Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 6398 artikelen

x
Artikel

Verslag WONO-symposium 25 januari 2019

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden loyaliteitsaandelen, waarderingsvragen, dual class-aandelen, DAO, blockchain
Auteurs Mr. K.J. Bakker en Mr. N. Kreileman
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van het symposium van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek (Notarieel) Ondernemingsrecht (WONO) van 25 januari 2019 met lezingen over loyaliteitsaandelen, waarderingsvragen in het ondernemingsrecht, dual class-aandelen bij beursvennootschappen en ‘Coding for Lawyers’.


Mr. K.J. Bakker
Mr. K.J. Bakker is als promovendus en docent (notarieel) ondernemingsrecht verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. N. Kreileman
Mr. N. Kreileman is als promovenda en docente ondernemingsrecht verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R) van de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast is zij redacteur van MvO.
Artikel

De Nederlandse Staat als aandeelhouder in Air France/KLM: een nieuwe deelneming, een nieuw deelnemingenbeleid

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden deelnemingenbeleid, overheidsdeelnemingen, publieke belangen, minderheidsaandeelhouder, Air France-KLM S.A.
Auteurs Mr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankoop van aandelen in Air France-KLM hoopt de Nederlandse Staat de internationale bereikbaarheid van Nederland beter te borgen. Deze bijdrage bespreekt in hoeverre deze aankoop de positie van de Staat versterkt en hoe het huidige deelnemingenbeleid aldus verruimd lijkt te worden met ruimte voor nieuwe overheidsdeelnemingen.


Mr. J. Nijland
Mr. J. Nijland is universitair docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

    Nu (de herziene versie van) het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen weer volop in behandeling is bij de Tweede Kamer komen belangrijke wijzigingen in Boek 2 BW voor stichtingen steeds dichterbij. Voor veel soorten stichtingen gelden aanvullende sectorale wetten en governancecodes. In dit artikel komt aan de orde hoe de aankomende wijzigingen zich verhouden tot dergelijke sectorwetten en codes.


Mr. dr. M.J. van Uchelen-Schipper
Mr. dr. M.J. van Uchelen-Schipper is kandidaat-notaris bij Houthoff en docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Islamitische scholen dragen bij aan integratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden islamitische scholen, Integratie, bijzonder onderwijs, Schoolidentiteit
Auteurs Dr. Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the common expectations, Islamic primary schools can contribute to the integration of Muslims in the Dutch society. This article is a reflection of Dr Beemsterboer’s doctoral research and asks what this conclusion can say about other religion based primary schools.


Dr. Marietje Beemsterboer
Dr. M.M. Beemsterboer promoveerde in 2018 op het proefschrift Islamitische basisscholen in Nederland. Ze werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is verbonden aan het Centre for the Study of Islam and Society van de Universiteit Leiden (LUCIS). m.m.beemsterboer@gmail.com
Artikel

Access_open Het boeddhisme en de ideale staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Aziatisch leiderschap, Koningschap, ideale staat in Azië
Auteurs Prof. dr. Paul van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    Buddhism has very specific ideas about an idealized form of government in Asia. These ideas may be ancient but they very often play a part in the background of politics up to modernity. Even within republics where religious monarchy has long since disappeared, a certain supernatural foundation on the basis of which a government functions may still be present. Opposition to a government can often imply resistance to a world order that is actually of supranatural origin. This article focuses on historical dimensions of this phenomenon (the position of the Buddha, the origin of the monarchy and Emperor Ashoka), but also on modern forms (Sri Lanka, Thailand and Myanmar). Concerning Myanmar, the recent developments around the Rohingyas are placed in a cultural perspective.


Prof. dr. Paul van der Velde
Prof. dr. P.J.C.L. van der Velde is hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn belangrijkste onderzoeksterrein is het boeddhisme in de moderniteit en de transformaties die deze religie mondiaal doormaakt. Recente publicaties zijn onder meer: De oude Boeddha in een nieuwe wereld. Verkenningen in de Westerse Dharma. (2015); Sundarikatha, het verhaal van Sundari, schoonzus van de Boeddha. Sundarikatha, the story of Sundari, sister in law of the Buddha. A poem in Sanskrit (2016). Met Thomas Quartier osb schreef hij Zinzoekers. Dialogen over religie tussen oost en west (2018). p.vandervelde@ftr.ru.nl
Artikel

De kerk als werkgever

De spanningsvolle relatie tussen kerkelijk recht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Kerkgenootschap, Grondrechten, Gelijke behandeling, Tendenswerkgever, Ontslagrecht
Auteurs Wijnand Zondag
SamenvattingAuteursinformatie

    As a special employer, the church has an interest in shaping its own personnel policy in order to achieve the mission and objective. In part, the legislator has met this need. After all, various laws in the field of appointment, terms of employment and dismissal take account of the specific interests of the church as described before. The external border consists of fundamental human rights that are included in the ECHR and the European Directive on equal treatment. It is not always clear where the external border is exactly. The Dutch legislation regarding the battle of ‘church law’ and fundamental rights is not consistent. Moreover, there we notice a tension between national law and the European directive.


Wijnand Zondag
Dr. W. Zondag was van 2003 tot 2015 hoogleraar Arbeidsecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2015 is hij voorganger in een kerkelijke gemeente. Daarnaast publiceert hij op het terrein van het snijvlak religie en recht en verricht hij onder andere promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Rechtsbescherming

Geheimhouding en openbaarheid in het Europees bankentoezicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden SSM, beroepsgeheim, openbaarheid bestuur, bankentoezicht, ECB
Auteurs Dr. G. ter Kuile
SamenvattingAuteursinformatie

    Bankentoezichthouders krijgen aardig wat verzoeken om informatie en documenten over banken en bankentoezicht. Maar het beroepsgeheim van bankentoezichthouders verhindert deze openbaarheid van bestuur. In 2018 hebben het Hof van Justitie en het Gerecht de regels over het beroepsgeheim verduidelijkt. Dit artikel bespreekt verschillende aspecten uit vijf arresten van 2018 over geheimhoudingsplichten in het bankentoezicht die op gespannen voet kunnen staan met het ‘transparantiebeginsel’. De aspecten zien op het belang van geheimhouding bij bankentoezicht, op het concept ‘vertrouwelijke informatie’ en dat tijdsverloop de vertrouwelijkheid teniet kan doen, en op de overweging dat het ‘recht op een eerlijk proces’ moet worden afgewogen tegen het belang bij geheimhouding.

    • Gerecht 26 april 2018, zaak T-251/15, Espírito Santo Financial (Portugal)/ECB, ECLI:EU:T:2018:234 (hogere voorziening C-442/18 P.).

    • HvJ 19 juni 2018, zaak C-15/16, BaFin/Baumeister, ECLI:EU:C:2018:464.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-358/16, UBS Europe/CSSF, ECLI:EU:C:2018:715.

    • HvJ 13 september 2018, zaak C-594/16, Buccioni/Banca d’Italia, ECLI:EU:C:2018:717.

    • Gerecht 27 september 2018, zaak T-116/17, Der Spiegel/ECB, ECLI:EU:T:2018:614.

    • Artikel 1, 10 lid 3, 11 VEU.

    • Artikel 15 VWEU.

    • Artikel 37 Statuut ESCB/ECB (Protocol nr. 4).

    • Artikel 41 lid 2 sub b, 42, 47, 48 EU Handvest.

    • Artikel 53 e.v. CRD IV (Richtlijn 2013/36/EU).

    • Artikel 27 SSMR (Verordening (EU) nr. 1024/2013).

    • Artikel 26 en 32 SSM-kaderverordening (Verordening (EU) nr. 468/2014).

    • Besluit ECB/2004/3.


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile is jurist bij het secretariaat van de raad van toezicht (Supervisory Board) van de Europese Centrale Bank (ECB).
Externe betrekkingen

Amerikaanse sancties op Iran en de Europese blokkeringsverordening: Europese ondernemingen in een lastige spagaat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden blokkeringsverordening, internationale sancties, Iran, Verenigde Staten, Blocking Statute
Auteurs Mr. N.M.D. van der Aa en Mr. S.H. Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de reactie van de Europese Unie op de hernieuwde economische sancties vanuit de Verenigde Staten (VS) op Iran. Deze sancties zijn in 2018 weer van kracht geworden nadat de VS zich terugtrok uit het Joint Comprehensive Plan of Action, ook wel bekend als het Iraanse atoomakkoord. In het bijzonder gaan de auteurs in op de werking van de Europese blokkeringsverordening. Dit wetgevingsinstrument beoogt Europese bedrijven die handel drijven met Iran te beschermen tegen de dreiging van Amerikaanse sancties, maar zorgt eerder voor meer moeilijkheden.
    Verordening (EG) 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, PbEG 1996, L 309/1.


Mr. N.M.D. van der Aa
Mr. N.M.D. (Neyah) van der Aa is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.H. Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Asiel en migratie

Integratie in het EU-migratierecht; uniformiteit of maatwerk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden inburgering, verblijfsrechten, objectieve rechtvaardigingsgrond, evenredigheidsbeginsel
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest C en A is het derde arrest waarin het Hof van Justitie oordeelt over de bevoegdheid van lidstaten om integratievoorwaarden te stellen. Het uitgangspunt, dat kennis van de taal en de samenleving bijdraagt aan de integratie van vreemdelingen in hun gastlidstaat, wordt bevestigd. Dit is ook het geval voor de invulling van de beoordelingsruimte die lidstaten genieten in de uitvoering van deze bevoegdheid; integratievoorwaarden mogen geen selectiemiddel zijn. Integratie komen we ook tegen in de rechtspraak van het Hof van Justitie als doel van een wetgevingsmaatregel dat bepalend is voor de uitleg van rechten in die wetgevingsmaatregel en als objectieve rechtvaardigingsgrond in de context van de stand still-bepalingen in het Associatierecht EEG-Turkije. Zijn de rechtsregels in deze ‘integratierechtspraak’ onderling inwisselbaar, of is de invulling van het begrip integratie afhankelijk van de juridische context waarin het wordt gebruikt? De aanleiding voor deze bijdrage zijn de recente uitspraken van het Hof van Justitie in de zaken C en A en Yön. Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden worden deze arresten ingebed in de eerdere arresten van het Hof van Justitie over integratie.
    HvJ 7 augustus 2018, zaak C-123/17, Nefiye Yön/Landeshauptstadt Stuttgart, ECLI:EU:C:2018:632 en HvJ 7 november 2018, zaak C-257/17, C en A/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, ECLI:EU:C:2018:876


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan Tilburg University en is vaste medewerker van dit tijdschrift.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Access_open Is een ‘akkoorden-democratie’ wel een democratie?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden parlement, politieke legitimiteit, wetgeving, poldermodel, regeerakkoord
Auteurs Prof. dr. R.A. Koole
SamenvattingAuteursinformatie

    De toename en verbreding van politiek-maatschappelijke akkoorden (tussen politici en belangenorganisaties) en parlementaire akkoorden (tussen fracties in de Tweede Kamer) roept de vraag op of de parlementaire democratie hiermee gediend is. Internationale literatuur wijst op de ontwikkeling naar een verzwakking van de positie van parlementen. De Nederlandse praktijk van ‘regeren bij akkoord’ versterkt deze trend, met name in het geval van politiek-maatschappelijke akkoorden (waaronder klimaatakkoorden). Het eventuele gebruik van dergelijke akkoorden zou zo moeten worden vormgegeven dat het parlement voldoende tijd en ruimte heeft om de resultaten ervan te doorgronden en eventueel te wijzigen.


Prof. dr. R.A. Koole
Prof. dr. R.A. (Ruud) Koole is hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Het ambacht

Inwerkingtredingswetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden inwerkingtreding, invoeringswetten, Omgevingswet, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de figuur waarbij in een wet wordt bepaald dat die wet in werking wordt gesteld via een andere wet. Die andere wet wordt in deze bijdrage aangeduid als ‘inwerkingtredingswet’. Aanleiding voor deze bijdrage was het verzoek vanuit de Tweede en Eerste Kamer om zo’n constructie toe te passen bij de Omgevingswet. Uiteindelijk is daar voor een eenvoudigere oplossing gekozen (een zware voorhangprocedure voor het inwerkingtredings-KB). De figuur van inwerkingtredingswetten voert terug tot in de negentiende eeuw, toen het Wetboek van Strafrecht op die wijze in werking is gesteld. In de laatste decennia van de vorige eeuw kwam dit verder regelmatig voor bij wetten van Financiën, Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat die grote stelselwijzigingen inhielden. Nooit was sprake van een ‘zuivere’ inwerkingtredingswet: steeds bevatte zo’n wet naast de inwerkingstelling van de ‘hoofdwet’ ook overgangsrecht en aanpassingen van specifieke wetten. Het ging dus steeds om ‘invoeringswetten’. De laatste jaren is deze methode in onbruik geraakt, omdat de inwerkingstelling van zowel de hoofdwet als de invoeringswet wordt gedelegeerd aan de regering, die beide wetten dan in werking laat treden via één inwerkingtredings-KB.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Kolencentrales in de polder: private en publieke belangen in het Energieakkoord

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Energieakkoord, kolencentrales, milieuwetgeving, mededingingswet
Auteurs Prof. dr. M. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2013 sloten meer dan veertig organisaties, waaronder de rijksoverheid, een akkoord om de Nederlandse energievoorziening duurzamer te maken. Een belangrijk onderdeel van dit Energieakkoord was het voornemen om vijf oude kolencentrales vervroegd te sluiten. Na een negatief oordeel van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) besloot de overheid de sluiting alsnog zelf via regelgeving af te dwingen. Dit artikel gaat in op de vraag in hoeverre het sluiten van een akkoord nuttig is om publieke doelen op het gebied van energie en klimaat te bereiken. Na een beschrijving van het proces en de inhoud van het Energieakkoord wordt dieper ingegaan op de discussie in Nederland over de positie van kolencentrales. Geconcludeerd wordt dat de overheid in het Energieakkoord concessies aan de energiebedrijven heeft gedaan, die niet nodig zouden zijn als ze direct via regelgeving of belastingheffing haar doel had nagestreefd. Akkoorden op het gebied van energie en klimaat moeten vooral worden gebruikt om coördinatieproblemen op te lossen, zoals bij de aanleg van nieuwe infrastructuur.


Prof. dr. M. Mulder
Prof. dr. M. (Machiel) Mulder is hoogleraar Regulering van Energiemarkten aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Bestuursakkoorden en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok en Mr. dr. G.J.M. Evers
Auteursinformatie

Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en redacteur van RegelMaat.

Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Objets trouvés

De Poppenwet

Over hoe een gebrek aan logisch denken leidde tot chaos en leugenachtigheid, of: Wetten en wetten: besluiten tot vaststelling en wijziging van een wet en de wet zelf

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vaststellingsbesluit, wettelijke regeling, Bekendmakingswet, Poppenwet
Auteurs Prof. mr. W. Konijnenbelt
SamenvattingAuteursinformatie

    De geconsolideerde versie van wettelijke regelingen wordt niet in de vorm van die regeling zelf gepubliceerd, maar door eerst het vaststellingsbesluit te vermelden en daarna de geconsolideerde tekst van de regeling op te nemen. Maar díé tekst wijkt vaak in allerlei opzichten af van de oorspronkelijke, en moet dus ook niet als quasi-inhoud van het vaststellingsbesluit worden voorgeschoteld. Niet het vaststellingsbesluit, maar de regeling zoals die op een bepaald ogenblik geldt, is wat bij die publicatie aan de orde is.


Prof. mr. W. Konijnenbelt
Prof. mr. W. (Willem) Konijnenbelt is wetgevingsadviseur bij Konijnenbeltwetgeving.nl. Hij is emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam, oud-staatraad en gewezen lid van de redactie van RegelMaat.
Artikel

Access_open Intensief Systeemgericht Casemanagement in de jeugdreclassering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdreclassering, jeugdstrafrecht, Jeugdwet, systeemgericht, gecertificeerde instelling
Auteurs N.U. van Capelleveen en Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer een jeugdige te maken krijgt met jeugdreclassering, richt Jeugdbescherming Regio Amsterdam, verder te noemen Jeugdbescherming, zich bij de begeleiding van de jeugdige niet alleen op de jeugdige zelf, maar op het hele gezin. Conform de door Jeugdbescherming ontwikkelde methodiek, Intensief Systeemgericht Casemanagement, wordt het hele gezin betrokken. Deze methodiek wordt toegepast ongeacht het kader (het civielrechtelijke, strafrechtelijke of preventieve kader) waarbinnen Jeugdbescherming werkt. In tegenstelling tot in het civiele recht, lijkt de focus in de wet in het geval van het strafrecht echter vooral te zijn gericht op de individuele jeugdige verdachte of veroordeelde. In dit artikel wordt daarom onderzocht welke mogelijkheden de wet biedt om te werken volgens het Intensief Systeemgericht Casemanagement in het strafrechtelijke kader, tijdens de uitvoering van jeugdreclassering. Ook worden er aanknopingspunten in de doelstellingen van jeugdreclassering gezocht voor deze werkwijze.


N.U. van Capelleveen
N.U. van Capelleveen is masterstudent Jeugdrecht aan de Universiteit Leiden en was onderzoeksstagiaire bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam.

Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen
Mr. A.M.E. van Delden-Gerretsen is jurist bij Jeugdbescherming Regio Amsterdam en docent voor Studiecentrum Rechtspleging (SSR).

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

Access_open Jeugdhulpverlening ‘met zachte drang’: duidelijkheid vereist

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden drangkader, jeugdhulpverlening, vrijwillig, jeugdbescherming
Auteurs Mr. D.S. Verkroost
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen de jeugdhulpverlening is een kader ontstaan waarbinnen gezinnen bewogen worden om ‘vrijwillig’ mee te werken aan de hulpverlening. Dit ‘drangkader’ is niet wettelijk geregeld, met onduidelijkheden over de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van betrokkenen tot gevolg. Dit artikel geeft de huidige stand van zaken weer.


Mr. D.S. Verkroost
Mr. D.S. Verkroost is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden. Zij werkt aan een proefschrift waarin de positie van het recht in de Nederlandse jeugdhulpverlening wordt bezien vanuit een rechtshistorisch perspectief, een internationaal kinder- en mensenrechtenperspectief en een uitvoeringsperspectief.

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 12 februari 2019 en 19 maart 2019.
Artikel

Richtlijn auteursrecht mogelijk wolf in schaapskleren

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs Maral van Brandwijk en Bauke van Laarhoven
Auteursinformatie

Maral van Brandwijk
Maral van Brandwijk (advocaat Intellectuele Eigendom) is verbonden aan Van As Advocaten in Den Bosch.

Bauke van Laarhoven
Bauke van Laarhoven-Severs (advocaat Intellectuele Eigendom) heeft haar eigen praktijk in Kaatsheuvel (Severs Advocatuur).
Toont 1 - 20 van 6398 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.