Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 2201 artikelen

x
Article

Access_open South African Mandatory Offers Regime: Assessing Minorities’ Leverage to Seek Recourse and Equal Treatment in Takeover Bids

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden company takeovers, mandatory offers, minority shareholders, equal treatment, acquisition procedure
Auteurs Paul Nkoane
SamenvattingAuteursinformatie

    A firm intention announcement must be made when the offeror is able and willing to acquire securities, and when a mandatory offer must be made. When the firm intention announcement is implemented, some sort of a contract is created. This rule has helped to determine the particular time the offeror should be liable to minorities. The question of when the offeror should bear the obligation to implement mandatory offers in aborted takeovers is thus no more problematic. Previously, the courts wrestled with this issue, but delivered what appears to be unsatisfactory decisions. This article will discuss the effect of a firm intention announcement and the responsibility that attends the making of that announcement. It intends to illustrate the extent of liability the offeror must bear in the event of a lapsed takeover, before and after the making of the firm intention announcement. The article examines the manner in which takeover rules can be enforced, and whether the current measures afford minorities proper protection. This brings to light the issue of equal treatment in takeovers and the fallacy thereof. A minor appraisal of the takeover rules in two jurisdictions in Europe (the United Kingdom and the Netherlands) is conducted to assess how equal treatment for minorities is promoted. Due to the difficulty minorities may experience in enforcing equal treatment in company takeovers, the article advocates for the alteration of the current South African takeover procedure for the promotion of minorities’ interests and for establishing rules that provide the offeror adequate information.


Paul Nkoane
Paul Nkoane is a lecturer at the College of Law of the University of South Africa in Pretoria.
Artikel

Access_open Teaching Comparative Law, Pragmatically (Not Practically)

Special Issue on Pragmatism and Legal Education, Sanne Taekema & Thomas Riesthuis (eds.)

Tijdschrift Law and Method, oktober 2020
Trefwoorden comparative legal studies, legal education, pragmatism
Auteurs Alexandra Mercescu
Auteursinformatie

Alexandra Mercescu
Alexandra Mercescu, Ph.D is lecturer at the Department of Public Law, University of Timisoara, Romania.
Wetenschap en praktijk

De uitkoopprocedure en afgeleide schade

Billijke verhoging in de uitkoopprocedure: the law is on the move

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prijsvaststelling, vordering, Xeikon, Sirowa, uitkoopprijs
Auteurs Mr. O. Danismant
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan twee spraakmakende uitkoopprocedures centraal: Xeikon en Sirowa. De Ondernemingskamer oordeelde in deze uitkoopzaken dat (mogelijke) vorderingen tot schadevergoeding van de vennootschap op derden – en daarmee samenhangend met de door de minderheidsaandeelhouder geleden afgeleide schade – van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de uitkoopprijs. Om de (mogelijke) vorderingen op derden te betrekken bij de prijsvaststelling trok zij een parallel met de ratio van de billijke verhoging als bedoeld in art. 2:343 lid 4 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur hoe deze benadering past in het leerstuk van de afgeleide schade en zoomt hij nader in op de manier waarop de Ondernemingskamer de uitkoopprijs vaststelde in deze uitkoopprocedures.


Mr. O. Danismant
Mr. O. (Onur) Danismant heeft recentelijk de master Ondernemingsrecht behaald aan de Radboud Universiteit.

    Applying the ECJ’s Maschek judgment, the Zutphen subdistrict court has found that an employee was not entitled to an allowance in lieu of untaken paid annual leave at the end of the employment relationship, as she had already received special leave. Moreover, the obligation to inform the employee concerning the right to (exercise) paid annual leave did not rest upon the employer.


Lisa de Vries
Lisa de Vries is a student at Erasmus School of Law and Editorial Assistant of EELC.

Jan-Pieter Vos
Jan-Pieter Vos is Labour Law teacher and PhD candidate at Erasmus School of Law and editor of EELC.
Landmark Rulings

ECJ 26 March 2020, case C-344/18 (ISS Facility Services), Transfer of undertakings, transfer, employment terms

ISS Facility Services NV – v – Sonia Govaerts and Atalian NV (formerly Euroclean NV), Belgian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Transfer of undertakings, Employment terms, Transfer
Samenvatting

    In case of a transfer of undertaking involving multiple transferees, the rights and obligations arising from an employment contract may be divided between various transferees, if this is possible. If not (or if it is to the detriment of the employee), the transferees would be regarded as being responsible for any consequent termination under Article 4 of Directive 2001/23, even if this were to be initiated by the worker.

    The Belgian Court of Cassation (Supreme Court), in a decision of 20 January 2020, has ruled that the prohibition for an employer to terminate the employment relationship of a worker for reasons related to a complaint for acts of violence and/or moral and/or sexual harassment at work does not, however, preclude the dismissal from being justified by motives inferred from the facts set out in the complaint.


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert is an attorney-at-law at Van Olmen & Wynant, Brussels.
Artikel

De schikkende pandhouder

De deur op een kier voor goederenrechtelijke partijafspraken?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden Neo-River, pandrecht, art. 3:246 BW, schuldeisersbevoegdheid pandhouder, volmacht
Auteurs Mr. M.C.J. Jonckers en Mr. J.M.J.M. van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 bespreken de auteurs de vraag of de bevoegdheid tot het schikken van een verpande vordering contractueel aan de pandhouder toegekend kan worden en of die afspraak goederenrechtelijk effect heeft.


Mr. M.C.J. Jonckers
Mr. M.C.J. Jonckers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. J.M.J.M. van Eck
Mr. J.M.J.M. van Eck is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Verpanding van andere objecten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden vermogensrecht, overdracht, overdraagbaar, verpandbaar
Auteurs Mr. dr. ing. A.J. Verdaas
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk heeft behoefte aan de verpanding van andere objecten dan eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten. Onderzocht wordt in hoeverre het vermogensrecht in deze behoefte dient te voorzien. Geconcludeerd wordt tot enkele toevoegingen aan de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Mr. dr. ing. A.J. Verdaas
Mr. dr. ing. A.J. Verdaas is advocaat bij Ronald Verdaas advocatuur en onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Abstracte schadeberekening bij het herstellen van leidingschade in eigen beheer

Bespreking van HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:315 (Liander/Meeùs)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden schadevergoeding, zaakschade, schadebegroting, storingsherstel, zelfherstellende benadeelde
Auteurs Mr. M.T.M. Vijverberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2020 oordeelde de Hoge Raad dat indien storingsherstel slechts door de netbeheerder zelf kan (en mag) worden verricht, daarvan niet geabstraheerd dient te worden. Indien de netbeheerder zijn eigen tarieven vergoed wenst te krijgen, zal hij echter wel voldoende inzicht moeten geven in de opbouw daarvan.


Mr. M.T.M. Vijverberg
Mr. M.T.M. Vijverberg is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De waarde(ring) van het niet-opeisbare prelegaat en de erfdelen van de kinderen bij de wettelijke verdeling

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Testament, Gelijke behandeling, Kinderen, Erfbelasting, Nominaal
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht hoe renteloze en niet-opeisbare prelegaten aan een erfgenaam zowel civielrechtelijk als fiscaalrechtelijk gewaardeerd moeten worden als er ook een wettelijke verdeling van toepassing is, en hoe de omvang van de erfdelen van de kinderen beïnvloed wordt door dergelijke prelegaten.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Access_open De kwetsbare legitimaris, de langstlevende partner en de kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden legitieme portie, curatele, meerderjarigenbewind, minderjarigen, toezicht kantonrechter
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar en Mr. G.A. Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De kantonrechter heeft als toezichthouder op het beheer over het vermogen van kwetsbare legitimarissen een belangrijke taak. Dit geldt in het bijzonder als hun belang botst met dat van de langstlevende partner van de overledene. Hoe gaat de kantonrechter dan om met een schending van de legitieme portie? Maakt het verschil of de schending terloops blijkt of dat de schending aanleiding is voor het machtigingsverzoek? Schrijvers gaan in op uiteenlopende uitspraken en doen een handreiking aan de rechterlijke praktijk.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Mw. mr. G.A. Tuinstra is docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Rangorde van schulden der nalatenschap bij vereffening van nalatenschappen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden voorrang, voorrecht, hypotheekrecht, pandrecht, uitdelingslijst
Auteurs Prof. mr. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Centraal staat de rangorde van de schulden der nalatenschap (inclusief pand, hypotheek, voorrechten en andere voorrang) aan de hand van artikel 4:7 BW en de toepasselijke bepalingen in Boek 3 BW en in bijzondere wetten.


Prof. mr. J.W.A. Biemans
Prof. mr. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, in het bijzonder Goederenrecht en Notarieel recht, aan de Universiteit Utrecht en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Partiële of geschoonde teruggave van gegevensdragers

Naar een gemoderniseerde beslagregeling voor elektronische gegevensdragers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden inbeslagname gegevensdragers, partiële teruggave, geschoonde teruggave, verzoek om teruggave gegevens
Auteurs Mr. dr. D.A.G. van Toor en Mr. D. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    In strafzaken is het verzamelen van elektronisch bewijsmateriaal vaak essentieel voor de waarheidsvinding. Voor de gegevensdrager eindigt de strafrechtelijke reis echter niet als de informatie op de gegevensdrager is geanalyseerd en vervolgens eventueel als bewijsmateriaal in een strafzaak is gebruikt. Naar Nederlands recht rust het beslag op de gegevensdrager en niet op de (voor de strafzaak relevante) gegevens. Dit betekent dat – na inbeslagname van de gegevensdrager – de autoriteiten de beschikking verkrijgen over alle gegevens die op de gegevensdrager staan opgeslagen. Wanneer over de gegevensdrager een beslissing wordt genomen, volgen de daarop opgeslagen gegevens het lot van de gegevensdrager. De verdachte is bij verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer dan zowel zijn gegevensdrager als de daarop opgeslagen gegevens kwijt.
    Betwijfeld kan worden of die praktijk conform hogere normen is, zoals het recht op respect voor privéleven (art. 8 EVRM).


Mr. dr. D.A.G. van Toor
Mr. dr. D.A.G. van Toor is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. D. van Os
Mr. D. van Os rondde recent haar Master Straf(proces)recht af aan de Universiteit Utrecht. Zij werkt inmiddels als parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie.
Artikel

Access_open Nationale constitutie versus internationale jurisdictie?

De rol van de rechter vanuit internationaalrechtelijk perspectief

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Auteurs Anneloes Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor het evenwicht tussen de staatsmachten, maar ook voor de ontwikkeling van internationaal recht, is de wijze waarop de nationale rechter zijn rol vervult van belang: gedraagt hij zich als rechtsvormer of als een rechtshandhaver? Zowel de legitimatie en vorming van het internationale recht als de handhaving van de internationale verplichtingen van de Staat op nationaal niveau zijn hiervan afhankelijk. Deze belangen worden bezien vanuit internationaal perspectief en uiteengezet aan de hand van recente jurisprudentie.


Anneloes Kuiper-Slendebroek
Anneloes Kuiper-Slendebroek is universitair docent privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Restraint as a Source of Judicial ‘Apoliticality’

A Functional Reconstruction

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Urgenda, Miller v. Secretary of State, Norm of judicial apoliticality, Ronald Dworkin, Judicial restraint
Auteurs Maurits Helmich
SamenvattingAuteursinformatie

    Few legal theorists today would argue that the domain of law exists in isolation from other normative spheres governing society, notably from the domain of ‘politics’. Nevertheless, the implicit norm that judges should not act ‘politically’ remains influential and widespread in the debates surrounding controversial court cases. This article aims to square these two observations. Taking the Miller v. Secretary of State and Urgenda cases as illustrative case studies, the article demonstrates that what it means for judges to adjudicate cases ‘apolitically’ is itself a matter of controversy. In reflecting on their own constitutional role, courts are forced to take a stance on substantive questions of political philosophy. Nevertheless, that does not mean that the ‘norm of judicial apoliticality’ should therefore be rejected. The norm’s coherence lies in its intersocial function: its role in declaring certain modes of judicial interpretation and intervention legitimate (‘legal’/‘judicial’) or illegitimate (‘political’).


Maurits Helmich
Maurits Helmich is promovendus aan de afdeling Sociologie, Theorie en Methodologie van het Recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Coronacompensatie van zorgverzekeraars voor zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden COVID-19, CB-regelingen, financiële ondersteuning, NOW
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    De CB-regelingen waarmee branchevereniging Zorgverzekeraars Nederland zorgaanbieders financieel ondersteunt, zijn ontstaan tegen de achtergrond van een maatschappelijke crisis, waarin de gezondheidszorg werd gezien als de frontlinie van een nationale strijd tegen COVID-19. Nu de kruitdampen van de eerste uitbraak enigszins zijn opgetrokken, onderzoekt deze bijdrage hoe de CB-regelingen zich verhouden tot de juridische regels die vorm geven aan ons stelsel van curatieve zorg.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD te Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    The Federal Labour Court of Germany (Bundesarbeitsgericht, ‘BAG’) had to decide on a case in which an employee argued that his contract was not terminated by a provision that restricted the mutual duties to a certain time period for the yearly season within his contract and that the employer had to employ him during the off season. However, his lawsuit was unsuccessful as the Court found that, even though he did have an indefinite contract, the employer was not obliged to employ and pay him during the off season due to the valid provision of fixed-term employment for the time from April to October during the time of the season.


Othmar K. Traber
Othmar K. Traber is a partner at Ahlers & Vogel Rechtsanwälte PartG mbB in Bremen, www.ahlers-vogel.com.

    The central question in this case was what was the objectively applicable law to an employment contract concluded between a Turkish airline and a Dutch co-pilot, in accordance with Article 8 Rome I. The ruling is particularly interesting for the relation between the habitual place of work and the exception clause and points to the elements that should be taken into account.


Amber Zwanenburg
Amber Zwanenburg is a PhD candidate at the Erasmus University in Rotterdam and member of the editorial board of EELC.

Jan-Pieter Vos
Jan-Pieter Vos is a teacher and PhD candidate at Erasmus University Rotterdam, and member of the editorial board of EELC.

    The Brussels Labour Court of Appeal, in a judgment of 10 September 2019, has ruled that the notion of ‘maternity’ contained in the Belgian Gender Act does not go as far as protecting mothers against discrimination with regards to childcare, since this would confirm a patriarchal role pattern. However, a recent legislative change introducing ‘paternity’ as a protected ground might cast doubt on the relevance of this ruling for the future.


Gautier Busschaert
Gautier Busschaert is an attorney-at-law at Van Olmen & Wynant, Brussels.
Toont 1 - 20 van 2201 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.