Mr. K.H.M. de Roo
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een naschrift bij de reactie van Lennarts op het pleidooi van de auteur voor de benoembaarheid van rechtspersonen als niet-uitvoerende bestuurder en als commissaris. De auteur bespreekt hoe Lennarts de rechtspersonenrechtelijke inrichtingsvrijheid miskent en hoe de door haar voorgestane inbreuk op de partijautonomie een sluitende rechtvaardiging mist.


Mr. K.H.M. de Roo
Mr. K.H.M. de Roo is als promovendus verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Mijn excuses! – Wat jongeren kunnen leren van het excuusgesprek in de Halt-afdoening

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Young offenders, Halt, extra-judicial intervention, efficacy of offering an apology, moral norms
Auteurs Wendy Buysse en Manja Abraham
SamenvattingAuteursinformatie

    The Halt-intervention is an extra-judicial intervention for young people who have committed a minor offense. This article zooms in on the results of a literature review concerning the efficacy of offering an apology, one of the core elements of the Halt-intervention. Offering an apology leads to more insight into the consequences of their behavior and it increases the sense of moral norms. Shame and guilt play a crucial role in this process. The effect of the excuse can be increased by good mediation between perpetrator and victim, good preparation of the conversation, and the drafting of a contract. These instructions can also be applied when offering an apology in other interventions.


Wendy Buysse
Wendy Buysse is senior-onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep in Amsterdam.

Manja Abraham
Manja Abraham is senior-onderzoeker bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep in Amsterdam.
Artikel

Wet versterking positie curator: is de positie van de curator daadwerkelijk versterkt?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden inlichtingenplicht, medewerkingsplicht, Wet versterking positie curator, curator
Auteurs Mr. H.J. de Kloe en Mr. F. Ortiz Aldana
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden. In deze bijdrage wordt onderzocht of de curator er met deze wet rechten en instrumenten bijgekregen heeft en of zijn positie daadwerkelijk is versterkt. De inlichtingen- en medewerkingsplicht in de Faillissementswet wordt geanalyseerd en vergeleken met de situatie vóór de wetswijziging.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. F. Ortiz Aldana
Mr. F. Ortiz Aldana is advocaat en curator bij Dekker en Smits advocaten in Rosmalen.
Jurisprudentie

Over de voorlegplicht en de cautie

Noot bij CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Voorlegplicht, Handhaving, Cautie, Toezichthouder, Financieel toezicht
Auteurs Mr. C. de Rond en Mr. M. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft met deze (tussen)uitspraak een beroep van appellant op schending van de toepassing van de ‘voorlegplicht’ zoals neergelegd in artikel 5:44, tweede en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgedaan op het relativiteitsbeginsel. De annotatoren gaan in op de betekenis van de voorlegplicht en meer in het bijzonder de wijze waarop financieel toezichthouders in de praktijk toepassing geven aan de voorlegplicht. Daarnaast heeft het CBb overwegingen gewijd aan de cautie en de toepassing van de cautie, zoals neergelegd in artikel 5:10a Awb.
    Daarnaast menen de annotatoren dat het CBb geen nieuwe lijn hanteert inzake het geven van de cautie.


Mr. C. de Rond
Mr. C. de Rond is advocaat te Den Haag.

Mr. M. Altena
Mr. M. Altena is werkzaam als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank.
Artikel

Het decryptiebevel aan de verdachte in het economisch strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden decryptiebevel, Economisch strafrecht, WED, Bevel tot uitlevering, verdachte
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden die de WED biedt om onder dwang een decryptiebevel aan de verdachte te richten. Na onderzoek van de wettelijke grondslag wordt ingegaan op de grenzen die het nemo tenetur-beginsel stelt aan het kunnen effectueren van dit bevel.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Digitale seksuele delicten in het straf- en strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Seksuele delicten, Internet, Strafbaarstelling, Opsporing
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for Security and Justice recently announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. Part of this revision could be the introduction of several sexual offences that are committed on the internet. The Minister mentioned sexchatting, sextortion and revenge porn. This article describes the present-day possibilities the Penal Code offers in tackling these crimes, and gives insight in the bottlenecks in current penal law. This article also provides a description of several relevant criminal investigative powers in existing and future Dutch procedural law.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie; vrijheid gewaarborgd?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden artikel 11 Gw, rechtsbeginselen, Wet zorg en dwang, Wet Bopz, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over gedwongen zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening. De aanleiding hiervoor is de toekomstige Wet zorg en dwang, die de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) moet vervangen. Het beoogde doel van de nieuwe wet is het realiseren van een uniforme regeling voor het verlenen van zorg aan alle mensen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking, ook als zij niet instemmen met de zorgverlening en ongeacht de plaats waar zij verblijven. De vraag die in deze bijdrage centraal staat is of de wetgever haar grondwettelijke taak serieus neemt als het gaat om rechtsbescherming van cliënten met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening als zij te maken krijgen met gedwongen De Wet zorg en dwang is een wet met een zeer brede reikwijdte, waardoor inbreuken op artikel 11 Grondwet in veel meer situaties en ook bij vrijwillig opgenomen zorg cliënten mogelijk zijn dan onder het regime van de Wet bopz het geval was. Daar staat tegenover dat deze toepassingen wettelijk beschermd worden (stappenplan). Tegelijkertijd is volgens de auteur de rechtsbescherming daarmee erg dun. Bovendien zijn de verschillen met de toepassing van gedwongen zorg in andere sectoren groot. In het licht van artikel 11 Grondwet zijn deze verschillen volgens de auteur zelfs te groot.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. (Brenda) Frederiks is werkzaam bij het VUmc als universitair docent en onderzoeker, hoofdredacteur van Journaal GGZ en recht en vervult meerdere functies binnen de zorg. Zo is zij lid respectievelijk voorzitter in klachtencommissies voor cliënten in de langdurige zorg en lid van het Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg.

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. (Rien) den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en tot voor kort redacteur van RegelMaat.
Artikel

Realisering van het recht op onaantastbaarheid van het lichaam door middel van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Onaantastbaarheid van het menselijk lichaam, Recht op lichamelijke integriteit, Artikel 11 Grondwet
Auteurs Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het nut en de meerwaarde van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam onderzocht, alsmede de grondrechtelijke randvoorwaarden die van belang zijn bij de realisering van het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam. Dit wordt onder meer in het licht geplaatst van de rechtspraktijk en huidige en toekomstige dilemma’s en technologische ontwikkelingen. De meerwaarde van artikel 11 Grondwet wordt, met name ten opzichte van artikel 10 Grondwet (bescherming persoonlijke levenssfeer), wel als beperkt ingeschat omdat beide bepalingen ten aanzien van de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam juridisch dezelfde bescherming bieden. De vraag is echter of dat terecht is, nu artikel 11 Grondwet het menselijk lichaam expliciet als rechtsobject beschermt. Technologische ontwikkelingen, waarbij enerzijds het menselijk lichaam steeds meer maakbaar wordt en aan veranderingen kan worden onderworpen. Juist in die context heeft het recht op onaantastbaarheid van het menselijk lichaam betekenis en urgentie. Anderzijds roepen ook de steeds grotere medische mogelijkheden en de hoge kosten waarmee dat gepaard gaat vragen op. Het belang van de bescherming die artikel 11 Grondwet biedt, is daarmee juist in het huidige tijdsgewricht van belang.


Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is waarnemend hoofd van de afdeling Constitutionele Zaken bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht van de VU Amsterdam.
Artikel

Access_open Over verplichte excuses en spreekrecht

Wat is er mis met empirisch-juridisch onderzoek naar slachtoffers?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden empirical legal studies, apologies, procedural justice, humiliation, victim rights
Auteurs Vincent Geeraets en Wouter Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    The central question in this article is whether an empirical-legal approach of victimhood and victim rights could offer a sufficient basis for proposals of legal reform of the legal system. In this article, we choose a normative-critical approach and raise some objections to the way in which part of such research is currently taking place in the Netherlands, on the basis of two examples of research in this field, one dealing with compelled apologies as a possible remedy within civil procedural law and the other with the victim’s right to be heard within the criminal legal procedure. In both cases, we argue, the strong focus on the measurable needs of victims can lead to a relatively instrumental view of the legal system. The legal system must then increasingly be tailored to the wishes and needs of victims. Within this legal-empirical, victim-oriented approach, there is little regard for the general normative principles of our present legal system, in which an equal and respectful treatment of each human being as a free and responsible legal subject is a central value. We argue that results of empirical-legal research should not too easily or too quickly be translated into proposals for legal reform, but first become part of a hermeneutical discussion about norms and legal principles, specific to the normative quality of legal science itself.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is universitair docent aan de afdeling Rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een regierecht voor de burger in het sociale domein?

Het recht op een familiegroepsplan als legal transplant

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Family group conference, Legal transplant, Care professionals, Family life, Big Society
Auteurs Dr. Annie de Roo en Dr. Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of family group conferences (FGCs) originated in New Zealand in 1989 as a tool and statutory right for extended family networks to arrange for the welfare and safety of a child that is neglected or abused by his/her own parents. Through successful FGCs, state intervention can be avoided while the resourcefulness of the larger community is mobilized. The concept has proliferated to many countries and therefore lends itself for analysis as a ‘legal transplant’. This contribution investigates the FGC as a transplant, focussing on how the concept has been adapted and incorporated in the legal systems of England and the Netherlands. In these two countries the ‘Big Society’ and austerity measures in the social domain are high on the policy agenda. How are such policy priorities blended – if at all – with the emancipatory ideal of granting family networks autonomy next to, or even over, publicly funded professionals? It appears that the FGC concept has been compromised in both England and the Netherlands, but in different ways.


Dr. Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor aan de Erasmus Law School te Rotterdam.

Dr. Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is senior fellow aan de Erasmus Law School te Rotterdam.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Robert Hendrikse, Leonie Rammeloo, Marianne Valk e.a.

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo

Marianne Valk

Hans Vestjens
Jurisprudentie

Notenkraker bij Rb. Rotterdam 1 juni 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:4116) (territorialiteitsbeginsel in het toezicht)

Rb. Rotterdam: AFM mag inlichtingen vorderen van en een last onder dwangsom opleggen aan (rechts)personen die zich buiten Nederlands grondgebied bevinden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden territorialiteitsbeginsel, Autoriteit Financiële Markten, grensoverschrijdende inlichtingenvordering, extraterritoriale werking bevoegdheid, last onder dwangsom
Auteurs Saskia Nuijten
Auteursinformatie

Saskia Nuijten
Mr. S.M.C. Nuijten is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

    De studie beoogt aan de hand van 87 dossiers van gezag- en omgangsonderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) meer inzicht te krijgen in situaties waarin de ene ouder de andere ouder in het kader van een (echt)scheiding beschuldigt van seksueel misbruik van kinderen. De dossiers zijn gekoppeld aan bijbehorende civielrechtelijke beschikkingen en het Justitiële Documentatiesysteem. Hierdoor is de problematiek van verschillende kanten belicht. Uit het onderzoek blijkt dat het over het algemeen complexe zaken zijn, waarin naast de BSKM nog meer problemen zijn binnen de gezinnen. De aard van het vermeende seksueel misbruik is ernstig, en de kinderen gemiddeld jong. Regelmatig is de beschuldiging geuit bij politie en hulpverlening vóór de rechtszaak en het raadsonderzoek. De rechtszaken betreffen over het algemeen procedures omtrent gezag, verdeling van zorg- en opvoedingstaken en omgang. Vrijwel nooit is vast te stellen of het seksueel kindermisbruik heeft plaatsgevonden. Slechts drie ouders zijn veroordeeld voor het misbruik. Eén vader is vrijgesproken, twee vaders zijn niet nader vervolgd omdat zij ten onrechte als verdachte waren aangemerkt. Civiele rechters die beslissingen moeten nemen over de kinderen staan voor een dubbel dilemma: het al dan niet serieus nemen van de beschuldiging kan schadelijke gevolgen hebben voor kinderen, en daarnaast kan, vanwege de onzekerheid over de gegrondheid, een beslissing tot nader onderzoek ook schadelijk zijn omdat dit het proces verlengt. De RvdK adviseert de rechtbank regelmatig om definitieve beslissingen omtrent de kinderen aan te houden, in afwachting van bijvoorbeeld hulpverlening of een ondertoezichtstelling. Het is echter doorgaans niet de waarschijnlijkheid van het SKM, maar de gevolgen van de beschuldiging zelf waar de RvdK zijn zorgen regelmatig over uit. Hierdoor lijkt het dat de beschuldiging, en niet het potentiële misbruik, een katalysator is voor onwenselijke gevolgen voor de kinderen.
    ---
    This study aims to provide insight into allegations of child sexual abuse in the context of divorce and related proceedings by reviewing 87 files concerning investigations by the Dutch child protective service (CPS). These files are linked to the court rulings about the families in question, as well as the criminal record database. This makes it possible to look at this problem from various angles. The study shows that the cases are generally complex, in which aside from the allegations of sexual abuse, other issues existed within the families. The nature of the alleged abuses were serious, and the children were relatively young. Often an allegation was made to the police and social work organizations before the civil proceeding and investigation by the CPS. The proceedings generally concerned matters relating to the custody of and access to the children. It was very rarely possible to determine whether the child sexual abuse had actually taken place. Only three fathers were convicted of the abuses concerned. One father was acquitted and two fathers were wrongfully identified as suspects. Civil judges who have to make decisions about the children are faced with a double dilemma: firstly, the decision of whether or not to take the allegation seriously can have damaging consequences for the children involved. Secondly, the choice to proceed with further investigation and aid within the family, due to uncertainty as to the veracity of the allegation(s) in question, can lead to a prolonged process that damages the child. The study shows that the CPS often advises the court to postpone definitive decisions about the children so that social work organizations can provide more information on the matter at hand. However, the study also shows that it is generally not the potential abuse, but the allegation itself that the CPS expresses concern about.


Anne Smit MSc.
Anne Smit is a PhD Candidate at the VU University Amsterdam. She is currently writing her PhD dissertation on the topic: ‘Allegations of Sexual Abuse of Children in Divorce Procedures: Towards Evidence-Based Guidelines’.

Masha Antokolskaia
Masha Antokolskaia is a professor of family law at the VU University Amsterdam. She is head of the Amsterdam Centre of Family Law (ACFL), as well as a member of the Commission on European Family Law (CEFL) and of the Executive Council of the International Society of Family Law. Her main fields of interest are comparative family law, European family law, empirical family law studies and history of family law.

Catrien Bijleveld
Catrien Bijleveld is the director of the Netherlands Institute for the Study of Crime and Law Enforcement (NSCR). Prior to this she worked as a senior researcher at NSCR. Her research activities focus on research into criminal careers and (experimental) research into the effectiveness of interventions, juvenile sex offenders, historical trends and the intergenerational transmission of delinquent behaviour. Catrien Bijleveld is also a member of the Royal Dutch Academy of Sciences (KNAW).
Toont 1 - 20 van 170 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.