Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1391 artikelen

x
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Wetenschap

Related party transactions, de tegenstrijdigbelangregeling en het voorkomen van belangenverstrengeling in de Nederlandse Corporate Governance Code: waar zijn we nu aan toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden belangenconflicten, tegenstrijdig belang, Herziene Europese Aandeelhoudersrichtlijn, transactiecommissie, corporate governance
Auteurs Mr. A.C. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een nieuwe regeling voor related party transactions geïmplementeerd. De nieuwe regeling is een aanvulling op de bestaande tegenstrijdigbelangregeling in Boek 2 van het BW en hetgeen met betrekking tot belangenverstrengeling is geregeld in principe 2.7 van de Nederlandse Corporate Governance Code. Deze bijdrage bespreekt de onderlinge verhoudingen tussen deze regelingen en geeft het gebruik van een speciale overnamecommissie, zoals in de Verenigde Staten van toepassing, als mogelijke oplossing voor ook de Nederlandse praktijk om met belangenverstrengeling bij gevoelige transacties en deze drie regelingen om te kunnen gaan.


Mr. A.C. Jansen
Mr. A.C. (Alette) Jansen is als docent ondernemingsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden.
Case Reports

2020/18 Prohibition of dismissal of pregnant employee (RO)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gender discrimination
Auteurs Andreea Suciu en Teodora Mănăilă
SamenvattingAuteursinformatie

    Analysing the national legal framework in relation to the protection of pregnant employees and employees who have recently given birth or are breastfeeding, provisions which transposed the regulations of Directive 92/85/EEC and of the conclusions in case C-103/16, Jessica Porras Guisado – v – Bankia S.A. and Others, the Constitutional Court of Romania ascertained that the dismissal prohibition of a pregnant employee is strictly restricted to reasons that have a direct connection with the employee’s pregnancy status. As for other cases where the termination of the employment contract is the result of disciplinary misconduct, unexcused absence from work, non-observance of labour discipline, or termination of employment for economic reasons or collective redundancies, the employer must submit in writing well-reasoned grounds for dismissal.


Andreea Suciu
Andreea Suciu is Managing Partner and attorney-at-law at Suciu | The Employment Law Firm, Bucharest, Romania.

Teodora Mănăilă
Teodora Mănăilă is Managing Partner and attorney-at-law at Suciu | The Employment Law Firm, Bucharest, Romania.
Pending Cases

Case C-54/20 P, Miscellaneous

European Commission – v – Stefano Missir Mamachi di Lusignano and Others, appeal against judgment of the General Court (Eighth Chamber) of 20 November 2019 in Case T-502/16, Stefano Missir Mamachi di Lusignano and Others v Commission

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Miscellaneous
Artikel

Access_open De kwetsbare legitimaris, de langstlevende partner en de kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden legitieme portie, curatele, meerderjarigenbewind, minderjarigen, toezicht kantonrechter
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar en Mr. G.A. Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De kantonrechter heeft als toezichthouder op het beheer over het vermogen van kwetsbare legitimarissen een belangrijke taak. Dit geldt in het bijzonder als hun belang botst met dat van de langstlevende partner van de overledene. Hoe gaat de kantonrechter dan om met een schending van de legitieme portie? Maakt het verschil of de schending terloops blijkt of dat de schending aanleiding is voor het machtigingsverzoek? Schrijvers gaan in op uiteenlopende uitspraken en doen een handreiking aan de rechterlijke praktijk.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Mw. mr. G.A. Tuinstra is docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

EU-gezondheidsrecht en -beleid na COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden EU recht, infectieziekten, competenties, publieke gezondheid
Auteurs Dr. A. de Ruijter
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de te verwachten impact van de coronavirusuitbraak op de ontwikkeling van het EU-gezondheidsrecht en -beleid? Wat kunnen we verwachten in de toekomst van de rol van de EU in de bestrijding van grensoverschrijdende ziekten?


Dr. A. de Ruijter
Anniek de Ruijter is universitair hoofddocent Europees en Gezondheidsrecht, Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Ontbinding, Material obligation, Anticipatory breach, Exoneratie, IT
Auteurs Mr. J.J.A. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van ECLI:NL:GHSHE:2019:4535 (TsZ/Alert) wordt gekeken naar de rechtvaardiging van tussentijdse ontbinding op grond van schending van een material obligation en een anticipatory breach (art. 6:80 BW), en de verhouding tussen gevorderde terugbetaling en een exoneratiebeding.


Mr. J.J.A. Bokhorst
Mr. J.J.A. Bokhorst is werkzaam als advocaat bij Project Moore Advocaten te Amsterdam.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balie te Gent en te Brussel (Everest Advocaten), erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken bij de Federale Bemiddelingscommissie in België, en redacteur van dit tijdschrift. Hij volgt sedert verschillende jaren als waarnemer de vergaderingen van de werkgroep arbitrage en conciliatie van UNCITRAL en was lid van de werkgroep arbitrage en ADR van de NOAB die het Reglement Bindende derdenbeslissing uitwerkte.
Redactioneel

Dag van de Rechtsstaat

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2020
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels

Kees Pijnappels

Wouter Le Duc
Beeld
Recent

Koning noemt moord in troonrede

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2020
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Article

Access_open The Effectiveness Paradigm in Financial Legislation – Is Effectiveness Measurable?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden effectiveness, effectiveness measurement methodologies, financial legislation, legislative objective, product approval governance
Auteurs Jeroen Koomans
SamenvattingAuteursinformatie

    How can you determine if financial legislation is effective? This article seeks to identify three characteristics that make up the basis for an effectiveness review, being the determination what the legislative objective is, who is it aimed at and what approach is taken to achieve this objective. Determining the legislative objective may prove to be a challenging undertaking, and the uncertainties that come with that affect the other two characteristics as well. And even if a clear legislative objective can be established, how can you be sure that its achievement was in fact attributable to the legislation under review? What do you compare your results to absent a baseline measurement and how can the vast number of variables that affect the effectiveness of the legislation under review be accounted for, if at all? Is effectiveness in financial legislation at all measurable and, when measured, what is its value in practice?


Jeroen Koomans
Jeroen Koomans is affiliated to the University of Amsterdam FEB Academy for Banking and Insurance and employed by ABN AMRO Bank N.V.
Article

Access_open State Obligations to Counter Islamophobia: Comparing Fault Lines in the International Supervisory Practice of the HRC/ICCPR, the ECtHR and the AC/FCNM

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Human rights, positive state obligations, islamophobia, international supervisory mechanisms
Auteurs Kristin Henrard
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamophobia, like xenophobia, points to deep-seated, ingrained discrimination against a particular group, whose effective enjoyment of fundamental rights is impaired. This in turn triggers the human rights obligations of liberal democratic states, more particularly states’ positive obligations (informed by reasonability considerations) to ensure that fundamental rights are effectively enjoyed, and thus also respected in interpersonal relationships. This article identifies and compares the fault lines in the practice of three international human rights supervisory mechanisms in relation to Islamophobia, namely the Human Rights Committee (International Covenant on Civil and Political Rights), the European Court of Human Rights (European Convention on Human Rights) and the Advisory Committee of the Framework Convention for the Protection of National Minorities. The supervisory practice is analysed in two steps: The analysis of each international supervisory mechanism’s jurisprudence, in itself, is followed by the comparison of the fault lines. The latter comparison is structured around the two main strands of strategies that states could adopt in order to counter intolerance: On the one hand, the active promotion of tolerance, inter alia through education, awareness-raising campaigns and the stimulation of intercultural dialogue; on the other, countering acts informed by intolerance, in terms of the prohibition of discrimination (and/or the effective enjoyment of substantive fundamental rights). Having regard to the respective strengths and weaknesses of the supervisory practice of these three international supervisory mechanisms, the article concludes with some overarching recommendations.


Kristin Henrard
Kristin Henrard is Professor International Human Rights and Minorities, Erasmus School of Law, Rotterdam, the Netherlands.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Mariëlle Bruning is Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Jiska Peper is Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Article

Access_open Too Immature to Vote?

A Philosophical and Psychological Argument to Lower the Voting Age

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden voting age, children’s rights, youth enfranchisement, democracy, votes at 16
Auteurs Tommy Peto
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues in favour of lowering the voting age to 16. First, it outlines a respect-based account of democracy where the right to vote is grounded in a respect for citizens’ autonomous capacities. It then outlines a normative account of autonomy, modelled on Rawls’s two moral powers, saying what criteria must be met for an individual to possess a (pro tanto) moral right to vote. Second, it engages with empirical psychology to show that by the age of 16 (if not earlier) individuals have developed all of the cognitive components of autonomy. Therefore, since 16- and 17-year-olds (and quite probably those a little younger) possess the natural features required for autonomy, then, to the extent that respect for autonomy requires granting political rights including the right to vote – and barring some special circumstances that apply only to them – 16- and 17-year-olds should be granted the right to vote.


Tommy Peto
University of Oxford.
Artikel

Integriteitstoezicht op aanbieders van cryptodiensten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden DNB, cryptodiensten, wisseldiensten, custodian wallets, crypto’s
Auteurs Margot Aelen en Hugo Prince
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is de herziene vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) geïmplementeerd in onder andere de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft). De herzieningen zijn per 21 mei 2020 van kracht geworden. Een van de belangrijkste wijzigingen die in de Wwft is doorgevoerd betreft de uitbreiding van de reikwijdte van de wet naar twee typen aanbieders van cryptodiensten, te weten aanbieders van wisseldiensten voor het wisselen tussen crypto’s en fiat geld en aanbieders van custodian wallets. De Nederlandse Bank (DNB) is toezichthouder op deze nieuwe aanbieders en heeft er daarmee een nieuwe taak bij.


Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.

Hugo Prince
Drs. D.H. Prince is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.
Artikel

Ruzie op de werkvloer, over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Arbeidsrecht, Ontslag, Verstoorde arbeidsverhouding, Ruzie, Werknemers
Auteurs mr. Alexander Briejer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over een verstoorde horizontale arbeidsverhouding als g-grond. De auteur gaat aan de hand van wetgeving en rechtspraak dieper in op dit onderwerp. Diverse vraagstukken komen uitgebreid aan bod, zoals de vraag in hoeverre van een werkgever mag worden verwacht een dergelijke verstoring te herstellen. Het beoordelingskader van een rechter komt ook ter sprake. Slechts in bijzondere gevallen kan een verstoorde arbeidsrelatie tussen werknemers onderling een verstoorde arbeidsverhouding met de werkgever opleveren. Er dient ten minste sprake te zijn van een verstoorde horizontale arbeidsverhouding die doorwerkt in de verticale arbeidsrelatie. Uit de door de auteur in dit artikel besproken rechtspraak blijkt dat er meer aan de hand is dan een puur horizontale verstoorde arbeidsverhouding, zoals een situatie waarin de werknemer zich weigerachtig opstelt in een mediationtraject. Die verstoring werkt dan door in de verticale arbeidsverhouding waardoor een geslaagd beroep op de g-grond mogelijk is.


mr. Alexander Briejer
Alexander Briejer is advocaat bij Van Doorne.
Artikel

Access_open Islamitisch begraven in Nederland ten tijde van Covid-19

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden islamitisch begraven, islamitische rituelen, islam in het Westen, Wet op de lijkbezorging, Covid-19
Auteurs Dr. mr. Khadija Kadrouch-Outmany
SamenvattingAuteursinformatie

    The worldwide ‘lockdown’ due to Covid-19 has had an accelerating effect on the ongoing discussion of Islamic burial in the Netherlands. Because of the closure of airspace Moroccan and Turkish-Dutch deceased could no longer be repatriated to be buried in their country of origin. This increased the pressure on cemeteries in the Netherlands to provide for the requirements and rituals of an Islamic burial. And this in turn showed the importance of the discussion that is already taking place in the House of Representatives about changes to the laws and regulations concerning burials. These three dimensions of Islamic burial in the Netherlands – personal, practical and legal – are discussed in this article.


Dr. mr. Khadija Kadrouch-Outmany
Dr. mr. K. Kadrouch-Outmany is jurist en religiewetenschapper. Zij promoveerde aan de Universiteit Leiden bij het Instituut voor Antropologie en Ontwikkelingssociologie op een proefschrift naar islamitisch begraven in Nederland en België. Momenteel is zij als postdoc onderzoeker verbonden aan de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 1391 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.