Zoekresultaat: 48 artikelen

x
Artikel

Access_open Dwaling bij renteswaps – de Hoge Raad geeft richting

Bespreking van HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1046 (Boomkamp/ABN AMRO)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zorgplicht, rentederivaat, mededelingsplicht, vernietiging, waarschuwingsplicht
Auteurs Mr. S. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het arrest Boomkamp/ABN AMRO van 28 juni 2019 besproken. De Hoge Raad geeft in dit arrest antwoord op een aantal prejudiciële vragen over de vereisten voor een beroep op dwaling bij een renteswap die was aangegaan met een niet-professionele partij.


Mr. S. Timmerman
Mr. S. Timmerman is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.
Artikel

Cessie(verboden), onoverdraagbaarheidsbedingen en de bescherming van betrokken actoren

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden cessie, onoverdraagbaarheidsbeding, cessieverbod, consumentenbescherming, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij cessie staat contractsvrijheid voorop. Partijen kunnen ervoor kiezen om hun vordering overdraagbaar te houden of onoverdraagbaar te maken. Onder omstandigheden kan de aard van de vordering of de aard van de partijrelatie aan deze vrijheid in de weg staan. Deze bijdrage bespreekt wanneer dit het geval is.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING. Daarnaast is hij gastmedewerker bij het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Niet-grensoverschrijdende zorgverlening en het EU-recht

Hoe het EU-recht ten onrechte een doorslaggevende invloed uitoefent op het zorgstelsel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2019
Trefwoorden hinderpaal, vrij verkeer van diensten, zorgstelsel, naturapolis, restitutiepolis
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzekerden onder een naturapolis die een niet-gecontracteerde zorgaanbieder bezoeken, kunnen aanspraak maken op een door de zorgverzekeraar te bepalen vergoeding. Die vrijheid van de zorgverzekeraar is door de minister en in de rechtspraak sterk ingeperkt, maar in dat kader wordt ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen grensoverschrijdende en niet-grensoverschrijdende zorg.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als bedrijfsjurist werkzaam bij ING.
Artikel

Access_open Het beslechten van dekkingsgeschillen

Een uiteenzetting naar aanleiding van Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao 6 november 2015, nr. 2015-001

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2019
Trefwoorden dekkingsgeschillen, uitleg polisvoorwaarden, redelijkheid en billijkheid, verzekeringsovereenkomst, Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Geschillencommissie Verzekeringen Curaçao van 6 november 2015 verkent dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de wijze(n) waarop een dekkingsgeschil tussen verzekeraar en verzekerde (kan) worden beslecht. Aangetoond wordt dat dit met name een kwestie van uitleg van de verzekeringsovereenkomst is, maar dat ook de redelijkheid en billijkheid een – afzonderlijke – rol kan spelen. Voor de toepassing van beide leerstukken is van belang eerst vast te stellen onder welke omstandigheden de verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en wat de aard van de polisvoorwaarde(n) die in geding zijn is.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao, als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht en als visiting lecturer aan de Nyenrode Business University.
Artikel

Richtlijnen en privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden implementatie, doorwerking, invloed, ambtshalve toetsing, remedies
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    Richtlijnen zijn niet meer weg te denken uit het privaatrecht. In deze bijdrage gaat de auteur in op verschillende wijzen waarop richtlijnen invloed uitoefenen op het privaatrecht, anders dan door middel van implementatie. De auteur formuleert een antwoord op de vraag in hoeverre richtlijnen voor het Nederlandse én Europese (Unie)privaatrecht als ‘gamechanger’ moeten worden aangemerkt.


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is promovendus en docent Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R). Hij is tevens redacteur van dit blad.
Annotatie

Wettelijke maximering van de vertrekvergoeding onder de Wbfo: géén verplichting voor de rechter tot ambtshalve toepassing

HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wbfo, Vertrekvergoeding, ambtshalve toepassing, openbare orde
Auteurs Mr. drs. A.M. Helstone
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:818) heeft de Hoge Raad zich voor het eerst uitgelaten over de procesrechtelijke status van het wettelijk maximum voor de vertrekvergoeding van bestuurders ex artikel 1:125 lid 2 Wft. Volgens de Hoge Raad is deze bepaling geen regel van openbare orde die ex artikel 25 Rv ambtshalve door de rechter zou moeten worden toegepast. In deze annotatie worden de relevante gezichtspunten voor de verplichting tot ambtshalve toepassing ex artikel 25 Rv geanalyseerd. Tevens wordt stilgestaan bij de oorsprong en de doelstellingen van de beloningsnormen van de Wft en de Europese regels. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de bredere gedachtevorming over de duiding van wettelijke beloningsnormen als onderdeel van publiekrechtelijke regulering in het civiel procesrecht en de hiervoor geldende rechterlijke toetsing.


Mr. drs. A.M. Helstone
Mr. drs. A.M. Helstone is advocaat en partner bij Stibbe te Amsterdam. Zij behaalde naast haar doctoraal Nederlands recht ook een doctoraal Franse taal en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Thans is zij gespecialiseerd in arbeidsrecht en pensioenrecht. Een bijzonder specialisme binnen haar praktijk richt zich op beloningsgerelateerde onderwerpen op het snijvlak van het arbeidsrecht, de Wft en de WNT. Hierover schrijft en publiceert zij regelmatig.
Artikel

Wetsvoorstel bedenktijd bestuur beursvennootschappen

Over het Rijnlandse model, activistische aandeelhouders en het vrij verkeer van kapitaal

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vennootschapsrecht, beursvennootschappen, bedenktijd, artikel 2:114b BW, vrij verkeer
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het Wetsvoorstel bedenktijd bestuur beursvennootschappen vanuit een EU-rechtelijk perspectief.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als Legal Counsel Financial Markets verbonden aan ING N.V. en is redacteur van dit tijdschrift. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Access_open Dwaling en schending van de zorgplicht in het kader van rentederivatenjurisprudentie

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden rentederivaten, renteswap, prejudiciële vragen, jurisprudentieonderzoek
Auteurs Mr. M.P.R. Sardjoe
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel betreft een onderzoek naar de wijze waarop de civiele rechter tot nu toe heeft geoordeeld of sprake is van dwaling of schending van de zorgplicht door banken in rentederivatenjurisprudentie. Uit het onderzoek blijkt dat niet eenduidig wordt geoordeeld en dat een richtinggevende uitspraak door de Hoge Raad gewenst is.


Mr. M.P.R. Sardjoe
Mr. M.P.R. Sardjoe is advocaat bij Greenberg Traurig te Amsterdam.
Artikel

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden opzetclausule, AVP, geestesstoornis, categoriebenadering, maatschappelijke functie AVP
Auteurs Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken baby). In dit arrest geeft de Hoge Raad uitleg aan de opzetclausule die sinds 2000 in de AVP gehanteerd wordt. Gekeken wordt naar de invloed van de geestesstoornis op de toepassing van de opzetuitsluiting en er wordt een vergelijking getrokken met het strafrecht.


Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.
Artikel

Ambtshalve toetsing en het ‘aureool’ van de openbare orde bij overeenkomsten in strijd met een wettelijke norm

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden ambtshalve toepassing, overeenkomst, nietigheid, Wft, artikel 3:40 BW
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet de rechter toetsen of een overeenkomst in strijd is met een wettelijke norm en daarmee nietig, als partijen dat niet aanvoeren? In HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/X) bevestigt de Hoge Raad dat deze verplichting is beperkt tot wettelijke normen van openbare orde. Dat is toe te juichen.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open Vernietiging van de overeenkomst bij een oneerlijke handelspraktijk; een hanteerbare sanctie?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijk, vernietiging, misleidende omissie, ambtshalve toetsing, causaal verband
Auteurs Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon en Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juni 2014 kent de afdeling oneerlijke handelspraktijken een bijzondere vernietigingsgrond: art. 6:193j lid 3 BW. Deze bepaling is tot nu toe weinig toegepast, zo blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht hoe hanteerbaar, in de zin van toegankelijk en gebruiksvriendelijk, de vernietigingsgrond uit art. 6:193j lid 3 BW eigenlijk is. Dit gebeurt door het analyseren van zes uitspraken. Uit het onderzoek blijkt dat de vernietigingsgrond toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de consument mede dankzij de rol van de rechter. De rechter is namelijk degene die meestal het initiatief neemt tot toepassing van de sanctie.


Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder consumentenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
Mr. dr. L.B.A Tigelaar is universitair docent verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Verbanning uit het semipublieke domein

Toegangsverboden in juridisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden The semi-public domain, Misconduct, Exclusion orders, Civil court, Complaints committees
Auteurs Mr. dr. Mandy van Rooij
SamenvattingAuteursinformatie

    The semi-public domain covers the places that are accessible to the public but which are controlled by private entities. Shopping malls, public transport, bars and sports events are examples of such places. In case of misconduct, the private manager may impose exclusion orders. This sanction relies on legal contracts and the exclusive nature of the right to property. The legal framework consists therefore primarily of private law. Exclusion orders may not be imposed without reason. Prevention of disorder and harm may be a legitimate reason. The length and range of the ban must relate to the gravity of the disruption. In addition to this, public laws on non-discrimination and privacy are applicable. The civil court is competent to check the exclusion orders in de semi-public domain. The author sees added value in complaints committees, in which both public and private actors partake. Complaint committees can thrive if their assessment frameworks are transparent.


Mr. dr. Mandy van Rooij
Mr. dr. A.E. van Rooij verdedigde in 2017 aan de Vrije Universiteit Amsterdam haar proefschrift Orde in het semipublieke domein. Particuliere en publiek-private orderegulering in juridisch perspectief, uitgegeven bij Boom juridisch (Den Haag). Deze bijdrage is gebaseerd op dit promotieonderzoek. Inmiddels is zij werkzaam als wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden als onderzoeker aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de VU.
Artikel

Access_open Ambtshalve toepassing van EU-recht: ook financieel toezichtrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden ambtshalve, consumentenbescherming, financieel toezichtrecht, gedragstoezicht, B2C
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag of de door het HvJ EU geformuleerde verplichting tot ambtshalve toepassing van consumentenbeschermende bepalingen ook moet gelden voor financieel toezichtrecht, voor zover de bepalingen daarvan ook ten dele de particuliere belegger beogen te beschermen.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Letter of Intent in International Contracting

Bespreking van het proefschrift van mr. E. Pannebakker

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden commerciële contracten, letter of intent, precontractuele goede trouw, onderhandelen
Auteurs Mr. dr. A.G.F. Ancery
Samenvatting

    In deze bijdrage wordt het proefschrift van Pannebakker besproken, dat ziet op het uitonderhandelen van overeenkomsten in een internationale commerciële setting en de rol die een letter of intent daarbinnen kan spelen.


Mr. dr. A.G.F. Ancery
Artikel

Het swappen van mededelingsplichten

Over de invloed van MiFID I/II en de Wft op het leerstuk van dwaling

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2017
Trefwoorden renteswaps, dwaling, mededelingsplicht, artikel 6:228 BW
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Renteswaps staan volop in de belangstelling. Vaak wordt getracht een renteswap te vernietigen met een beroep op dwaling. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wisselwerking tussen de informatieplichten uit de Wft en de mededelingsplicht van art. 6:228 BW.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Make the art market great again

Over de aansprakelijkheid van kunstexperts naar Nederlands en Amerikaans recht, bezien in het licht van de recente ontwikkelingen omtrent authentication boards

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden kunst, aansprakelijkheid, kunstexpert, certificatie, wetsvoorstel
Auteurs Mr. M. de Zoete
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel brengt de auteur de recente ontwikkelingen op de Amerikaanse kunstmarkt wat betreft aansprakelijkheid van kunstexperts in kaart. Na een beschouwing van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht wordt bezien of in Nederland een soortgelijk probleem als in de Verenigde Staten, waar kunstexperts aansprakelijkheid vrezen, kan worden verwacht.


Mr. M. de Zoete
Mr. M. de Zoete is recentelijk cum laude afgestudeerd voor de master privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
Auteursinformatie

Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hij is tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Eigen schuld geen effect?

Over standaardisering in de afweging van wederzijdse verantwoordelijkheid in effectenleasezaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden effectenlease, precontractuele zorgplicht, eigen schuld, art. 6:101 BW, verdelingsmaatstaf
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Daar de avonturen in de effectenlease voor alle betrokken partijen slecht afliepen, volgden vele procedures over de wederzijdse verantwoordelijkheid van de financiële instellingen en de particuliere beleggers. Door standaardisering en het aandragen van duidelijke maatstaven probeert de Hoge Raad nu een einde te maken aan de vele geschillen die nog lopen. Naar aanleiding van een recent arrest vat deze bijdrage de maatstaven samen voor het bepalen van de omvang van de schadevergoedingsplicht van de aanbieder van effectenleaseproducten.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Bescherming van de consument-koper door de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW

Zin en onzin van een servicecontract bij koop

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2017
Trefwoorden consument, wettelijke garantie, commerciële garantie, servicecontract, koop
Auteurs Dr. mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    De wettelijke bepalingen van de kooptitel, Titel 7.1 BW, beschermen de consument-koper vergaand. Winkeliers in Curaçao doen hieraan afbreuk door onder meer zeer korte garantietermijnen te hanteren en zelfs onnodig en tegen betaling ‘bijkoopgaranties’ of servicecontracten aan te bieden. Nagegaan wordt wat, gelet op de bij consumentenkoop geldende dwingendrechtelijke bepalingen, de voor- en nadelen van servicecontracten zijn en in hoeverre een servicecontract meer bescherming biedt dan de bescherming die de consument-koper al geniet door de garanties die in de wet verankerd zijn.
    Besproken worden de remedies die de wet biedt (de verkoper moet overgaan tot herstel of vervanging binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast van de koper), de wettelijke garantie van artikel 7:17 BW waarbij geschiktheid voor normaal gebruik het uitgangspunt is (waaronder ook een normale levensduur valt), de regel van artikel 7:6a BW dat de verkoper verplicht is te vermelden dat een ‘commerciële garantie’ geen afbreuk doet aan de ‘wettelijke garantie’, en de omkering van de bewijslast in artikel 7:18 lid 2 BW op grond waarvan de zaak vermoed wordt bij aflevering ondeugdelijk geweest te zijn wanneer de non-conformiteit zich binnen zes maanden heeft geopenbaard.
    In deze bijdrage wordt voor Curaçao voorgesteld om in een overleg tussen bijvoorbeeld consumentenorganisatie FpK en vertegenwoordiging van branches tot gedragscodes te komen waarin – rekening houdend met specifieke lokale omstandigheden – een concrete nadere invulling wordt gegeven aan de wettelijke rechten van de consument-koper. Een geschillencommissie zou een logisch sluitstuk daarvan zijn.


Dr. mr. P. Klik
Dr. mr. P. Klik was tot voor kort lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam bij Burgers Advocaten te Curaçao en als consultant.
Toont 1 - 20 van 48 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.