Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Artikel

Verbetert het cabinekampeerverbod de verblijfsomstandigheden van internationale vrachtwagenchauffeurs tijdens hun rust van 45 uur?

Over de implicaties van de beslissing van het HvJ EU in Vaditrans

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Transportsector, Intra EU-arbeidsmigranten, Internationale vrachtwagenchauffeurs (interviews), Cabinekampeerverbod, Vaditrans (HvJ EU, C-102/16)
Auteurs A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc en Prof. dr. M.J. van Meeteren
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2017 bepaalde het HvJ EU dat de vrachtwagencabine geen geschikte plek is voor vrachtwagenchauffeurs om hun normale wekelijkse rust door te brengen. Sindsdien geldt in de hele EU het zogenoemde cabinekampeerverbod. Op basis van kwalitatief empirisch onderzoek onder internationale vrachtwagenchauffeurs wordt in dit artikel onderzocht in hoeverre het HvJ EU met deze uitspraak de verblijfsomstandigheden van (internationale) vrachtwagenchauffeurs tijdens hun normale wekelijkse rust daadwerkelijk heeft verbeterd. De resultaten laten zien dat een aanzienlijk deel van de geïnterviewde chauffeurs met het verbod geen verbetering van deze verblijfsomstandigheden ervaart. Het totaalverbod doet geen recht aan de diversiteit aan wensen van chauffeurs. Bovendien wordt aan de praktische randvoorwaarden zoals beschikbaarheid van beveiligde parkeerplaatsen nabij betaalbare hotels momenteel niet voldaan. Gelet op dit alles ligt het niet in de rede dat het verbod op korte termijn tot een verbeterd verblijf tijdens de 45 uur rust zal leiden.


A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc
A.M.H. van der Hoeven LLM, MSc is promovenda aan de afdelingen Arbeidsrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. M.J. van Meeteren
Prof. dr. M.J. van Meeteren is hoogleraar Criminologie aan de Radboud Universiteit en universitair hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Institutioneel recht

Anomalie of de aankondiging van een omwenteling?

Het EU-stelsel van rechtsbescherming na Rimšēvičs

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden EMU, onafhankelijkheid, rechterlijke bevoegdheden, rechtsstaat, direct beroep
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Rimšēvičs vernietigde het Hof van Justitie voor het eerst een besluit van een nationaal overheidsorgaan. Het ging om het ontslag van de president van de Letse centrale bank. De vernietiging doorbreekt de klassieke bevoegdheidsverdeling tussen het Hof van Justitie en nationale rechters, maar is gebaseerd op een bijzondere bepaling uit het EMU-recht. Betreft het om die reden een geïsoleerd geval, of kan de uitspraak bredere implicaties krijgen?
    HvJ 26 februari 2019, gevoegde zaken C-202/18 (Rimšēvičs/Letland) en C-238/18 (ECB/Letland), ECLI:EU:C:2019:139.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. (Ton) van den Brink is Jean Monnet professor EU-wetgevingsleer en is als universitair hoofddocent Europees recht verbonden aan het Utrecht Centre for Shared Regulation and Enforcement in Europe – RENFORCE van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Van Middelburg tot Almelo. Het hoe en waarom van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie door Nederlandse lagere rechters

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Prejudiciële procedure, Hof van Justitie van de Europese Unie, Nationale rechters, Motieven om te verwijzen, rechtspolitiek
Auteurs Dr. Jasper Krommendijk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft baanbrekende uitspraken gedaan, vooral als gevolg van prejudiciële vragen van nationale rechters op grond van art. 267 VWEU. Het zijn vooral niet-verwijzingsplichtige lagere rechters geweest die voor deze aanvoer hebben gezorgd. Dit artikel onderzoekt hoe dit kan worden verklaard en kijkt naar de motieven van Nederlandse lagere rechters om al dan niet prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Het doet dit op basis van interviews met 22 rechters en een uitgebreide juridische analyse van uitspraken. Dit artikel toont aan dat met name pragmatische en praktische overwegingen een rol spelen bij het besluit om te verwijzen. Daarnaast laat dit artikel zien dat er meer verschillen zijn binnen een lidstaat dan tussen lidstaten onderling, met name tussen gerechtelijke instanties en individuele rechters.

    The Court of Justice of the European Union has rendered landmark cases, especially following references for a preliminary ruling from national courts on the basis of Art. 267 TFEU. Primarily lower courts that are not obliged to refer have been responsible for such cases. This article examines how these references of lower courts can be explained by focusing on the motives of the Dutch lower court judges to refer, or not to refer. It does so on the basis of interviews with 22 judges and an extensive legal analysis of judgments. This article shows that practical and pragmatic considerations play an important role in the court’s decision to refer. In addition, there are more differences within one Member States than between EU Member States, especially between particular courts and individual judges.


Dr. Jasper Krommendijk LLM
Jasper Krommendijk is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

ADR en ODR voor consumentenzaken in beweging

Enige juridische implicaties van de Europese ADR-richtlijn en ODR-verordening voor het Nederlandse ADR-landschap

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2014
Trefwoorden consumentenzaken, ADR-richtlijn, ODR-verordering, implementatie Europese regels
Auteurs Eline Verhage
SamenvattingAuteursinformatie

    Medio 2013 the European legislator adopted Directive 2013/11/EU (ADR Directive) and Regulation 524/2013 (ODR Regulation), both in the field of European consumer redress. The Directive and Regulation aim to promote the simple, fast and digital (out of court) resolution of consumer disputes. The Directive must be implemented no later than July 2015. This article describes some hurdles the Dutch legislator must overcome to successfully implement the Directive into the self-regulatory Dutch Consumer ADR system.


Eline Verhage
Eline Verhage is recentelijk civielrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit Leiden en thans bezig met het schrijven van een onderzoeksvoorstel teneinde te kunnen promoveren op het gebied van ADR en ODR.

    This article addresses the problem of qualitative interviewing in the field of legal studies, and more precisely the practice of interviewing judges. In the last five years the authors of this article conducted two different research projects which involved interviewing judges as a research method. In this article the authors share their experience and views on the qualitative interviewing method, and provide the reader with an overview of the ‘ins’ and ‘outs’ attached to this tool, but also its advantages and disadvantages.


Urszula Jaremba
Urszula Jaremba is an Assistant Professor of EU Law at Erasmus School of Law (Erasmus University Rotterdam, the Netherlands)

Elaine Dr. Mak
Elaine Mak is Endowed Professor of Empirical Study of Public Law, in particular of Rule-of-Law Institutions, at Erasmus School of Law (Erasmus University Rotterdam, the Netherlands)
Article

Access_open Company Tax Integration in the European Union during Economic Crisis – Why and How?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2014
Trefwoorden company tax harmonisation, EU law, Internal Market, taxation policies
Auteurs Anna Sting LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    Company tax integration in the EU is yet to be realised. This article first outlines the main benefits of company tax integration for the Economic and Monetary Union, and also discusses the main legal obstacles the EU Treaties pose for harmonisation of company tax. The main problem identified is the unanimity requirement in the legal basis of Article 115 TFEU. As this requirement is currently not feasible in the political climate of the debt crisis, this article assesses possible reasons for and ways to further fiscal integration. It considers Treaty change, enhanced cooperation, soft law approaches and also indirect harmonisation through the new system of economic governance. Eventually, a possible non-EU option is considered. However, this article recommends making use of the current EU law framework, such as soft law approaches and the system of the new economic governance to achieve a more subtle and less intrusive tax harmonisation, or instead a Treaty change that would legitimately enhance and further economic integration in the field of taxation.


Anna Sting LL.M
PhD Candidate at the Department of International and European Union Law, Erasmus University Rotterdam. The author would like to thank the organisers of the seminar on Company Tax Integration in the European Union, as well as the participants of the seminar of 11 June 2013 for their comments, as well as Prof. Fabian Amtenbrink for comments on an earlier draft of this paper.
Artikel

Nieuwe Europese regelgeving voor ratingbureaus inzake het beoordelen van uitgevende instellingen en securitisatietransacties

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden ratingbureaus, Verordening 462/2013, securitisatie, hersecuritisatie, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 mei 2013 is Verordening (EU) nr. 462/2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus vastgesteld. In deze bijdrage worden de, voor de securitisatiepraktijk, relevante wijzigingen besproken die voornoemde nieuwe regelgeving met zich brengt.


Mr. M. van der Weide
Mr. M. van der Weide is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Article

Access_open At the Crossroads of National and European Union Law. Experiences of National Judges in a Multi-level Legal Order

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3/4 2013
Trefwoorden national judges, legal pluralism, application of EU law, legal consciousness, supremacy and direct effect of EU law
Auteurs Urszula Jaremba Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    The notion and theory of legal pluralism have been witnessing an increasing interest on part of scholars. The theory that originates from the legal anthropological studies and is one of the major topical streams in the realm of socio-legal studies slowly but steady started to become a point of departure for other disciplines. Unavoidably it has also gained attention from the scholars in the realm of the law of the European Union. It is the aim of the present article to illustrate the legal reality in which the law of the Union and the national laws coexist and intertwine with each other and, subsequently, to provide some insight on the manner national judges personally construct their own understanding of this complex legal architecture and the problems they come across in that respect. In that sense, the present article not only illustrates the new, pluralistic legal environment that came into being with the founding of the Communities, later the European Union, but also adds another dimension to this by presenting selected, empirical data on how national judges in several Member States of the EU individually perceive, adapt to, experience and make sense of this reality of overlapping and intertwining legal orders. Thus, the principal aim of this article is to illustrate how the pluralistic legal system works in the mind of a national judge and to capture the more day-to-day legal reality by showing how the law works on the ground through the lived experiences of national judges.


Urszula Jaremba Ph.D.
Urszula Jaremba, PhD, assistant professor at the Department of European Union Law, School of Law, Erasmus University Rotterdam. I am grateful to the editors of this Special Issue: Prof. Dr. Sanne Taekema and Dr. Wibo van Rossum as well as to the two anonymous reviewers for their useful comments. I am also indebted to Dr. Tobias Nowak for giving me his consent to use the data concerning the Dutch and German judges in this article. This article is mostly based on a doctoral research project that resulted in a doctoral manuscript titled ‘Polish Civil Judges as European Union Law Judges: Knowledge, Experiences and Attitudes’, defended on the 5th of October 2012.
Artikel

Duurzaamheidsbelangen in het mededingingsrecht

De positie van ACM ten opzichte van het Hof van Justitie en de Europese Commissie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden mededinging, duurzaamheid, doorwerking Europees recht, bevoegdheden ACM
Auteurs Dr. A. Gerbrandy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aankondiging van ACM dat zij in haar mededingingsbeoordeling van samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen duurzaamheidsbelangen als relevant in aanmerking neemt, neemt ACM stelling in de discussie over de relatie tussen mededingingsrecht en duurzaamheid. De vraag of ACM eigenstandig beleid kan voeren betreft de verhouding ACM - Europese Commissie - Hof van Justitie. De ruimte die ACM in deze verhouding heeft, is het onderwerp van dit artikel.


Dr. A. Gerbrandy
Dr. A. (Anna) Gerbrandy is universitair hoofddocent Economisch Publiekrecht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad. Dank is verschuldigd aan Lisette Simons voor haar uitstekende ondersteuning bij de totstandkoming van dit artikel.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Erhard Blankenburg
Erhard Blankenburg is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

De regulering van en het toezicht op ratingbureaus in de Europese Unie

De wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus, ESMA en het nieuwe wijzigingsvoorstel: de definitieve aanpak van de belangrijkste problemen in de ratingmarkt?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2012
Trefwoorden voorstel tot wijziging verordening inzake ratingbureaus, credit rating agencies, ESMA, toezicht, handhaving
Auteurs Mr. J.C. Jaakke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het op 15 november door de Commissie aangenomen voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1060/2009 inzake ratingbureaus besproken. Na het van kracht worden van Verordening 1060/2009 is er een eerste wijziging aangebracht die de registratie van en het toezicht op ratingbureaus in de Europese Unie overdraagt aan het ondertussen opgerichte ESMA (European Securities and Markets Authority). Met het nieuwe voorstel beoogt de Commissie eindelijk de grootste problemen aan te pakken. Deze aanpak van de Commissie wordt in deze bijdrage kritisch besproken.


Mr. J.C. Jaakke
Mr. J.C. Jaakke is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Corporate Governance, de financiële crisis en het subsidiariteitsbeginsel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Corporate Governance, EU Groenboek, Green Paper Financial Institutions, Green Paper Corporate Governance, financiële instellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de onderzoeken naar de oorzaken van de financiële crisis werd ook de rol van Corporate Governance onder de loep genomen. Dit is aanleiding geweest voor de publicatie door de Europese Commissie van twee Groenboeken over respectievelijk Corporate Governance bij financiële instellingen en beloningsbeleid en de Europese Corporate Governance-structuur. Hierbij worden impliciet veel voorstellen voor nieuwe Corporate Governance-regels gedaan. In deze bijdrage wordt een aantal van deze voorstellen getoetst aan het subsidiariteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel die in art. 5 leden 3 en 4 TEU zijn vastgelegd en in de literatuur zijn uitgewerkt. Hierbij wordt ook bekeken of regulering van Corporate Governance-onderwerpen op EU-niveau ingaat tegen nationale voorkeuren in de vennootschappelijke regelgeving en dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak tot ingrijpen door de EU. Geconcludeerd wordt dat bij ‘gewone’ vennootschappen terughoudendheid moet worden betracht bij het invoeren van inhoudelijke aanvullende Corporate Governance-regels. Bij financiële instellingen is regulering op EU-niveau gewenst omdat aannemelijk is dat een falende Corporate Governance bij deze instellingen heeft bijgedragen aan de financiële crisis en een bedreiging vormt voor het Europese financiële systeem.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht bij de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.
Titel

Access_open Ambtshalve toetsing van overeenkomsten aan het kartelverbod

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Overeenkomst, Hof van justitie EG, Europees recht, Mededingingsrecht, Mededinging, Kartelverbod, Contract, Lidstaat, Publicatieblad van de europese unie, Marktaandeel
Auteurs Krans, H.B., Vedder, H.H.B. en Wissink, M.H.

Krans, H.B.

Vedder, H.H.B.

Wissink, M.H.
Jurisprudentie

Mickelsson & Roos – Markttoegang en de Euro-Defence tot het uiterste opgerekt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden markttoegang, gebruiksmodaliteiten, Euro-Defence, goederen
Auteurs Dr. H.H.B. Vedder
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Mickelsson & Roos zal onder Europarechtler voornamelijk bekend zijn als het arrest waarin A-G Kokott uitdrukkelijk en uitvoerig concludeerde tot invoering van een uitzondering voor gebruiksmodaliteiten naar analogie met Keck. Na het arrest in Commissie/Italië inzake het brommeraanhangerverbod (zie de bijdrage ‘Goods Revisited’ van S.A. de Vries in NTER 2009/4) zal het geen verrassing zijn dat deze uitzondering er niet is gekomen. De onderhavige bijdrage bespreekt het arrest Mickelsson & Roos uiteraard vanuit het perspectief van de (gesneefde) uitzondering voor gebruiksmodaliteiten. Het arrest is echter ook interessant vanwege de overwegingen in verband met de verhouding van het primaire en secundaire Europese recht als toetsingskader voor nationaal (milieu)beleid en vanwege de algemene implicaties voor de inroepbaarheid van het Europees recht ter afwering van een op nationaal recht gebaseerde procedure (Euro-Defence). De conclusie is dat het Hof met het arrest in Mickelsson & Roos het recht inzake het vrije verkeer van goederen aanzienlijk heeft gecompliceerd en de (Euro-Defence) tot het uiterste heeft opgerekt, zowel juridisch-inhoudelijk als temporeel. Verder bevat het arrest een uitvoerige evenredigheidstoetsing.


Dr. H.H.B. Vedder
Dr. H.H.B. Vedder is Universitair Hoofddocent Europees en economisch recht, Rijksuniversiteit Groningen, raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Leeuwarden en lid van de Adviescommissie bezwaarschriften Mededingingswet.

Fabian Amtenbrink

H.H.B. Vedder
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.