Zoekresultaat: 56 artikelen

x
Artikel

De digitale algemene vergadering binnen Nederlandse beursvennootschappen: een volwaardig alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden digitalisering, empirie, statutenonderzoek, aandeelhoudersrechten, Tijdelijke wet Covid-19
Auteurs Mr. I. Öncü
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in de praktijk als in de literatuur leeft de vraag of de digitale aandeelhoudersvergadering als volwaardig alternatief kan dienen voor de klassieke (fysieke) algemene vergadering. In dit artikel concludeert de auteur dat dit slechts bij een kleine groep beursvennootschappen het geval is. Deze vennootschappen waarborgen namelijk dat ieder aandeelhoudersrecht behouden blijft wanneer digitaal wordt vergaderd.


Mr. I. Öncü
Mr. I. Öncü is als promovendus en docent verbonden aan het Van der Heijden Instituut (OO&R, Radboud Universiteit Nijmegen).
Artikel

De vordering tot vergoeding van koersgerelateerde schade geleden door aandeelhouders en optiebeleggers

Over afgeleide schade van aandeelhouders en ‘dubbel afgeleide’ schade van optiebeleggers

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden Poot/ABP-doctrine, afgeleide schade, benadeelde aandeelhouder, benadeelde optiebelegger, optiemarkt
Auteurs Mr. H.W. Haksteeg en Mr. drs. A.C.W. Pijls
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij koersschade dient onderscheid te worden gemaakt tussen schade die beleggers direct lijden als gevolg van misleidende berichtgeving en schade die zij indirect lijden als gevolg van de normschending van een derde jegens de beursvennootschap. Laatstgenoemde afgeleide of ‘dubbel afgeleide’ schade komt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen voor vergoeding in aanmerking. De auteurs behandelen beide vormen van afgeleide schade en de bijbehorende Poot/ABP-doctrine en bespreken de (al-dan-niet) vergoeding van directe en ‘dubbel afgeleide’ schade geleden door optiebeleggers.


Mr. H.W. Haksteeg
Mr. H.W. Haksteeg heeft recent zijn master Ondernemingsrecht afgerond aan Erasmus School of Law (ESL).

Mr. drs. A.C.W. Pijls
Mr. drs. A.C.W. Pijls is universitair docent Ondernemingsrecht en Financieel recht aan Erasmus School of Law (ESL).
Wetenschap en praktijk

Access_open De virtuele aandeelhoudersvergadering: van Spoedwet naar Best Practices

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Ondernemingsrecht, AVA, online, VGM, Corporate Governance
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel ‘Tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in verband met de uitbraak van COVID-19’ biedt vennootschappen de gelegenheid om de aandeelhoudersvergadering virtueel te organiseren; fysieke bijeenkomst is niet meer noodzakelijk. Door tijdsgebrek kiest een groot deel van de Nederlandse beursvennootschappen voor nogal summiere wijzen van online organiseren. Dit kan veel beter, waardoor vennootschappen en hun stakeholders veel meer profiteren van de voordelen die een virtuele aandeelhoudersvergadering biedt. De opgestelde best practices zijn bedoeld als handvat om een constructieve dialoog te bewerkstelligen, om uiteindelijk te komen tot het optimaal functioneren van de virtuele aandeelhoudersvergadering.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal in Amsterdam, en promoveerde in 2009 op zijn onderzoek naar de virtuele aandeelhoudersvergadering.
Artikel

De naleving van de Corporate Governance Code 2016 door (beurs)vennootschappen

Het eerste Monitoring Rapport van de commissie-Van der Meer Mohr

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Corporate Governance Code, monitoringrapport, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het op 13 december 2019 gepubliceerde Monitoring Rapport van de vierde Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Hierin wordt voor het eerst verslag gedaan over de in 2016 herziene Corporate Governance Code en de naleving daarvan over boekjaar 2018. Daarnaast besteedt de Monitoring Commissie aandacht aan enkele specifieke governance onderwerpen en benoemt zij enkele aandachtspunten.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.
Wetenschap

Is het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders nastrevenswaardig en een hoeksteen van het corporate-governancemodel van beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2019
Trefwoorden corporate governance, aandeelhoudersrichtlijn, langetermijnbetrokkenheid, aandeelhouders, beursvennootschap
Auteurs Mr. dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de bepalingen van de herziene aandeelhoudersrichtlijn en het wetsvoorstel bevorderen langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders, die zien op het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders van beursvennootschappen. De auteur beantwoordt twee vragen: ten eerste de vraag of het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders van beursvennootschappen nastrevenswaardig is, en ten tweede of het bevorderen van langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders inderdaad een hoeksteen van het corporate-governancemodel van beursgenoteerde vennootschappen is.


Mr. dr. H. Koster
Mr. dr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Een tegenbod als beschermingsconstructie: wie is nu de jager?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden beschermingsconstructie, beschermingsmaatregel, beursvennootschap, Pandora-constructie, tegenbod
Auteurs Mr. J. Alhashime
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt ingegaan op de toepasbaarheid van een beschermingsmaatregel uit de Amerikaanse praktijk die in Nederland nog niet is ingezet: de Pacmanstrategie. Bij deze beschermingsmaatregel brengt een vennootschap een (tegen)bod uit op de aandelen van de vijandige bieder met als doel het vijandige bod te frustreren.


Mr. J. Alhashime
Mr. J. Alhashime is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Artikel

De voorgestelde wettelijke bedenktijd: een (on)gerechtvaardigde belemmering?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden voorontwerp wettelijke bedenktijd, Europeesrechtelijke toetsing, wettelijke bedenktijd
Auteurs Mr. R. Traas
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beschouwt de mogelijke strijdigheid van de voorgestelde wettelijke bedenktijd met het vrij verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging. Meer specifiek wordt de door de minister aangedragen rechtvaardiging voor een eventuele belemmerende werking van wettelijke bedenktijd op deze beginselen aan Europees recht getoetst.


Mr. R. Traas
Mr. R. Traas is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Casus

Meervoudig stemrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden stemrecht, meervoudig stemrecht, beursvennootschappen
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren zijn er diverse beursvennootschappen bij gekomen die Nederland als vestigingsplaats hebben gekozen en een structuur met meervoudig stemrecht hebben geïntroduceerd. Vaak zijn deze vennootschappen van origine buitenlands. Bij een aantal van deze vennootschappen is de mogelijkheid geïntroduceerd extra stemrecht toe te kennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. De andere in de praktijk gebruikte vorm is de high/low voting stock-structuur, waarbij door introductie van aandelen met een verschillende nominale waarde verschil in stemrecht verbonden aan die aandelen wordt gecreëerd. In dit artikel bespreekt de auteur de kenmerken van de genoemde structuren en gaat hij in op de juridische ‘haken en ogen’.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. (Jelmer) Kalisvaart is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Wetenschap

Vennootschappelijke medezeggenschap onder druk

Sluit de structuurregeling nog aan op de economische werkelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden structuurregeling, medezeggenschap, raad van commissarissen, werknemers
Auteurs Mr. H. van Roosmalen en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Het adagium van medezeggenschap, dat ‘zij de zeggenschap volgt’, ligt ten grondslag aan de in 1971 ingevoerde structuurregeling. Het doel dat destijds met deze regeling werd nagestreefd, betrof het verschaffen van een stem aan werknemers op het hoogste niveau binnen de onderneming. De structuurregeling moest dus voorzien in de groeiende behoefte aan vennootschappelijke medezeggenschap. In dit artikel analyseren de auteurs de Nederlandse structuurregeling voor naamloze en besloten vennootschapen. Ook is er enige aandacht voor rechtsvergelijking met het Duitse recht. De kernvraag die de auteurs beantwoorden, is in hoeverre het vennootschappelijke medezeggenschapsrecht op basis van de structuurregeling in Nederland nog het beoogde effect heeft.


Mr. H. van Roosmalen
Mr. H. (Hidde) van Roosmalen is momenteel bezig met het afronden van de master Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht en heeft de master Onderneming en recht aan dezelfde universiteit in 2018 succesvol afgerond.

Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Loyaliteitsregelingen; lessen uit Frankrijk en Delaware

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden loyaliteitsstemrecht, loyaliteitswinstrecht, rechtsvergelijking, aandeel, aandeelhouder
Auteurs Mr. K.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Een aantal Nederlandse beursvennootschappen heeft een loyaliteitsregeling, bedoeld om aandeelhouders te prikkelen op lange termijn betrokken te blijven bij de vennootschap. In deze bijdrage onderzoekt de auteur welke lessen daarvoor kunnen worden ontleend aan de ervaringen met loyaliteitsregelingen in Frankrijk en Delaware.


Mr. K.J. Bakker
Mr. K.J. Bakker is promovendus en docent (notarieel) ondernemingsrecht bij het Van der Heijden Instituut, dat deel uitmaakt van het OO&R van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De mislukte unificatie van Unilever

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden duale structuur, fusie, scheme of arrangement, governance, aandeelhouders
Auteurs Drs. R. Abma
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de belangrijkste redenen van de mislukte eenwordingsoperatie van Unilever in 2018. Een gebrekkige communicatie over de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven voor de herziening van de vennootschappelijke structuur, een gebrek aan voorafgaande consultatie van de belangrijkste aandeelhouders en een onderschatting van de Brexit-sentimenten hebben het Unilever-bestuur waarschijnlijk de das omgedaan.


Drs. R. Abma
Drs. R. Abma is directeur bij Eumedion te Den Haag.
Artikel

De algemene vergadering van aandeelhouders: van een niet-representatieve formaliteit naar een modern beslissingsplatform

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden corporate governance, aandeelhouders, AVA, besluitvorming, beursvennootschappen
Auteurs Mr. A.J.F. Lafarre en Mr. C.F. van der Elst
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat een duidelijke kloof tussen de ondernemingsrechtelijke theorie en de praktijk als het gaat om de AVA van beursvennootschappen. De auteurs gaan in op deze bestaande problematiek, stellen een grondige modernisering van de AVA voor met moderne technologie en werpen een korte nieuwe blik op het Nederlandse corporate governance-bestel.


Mr. A.J.F. Lafarre
Mr. A.J.F. Lafarre is assistant professor bij het departement Business Law, Tilburg University.

Mr. C.F. van der Elst
Mr. C.F. van der Elst is hoogleraar bij het departement Business Law, Tilburg University en de vakgroep Metajuridica, privaat- en ondernemingsrecht, Universiteit Gent.
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

    1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

    2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De beschermingsstichting als borger van de continuïteit?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden beschermingsstichting, continuïteit, stichting continuïteit, optieovereenkomst, preferente aandelen
Auteurs Mr. D.A.G. Meulensteen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur of de beschermingsstichting kan ingrijpen indien de continuïteit van een beursgenoteerde NV in het geding is. Hierbij komen zowel de grondslag voor een dergelijk optreden als de te verwachten obstakels aan bod.


Mr. D.A.G. Meulensteen
Mr. D.A.G. Meulensteen is in 2017 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoeksmaster Onderneming en Recht.
Artikel

Slotdocument Monitoring Commissie: terugblik, maar vooral ook vooruitkijken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Corporate Governance Code, monitoringrapport, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het zogenoemde Slotdocument van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code onder voorzitterschap van Jaap van Manen. In dit vierde en laatste monitoringrapport blikt de Commissie terug op haar werkzaamheden van de afgelopen jaren, maar kijkt zij ook vooruit en geeft zij de nieuwe Commissie stof tot nadenken.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Senior Professional Support Lawyer Corporate bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Een eerste stap in de implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden aandeelhoudersrechten, beloningsbeleid, transparantie, langetermijnbetrokkenheid, corporate governance
Auteurs Mr. T.C.A. Dijkhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het door de wetgever gepubliceerde Voorontwerp ter implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn, alsmede de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders centraal. De auteur besteedt hierbij ook aandacht aan enige consultatiereacties van diverse Nederlandse stakeholders.


Mr. T.C.A. Dijkhuizen
Mr. T.C.A. Dijkhuizen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van Universiteit Leiden.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De herziene Richtlijn Aandeelhoudersrechten in Nederland

Tijd voor heroriëntatie op de bevoegdheidsverdeling binnen Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden aandeelhoudersrechtenrichtlijn, aandeelhoudersbetrokkenheid, strategie, corporate governance, institutionele aandeelhouders
Auteurs Mr. B. Elion
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de recent herziene Aandeelhoudersrechtenrichtlijn beoogt de Europese Commissie de rol en de verantwoordelijkheid van (institutionele) aandeelhouders binnen Europese beursgenoteerde vennootschappen te vergroten. In deze bijdrage bespreekt de auteur hoe deze doelstelling zich verhoudt tot de uitgangspunten van het Nederlandse bestel van corporate governance en op welke wijze de Richtlijn effect kan sorteren in Nederland.


Mr. B. Elion
Mr. B. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Extra bescherming van Nederlandse beursondernemingen: noodzaak of hypocrisie?

Verslag van het Eumedion-symposium 2017

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden beschermingsmaatregelen, bedenktijd, agenderingsrecht, aandeelhoudersactivisme, langetermijnwaardecreatie
Auteurs Mr. T.A. Keijzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het Eumedion-symposium van 17 november 2017 bespreekt de auteur recente ontwikkelingen in het Nederlandse corporate governance-landschap, specifiek de mogelijkheden voor beursvennootschappen om zich te beschermen tegen een ongewenste overname. In dat kader wordt onder meer ingegaan op het agenderingsrecht van aandeelhouders, de aangekondigde invoering van de bedenktijd en de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is promovendus bij de sectie Ondernemings- en Financieel Recht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Toont 1 - 20 van 56 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.