Zoekresultaat: 93 artikelen

x
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De last onder dwangsom nieuwe stijl: een bestraffende sanctie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden last onder dwangsom, herstelsanctie, bestraffende sanctie, criminal charge, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot en Mr. W. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties blijft vragen oproepen. Vanwege het verschil in rechtswaarborgen voor de overtreder is de kwalificatie van een sanctie als het een of het ander van belang. Dit geldt met name ook voor de inzet van de last onder dwangsom nieuwe stijl, die de laatste jaren als alternatief voor het stafrecht en de bestuurlijke boete door vooral gemeenten wordt gehanteerd. De ABRvS kwalificeert deze sanctie als niet-bestraffend. Daar is zeker iets voor te zeggen. Toch is enige twijfel op zijn plaats, met name in het licht van het criminal charge-begrip van artikel 6 EVRM.


Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL).

Mr. W. Zorg
Mr. W. Zorg is jurist bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Artikel

Kroniek materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Rachel Bruinen, Dirk Dammers, Alexandra Emsbroek e.a.

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Chaimae Ihataren

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Artikel

Oplegging van bestuurlijke boetes aan overheden door de privacytoezichthouder

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden immuniteit, bestuurlijke boete, privacytoezichthouder, overheid, pikmeer
Auteurs Ton Duijkersloot
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal de oplegging van bestuurlijk boetes aan overheden, in het bijzonder door de privacytoezichthouder: welke mogelijkheden en beperkingen kent het Nederlands recht hiervoor in algemene zin, welke mogelijkheden en beperkingen golden en gelden in het bijzonder voor de Nederlandse privacytoezichthouder en in hoeverre heeft deze toezichthouder in het recente en verdere verleden boetes aan overheden opgelegd.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL).

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Upperdogs Versus Underdogs

Judicial Review of Administrative Drug-Related Closures in the Netherlands

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Eviction, War on drugs, Party capability, Empirical legal research, Drug policy
Auteurs Mr. Michelle Bruijn en Dr. Michel Vols
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, mayors are entitled to close public and non-public premises if drug-related activities are being conducted there. Using data from the case law of Dutch lower courts, published between 2008 and 2016, this article examines the relative success of different types of litigants, and the influence of case characteristics on drug-related closure cases. We build on Galanter’s framework of ‘repeat players’ and ‘one-shotters’, to argue that a mayor is the stronger party and is therefore more likely to win in court. We categorise mayors as ‘upperdogs’, and the opposing litigants as ‘underdogs’. Moreover, we distinguish stronger mayors from weaker ones, based on the population size of their municipality. Similarly, we distinguish the stronger underdogs from the weaker ones. Businesses and organisations are classified as stronger parties, relative to individuals, who are classified as weaker parties. In line with our hypothesis, we find that mayors win in the vast majority of cases. However, contrary to our presumptions, we find that mayors have a significantly lower chance of winning a case if they litigate against weak underdogs. When controlling for particular case characteristics, such as the type of drugs and invoked defences, our findings offer evidence that case characteristics are consequential for the resolution of drug-related closure cases in the Netherlands.


Mr. Michelle Bruijn
Michelle Bruijn is promovendus en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich op de regulering van cannabis en de sluiting van drugspanden.

Dr. Michel Vols
Michel Vols is hoogleraar Openbare-Orderecht aan Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op Openbare orde en veiligheid, en het gebruik van data science (machine learning) bij het bestuderen van juridische data.
Artikel

‘Private enforcement’ van nalatigheid bij financieel-economische criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden financieel-economische criminaliteit, private enforcement, aansprakelijkheid, nalatigheid, risicomanagement
Auteurs F.J. Erkens FFE MEWI LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland heeft, net als ieder ander land, groot belang bij goed werkende, gereguleerde handelsplatformen. De aantrekkelijkheid van handelsplatformen is mede afhankelijk van de kwaliteit van ‘public and private enforcement’ en juridische mogelijkheden om geschillen te beslechten. De afgelopen periode hebben grote Nederlandse ondernemingen de voorpagina’s van de kranten gehaald door hun (mogelijke) betrokkenheid bij financieel-economische criminaliteit. In deze bijdrage wordt de vraag beantwoord of ‘private enforcement’ van financieel-economische criminaliteit bij ondernemingen wel voldoende resultaat kan opleveren om effectief te zijn en om benadeelde partijen te ondersteunen bij het verhalen van hun schade.


F.J. Erkens FFE MEWI LLM
F.J. Erkens FFE MEWI LLM is partner bij het forensische onderzoeks- en adviesbureau Holland Integrity Group.
Artikel

De eeuwige discussie over de toetsingsomvang bij beklag tegen niet-vervolging

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden beklag tegen niet-vervolging, vervolgingsbeslissing, modernisering Wetboek van Strafvordering, slachtofferrechten, bestuursprocesrecht
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het project Modernisering Strafvordering beoogt de vervolgingsbeslissing op meerdere punten te wijzigen. Dat geldt echter niet voor de manier waarop het hof in beklagzaken de beslissing tot niet-vervolging moet toetsen. De toetsingsomvang blijft waarschijnlijk het beste als ‘vol’ te karakteriseren, hoewel andere interpretaties niet zijn uitgesloten. Deze bijdrage werpt een blik op eerdere discussies over de toetsingsomvang in beklagzaken. Verder wordt, aan de hand van een beschouwing van de procedure van administratief beroep, het argument verworpen dat in beklagzaken een marginale toetsing zou moeten worden gehanteerd vanwege het feit dat de beklagprocedure gelijkenis vertoont met bestuursrechtelijke procedures.


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open De uitzondering bevestigd: het ne bis in idem-beginsel in recente rechtspraak van de Hoge Raad in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bis, alcoholslotprogramma, criminal charge, onevenredige bestraffing, cumulatie van procedures
Auteurs Mr. W. (Willemijn) Albers en Mr. T.M. (Tessa) de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake het ne bis in idem-beginsel na het Alcoholslotprogramma-arrest. Hieruit blijkt dat dat een vergelijking met dit arrest niet opgaat en dat het arrest een uitzonderingspositie in blijft nemen. Ook wordt de rechtspraak beschouwd en gewaardeerd in het licht van de ratio van het ne bis in idem-beginsel en vanuit Europees perspectief. Geconcludeerd wordt dat de nadruk, zowel in nationale als in Europese context, (steeds meer) lijkt te liggen op evenredige bestraffing bij cumulatie van procedures, zodat recht wordt gedaan aan de materiële grondslag van het ne bis in idem-beginsel.


Mr. W. (Willemijn) Albers
Mr. W. Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. de Groot is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Geef mij toegang tot uw smartphone!

Een zoektocht naar de wettelijke grondslag van de gedwongen biometrische ontgrendeling van de smartphone

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Smartphone, (biometrische) ontgrendeling, Legaliteitsbeginsel, Privacy, Vingerafdruk
Auteurs Mr. W. Albers, Mr. T. Beekhuis en Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit een aantal vonnissen blijkt dat rechters zoekende zijn naar de wettelijke grondslag voor de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone. Zo worden de artikelen 3 Pw en 141/142 Sv, artikel 94 Sv e.v. en artikel 61a Sv genoemd. Deze bijdrage gaat nader in op deze bepalingen om inzicht te geven, mede in het licht van artikel 1 Sv en artikel 8 EVRM, in de zoektocht van de rechters. Gepoogd wordt een antwoord te geven op de vraag welke de meest aangewezen grondslag is voor deze wijze van ontgrendeling.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. (Tekla) Beekhuis is promovenda bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. (Celine) Taylor Parkins-Ozephius is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Chambers for International Commercial Disputes in Germany: The State of Affairs

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Justizinitiative Frankfurt, Law Made in Germany, International Commercial Disputes, Forum Selling, English Language Proceedings
Auteurs Burkhard Hess en Timon Boerner
SamenvattingAuteursinformatie

    The prospect of attracting foreign commercial litigants to German courts in the wake of Brexit has led to a renaissance of English-language commercial litigation in Germany. Leading the way is the Frankfurt District Court, where – as part of the ‘Justizinitiative Frankfurt’ – a new specialised Chamber for International Commercial Disputes has been established. Frankfurt’s prominent position in the financial sector and its internationally oriented bar support this decision. Borrowing best practices from patent litigation and arbitration, the Chamber offers streamlined and litigant-focused proceedings, with English-language oral hearings, within the current legal framework of the German Code of Civil Procedure (ZPO).1xZivilprozessordnung (ZPO).
    However, to enable the complete litigation process – including the judgment – to proceed in English requires changes to the German Courts Constitution Act2xGerichtsverfassungsgesetz (GVG). (GVG). A legislative initiative in the Bundesrat aims to establish a suitable legal framework by abolishing the mandatory use of German as the language of proceedings. Whereas previous attempts at such comprehensive amendments achieved only limited success, support by several major federal states indicates that this time the proposal will succeed.
    With other English-language commercial court initiatives already established or planned in both other EU Member States and Germany, it is difficult to anticipate whether – and how soon – Frankfurt will succeed in attracting English-speaking foreign litigants. Finally, developments such as the 2018 Initiative for Expedited B2B Procedures of the European Parliament or the ELI–UNIDROIT project on Transnational Principles of Civil Procedure may also shape the long-term playing field.

Noten

  • 1 Zivilprozessordnung (ZPO).

  • 2 Gerichtsverfassungsgesetz (GVG).


Burkhard Hess
Burkhard Hess is the Executive Director of the Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law (MPI Luxembourg).

Timon Boerner
Timon Boerner is a Research Fellow at the MPI Luxembourg.
Artikel

Access_open Nieuwe hindoetempels in Nederland: een schets van lokale initiatieven en gemeentelijke reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Hindoetempel, Burgerlijke gemeente, Welstandscommissie, Rol architecten, Lokale politiek
Auteurs Dr. Freek L. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently the Netherlands count 44 Hindu temples. Most of them are arranged in converted school buildings, shops and other edifices not meant to be used as a Hindu house of worship. In 2000 the first purpose-built Hindu temple was constructed, and after that date five other purpose-built prayer houses of Hindu background were built. This article analyses the interaction between the initiators and the representatives of the local governments in the process between the first plans and the ultimate result. It will become clear that the various municipalities acted differently in the implementation of the national and local regulations concerning building religious prayer houses. The people initiating the construction of these buildings also operated variously.


Dr. Freek L. Bakker
Dr. Freek L. Bakker was tot zijn pensioen op 1 februari 2017 universitair docent en onderzoeker aan het departement Filosofie en Religiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zijn vakgebied is religiewetenschap en dan in het bijzonder de studie van het hindoeïsme. In 2018 publiceerde hij het boek Hindus in the Netherlands (Berlijn e.a.: LIT-Verlag). Daarnaast heeft hij zich veel beziggehouden met het Caraïbische hindoeïsme, met name dat van Suriname. Zijn belangrijkste publicatie op dit terrein is Hindoes in een creoolse wereld (Zoetermeer: Meinema 1999). Een ander onderzoeksterrein is religie en film, in het bijzonder de Jezusfilms.
Jurisprudentie

De predispositie van de verdachte bij het stelen van een lokfiets: creëert de gelegenheid de dief?

Noot bij HR 12 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:149

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Tallon-criterium, Lokmiddelen, Lokfiets, Uitlokverbod, 6 EVRM
Auteurs Mr. W. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de bestendige rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat opsporingsambtenaren op basis van de algemene taakstellende bevoegdheden in beginsel bevoegd zijn tot het inzetten van bepaalde lokmiddelen, mits deze inzet binnen de grenzen van het Tallon-criterium blijft. De verdachte mag zodoende niet door het optreden van de opsporingsambtenaar worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds van tevoren was gericht. De vraag die naar aanleiding van de onderhavige uitspraak echter kan worden gesteld, is of de verdachte nog wel een voldoende toereikend beroep kan doen op de rechtsbeschermende waarde die het Tallon-criterium – in het kader van de inzet van niet-menselijke lokmiddelen – beoogt te bieden.


Mr. W. Albers
Mr. W. (Willemijn) Albers is docent Straf(proces)recht bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Criminologie en bijzonder strafrecht

Over de betekenis van de criminologie voor de handhaving van het bestuursrecht en het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Criminologie, Bestuurlijk sanctierecht, Bestuursstrafrecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm en Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in het kort het onderwerp van dit themanummer geïntroduceerd. In dit redactioneel wordt de invloed en betekenis van de criminologie voor de publiekrechtelijke rechtshandhaving verkend. Daarnaast wordt aan de hand van de verschillende bijdragen aan dit themanummer het speelveld van deze vorm van criminologie verkend.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Crimmigratie en bestuursrechtelijke criminologie: verwante concepten of verschillende disciplines?

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Crimmigratie, Bestuursstrafrecht, Bestuursrechtelijke criminologie, Intrekking van het Nederlanderschap
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    At first sight there seems to be a strong relationship between crimmigration and the criminology of administrative law enforcement. However, a further analysis shows that crimmigration fits more in the concept of the so-called integrated science of criminal justice. Crimmigration can be identified as an interdisciplinary concept, while the criminology of the administrative law enforcement should be classified as an empirical discipline. Nevertheless, both concepts complement each other with regard to the socio-scientific study of the practice of immigration law.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht (Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging).
Artikel

De sluitingsbevoegdheid van artikel 13b Opiumwet: een mogelijk vervolgingsbeletsel voor het Openbaar Ministerie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Bestuurlijk sanctierecht, Bestuursstrafrecht, Openbaar Ministerie, Opiumwet
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    According to article 13b of the Dutch Drug Act, the mayor is authorized to close homes and buildings in case of violation of this act. The closure of these homes and buildings is considered as an administrative sanction with no punitive aim. However, in certain cases it is possible that the application of this sanction could to be considered as a criminal charge. If so, this might have consequences for a possible criminal prosecution, because of the concept that no legal action can be instituted twice for the same cause (ne bis in idem-principle). This could lead to the situation that the Dutch Public Prosecution Service might lose its right to prosecute. In the combat of ‘undermining criminality’ this would be a major upset.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. Benny van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht (Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing).
Article

Access_open Privatising Law Enforcement in Social Networks: A Comparative Model Analysis

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2018
Trefwoorden user generated content, public and private responsibilities, intermediary liability, hate speech and fake news, protection of fundamental rights
Auteurs Katharina Kaesling
SamenvattingAuteursinformatie

    These days, it appears to be common ground that what is illegal and punishable offline must also be treated as such in online formats. However, the enforcement of laws in the field of hate speech and fake news in social networks faces a number of challenges. Public policy makers increasingly rely on the regu-lation of user generated online content through private entities, i.e. through social networks as intermediaries. With this privat-ization of law enforcement, state actors hand the delicate bal-ancing of (fundamental) rights concerned off to private entities. Different strategies complementing traditional law enforcement mechanisms in Europe will be juxtaposed and analysed with particular regard to their respective incentive structures and consequential dangers for the exercise of fundamental rights. Propositions for a recommendable model honouring both pri-vate and public responsibilities will be presented.


Katharina Kaesling
Katharina Kaesling, LL.M. Eur., is research coordinator at the Center for Advanced Study ‘Law as Culture’, University of Bonn.
Annotatie

Executieveilingenzaak geëxecuteerd door het CBb

CBb 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Executieveilingen, kartelonderzoek, artikel 6 Mw, kartelverbod
Auteurs Ekram Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Executieveilingen is op het bouwfraudeonderzoek na het grootste kartelonderzoek dat de ACM heeft uitgevoerd in termen van aantal betrokken ondernemingen. In tegenstelling tot het bouwfraudeonderzoek heeft de ACM de zaak Executieveilingen, ondanks de omvang van haar onderzoek, niet tot een voor haar goed einde weten te brengen. Deze uitspraak is de eerste waarin het CBb een enkele voortdurende overtreding van artikel 6 Mw niet bewezen acht. In deze annotatie wordt eerst ingegaan op de achtergrond van de zaak. Daarna komen de belangrijkste overwegingen van de uitspraak van het CBb aan bod. Vervolgens wordt de uitspraak geanalyseerd en daarna volgen enkele slotopmerkingen.


Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Toont 1 - 20 van 93 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.